Gent Jazz Festival 2009 Tweede deel: 16 19 juli 2009 Bijloke, Gent



Dovnload 30.08 Kb.
Datum21.08.2016
Grootte30.08 Kb.
Gent Jazz Festival 2009
Tweede deel: 16 – 19 juli 2009 – Bijloke, Gent.
Het tweede luik van het festival concentreert zich meer op de diverse mengvormen die met jazz mogelijk, en dat zijn er heel wat. Fusion, of jazzrock en jazzfunk, zal wel de bekendste zijn, maar daarnaast is die fusie ook mogelijk met soul, singer/songwriter, wereldmuziek en zelfs met hiphop.
Openingsact van dit deel (donderdag 16 juli) was de Belgische act Briskey. Alhoewel op hun vorige cd de Briskey Big Band latinbeats, en nummers uit de jaren dertig bracht, sloegen zij met hun nieuw album ‘Before-During-After’ een totaal andere weg in. De muziek doet filmisch aan, het lijkt wel een soundtrack voor een ongemaakte film noir. Soms klinken die lang uitgesponnen nummers ietwat weemoedig, en soms zorgde een zangeres voor bijna onverstaanbare zangpartijen. Frontman is Gert Keunen, die samplers, keyboards en synthesizers bedient, gesteund door Nicolas Roseeuw (sopraan- en bassax), Bart Maris (trompet), Tom Verschoore (trombone), Sara Gilis (Fender Rhodes), Isolde Lasoen (drums), Tim Vandenberg (contrabas), en Dorona Alberti (zang).
Tweede geprogrammeerde act vanavond was de Amerikaanse soulzangeres Leela James. Leela kwam in 2005 op de proppen met haar debuut ‘A Change Is Gonna Come’, uiteraard geïnspireerd op de old school soul van o.a. Sam Cooke. Ze nam afstand van de hedendaagse R&B en keerde terug naar de roots van de echte soul, waar ik van hou. Sedertdien stond ze in het voorprogramma van wijlen James Brown, trad ook al eens aan op het North Sea Jazz Festival, en schotelde ons dit jaar nog een cd voor die ook weer bol staat met covers van ouwe soulsongs. Mijn verwachtingen waren dus hoog gespannen voor haar show. Haar band, die bestaat uit Ralph Kearns op keyboards, Ricardo Ramos op gitaar, Steve “Supe” White op drums, Christopher “Rahboo” Saab op bas, Rudolph Bird op percussie en achtergrondzangeressen Tifaney Wilson & Gloria Ryan Burns, zette met rauwe funk de beuk erin. Leela kwam springend de bühne op, met een geweldig groot Afrokapsel. Onmiddellijk deed ze denken aan Chaka Khan, met haar rauwe energie en uiterlijk. Er kwam een funknummer aanzetten, waarvan de intro me deed denken aan ‘Car Wash’, maar dat werd het toch niet. Leela en haar band produceerden heel wat decibels, en vooraan bij de boxen was het oorverdovend. De James Brown cover ‘Gonna Have A Funky Good Time’ volgde, en het publiek (dat tijdens dit tweede luik van het festival rechtstond) kwam op dreef. Af en toe bracht de gitarist een loeiend hard geluid voort, maar voor de cover ‘Don’t Speak’ van No Doubt werd alles kalmer. Daarna was het de beurt aan de cover ‘Joy And Pain’ van Maze feat. Frankie Beverly, en Leela riep zowaar heel wat mensen uit het publiek op het podium, om mee te swingen. Iets later herkende ik ook een fragment uit de Philly hit ‘I Love Music’ van The O’Jays, waar Leela aan toevoegde: “I love Music, especially soul Music”. Tussendoor volgden enkele originele tracks, tot de Rolling Stones’ cover ‘Miss You’ ingezet werd. Naar het einde toe schreeuwde ze tot de tent: “Do you really love soul Music? Do you really love me?”, waarop de bijna volle tent, die al een tijdje uit de bol ging, gretig op inspeelde. Mijn vergelijking met Chaka Khan was rechtmatig, want die zangeres is één van haar favorieten. Het minpunt aan dit optreden was voor mij de afwezigheid van een blazerssectie, wat in soulmuziek essentieel is.
Hoofdvogel van vanavond was de Britse zanger Jamie Lidell, die vroeger de helft uitmaakte van het Duitse duo Super Collider. Jamie woonde immers in Berlijn, maar is nu omwille van een lief, verkast naar New York City. Hij verraste vriend en vijand met zijn twee cd’s ‘Multiply’ en ‘Jim’, door de combinatie van soul, funk en elektronica. Ook zijn live optredens waren “ijzersterk” te noemen. Ik was dus benieuwd naar deze “blue-eyed soulman”. Enkele dagen geleden verving hij nog Joss Stone op het Cactus festival in Brugge, die afblies wegens ziekte. Zijn band zette de set in, en bestaat uit: Andre Vida (die soms simultaan bariton en altsax speelt, en op magic stick een vocoderstem levert), Taylor Savuy (op gitaar en bas), Willie B (op drums & baspedalen) en Phil Parnell (op keyboards). Jamie kwam daarna op en zong songs uit zijn twee cd’s. Daarbij demonstreerde hij solo zijn kunnen als “human beatbox” en als a capella zanger, soms met twee microfoons tegelijk, zichzelf begeleidend op sampler, en andere elektronica. Zijn nummers vond ik te langgerekt, en ze neigen meer naar dance, dan naar soul. Ook ging hij in duet met Andre Vida op zijn vocoderstick. Lidell deed me meer dan eens denken aan Jamiroquai, en van die moderne dance, weliswaar met soulinvloeden, moet ik nu eenmaal niet hebben. Zijn stem vergelijken met Otis Redding, Stevie Wonder of zelfs Marvin Gaye vind ik toch iets te hoog gegrepen. Maar het jonge volkje smaakte dit optreden best. Ikzelf wachtte teleurgesteld het einde niet af.
De slotavond van dit festival ging door op zondag 19 juli. Voor het eerst werd er samengewerkt met Hogeschool Gent Conservatorium. Opener van dienst was het Hogent Jazz Orchestra, dat vooral eigen nummers bracht, naast enkele covers en standaards. De line-up zag er als volgt uit: Jim Cole (zang), Elke Bruyneel (zang), Jasmine Tomballe (zang), Peter Lesage (piano), Maarten Standaert (bas), en Wouter Van Tornhaut (drums). Daarna was het de beurt aan onze eigen Lady Linn & Her Magnificent Seven. Lady Linn (De Greef) kwam vooral naar voren als een zangeres met een mooie stem, die nummers zong uit de jaren twintig, dertig, veertig en vijftig. Die swing vertoonde toch hier en daar wat soul & funktrekjes. Voor enkele nummers ging ze zelfs aan de piano een “quatre mains” aan. Uiteraard is haar bekendste liedje ‘I Don’t Wanna Dance’, dat nu in hitparade staat. Wij kennen het vooral in de originele versie van Eddy Grant (de vroegere leider van The Equals). De bomvolle tent klapte mee en genoot van haar poppy jazz. Na haar optreden kwam de Hogeschool Gent Conservatorium haar in de bloemetjes zetten, en overhandigde haar als oud-studente een oorkonde als ereambassadrice. Tijdens het bisnummer stelde ze de band voor die bestond uit: Marc De Maeseneer (bariton saxofoon), Frederick Heirman (trombone), Tom Callens (tenor saxofoon), Yves Fernandez (trompet), Christian Mendoza (piano), Koen Kimpe (bas), en Matthias Stansaert (drums). Tijdens ‘Right On’ mocht iedere muzikant dan ook zijn solostukje opvoeren.
De Amerikaanse Melody Gardot was vorig jaar één van de revelaties op dit festival, en mocht haar act dit jaar overdoen. U kon het al lezen in mijn recensie van haar cd ‘My One And Only Thrill’, ze ging gitaar spelen en songs schrijven door haar auto-ongeluk van een aantal jaar geleden. Ze zette echter een ingetogen versie in van het bekende ‘Ain’t No Sunshine’ (wijlen Michael Jackson, Bill Withers), en vervolgde met ‘Who Will Comfort Me?’ uit haar nieuwste cd. ‘Love Is Easy’ volgde, waarna ze het sambanummer ‘Les Etoiles’ ten gehore bracht. “Bienvenue à Paris” voegde ze eraan toe, en verder zou ze nog regelmatig een mondje Frans praten. “Ik denk dat jullie (het publiek) een overeenkomst hebben met al mijn boyfriends” zei ze, “jullie zullen me na afloop ook laten vallen”. Dat was echter niet waar, want haar intimistische optreden werd duidelijk gesmaakt, ook al klonk het soms wat eentonig. Melody werd destijds opgevoed door haar grootmoeder, een figuur à la Marlène Dietrich met dito sigarettenhouder, en dat gaf haar toch wat inspiratie. Oh ja, ze zong ook de bossa nova ‘Somewhere Over The Rainbow’ uit de film ‘The Wizard Of Oz’, en het was duidelijk dat we niet meer in Kansas waren! Ze werd op het podium bijgestaan door Kenneth Pendergast (bas), Charles Staab III (drums), Patrick Hughes (trompet), en Bryan Rogers (saxofoon).
En dan was het wachten op de sympathieke spring-in-‘t-veld Jamie Cullum. Hij rende energiek het podium op en begon aan de cover van ‘Please Don’t Stop The Music’ (Rihanna). Rechtopstaand piano spelen is iets waar hij zijn hand niet voor omdraait, en terwijl de meest poppy jazzgeluiden te voorschijn te toveren. Hij sprong zelfs op die piano en ging zijn band voorstellen. Die bestond uit: Brad Webb (drums), Chris Hill (bas), Rory Simmons (trompet), en Tom Richards (sax). Het beeld op de reusachtige Tv-schermen schakelde over naar zwart/wit en je zag duidelijk dat er minder beelden per seconde doorgestuurd werden (een bewuste keuze van het management om illegale opnames te verhinderen?). Jamie beatboxte en simuleerde drums & baslijnen. “Mijn nieuwe cd komt uit in november” zei hij, “jullie hebben er lang moeten op wachten”. ‘Odinary Life’ droeg hij op aan de stad Gent, waar men goed kan drinken, zo constateerde hij. Hij speelde wat percussie en droeg ‘If I Ruled The World’ op aan zijn overleden grootmoeder. “Ik heb het door de Portishead molen gedraaid” grapte hij. Improvisatie ter plekke was voor hem geen probleem, en hij had er zelfs plezier in. ‘Twentysomething’ volgde, waarbij het publiek de melodie meezong. “Ooit heb ik met jullie Toots Thielemans dit duet gedaan” zei hij en bracht ‘What A Diff’rence A Day Makes’ op een trage manier. Het publiek zong soms mee, en Jamie zweeg toen even. ‘I’m All Over It Now’ werd opgedragen aan gedumpt worden, waarna ‘London Skies’ eraan kwam. Clint Eastwood vroeg hem ooit om een song te maken van een bestaand muziekje voor zijn film ‘Grace Is Gone’ (heb ik ooit besproken), en voor diens nieuwste film leverde Jamie weerom een song. Als ultieme break-upsong volgde dan ‘You And Me Are Gone’, gevolgd door ‘These Are The Days’. Qua bisnummers koos hij voor ‘All At Sea’ en ‘The Wind Cries Mary’ (Jimi Hendrix). Wij genoten van zijn opmerkelijk energieke show, grappige aanpak en hoog entertainmentgehalte. Jamie had met stijl het festival afgesloten, een festival waarvoor dit jaar een recordopkomst van vijfendertigduizend bezoekers geteld werden!
De organisatie kan prat gaan op een geslaagd festival!
Line-ups
Bender Banjax
Erik Bogaerts

saxofoon


Christian Mendoza

piano


Stijn Cools

drums


Axel Gilain

bas


China Moses
China Moses: zang

Raphael Lemonnier: piano

Daniel Huck: saxofoon

Fabien Marcos: bas

Jean Pierre Derouard: drums

B.B. King


B.B. King: zang- gitaar

Stanley Abernathy: trompet

James Bolden: trompet

Dennis Charles: gitaar

Tony Coleman: drums

Melvin Jackson: sax

Walter King: sax

Reginald Richards: bas

Brussels Jazz Orchestra
Frank Vaganée: altsaxofoon, sopraansaxofoon, fluit

Dieter Limbourg: alt- en sopraansaxofoon, klarinet, fluit

Kurt Van Herck: tenor- en sopraansaxofoon, klarinet, fluit

Bart Defoort: tenor- en sopraansaxofoon, klarinet

Bo Van der Werf: baritonsaxofoon, basklarinet

Marc Godfroid: trombone

Ben Fleerakkers: trombone

Lode Mertens: trombone

Laurent Hendrick: bastrombone

Serge Plume: trompet, bugel

Nico Schepers: trompet, bugel

Pierre Drevet: trompet, bugel

Jeroen Van Malderen: trompet, bugel

Nathalie Loriers: piano

Jos Machtel: bas

Klaas Baljon: drums

Fred Hersch Trio + 2
Fred Hersch: piano

John Hébert: bas

Nasheet Waits: drums

Tony Malaby: saxofoon

Ralph Alessi: trompet

Nina Simone: ‘Sing The Truth: The Music of Nina Simone’


Dianne Reeves - Lizz Wright - Angelique Kidjo – Simone: zang

Al Shackman: gitaar en vibrafoon

Chris White: bas

Paul Robinson: drums

Leopoldo Fleming: percussie

Bob Dorough: piano

Free Desmyter Quartet
Free Desmyter: piano

John Ruocco: tenorsax, klarinet

Manolo Cabras: bas

Marek Patrman: drums

Christian Scott
Christian Scott: trompet

Jamire Williams: drums

Mathew Stevens: gitaar

Milton Fletcher: piano

Kristopher Keith Funn: bas

George Benson


George Benson: zang - gitaar

Michael O’Neill: zang - gitaar

Buddy Williams: drums

Stanley Banks: bas

Thom Hall: keyboards

Briskey
Gert Keunen: samplers, keyboards en synthesizers

Nicolas Roseeuw: sopraan- en bassax

Bart Maris: trompet

Tom Verschoore: trombone

Sara Gilis: Fender Rhodes

Isolde Lasoen: drums

Tim Vandenberg: contrabas

Dorona Alberti: zang

Leela James


Leela James: zang

Ralph Kearns: keyboards

Ricardo Ramos: gitaar

Steve “Supe” White: drums

Christopher “Rahboo” Saab: bas

Rudolph Bird: percussie

Tifaney Wilson & Gloria Ryan Burns: achtergrondzangeressen

Jamie Lidell


Jamie Lidell: zang – elektronica

Andre Vida: simultaan bariton en altsax, magic stick

Taylor Savuy: gitaar en bas

Willie B: drums & baspedalen

Phil Parnell: keyboards

Hogent Jazz Orchestra


Jim Cole: zang

Elke Bruyneel: zang

Jasmine Tomballe: zang

Peter Lesage: piano

Maarten Standaert: bas

Wouter Van Tornhaut: drums

Lady Linn & Her Magnificent Seven
Lady Linn: zang

Marc De Maeseneer: bariton saxofoon

Frederick Heirman: trombone

Tom Callens: tenor saxofoon

Yves Fernandez: trompet

Christian Mendoza: piano

Koen Kimpe: bas

Matthias Stansaert: drums

Melody Gardot
Melody Gardot: zang

Kenneth Pendergast: bas

Charles Staab III: drums

Patrick Hughes: trompet

Bryan Rogers: saxofoon

Jamie Cullum


Jamie Cullum: zang – piano

Brad Webb: drums

Chris Hill: bas

Rory Simmons: trompet



Tom Richards: sax
Meer info:

www.gentjazz.com
Patrick Van de Wiele



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina