Gent Jazz Festival 2009 Eerste deel: 8 12 juli 2009 Bijloke, Gent



Dovnload 16.77 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte16.77 Kb.
Gent Jazz Festival 2009
Eerste deel: 8 – 12 juli 2009 – Bijloke, Gent.
Na enkele jaren afwezigheid, was ik dit jaar weer van de partij. Zoals u ondertussen al wist, heeft het festival vorig jaar een naamsverandering ondergaan van ‘Blue Note Festival’ naar ‘Gent Jazz Festival’, en werd het gamma aan artiesten breder opengetrokken.
Traditioneel is het eerste luik van het festival gewijd aan de pure, onvervalste jazz, zeg maar hedendaagse jazz met respect voor het verleden. Toch stond tijdens de openingsavond dit jaar als “top-of-the-bill”, de blueslegende B.B. King geprogrammeerd. Deze “Special Night” ging door op woensdag 8 juli.
Het Belgische kwartet Bender Banjax mocht de spits afbijten. Deze groep won immers vorig de wedstrijd Jong Jazztalent. Alles draait rond de composities van saxofonist Erik Bogaerts. Pianist van dienst is Christian Mendoza, en die speelt ook bij Lady Linn and her Magnificent Seven, maar bij Bender Banjax kan hij meer de improvisatie aanspreken. Voeg daaraan drummer Stijn Cools en bassist Axel Gilain toe, en de line-up is compleet.
Daarna was het de beurt aan zangeres China Moses & haar pianist Raphael Lemonnier. China is zangeres een animatrice op de Franse televisie, werkt voor MTV, maar is vooral bekend als de dochter van Dee Dee Bridgewater. Samen met Lemonnier nam zij een geprezen eerbetoon aan wijlen Dinah Washington op, ‘This One’s For Dinah’. China bracht haar show duidelijk met plezier, ze zong zelfs mee met de instrumenten. Ze bracht swingende nummers, maar ook trage covers zoals ‘What A Diff’rence A Day Makes’ en ‘Cry Me A River’. Na haar laatste nummer ‘Evil Gal Blues’, waarin ze zingt dat ze overal mannen rondom haar heeft, en die rond haar vinger windt, veerde het publiek recht. China was echt bekoord door deze reactie en bleef het publiek bedanken. Ze werd verder begeleid door Daniel Huck op sax, Fabien Marcos op bas, en door Jean Pierre Derouard op drums.
Dan was het wachten op de hoofdmoot, de levende blueslegende B.B. King, die al tientallen jaren de “King of the Blues” genoemd wordt. De tent was ondertussen volgelopen, stampvol, er was zelfs geen zitplaats meer te bemachtigen. Het podium werd ingenomen door zijn band, bestaande uit Stanley Abernathy op trompet, James Bolden op trompet, Dennis Charles op gitaar, Tony Coleman op drums, Melvin Jackson op sax, Walter King op sax, en Reginald Richards op bas. Zij speelden een drietal nummers zonder hun frontman. Dan kwam B.B. King eraan, en die nam prompt centraal plaats op een stoel. Dat kan je hem niet kwalijk nemen, de man is immers drieëntachtig jaar oud! Deze krasse senior speelde uiteraard op zijn lievelingsgitaar ‘Lucille’ (die hij noemde haar een vrouw om wie jaren geleden tijdens een optreden, een vechtpartij ontstond), maar praatte tussendoor ook door een micro met anekdotes de tracks aan elkaar. Zo zei hij over de song ‘Darling You Know I Love You’ dat hij die schreef toen uw grootouders nog jong waren. Grappen en grollen waren niet uit de lucht, zo ook zijn ontmoeting met Eric Clapton in New York City. B.B. had op gevels en muren in de stad de graffiti “Clapton is God” gezien, en toen Clapton hem één of andere song voorstelde om samen te spelen, antwoordde hij “Yes God!”. Ook bracht B.B. een song van producer T Bone Burnell, ik meen dat het ‘Please See That My Grave Is Kept Clean’ was. “Ik sta toch al met één been in het graf” grapte hij verder. Ook verwoordde hij dat hij niet zo opgezet is met de manier waarop rappers en hiphoppers het over vrouwen hebben in hun liedjes. Hij verontschuldigde zich voor hen en zei: “All ladies are beautiful. Women are God’s greatest gift to man.” En naarmate je ouder wordt, zijn alle vrouwen mooi voegde hij eraan toe. Daarop speelde hij het overbekende liedje ‘You Are My Sunshine’ voor de vrouwen, en de tent zong mee. Naar het einde riep hij onze Boogie Boy op het podium, en die nam prompt plaats achter een keyboard en jamde mee. Een song voor de mannen kon uiteraard niet uitblijven. Daarmee was B.B. King al over tijd met zijn optreden, maar er kon toch nog één nummer af. De regen had het publiek niet weerhouden om talrijk hierbij aanwezig te zijn, en men verliet dan ook opgetogen de tent.

Donderdag 9 juli concerteerde het Brussels Jazz Orchestra en tevens werd de vijfde editie van de Brussels Jazz Orchestra International Composition Contest gehouden. Vier laureaten, van wie de composities vertolkt werden, waren weerhouden om door te stromen naar de finale. De laureaten stonden zelfs in als dirigent en de prijsuitreiking zou later op de avond volgen. De line-up van het BJO was de volgende: Frank Vaganée (altsaxofoon, sopraansaxofoon, fluit), Dieter Limbourg (alt- en sopraansaxofoon, klarinet, fluit), Kurt Van Herck (tenor- en sopraansaxofoon, klarinet, fluit), Bart Defoort (tenor- en sopraansaxofoon, klarinet), Bo Van der Werf (baritonsaxofoon, basklarinet), Marc Godfroid (trombone), Ben Fleerakkers (trombone), Lode Mertens (trombone), Laurent Hendrick (bastrombone), Serge Plume (trompet, bugel), Nico Schepers (trompet, bugel), Pierre Drevet (trompet, bugel), Jeroen Van Malderen (trompet, bugel), Nathalie Loriers (piano), Jos Machtel (bas), en Klaas Baljon (drums).


Maar eerst werd plaats geruimd voor het Fred Hersch Trio + 2. Deze man heeft de reputatie om één van de briljante pianisten van zijn generatie te zijn. Hij werd bijgestaan door John Hébert (bas), Nasheet Waits (drums), Tony Malaby (saxofoon), en Ralph Alessi (trompet). Ik vond zijn muziek echter teveel improvisatie. Ik hou er nu eenmaal van om de melodielijn te volgen, en dat werd me bij deze muziek te moeilijk.
Na de pauze, en voor de hoofdact van deze avond werd er overgegaan tot de prijsuitreiking van voormelde BJO Award. Uit de vier voorgestelde laureaten koos het publiek (dit jaar voor de eerste maal) de Japanse Sakidu Nasuda. En enkele minuten later bleek dat diezelfde dame ook het vertrouwen van de professionele jury gekregen had, want ze ontving tevens de prijs van de jury.

Daardoor startte het eerbetoon aan wijlen Nina Simone: ‘Sing The Truth: The Music of Nina Simone’ een half uur later. Vier zangeressen zouden deze hommage brengen: Dianne Reeves, Lizz Wright, Angelique Kidjo en Simone, de dochter van Nina zelf. Vijf jaar geleden ging deze productie in première in Carnegie Hall. Op de scène stond de begeleidingsband, bestaande uit: Al Shackman (gitaar en vibrafoon), Chris White (bas), Paul Robinson (drums), Leopoldo Fleming (percussie), en Bob Dorough (piano). Shackman profileerde zich als muzikaal directeur en langdurige begeleider en vriend van Nina. Hij zou tussen de verschillende zangeressen korte anekdotes vertellen. En zoals u wellicht weet zaten daar ook feiten tussen zoals het afscheid dat Nina nam van de VS omwille van de rassendiscriminatie. Er was wel veel minder volk komen opdagen dan de dag voordien, maar dat kon de sfeer niet verpesten. Lizz Wright vatte aan met ‘I Loves You Porgy’, gevolgd door een song over ‘Tim Crowe’. Ze bracht ze op haar eigen manier, met gevoel voor soul, gospel, jazz en blues. Daarna kwam dochter Simone aan de beurt, en Shackman vertelde dat hij haar zien opgroeien had. Ze bracht twee nummers, met in de tweede song een vibrafoonsolo. Angelique Kidjo is afkomstig uit Benin in Afrika en zij belichaamde dan ook perfect de Afrikaanse roots van dit project. Tijdens ‘See That Woman’ toverde ze Afrikaanse danspasjes tevoorschijn, waarna de Brelcover ‘Ne Me Quitte Pas’ volgde. Na een trage intro kwamen in het refrein Afrikaanse ritmes aan bod. Dianne Reeves sloot het rijtje af met haar krachtige jazzstem. ‘Be My Husband’ werd een a capellanummer met enkel begeleiding van percussie. Nadien volgde nog een song. Wright kwam weer aan de beurt nu ook met een a capellanummer, waarna ‘Lailac Wine’ volgde. Simone bracht: ‘Keeper Of The Flame’ en ‘I’m Feeling Good’. Kidjo vervolgde met het overbekende ‘My Baby Just Cares For Me’ en het al even mooie ‘Young, Gifted & Black’. Reeves sloot aan met een gesproken nummer met de nadruk op Nina’s bijnaam, “The High Priestess Of Soul”, waar die overigens niet van moest weten. Daarna volgde: ‘But Beautiful’ en het geliefde ‘I Put A Spell On You’. Tijd nu voor alle vier zangeressen om samen de afsluiter te brengen. Het werd een nummer dat ik niet ken. Ik denk dat de nagedachtenis van Nina Simone hiermee eer aangedaan werd, en dat de vier zangeressen toch hun eigen stempel op de vertolkingen drukten.


Zaterdag 11 juli, onze Vlaamse feestdag, mocht het Free Desmyter Quartet de avond openen. In deze muziek kwamen diverse invloeden aan bod. De line-up zag eruit als volgt: Free Desmyter (piano), John Ruocco (tenorsax, klarinet), Manolo Cabras (bas), en Marek Patrman (drums).
Trompettist Christian Scott uit New Orleans is zowel geliefd bij de hiphopgemeenschap als bij de jazzpuristen. Ik zag nog net enkele nummers op het einde van zijn optreden, die getuigden van veel doorleefdheid, met uiteraard heel wat improvisatie. Tijdens de voorstelling van zijn band maakte hij enkele grapjes. Die band zag er als volgt uit: Jamire Williams (drums), Mathew Stevens (gitaar), Milton Fletcher (piano), en Kristopher Keith Funn (bas).
Gitarist George Benson volg ik al van in 1976, en ik mag me dan ook een grote fan van hem noemen. Hoewel ik hem al eens live aan het werk zag, wou ik dit optreden toch niet missen. Een aangevraagd interview, en een unieke kans om mijn elpees te laten signeren, werd door het management afgewimpeld, maar dat kon de pret van het optreden niet drukken. George stond samen met zijn band bestaande uit: Michael O’Neill (gitaar, zang), Buddy Williams (drums), Stanley Banks (bas), en Thom Hall (keyboards) voor een overvolle tent. Hij opende zijn show met ‘Weekend in LA’, een ouder instrumentaal jazzfunk nummer. Onmiddellijk kon je vaststellen dat George een virtuoos op de jazzgitaar is, en dat bewees hij met zijn energiek gitaarspel, waar de vonken van afspatten. Daarna volgden nog zo twee tracks, waarna ‘Nature Boy’ uit de boxen schalde. Tijdens deze cover van Nat King Cole scatte George mee met zijn gitaar, wat zowat zijn handelsmerk is. De wereldberoemde ballade ‘Nothing’s Gonna Change My Love For You’ kwam eraan, die ook bekend werd in de coverversie van Glenn Medeiros. George ging in diezelfde stijl verder met de ballade ‘In Your Eyes’. Tussendoor zei hij in correct Nederlands “dankuwel” en zijn favoriete woord uit alle talen, “asjeblieft”. Ja, George is al meerdere malen op het North Sea Jazz Festival in Nederland te gast geweest, en daar zal hij enkele woordjes opgepikt hebben. Uit de elpee ‘Give Me The Night’ volgde dan het nummer ‘Love X Love’, waarna twee songs uit zijn nieuwste cd weerklonken. Die heb ik nog niet onder ogen en oren gehad. Tijd dan voor een soloact met de Ierse folksong ‘Danny Boy’. George liet ons enkele heupwiegende bewegingen zien tijdens zijn hit ‘Turn Your Love Around’, die gevolgd werd door een andere hit ‘Lady Love Me’. En het publiek schreeuwde om ‘Give Me The Night’, dat er warempel op bestelling leek aan te komen. De tent ging uit de bol, het publiek veerde recht en danste. We werden getrakteerd op een lange versie, waarna George van het podium verdween. Michael O’Neill stelde zijn collega’s van de band voor tot George weer opdaagde en een ellenlange versie van zijn hit ‘On Broadway’ inzette. Die werd afgerond met een drumsolo. De band vervolgde met een instrumentaal stukje uit ‘Shake Your Body’ van The Jacksons, maar George was al weg. Hij vroeg om hem de nacht te geven, en dat deden we met plezier. Toen ik jaren geleden aan Bertrand Flamand, de festivaldirecteur, voorstelde om George Benson op het programma te plaatsen, lachte die dat weg. Maar wie laatst lacht, best lacht!
Deel twee van dit festival komt dra online.
Meer info:

www.gentjazz.com
Patrick Van de Wiele


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina