Geplaatst op maandag 23 juli 2007 09: 00, Nederlands Dagblad De Friese Waterlinie moet weer zichtbaar worden



Dovnload 8.37 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte8.37 Kb.
Geplaatst op maandag 23 juli 2007 09:00 , Nederlands Dagblad
De Friese Waterlinie moet weer zichtbaar worden

door Robert Jan Speerstra


De Friese Waterlinie is veel minder bekend dan de Hollandse Waterlinie. De provincie wil hier verandering in brengen. De Friese verdedigingslijn die langs een stuk of tien schansen loopt, moet weer zichtbaar worden. LEEUWARDEN - De waterlinie? Was dat niet een langgerekt verdedigingswerk ergens in het midden van het land? Een vloeibare muur die tijdens de Tweede Wereldoorlog en lang daarvoor de vijand buiten de deur moest houden? Klopt. Dat is de Hollandse Waterlinie, of beter: de Oude Hollandsche Waterlinie. De Friese Waterlinie, die naar Groningen doorliep tot aan de Dollard, is veel minder bekend.

De Oude Hollandsche Waterlinie stamt uit de zeventiende eeuw en liep van de Zuiderzee bij Muiden via Woerden naar de Biesbosch. In de negentiende eeuw kwam de linie oostelijker te liggen omdat ook Utrecht erin moest worden opgenomen. De naam veranderde in Nieuwe Hollandsche Waterlinie.

Het idee achter de linies was dat grote delen van Holland tegelijk beschermd konden worden door aaneengesloten stukken land onder water te zetten. Het in één keer verdedigen van meerdere plaatsen was nieuw. Voor de verdediging van een waterlinie waren relatief weinig soldaten nodig. Alleen de inlaatplekken voor het water moesten met schansen of forten worden versterkt.

Het onder water zetten van land gebeurde tot het einde van de zestiende eeuw alleen op kleine schaal. Dijken om landerijen nabij een enkele stad werden dan doorgestoken. Of er werden een paar sluizen opengezet. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) moesten de Spanjaarden hierom hun belegering van Alkmaar in 1573 en Leiden in 1574 staken.

Net zoals de Oude Hollandsche Waterlinie min of meer toevallig ontstond door het samenvoegen van afzonderlijke overstromingen, is ook de Friese Waterlinie enigszins bij toeval ontstaan. De linie liep van schans naar schans.

De verdedigingslijn begon in het zuidwesten, aan de Zuiderzee bij Kuinre en Slijkenburg en eindigde in het noordoosten bij de schans van Frieschepalen. Via de schansen in en bij Leek liep het defensiewerk - hier inmiddels de Groningse Waterlinie geheten - door tot aan de Dollard.

De Leeuwarder onderzoeker Meindert Schroor bestudeert de linie momenteel in opdracht van de provincie. Die wil er een toeristische trekpleister van maken. Verdedigingswerken moeten waar mogelijk terugkomen in het landschap.

In het oorlogsjaar 1672, ook wel het Rampjaar genoemd, begonnen de Fransen, de Engelsen en de bisschoppen van Keulen en Münster (de laatste was bisschop Bernhard von Galen oftewel Bommen Berend) aan hun gezamenlijke aanval op de Republiek der Verenigde Nederlanden. Een officiële waterlinie was ook in het Noorden meer dan welkom en kwam er meteen. De Friese Waterlinie bestond eigenlijk uit een serie al wat oudere schansen, zo stelt Schroor. Die waren kort na 1580 gebouwd, het jaar waarin Friesland zich aansloot bij de Opstand tegen Spanje. In 1672 gebeurde er weinig meer dan dat ze werden samengevoegd. Slechts op een paar plaatsen, zoals bij Makkinga, werden er speciaal vanwege de aanval aarden verdedigingswerken bijgebouwd.

Vanaf Kuinre en Slijkenburg volgde de Friese Waterlinie eerst de rivier de Linde. Een flink stuk landinwaarts, in de omgeving van Oldeberkoop, versprong de linie naar de Tjonger. ,,Dat gebeurde omdat de Linde hier te hoog lag en te smal was om het water in oorlogstijd voldoende op te stuwen'', zegt Schroor.

De eerstvolgende schans aan de Linde stond tussen Wolvega en De Blesse; de Blessebrugschans. Hierna volgden de Bekhofschans bij Oldeberkoop en de Tolbrugschans bij Oudehorne. Die laatste stond al aan de Tjonger. Niet ver van deze rivier lag ook de volgende schans; de in 1673 bijgebouwde schans van Makkinga. Na Makkinga kwamen nog drie schansen. Deze maakten wel deel uit van de Friese Waterlinie, maar stonden zelf niet aan het water. De Breebergschans (in de buurt van Waskemeer), de Zwartendijksterschans (bij Een, net over de grens in Drenthe) en de schans van Frieschepalen waren gebouwd op strategische plekken. Schroor: ,,Om belangrijke zandruggen af te sluiten die als wegen door het veen dienden.’’


De Fries-Groningse Waterlinie was een tweede ring, om Noordoost-Nederland te verdedigen. De belangrijkere eerste ring, het Noordoostelijk Frontier, bevond zich zuidelijker en liep van Hasselt aan het Zwartewater via tussenliggende schansen naar Coevorden en zo naar Bourtange en Nieuweschans.

Benzinestation
Evenals het Noordoostelijk Frontier telde de Friese Waterlinie veel meer schansen en versterkingen. Deze lagen echter meer naar binnen toe, noordelijker dus dan de Friese Waterlinie, en vormden op die manier weer binnenringen. Zo stond aan de noordkant van de versterkte plaats Heerenveen de naar binnen gelegen Terbandsterschans. Aan de zuidkant stond de Tjongerschans, ook wel Schoterschans genoemd. Heerenveen zelf, maar ook bijvoorbeeld Gorredijk, waren versterkt met een houten muur (palissade) en een soort gracht. Van de meeste schansen is weinig meer over. Op de plek waar ooit de schans van Kuinre stond, staat nu een tankstation. De schans van Slijkenburg is al in 1703 vergraven en opgegaan in de nieuwe zeedijk, die gebouwd werd na grote overstromingen van 1700 en 1701. Er staat nog wel een kanon. De Bekhofschans is ook zo goed als verdwenen. Hier rest aan de rand van een bosje alleen een kleine heuvel. Wel zijn met palen en stenen de contouren van de schans, die maar 22,5 meter bij 22,5 meter groot was, weer zichtbaar gemaakt. Zo ziet de provincie het graag.

Zo mooi als de Zwartendijksterschans, gebouwd in 1593, versterkt in 1673 omdat Bommen Berend eraan kwam en opgeknapt in 1980, zal hoogstwaarschijnlijk geen enkel verdedigingswerk worden. De schans bij het Drentse Een, nog geen kilometer de grens over bij Haulerwijk, is een van de weinige uit de tijd van de Tachtigjarige Oorlog. Nog even terug naar het noordelijk slagveld. Er werd namelijk flink gevochten in de jaren 1672 en 1673. Ook rond de schansen van de Friese Waterlinie ging het er onder leiding van luitenant-generaal Hans Willem van Aylva soms zeer bloederig aan toe. De Friese troepen hielden echter stand.


Schroor: ,,De Oude Hollandsche Waterlinie werd vermaard omdat vooral deze natte defensielijn de opmars van de Fransen in 1672-1674 stuitte. De Friese Waterlinie zorgde ervoor dat hun bondgenoot, de bisschop van Münster, er niet in slaagde om tot het centrum van Friesland door te dringen.’’




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina