Gemeenteraad Oude ijsselstreek 27 september 2007 Inhoudsopgave



Dovnload 131.43 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte131.43 Kb.
Kadernota
Integraal Veiligheidsbeleid 2007-2010

Gemeente Oude IJsselstreek

Samen werken aan veiligheid

Gemeenteraad Oude IJsselstreek

27 september 2007

Inhoudsopgave


1. Inleiding

1.1 Aanleiding

1.3 Huidige stand van zaken

1.4 Veiligheidsscan


2. Veiligheidsanalyse

2.1 Veiligheidsscan

2.2 Veiligheidsgevoel

2.3 Belangrijkste voorvallen eigen woonbuurt

2.4 Cijfers politie

2.5 Aangiftebereidheid

2.6 Prioriteiten voor het politie veiligheidsbeleid
3. Visie en Ambitie


    1. Inleiding

    2. Visie (hoofddoel)

    3. Veiligheidsvelden en thema’s

    4. Huidige activiteiten

    5. Organisatorische inbedding

    6. Samenwerking met buurgemeenten


4. Randvoorwaarden

4.1 Interne en externe communicatie

4.2 Financiën

4.3 Evaluatie




Bijlagen:

1. Partners veiligheidsbeleid

2. Begrippenlijst

3. Veiligheidsnetwerk


A. Jaarprogramma integrale veiligheid


  1. Inleiding


1.1 Aanleiding

Voor u ligt de kadernota Integraal veiligheidsbeleid gemeente Oude IJsselstreek 2007-2010.

In deze notitie kunt u de kaders aangeven waarbinnen de jaarplannen en projecten op het gebied van het integraal veiligheidsbeleid worden ontwikkeld. Een aantal kaders heeft u al in de programmabegroting opgenomen. Doel van de kadernota is dan ook om alle activiteiten op het gebied van veiligheid maximaal te coördineren. De kaders komen in deze notitie aan bod in hoofdstuk 3 Visie en ambitie.
De gemeenteraad stelt de hoofdlijnen van het beleid vast en stelt daarvoor de financiën beschikbaar. De uitvoering van dit beleid is een verantwoordelijkheid van het college van burgemeester en wethouders. Het integrale veiligheidsbeleid bestaat daarom uit twee delen: een strategische kadernota en een operationeel uitvoeringsprogramma (jaarprogramma).
Het integraal veiligheidsbeleid heeft een werking van vier jaar en wordt ter vaststelling aan de raad voorgelegd. Het jaarprogramma wordt alleen ter kennis gebracht aan de raad. De raad kan hierdoor invulling geven aan de kaderstellende taak en heeft inzicht in acties van het college. Het jaarprogramma heeft een werking van een jaar. Na een jaar kan het programma worden aangepast en kan het college verantwoording afleggen aan de raad over de uitvoering en invulling van het integrale veiligheidsbeleid.


    1. Huidige stand van zaken

Het college van burgemeester en wethouders heeft op 18 januari 2005 de Notitie Integrale Veiligheid gemeente Oude IJsselstreek vastgesteld.

De notitie gaat onder meer in op wat er verstaan wordt onder (integrale) veiligheid, hoe de bevoegdheden tussen raad en college zijn verdeeld, hoe de samenwerking er uitziet en hoe het veiligheidsbeleid binnen de interne organisatie van de nieuwe organisatie past. Ten slotte wordt per veiligheidveld een aantal voorstellen gedaan.

Op 22 maart 2006 heeft er een evaluatie met de verantwoordelijk ambtenaren van de veiligheidsvelden plaatsgevonden.

Tijdens de bijeenkomst zijn alle veiligheidsvelden doorgenomen en is geïnventariseerd wat op veiligheidsgebied is opgepakt en afgerond. Daarnaast is ook de werking van het veiligheidsnetwerk besproken. Tot slot is aanbevolen de rol van de raad beter tot uitdrukking te laten komen door het vaststellen van een kadernota.




    1. Veiligheidsscan

In 2002 is in zowel Wisch als Gendringen een veiligheidsscan onder de bevolking gehouden.

Inmiddels zijn we vier jaar verder en kunnen we concluderen dat er op het gebied van veiligheid en leefbaarheid diverse activiteiten ontplooid zijn.

Herhaling van de veiligheidsscan geeft dan ook inzicht in de ontwikkelingen die zich binnen Oude IJsselstreek hebben voorgedaan. Daarnaast kan de scan gebruikt worden voor het (her)formuleren dan wel bijsturen van het integraal veiligheidsbeleid, het ontwikkelen van het politieveiligheidsbeleid voor de jaren 2008-2011 en voor de invulling van de werkplannen van het politieteam Oude IJsselstreek. In oktober 2006 is de veiligheidsscan gehouden onder 6000 inwoners van de gemeente.

In bijlage A leest u het rapport van de Veiligheidsscan en in hoofdstuk 2 van deze nota leest u de conclusies van de Veiligheidsscan.

De terugkoppeling met de inwoners heeft plaatsgevonden door themagewijs elke week conclusies uit het rapport te publiceren in de Gelderse Post.



  1. Veiligheidsanalyse




    1. Veiligheidsscan

De doelstelling van het uitgevoerde onderzoek is het verzamelen van informatie over de veiligheidssituatie in de gemeente Oude IJsselstreek. Om vergelijkingen mogelijk te maken en om te kunnen onderzoeken of de problematieken van eenzelfde orde zijn, is de gemeente voor dit onderzoek opgedeeld.

Voor het veiligheidsonderzoek is een vragenlijst ontwikkeld, die qua onderwerpkeuze lijkt op de Politiemonitor Bevolking. Voor­afgaand aan het onderzoek is door de B & A groep een inventa­risa­tie gemaakt van de specifieke veiligheidsproblemen, die spelen in gemeenten.

Vragen, waartoe de inventarisatie aanleiding gaf, zijn verwerkt in de vragenlijst. Deze vragen hebben vooral betrekking op verkeersproblemen, problemen met betrekking tot het leefmilieu en buurtbeheer.

De vragenlijst is schriftelijk verzonden in oktober 2006. De vragen, die over slachtofferschap worden gesteld, hebben betrekking op de periode van de daaraan voorafgaande 12 maanden, dus de periode tussen 1 september 2005 en 1 oktober 2006.


2.2 Veiligheidsgevoel

Hoe veilig voelen de inwoners van Oude IJsselstreek zich nu eigenlijk?

Dit is onderzocht met behulp van de enquête Veiligheid en Leefbaarheid die vorig jaar door 2010 inwoners van Oude IJsselstreek is ingevuld.

Intussen zijn de resultaten van het onderzoek verwerkt tot het rapport Veiligheidsscan gemeente Oude IJsselstreek. Het rapport levert belangrijke informatie op voor het bepalen van trends op het gebied van veiligheid en leefbaarheid, de veiligheidsbeleving en het vertrouwen in de gemeente en politie.


Op de vraag hoe vaak een inwoner zich onveilig voelt in de gemeente Oude IJsselstreek, geeft 71,5% van de respondenten aan zich zelden of nooit onveilig te voelen. Daarentegen geeft 20% aan zich soms onveilig te voelen en 7,3% zegt zich regelmatig tot vaak onveilig te voelen. De percentages wijken iets af van de cijfers van het in 2002 gehouden onderzoek (zowel in Wisch als Gendringen). Toen gaf 75,4% van de respondenten aan zich zelden tot nooit onveilig te voelen. Verder voelde 18,5% zich soms en 4,7% regelmatig tot vaak onveilig.
De inwoners is tevens gevraagd om in de buurt een drietal plek­ken, waar men zich de afgelopen 12 maanden onveilig voelde, aan te geven. Op gemeenteniveau werd het meest genoemd: de eigen omgeving, gemeentelijke plantsoenen en parken, De Blenk, de omgeving kerk en de omgeving van het spoorstation, spoorbaan.

Door bewoners van Terborg wordt vooral de fietstunnel, het station en het winkelcentrum genoemd. Door bewoners van Varsseveld werd het meest de J.O.P. genoemd en in Silvolde de omgeving van de kerk In Terborg en Gendringen werd de eigen omgeving het meest aangegeven. In Ulft, het buitengebied en in Gendringen werd het Kennedyplein in Ulft genoemd.

De inwoners van de gemeente Oude IJsselstreek voelen zich voor het merendeel ’s avonds en daarnaast ook ’s nachts onveilig in de omgeving van de hierboven genoemde plaatsen.

2.3 Belangrijkste voorvallen eigen woonbuurt

In de volgende tabellen is aangeven welke voorvallen de respondenten het belangrijkst vinden.

Het kan dus zijn dat een voorval niet veel in de eigen woonbuurt voorkomt maar dat de respondenten het voorval wel heel erg belangrijk vinden. Bijvoorbeeld het onderwerp overlast door burengerucht. In de enquête geeft 7,5% van de ondervraagden aan dat burengerucht regelmatig tot vaak in de eigen woonbuurt voorkomt. Vervolgens wordt het onderwerp wel als een van de belangrijkste voorvallen genoemd. Hetzelfde geldt voor woninginbraken. Ondanks dat het niet veel voorkomt is het zo’n ingrijpende gebeurtenis dat het onderwerp op de tweede plaats staat. De belangrijkste aangegeven voorvallen zijn verwerkt in het jaarprogramma Integrale Veiligheid van het college (bijlage A).


Algemene voorvallen eigen woonbuurt

Belangrijkste voorvallen

2006

2002

Politiecijfers

2006 (2005)



1. Overlast van groepen jongeren

14,1%

16,3%

190 (242)

2. Inbraak woning

13,8%

16,7%

55 (41)

3. Overlast door burengerucht

9,2%

7,3%

72 (90)



Verkeersvoorvallen eigen buurt

Belangrijkste voorvallen

2006

2002

Politiecijfers

2006 (2005)



1. Te hard rijdende auto’s

47,6%

48%

4119 boetes

2. Parkeeroverlast door auto’s

11%

13,1%

61 incidenten (79)

3. Agressief verkeersgedrag

10,5%

9,6%

-



Voorvallen leefmilieu eigen buurt

Belangrijkste voorvallen

2006

2002

cijfers

2006 (2005)



1. Overlast door hondenpoep op straat

23,1%

28%

3x (2x) pv en 26 (32)waarschuwingen

2. Kuilen/plassen op stoep/fietspad

21,5%

19%

-

3. Slecht onderhoud openbaar groen

19,5%

18,5%

-



    1. Cijfers politie

In het kader van de gemaakte afspraken rondom de beleidscyclus van het politiebeleid, verstrekt de regiopolitie jaarlijks begin februari op gemeenteniveau een lijst van indicatoren (=veiligheidsbeeld) die op hoofdlijnen inzicht geeft in het veiligheidsniveau.

Het veiligheidsbeeld is gebaseerd op politiegegevens en geeft u informatie over de ontwikkeling van het aantal aangiften of incidenten ten aanzien van 48 delicten in de afgelopen 5 jaar.



Van de 48 delicten springen de volgende 12 onderwerpen binnen de gemeente Oude IJsselstreek er boven uit.


Onderwerp

Politiecijfers

Aantal 2006

Woninginbraken

Stijging van 45 aangiften in 2005 naar 55 in 2006

55

Bedrijfsinbraken

Ten opzichte van 2005 een stijging van 51 %

130

Fietsendiefstallen

Ten opzichte van 2005 gedaald met 16 %

198

Geweld (zonder en met letsel)

Ten opzichte van 2005 een stijging van 22 %

100

Vernieling auto

Een daling van 133 naar 130 incidenten




Vernieling aan openbare gebouwen

Ten opzichte van 2005 een stijging van 63 %

56

Vandalisme

Afgelopen 4 jaar 84 a 85 aangiften per jaar.

84

Overlast vuurwerk

Stijging van 28 % ten opzichte van 2005 en 54 % ten opzichte van 2003 en 2004

69

Overlast jeugd

Daling van 21% ten opzichte van 2005.

190

Onder invloed in ‘t verkeer

Stijging van 13% ten opzichte van 2005

67

Soft en harddrugs

Ten opzichte van 2005 is het aantal incidenten softdrugs gedaald met 10 % en het aantal incidenten met harddrugs gestegen met 12 %.

86

Huiselijk geweld

Ten opzichte van 2005 is het aantal incidenten met 32% gestegen. Ten opzichte van 2004 is het aantal incidenten met 58% gestegen

95



    1. Aangiftebereidheid

Inwoners, die aangegeven hebben dat zij slachtoffer zijn geworden van een misdrijf werd gevraagd of zij wel of geen aangifte hebben gedaan bij de politie.

Uit figuur 3.2 figuur blijkt, dat van een diefstal uit een auto het meest, n.l. in 88% van de gevallen aangifte werd gedaan, gevolgd door diefstal uit van auto met 80 %.

Van mishandeling werd in 71% van de gevallen aangifte gedaan en van diefstal uit de woning en fietsdiefstal werd even vaak aangifte gedaan, namelijk 67%.

Van vernieling aan een auto, poging tot inbraak, beroving, overige vernielingen, bedreiging met geweld en doorrijden na een aanrijding werd in minder dan de helft van de gevallen bij de politie aangifte gedaan.


Vervolgens is de inwoners gevraagd naar de redenen voor het wel of niet doen van aangifte. Van de inwoners geeft 34.8% als reden op voor het niet doen van een aangifte, dat de politie niets kan doen of het helpt toch niet. Als tweede wordt door 32.1% genoemd, dat het feit toch niet te bewijzen valt en als derde dat de politie er toch niet aan doet met

28.2%. Omdat de schade zeer gering was zegt 21% en omdat het feit niet zo belangrijk was deed 15.7% geen aangifte.


In 64.9% van de gevallen geven slachtoffers, die wel aangifte hebben gedaan, als reden voor het doen van aangifte op, dat de dader gepakt moet worden. Omdat men vond dat het zijn of haar plicht was, deed 44.3% aangifte. Verder deed 31.2% aangifte voor het verkrijgen van een verzekeringsbewijs.
2.6 Prioriteiten voor het politieveiligheidsbeleid

Het politieveiligheidsbeleid is in de plaats gekomen van het bestuurlijk startdocument. In het politieveiligheidsbeleid worden de door u aangegeven prioriteiten (waarop u inzet van politie wenst) uitgewerkt. Omdat het veiligheidsbeeld jaarlijks wordt verstrekt kunt u de prioriteiten elk jaar bijstellen. Omdat het politieveiligheidsbeleid geen op zich zelf staand stuk is maar een onderdeel van het integrale veiligheidbeleid is er voor gekozen om het te integreren in het jaarprogramma integrale veiligheid van het college. De signalen die de commissie Bestuur en Middelen op 4 april 2007 en de raad op 26 april 2007 zijn afgegeven zijn hiervoor gebruikt evenals de input van de Veiligheidsscan. De volgende prioriteiten zijn in het jaarprogramma verwerkt:



  • Geweld (inclusief huiselijk geweld)

  • Woninginbraken en bedrijfsinbraken

  • Hard- en softdrugs

  • Overlast hangjongeren

  • Alcohol

  • Verkeersveiligheid

.

In het schema in hoofdstuk 3 is de relatie tussen de thema’s van het integrale veiligheidsbeleid en de cijfers van de politie aangegeven.



  1. Visie en Ambitie



    1. Inleiding

Om het meer werkbaar te maken en om onveiligheden snel te kunnen onderkennen en bestrijden is veiligheid opgedeeld in een aantal thema’s. De onderverdeling is gebaseerd op het ‘Kernbeleid veiligheid’ van de VNG. Opgemerkt wordt dat de veiligheidsvelden en thema’s afgestemd zijn op de gemeente Oude IJsselstreek en dus enigszins afwijken van het ‘Kernbeleid veiligheid’. De volgende veiligheidsvelden komen aan bod: Veilige woon- en leefomgeving, Bedrijvigheid en veiligheid, Jeugd en veiligheid, Verkeersveiligheid, Brandweer, Externe veiligheid en Rampenbestrijding.
3.2 Visie (hoofddoel)

Het doel van de kadernota integrale veiligheid is om alle bestaande activiteiten op het gebied van veiligheid te coördineren. Om het doel te bereiken geeft u de kaders van het veiligheidsbeleid aan voor de komende vier jaar. Integrale veiligheid is vooral een manier van werken. Het is een proces dat zowel bestuurlijke, maar ook op ambtelijk- en op uitvoeringsniveau in de praktijk tot stand moet komen. De hoofddoelstelling is overgenomen van programma 5 van de programmabegroting 2007-2010: Openbare Orde en Veiligheid.

De nota heeft de volgende inhoudelijke visie (hoofddoel):


  • Subjectieve en objectieve veiligheid Oude IJsselstreek verhogen samen met inwoners, bedrijven en instellingen.




    1. Veiligheidsvelden en thema’s

Om het hoofddoel te verwezenlijken zijn in het schema per veiligheidsveld de volgende onderwerpen aangegeven:

  • Relatie programmabegroting raad

  • Doelstelling raad

  • Veiligheidsthema’s

  • Relatie politiecijfers en veiligheidsscan

Op basis van de kadernota werkt het college de veiligheidsthema’s uit in een jaarprogramma.

Het jaarprogramma wordt u ter kennisname gebracht zodat u invulling kunt geven aan de kaderstellende taak en inzicht heeft in acties van het college. Na een jaar kan het programma worden aangepast en kan het college verantwoording afleggen aan de raad over de uitvoering en invulling van het integrale veiligheidsbeleid.


Overzicht Veiligheidsvelden en veiligheidsthema’s


Veiligheidsvelden

Relatie programma- begroting raad

Doelstelling1

Veiligheidsthema’s

Relatie politiecijfers en veiligheidsscan

Veilige Woon en leefomgeving


6. Maatschappelijke zorg

Het versterken van de sociale samenhang,

het voorkomen van problemen en het

bevorderen van deelname van alle

inwoners aan de samenleving.




  • Overlast tussen bewoners

23,1% zegt soms, regelmatig tot vaak overlast te

ondervinden van de buren. In 2002 was dit percentage

19,2%


  • Huiselijk geweld

95 meldingen bij de politie in 2006

  • Woninginbraak

Stijging van woninginbraken in 2006 (55 in 2006).

De veiligheidsscan laat zien dat het veiligheidsgevoel

is afgenomen. In 2002 gaf 63,1% aan van mening te

zijn dat er nooit tot zelden ingebroken wordt, in 2006

is dit percentage 60,3%


  • Voertuigcriminaliteit

Aantal voertuiginbraken zijn in 2006 gedaald naar 90.

(125 in 2005).

De veiligheidsscan laat zien dat het veiligheidsgevoel

licht is afgenomen. 19,7% zegt soms, regelmatig of

vaak diefstal uit auto’s in de eigen woonbuurt

voorkomt.



  • Drugs en alcoholoverlast

Aantal incidenten met alcohol en drugs is gedaald van

68 in 2005 naar 53 in 2006.

22% van de respondenten zegt soms, regelmatig of

vaak overlast te ondervinden van dronken mensen in

de eigen woonbuurt (20,1% in 2005). Ook de overlast

van drugs in de eigen woonbuurt is toegenomen: In

2002 gaf 5,4% aan overlast te ondervinden en in 2006

was dit 10,3%.



  • Kwaliteit woonomgeving

33,1% van de respondenten zegt regelmatig tot vaak

slecht onderhouden groen in de eigen woonbuurt aan

te treffen. In 2002 was dit percentage 29,7%.





Bedrijvigheid en veiligheid


5. Openbare orde en veiligheid

Subjectieve en objectieve veiligheid Oude IJsselstreek verhogen samen met inwoners, bedrijven en instellingen

  • Bedrijventerreinen KVO-B

Het aantal bedrijfsinbraken is gestegen 67 in 2005 naar 130 in 2006.

  • Uitgaan/horeca

3,9% ondervindt regelmatig tot vaak overlast. In 2002 was dit 4%. De politiecijfers geven aan dat in 2006 6 incidenten zijn geregistreerd over geluidshinder van horeca. In 2005 lag dat aantal op 5.

  • Grootschalige evenementen

-




Jeugd en veiligheid


6. Maatschappelijke zorg

Het versterken van de sociale samenhang, het voorkomen van problemen en het bevorderen van deelname van alle inwoners aan de samenleving.


  • Integrale aanpak hangjongeren

Cijfers zijn in 2006 gedaald naar 190 incidenten (in 2005 was dit 242)

Volgens de veiligheidsscan is het meest voorkomende buurtprobleem overlast door jongeren



  • Alcohol en drugs

De overlast van alcohol en drugs in de eigen woonbuurt (soms, regelmatig of vaak) is gestegen van 25,5% in 2005 naar 32,3% in 2006. De cijfers laten een daling zien.

  • Veilig in en om de school




  • 12-minners







Verkeer en Veiligheid

3. Verkeer en Vervoer

Het vergroten van zowel de objectieve als subjectieve verkeersveiligheid. De prioriteit ligt hierbij op schoolthuisroutes, (brom)fietsverkeer en landbouwverkeer.

Daarnaast de realisatie van voldoende parkeerplaatsen op de daarvoor gewenste locaties..



  • Parkeergelegenheid

Cijfers over parkeerproblemen zijn gedaald van 79 incidenten in 2005 naar 61 incidenten in 2006.

48,3% van de ondervraagden ondervindt soms, regelmatig of vaak parkeeroverlast. In 2002 was dat 45,6%.



  • Verkeersveiligheid en aaneensluiten netwerk van (brom) fietsvoorzieningen, zowel utilitair als recreatief

62,5% van de respondenten (in 2002 54,7%) is van mening dat er soms, regelmatig tot vaak sprake is van een gevaarlijke verkeerssituatie in de eigen woonbuurt.

  • Objectieve en subjectieve verkeersveiligheid

De cijfers van de politie laten een daling zien in het aantal verkeersongevallen terwijl het veiligheidsgevoel daalt (veiligheidsscan)

  • Verkeersveilige schoolthuisroutes (schoolzones)

Heeft met name te maken met het subjectieve gevoel van onveiligheid.

  • Verkeersveilige landbouwroutes

Met name in Varsseveld wordt de suggestie gedaan om landbouwverkeer uit de bebouwde kom te weren. Volgens informatie vanuit GVVP ook Etten.




Brandweer

5. Openbare orde en Veiligheid

Inrichten brandweerorganisatie die alle schakels van de veiligheidsketen naar behoren kan uitvoeren. Hierbij wordt rekening gehouden met de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

  • Meerjarenbeleidsplan Brandweer




Diverse ontwikkelen en verbeterpunten voor de brandweerorganisatie komen in dit plan aan bod.




Externe Veiligheid

4. Volksgezondheid en Milieu

5. Openbare orde en veiligheid



Schone en milieuhygiënische leefomgeving

  • Risico’s gevaarlijke stoffen/externe veiligheid

2,5% zegt soms, zelden of vaak overlast te hebben van leefmilieu gevaarlijke stoffen.

  • Opslag, transport en verantwoording groepsrisico




-




Rampenbestrijding

5. Openbare orde en veiligheid

Subjectieve en objectieve veiligheid Oude IJsselstreek verhogen samen met inwoners, bedrijven en instellingen

  • Medewerkers opleiden en oefenen

-

  • Samenwerken met buurgemeenten

-


3.4 Voortzetten huidige activiteiten

Binnen de gemeente Oude IJsselstreek zijn al veel acties opgepakt op het gebied van veiligheid.

Het doel van de nota integrale veiligheid is om alle bestaande activiteiten op het gebied van veiligheid te coördineren. Alle instrumenten worden samenhangend in beeld gebracht en de maatregelen volgens de integrale aanpak uitgevoerd. De maatregelen zijn niet uitputtend. Regelmatig zullen zich nieuwe veiligheids- en leefbaarheidsproblemen voordoen. In een aantal gevallen kan met de inzet van de bestaande middelen het probleem opgelost worden. Soms zijn nieuwe maatregelen nodig. In alle gevallen is maatwerk gewenst.
3.5 Organisatorische inbedding

Dankzij een goede organisatorische inbedding blijft de integrale beleidsvoering in stand.

Van belang is dat alle veiligheidszaken met alle betrokkenen goed gecoördineerd worden.

Op zowel bestuurlijk als op ambtelijk niveau voert de gemeente de regie.

De interne en externe afstemming over het veiligheidsbeleid vindt plaats door de Stuurgroep Integrale Veiligheid (stuurgroep IV).
De ambtelijke regie over het veiligheidsbeleid gebeurt via de Veiligheidscoördinator ( 1e medewerker openbare orde en veiligheidsketen van de afdeling Veiligheid). Deze ziet erop toe dat de verschillende beleidsontwikkelaars participeren, projecten invulling krijgen en dat de beleidsvoering aan de gang blijft. In bijlage 3 is het veiligheidsnetwerk schematisch weergegeven.
3.6 Samenwerking buurgemeenten

Veel gemeenten worden geconfronteerd met dezelfde veiligheidsproblemen. Een groot aantal van deze problemen wordt met succes opgelost. Ook worden vaak fouten gemaakt, waarvan anderen weer kunnen leren. Het is dan ook niet nodig om elke keer het wiel opnieuw uit te vinden. Het is echter wel noodzakelijk om altijd maatwerk te leveren. Binnen het district Achterhoek en de Veiligheidsregio Noord- en Oost Gelderland is het van belang veiligheidsprojecten samen op te pakken.

Voorbeelden van samenwerking met buurgemeenten:


  • Opleidings- en oefenplan voor het district Achterhoek opgesteld.

De acht gemeenten in de Achterhoek hebben gezamenlijk een opleidings- en oefenplan opgesteld met het doel alle functionarissen die een rol hebben binnen de rampenbestrijding beter voor te bereiden op hun taak. In 2005/2006 hebben per vier gemeenten de opleidingen van de deelprocessen plaatsgevonden. Eind 2006 zijn de oefeningen voor de deelprocessen per gemeente georganiseerd. Binnen de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland is een opleidings- en oefenplan voor 2007-2008 voor 22 gemeenten opgesteld.


  • Regionale werkgroepen per deelproces ingesteld

Om de deelprocessen verder uit te werken en om in de toekomst te gaan werken met poolvorming hebben de AOV’ers per deelproces een werkgroep ingesteld. De AOV’er coördineert de werkgroep en de voortgang wordt in het AOV-overleg bewaakt.

In elke werkgroep zijn de 8 gemeenten (procesverantwoordelijken of hoofden actiecentra) vertegenwoordigd. De gemeente Oude IJsselstreek begeleidt het deelproces CRIB.




  • Piketregeling

De gemeenten Oude IJsselstreek, Berkelland en Winterswijk hebben een piketregeling voor de AOV’ers vastgesteld. De overige gemeenten hebben ook interesse om zich bij de piketregeling aan te sluiten.
Het Regionaal College van Noord- en Oost-Gelderland heeft in april 2006 zeven besluiten genomen om de veiligheid in de regio op tal van terreinen te verbeteren. Om de besluiten regiobreed uit te voeren is het project NOG Veiliger gestart. Doel: "Het verbeteren van de samenwerking tussen de gemeenten, de politie en het openbaar ministerie en het in gezamenlijkheid aanpakken van veiligheidsproblemen binnen de regio Noord- en Oost-Gelderland".
Binnen het project NOGVeiliger worden de volgende veiligheidsthema’s gezamenlijk opgepakt:

Jeugdoverlast, Verkeersveiligheid, Huiselijk geweld, fietsendiefstal, Nazorg ex-gedetineerden, veelplegersaanpak, alcoholmatigingsbeleid en uitgaansgeweld.




4. Randvoorwaarden
4.1 Interne en externe communicatie

Om integraal samen te werken is een goede afstemming nodig. Bij de meeste veiligheidsrelevante projecten en werkzaamheden is het van essentieel belang dat de communicatie tussen gemeentelijke afdelingen optimaal is.

Aandachtspunten van interne communicatie zijn:


  • Bewustzijn veiligheid bij ambtenaren creëren

  • Het onderling afstemmen van beleid

  • Creëren van een duidelijke positie van de rol van veiligheidscoördinator

Voor een utstekende samenwerking is de communicatie met externe veiligheidspartners eveneens van essentieel belang.

Aandachtspunten van externe communicatie zijn:



  • Communiceren wie binnen de gemeente aanspreekpunt is voor welke problemen.

  • Veiligheidspartners betrekken bij de ontwikkeling en uitvoering van beleid.

  • Werkbezoeken afleggen door college en raad aan veiligheidspartners.

Inwoners moeten via een eenvoudige wijze toegang hebben tot informatie over het veiligheidsbeleid. Internet is een medium dat op een eenvoudige wijze kan voorzien in het verstrekken van informatie.
4.2 Financiën

Veiligheidsbeleid is integraal beleid. Er is dan ook een breed scala van terreinen waar veiligheid in meer of mindere mate aan de orde is. Omdat veiligheid veelal indirect in de beleidsplannen tot uitdrukking komt, is het moeilijk na te gaan hoeveel exact hieraan wordt uitgegeven.

In de uitwerking van het jaarprogramma door het college komen de acties en projecten aan de orde. Een aantal hiervan zal met alleen inzet van capaciteit en zonder extra financiële kosten te realiseren zijn. Anderen zijn al voorzien van een financiële dekking. Het valt niet uit te sluiten dat vanwege schaarse financiële middelen uiteindelijk keuzes gemaakt moeten worden, ofwel prestaties geprioriteerd gaan worden.

Uiteraard zal het college van burgemeester en wethouders haar eventuele voorstellen daarover op de gebruikelijke wijze communiceren met de gemeenteraad.


4.3 Evaluatie

Alle maatregelen in het jaarprogramma van het college worden jaarlijks geëvalueerd. Deze evaluatie wordt te beoordeling door het college aan de raad voorgelegd. De raad kan hierdoor uitvoering geven aan de controlerende taak en beoordelen of het college binnen de kaders van het vastgestelde beleid heeft gehandeld en de gemaakte afspraken is nagekomen

Na 4 jaar wordt de wijze van integraal werken en de verschillende veiligheidsthema’s geëvalueerd en wordt op basis daarvan het nieuwe veiligheidsbeleid bijgesteld en geformuleerd.

Bijlage 1: Partners integraal veiligheidsbeleid
In deze bijlage worden de belangrijkste partners van het integraal veiligheidsbeleid beschreven en op welke wijze de partners met elkaar samenwerken.


    1. Inwoners van Oude IJsselstreek

Inwoners zijn belangrijke partners in de integrale gemeentelijke veiligheidszorg. Zij hebben niet alleen recht op veiligheid maar ook de verantwoordelijkheid om de veiligheid te waarborgen. Zij kunnen waarden en normen uitdragen en de openbare ruimte beschermen. Daarnaast signaleren zij vaak als eersten bepaalde problemen op het terrein van veiligheid en leefbaarheid.

In Oude IJsselstreek zijn 16 belangenverenigingen en wijkraden actief. De belangenverenigingen en wijkraden zijn een belangrijke partner binnen het integrale veiligheidsbeleid door gevraagd en ongevraagd namens de inwoners veiligheids- en leefbaarheidsproblemen aan te kaarten.




    1. Gemeente Oude IJsselstreek


Gemeenteraad

Een daadkrachtige en betrokken gemeenteraad is één van de belangrijkste voorwaarden voor het welslagen van het lokale veiligheidsbeleid. Met een actieve en sturende bijdrage van de gemeenteraad mag worden verwacht dat lokaal veiligheidsbeleid succesvol wordt.

Binnen het duale stelsel stelt de raad de kaders en het integraal veiligheidsbeleid vast, door het stellen van prioriteiten, het scheppen van randvoorwaarden en het beschikbaar stellen van financiën.

Door het vaststellen van de Kadernota Integraal Veiligheid wordt inhoud gegeven aan deze kaderstellende taak.


De burgemeester

Lokaal veiligheidsbeleid vraagt om betrokkenheid en verantwoordelijkheid van de burgemeester die verder gaat dan het invullen van zijn wettelijke verantwoordelijkheid voor het openbare orde- en veiligheidsbeleid. Naast deze wettelijke taak is de burgemeester ambassadeur van het integraal veiligheidsbeleid. De burgemeester geeft als bestuurlijke spil van het veiligheidsbeleid de gemeentelijke regisseursrol vorm.


Het college

Dualisering houdt in dat de primaire verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het beleid bij het college van burgemeester en wethouders ligt. Het college is verantwoording schuldig aan de gemeenteraad. In Oude IJsselstreek is iedere wethouder verantwoordelijk voor zijn eigen portefeuille. De integrale coördinatie ligt bij de burgemeester terwijl de portefeuillehouders verantwoordelijk zijn voor onderdelen van het veiligheidsbeleid, zoals jeugdbeleid en verkeer.


Veiligheidscoördinator

De veiligheidscoördinator is de vertegenwoordiger van het integraal veiligheidsbeleid en ondersteuner van het bestuur. Deze beleidsontwikkelaar fungeert voor zowel interne als externe partijen als aanspreekpunt op het gebied van veiligheid. Verder is deze persoon verantwoordelijk voor het stimuleren en volgen van de voortgang van de uitvoering van het beleid.


Managementteam

Voor het succesvol uitvoeren van het integraal veiligheidsbeleid is voldoende ambtelijke capaciteit noodzakelijk. Het managementteam is verantwoordelijk voor opname van uren voor het integraal veiligheidsbeleid binnen de afdelingsplannen.


Brandweer Oude IJsselstreek

De brandweer speelt een belangrijke rol bij het voorkomen en bestrijden van branden, ongevallen en rampen. Mede doordat haar activiteiten de gehele veiligheidsketen bestrijken, van pro-actie tot en met nazorg, is zij een belangrijke factor in het lokaal veiligheidsbeleid. Door de advisering van de brandweer te betrekken bij het vaststellen van bestemmingsplannen, structuurplannen, bouwplannen en evenementen, wordt het veiligheidsniveau in de gemeente verhoogd.




    1. Politie en Openbaar Ministerie


Politieteam Oude IJsselstreek

De politie signaleert ontwikkelingen op het gebied van veiligheid, voert afspraken uit, ziet daarop in de praktijk toe en rapporteert aan de burgemeester. Het integraal veiligheidsbeleid is samen met het politieveiligheidsbeleid leidend voor de politie. Op basis van een goed veiligheidsbeleid kan de inzet van de politie bepaald worden. Een belangrijke rol binnen het veiligheidsbeleid is weggelegd voor de wijkagenten: zij zijn immers de oren en ogen van een wijk. Door de wijkagenten te betrekken bij het veiligheidsbeleid kunnen problemen preventief worden aangepakt.


Politieregio Noord- en Oost Gelderland

De totstandkoming van de inhoud van het politiebeleid wordt sterk beïnvloed door landelijke kaders, het openbaar ministerie en uiteraard de burgemeesters van de politieregio. Daarbij is de rol van de burgemeester tweeledig: enerzijds staat de burgemeester vanuit zijn verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid aan het hoofd van de politie en anderzijds is de burgemeester als voorzitter van het college en de gemeenteraad een belangrijke speler op lokaal niveau. De gemeente stelt ten aanzien van diverse onderwerpen lokaal beleid vast dat consequenties heeft voor de efficiëntie van het politiebeleid. Om de meer betrokkenheid te realiseren gaat de regiopolitie de opzet van de beleidscyclus anders invullen. Daarnaast vindt er een betere afstemming plaats tussen de prioriteiten van politie, openbaar ministerie en gemeente.


Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie (OM) is één van de partners in het gemeentelijk veiligheidsbeleid. Hoewel het OM zich van oudsher richt op de opsporing en vervolging van strafbare feiten, is de laatste jaren de preventieve invalshoek van steeds groter belang geworden. Daarmee samenhangend is ook het belang van bestuurlijk overleg steeds meer onderkend.


3.4 Veiligheidsregio Noord en Oost Gelderland

Sinds 1 april 2004 is de Veiligheidsregio Noord- en Oost- Gelderland (VNOG) een feit. Binnen deze Veiligheidsregio bereiden de operationele diensten (brandweer en GHOR) en de gemeenten zich gezamenlijk voor op rampen en crisis. De operationele diensten hebben zich inmiddels op regionaal niveau georganiseerd. De gemeenten hebben zich op bestuurlijk niveau ook op deze schaal georganiseerd via de Wet gemeenschappelijke regelingen. De VNOG is dus een vorm van verlengd lokaal bestuur.

In de doelstelling van de gemeenschappelijke regeling staat: “de veiligheidsregio heeft tot doel het behartigen van de gemeenschappelijke belangen van de gemeenten op het terrein van de openbare veiligheid en hulpverlening……”


    1. Overige externe partners

Een integrale aanpak is alleen mogelijk als er sprake is van samenwerking met betrokken instanties, zoals woningbouwcorporaties, ondernemers en maatschappelijke instellingen. Deze externe partners zijn op bepaalde onderdelen van het veiligheidsbeleid direct betrokken en deskundig. Het gaat dan om woningbouwcorporaties, Veilig Verkeer Nederland, ondernemers, scholen en maatschappelijke instellingen.


Bijlage 2 Begrippenlijst
Integraal veiligheidsbeleid

Integraal veiligheidsbeleid is veiligheidsbeleid dat alle veiligheidsvelden bestrijkt, interne en externe partners bij de aanpak betrekt en ook de organisatorische borging van het beleid regelt.


Veiligheidsvelden

Veiligheid is een breed begrip. Een manier om het hanteerbaar te maken en het tegelijk af te bakenen, is door te werken met veiligheidsvelden. Binnen de velden vallen veiligheidsthema’s die bij elkaar pas­sen. De methode kernbeleid veiligheid onderscheidt vijf veiligheidsvelden: veilige woon- en leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid, fy­sieke veiligheid en integriteit en veiligheid.


Sociale veiligheid

Sociale veiligheid is veiligheid rond sociale (inter­menselijke) relaties en activiteiten. De bedreigingen van de sociale veiligheid zijn velerlei. Het kan gaan om jeugdoverlast en vandalisme maar ook om in­braken, huiselijk geweld, autocriminaliteit en radi­calisering. Sociale veiligheid strekt zich uit over de veiligheidsvelden veilige woon- en leefomgeving, bedrijvigheid en veiligheid, jeugd en veiligheid en integriteit en veiligheid.


Fysieke veiligheid

Fysieke veiligheid is veiligheid in verband met de fysieke omgeving van bewoners. Het gaat om de veiligheidsrisico’s van gebouwen, gevaarlijke stof­fen, natuur en verkeer.


Externe veiligheid

Externe veiligheid is een onderdeel van fysieke vei­ligheid. Het gaat hierbij om de veiligheidsrisico’s voor de omgeving in verband met opslag, bewer­king en transport van gevaarlijke stoffen.


Regierol

De regierol is de taak van de gemeente om de be­leidsontwikkeling en –uitvoering aan de gang te houden, partners betrokken en aan hun afspraken te houden en nieuwe items snel op te pakken en van een aanpak te voorzien.


Objectieve verkeersveiligheid

Deze vorm van verkeersveiligheid wordt gemeten door op grond van de ongevallengegevens.


Subjectieve verkeersveiligheid

Deze vorm van verkeersveiligheid geeft aan wat de weggebruiker als onveilig ervaart; van belang omdat mogelijk potentiële conflicten worden voorkomen waardoor een preventieve werking ontstaat en voor een prettig en veilig woonklimaat moet in de directe woonomgeving voor bewoners geen dreiging van verkeer uitgaan.



Bijlage 3:

V
Raad
eiligheidsnetwerk


College



Stuurgroep IVB

  • Burgemeester

  • Teamchef politie

  • Brandweercommandant

  • medewerker afd. Veiligheid

  • Officier van Justitie (agendalid)

  • Wethouders (agendalid)

Maandoverleg politie

Maandoverleg

brandweer

Ambtelijke regiegroep

Horeca


Jeugd en veiligheid


Leefbaarheid



Verkeersveiligheid


Brandweer



Externe Veiligheid

Rampenbestrijding


1 Uit programmabegroting 2007-2010

Kadernota integraal veiligheidsbeleid 2007-2010






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina