Georges arijs



Dovnload 18.47 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte18.47 Kb.

GEORGES ARIJS


Ik ben vooral een Boonverzamelaar, geen Boonkenner”.


Op 10 mei ll. organiseerde het Louis Paul Boongenootschap een herdenkingsplechtigheid n.a.v. het overlijden van Louis Paul Boon, nu vijf jaar geleden.

Meteen een aanleiding om op bezoek te gaan bij de Erembodegemse Boonverzamelaar Georges Arijs, tevens SP-partijgenoot en ex-COO-raadslid en partijbestuurslid te Erembodegem.
Een gesprek met deze vurige Boonbewonderaar …

Georges, stel uzelf even voor …
Ik ben nu 60 jaar en nog tot 1 november 1984 postman, op dat moment ga ik met pensioen. Ik ben gehuwd met Juliane Van der Jeugd, heb een dochter en kleinzoon. Vroeger was ik actief in het Erembodegemse partijleven, nu gaat al de vrije tijd naar mijn postzegel- en Boon verzameling.
Sinds wanneer en naar aanleiding waarvan werd u partijlid ?
Tijdens de “grote staking” in 1960-61 sloot ik aan bij de toenmalige BSP. In 1961 was ik reeds lid van het plaatselijk partijbestuur.
Dat ging snel ?
Ja, op dat moment was er in Erembodegem een gebrek aan bestuursleden. In deze historische strijdjaren voelde ik de noodzaak aan om ook in Erembodegem tot een goedwerkend partijorgaan te komen. Frans Coppens heeft dan ook niet lang moeten aandringen : ik werd achtereenvolgens bestuurslid, voorzitter, schatbewaarder en COO-raadslid. Na de fusies stopte ik mijn activiteiten.

Een reactie tegen de fusies van gemeenten ?

Neen, eerder interne partijmoeilijkheden waren hiervan de oorzaak. Na de voor Erembodegem ontgoochelende schepenaanduiding wenste ik, samen met zovele anderen, niet langer enige verantwoordelijkheid te dragen. Ik ben wel steeds partijlid gebleven.


Wij kennen u vooral als Boonverzamelaar. Van waar die grote Booninteresse ?
Eigenlijk zeer toevallig. Tijdens de voorbereidende gesprekken voor de gemeenteraadsverkiezingen in 1964 werd het voorstel gedaan om Louis Paul Boon opnieuw aan de kandidatenlijst toe te voegen. Hoewel ik op amper 500 meter van hem woonde, kende ik hem op dat moment nauwelijks, ik had zelfs nog geen boek van hem gelezen.

Ik kan het nog steeds niet verklaren, maar op dat moment voelde ik een onstuitbare drang om de schrijver en mens Boon te leren kennen. Toen een partijdelegatie hem ging bezoeken, nam ik een dag verlof en stapte mee. We hebben toen een lange avond met Louis gepraat, over alles behalve over politiek. Louis liet bij mij een dusdanige positieve indruk na, dat ik snel zijn boeken ben gaan lezen.



Welk boek las u het eerst ?

Ik las eerst “De voorstad groeit” en daarna “Abel Gholaerts”. Het boek dat mij echter het meest aansprak was “Mijn kleine oorlog”. In dit dagboek over het oorlogsleed van de kleine man, schreef hij op het einde : “SCHOP DE MENSEN TOT ZIJ EEN GEWETEN KRIJGEN” – voor mij de aangrijpendste en meestzeggende Boonuitspraak.



Boon heeft deze uitdrukking later zelf gerelativeerd. Hij voegde er immers aan toe : “Wat heeft het allemaal voor zin ?”

Ja, bij de herdruk heeft hij dit aan de slotzin toegevoegd. Maar ik ben vooral een Boonverzamelaar, geen Boonkenner.


Wat verzamel je en hoe ga je tewerk ?
Alles. Boeken, schilderijen, tekeningen, krantenknipsels, foto’s … enz. Eigenlijk alles wat van hem en over hem verschenen is. Wat de boeken betreft moet ik erop wijzen dat ik er naar streef van alle drukken één exemplaar te bezitten. Vele werken zijn eigenhandig door Louis zelf gesigneerd ; zelfs ieder dagblad-“Boontje” heeft hij voor mij gehandtekend. Maandelijks bracht ik Louis met dit doel een bezoek. Toen zijn echtgenote Jeanneke mij aanmeldde, riep hij : “Ja, ik zal zeker mijn pen meebrengen ?”.

In den beginne gaf Louis mij ook al eens een paar boeken. De meeste werken bekwam ik echter via tweedhandswinkels en vrienden. De enige beperking, zeker sinds Louis’ overlijden, zijn de financiële middelen. Sommige werken zijn nu echt onbetaalbaar geworden. Gelukkig heb ik van sommige boeken meerdere exemplaren, zodat ik via ruiling nog één en ander kan bijwinnen.



U kende L.P. Boon van nabij. Hoe zou u “de mens” Boon typeren ?

Toen ik hem in 1964 leerde kennen was hij in Nederland reeds een gekend schrijver. In Vlaanderen kwam de erkenning pas later. Niettemin is hij altijd een eenvoudig man gebleven, bij hem is de bekendheid nooit naar het hoofd gestegen. Je kon met hem gewoon praten van mens tot mens, over alledaagse dingen. Hij gebruikte nooit “hoge” woorden ; zwanste en lachte graag. Hij zei wat hij te zeggen had, zonder er doekjes om te winden. Louis sprak recht voor de vuist. Hij was een groot mens.


Naast zijn sociaal-historische romans waagde hij zich ook op de soft pornografische toer. Hoe sta je hier tegenover ?
Och, je moet Boontje kennen. Na het lezen van Mieke Maaike heb ik hem gezegd : “Louis, dat is toch uw genre niet !”. Hij antwoordde mij : “Neen, Georges, maar ge kent mij, hé … met die Pieter Daens hebben ze mij op een hoog voetstuk geplaatst, nu wil ik dat ze met Mieke Maaike onderaan het voetstuk beginnen trappen, zodat ik weer met mijn twee voeten op de grond sta.”

Ooit Boontjes feminatheek gezien ?

Neen, zijn fotoverzameling heb ik nooit gezien. Ik vermoed dat hij dit liever privé hield. Wel bracht ik hem af en toe in het station achtergelaten weekbladen mee, waarin dergelijke meisjesfoto’s stonden. Ik maakte hem hiermee gelukkig.



Heeft Boon ooit een “Boontje” aan u gewijd ?

Ja, op 6 september 1968 schreef hij een “Boontje” over “SJORS” waarin hij het vooral heeft over mijn maandelijkse bezoeken.



Is er nu reeds interesse voor uw verzameling ?

In den beginne niet, nu Boon echter overleden is groeit de belangstelling. Ik word nu geregeld gevraagd om mee te werken aan tentoonstellingen. In de mate van het mogelijke wil ik ook meewerken aan de initiatieven van het Louis Paul Boongenootschap. Nu na de nieuwe start kijk ik met belangstelling uit naar de nieuwe werking, want dit genootschap heeft nog heel wat opdrachten te vervullen. Ondertussen zet ik mijn zoektocht verder.


Personen die over bepaalde Boonpublikaties beschikken (vooral oude “Boontjes” van vóór mei 1969 en de Rode Vaan van 1945-46 zijn welkom) kunnen steeds contact opnemen met Georges Arijs, Europalaan 16 te Erembodegem, Tel: : 053/21 57 16.

Hierbij drukken wij het “Boontje” af dat L.P. Boon in 1969 opdroeg aan “Sjors” (verschenen in de Vooruit).

Patrick De Smedt


Voor Allen – 6 juli 1984



SJORS

Sjors is een partij- en dorpsgenoot. Er kan geen rode bijeenkomst zijn, of feest, of stichting van iets nieuws, zonder dat hij aanwezig is. Maar vorig jaar heeft hij ook nog een hobbie gekregen : het verzamelen van alles wat door uw dienaar werd neergepend en in druk gebracht.



Hierdoor verschijnt hij haast elke vrije zaterdagmiddag of zondagmiddag aan het tuinhek, komt de tuin doorgestapt en zegt : “Ik ben hier weer eens om u lastig te vallen”. Ook de hond kent hem reeds en loopt hem kwispelstaartend te gemoet.

Wat dat lastig vallen betreft, daar is helemaal geen spraak van. Benieuwd kijk ik dan toe, wat hij nu weer op de kop heeft getikt en uit het inpakpapier te voorschijn zal toveren. Het blijkt dan de eerste druk van De Voorstad Groeit te zijn, die hij ergens godweetwaar kon bemachtigen.

Hij spreekt over deze werken, als een postzegelverzamelaar over zeldzaam geworden eksemplaren. Trouwens, er bestaat een markt van oude boeken, gekwoteerd volgens hun eerste druk, en verhoogd in prijs als de handtekening van de auteur er zich in bevind.

Over het boek Abel Gholaerts kon hij spreken als over een onvindbaar geworden postzegel uit Honoloeloe. Hij wist ook, dat in Amsterdam bij Schumacher- die niet alleen schu’s maakt, maar ook de toon aangeeft voor wat een boek waard is – nog een drietal exemplaren te krijgen waren, maar aan 60 gulden het stuk. Wat in ons geld en voor zijn portemonnee 800 frank betekende.

Dat kon de bruine niet trekken, dat begrijpt ge wel. En dus klopte hij overal aan, bij mensen die hij ervan verdacht het boek te bezitten en er geen interesse voor hadden. En ja hoor, zekere zondagmiddag mocht hij, stralend, het lang begeerde uit het inpakpapier halen.

Mij rest dan alleen nog, de pen te zoeken en er mijn poot in te zetten.

Soms komt hij echter opdagen met iets dat ik zelf niet eens bezit en waarvan ik dan zeggen moet : “Hee, heb ik dat ook nog geschreven ?” Want dat gaat zo, als ge jong zijt : ge leeft en doet, en denkt er niet aan dat zoiets jaren later een zeldzaamheid gaat betekenen.

Een en ander staat ergens nog op een boekenplank bewaard. Het is te zeggen, vóór de komst van Sjors lag het daar zomaar, door elkaar gegooid en vergeten. Hij ging er dan bijstaan en in snuisteren, en dan hoorde ik hem op zijn beurt zeggen : “Hee, hebt gij dat ook nog geschreven ? Daar moet ik ook achter op zoek !”

Hij heeft me de ziekte van het verzamelen overgebracht, zodat ik alles mooi op een rijtje ging plaatsen en nakijken wat ontbrak. Er ontbrak heel veel. Zodat we samen een akkoord zijn aangegaan. De postzegels .. pardon, de boeken die hij vindt en dubbel heeft, zal hij ruilen met wat ik nog vind en dubbel heb.

Ook mijn vrouw interesseert er zich reeds aan. Ik zal een kastje laten maken, zegt ze, met glazen deurtjes en een gordijntje achter, waarin ge oe verzameling te pronken kunt zetten.

Benieuwd kijken we reeds uit naar komende zaterdag, wat Sjors weer voor rariteit gaat ontdekt hebben.

BOONTJE





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina