Geschiedenis



Dovnload 158.01 Kb.
Pagina1/3
Datum19.08.2016
Grootte158.01 Kb.
  1   2   3




GESCHIEDENIS

0. DE MIDDELEEUWEN

0.1 DE MIDDELEEUWSE MAATSCHAPPIJ IS EEN STANDENMAATSCHAPPIJ




  • Christendom wordt staatsgodsdienst

Jong Christendom gaat massaal bekeren. Keizer Constantijn (Rome) erkent het Christendom. 100 jaar later wordt het Christendom staatsgodsdienst.

De Kerk neemt de structuren van het Romeinse rijk over. Ze behouden ook de cultuur en geletterdheid van de Romeinen.




  • Het West Romeinse Rijk wordt onder de voet gelopen door (oa) de Germanen.

De Germaanse gewoonten worden de Romeinen opgedrongen. Het Christendom wordt behouden omdat de geletterde priesters erg belangrijk zijn voor de opbouw van de nieuwe staat. Zij hebben namelijk alle kennis en hebben het Romeinse volk achter zich. (Het Christendom is dan ook het enige wat overeind blijft na de val van het West Romeinse Rijk)

Romeinse Staatsopvattingen

Germaanse Staatsopvattingen


Onbeperkte macht van de keizer

koning is wordt verkozen door zijn volk

keizer regeert over gebied

koning regeert over volk

geschreven recht

gewoonterecht

res publica (algemeen belang)




Keizer => volk

Koning <= (mannelijk) volk




  • De Franken behalen overwicht in onze streken.

Door de grote in vloed van de kerk is Clovis (Frankische leider) ergens verplicht zich te laten dopen, wil hij het volk voor zich winnen… Zo verkrijgt hij ook de samenwerking met de Gallo-romeinen.


  • De Middeleeuwse maatschappij bestaat uit drie standen:

Zij die bidden : de clerus (in dienst van God)

Zij die strijden: de adel (in dienst van de staat)

Zij die werken: de boeren (moet de twee andere groepen onderhouden)

0.2 DE FEODALE STAAT


De feodaliteit vindt haar oorsprong in de vazaliteit. Aan de ene zijde staat de leenheer en aan de andere kant de leenman (vazal). De leenman kan op zijn beurt een groep vazallen onder zich scharen. En zo ontstaat de feodale piramide. Het schenken van stukken grond als leen veroorzaakt rijksverbrokkeling.
0.3 VAN DOMINALE NAAR STEDELIJKE ECONOMIE
De Middeleeuwse economie wordt gekenmerkt door haar overwegend agrarisch en gesloten karakter. Heel het economisch leven speelt zich af binnen het domein. De brutale invallen van de Noormannen versterken dit gesloten karakter. De meeste vrije boeren stellen zich onder de bescherming van de plaatselijke grootgrondbezitters. Zo worden ze lijfeigen.

De lijfeigenen krijgen bescherming tegen fysiek geweld (Noormannen), onderdak & grond om te bewerken en werktuigen. Maar ze geven deel van de oogst aan de heer, moeten hem (met geweld) beschermen, staan altijd in dienst van de heer (allerlei karweitjes) & hebben geen enkel persoonlijk (ook seksueel) recht.


De steden beginnen zich te ontwikkelen als gevolg van betere levensomstandigheden. Door een bevolkingstoename (en dus meer werkkracht) ontstaan er oogstoverschotten. De landheren gebieden enkele van hun boeren naar grote kruispunten te trekken om daar de overschotten te verkopen. Na verloop van tijd settelen die boeren zich daar. Zo ontstaan de steden. Omdat de steden zo gemakkelijk te bereiken zijn, en dus erg kwetsbaar zijn, worden ze omwald.

De verkopers of ambachtslui (boeren) in de steden krijgen een ‘keure’, een waarborg voor hun vrijheid in de stad, ze worden maw ‘vrije’ mensen. Wie in de stad een huis (of grond) koopt óf wie er een jaar en een dag verbleef, werd ‘poorter’ (stedeling).

De stedelijke economie wordt gedragen door de gilden en de hanzen. De kooplieden van een bepaalde sector verenigen zich in een ‘gilde’. De kooplieden die met hun (verschillende) producten naar dezelfde streek trokken, verenigen zich in een ‘hanze’. Ambachtslui verenigen zich in een ‘ambacht’. Toch blijven er veel boeren op het land omdat de afzetmarkt nu vergroot is dankzij de stedelingen.
In de steden zijn er drie sociale klassen:

Het Patriciaat: kooplieden, rijken.

Politiek gezien zijn het evengoed ‘boeren’, alleen rijker. Toch zijn ze niet tevreden met geld alleen, daarom trouwden kooplieden vaak met mensen van adel, of kochten ze gewoon een titel van de koning.

De Middenklasse: ambachtslui (meesters en dekens)

De Lagere Klasse: gezellen, bedelaars, vreemdelingen, prostituees, dagloners,…

0.4 EEN GROOT CHRISTELIJK EUROPA ONDER LEIDING VAN DE PAUS


De Middeleeuwse maatschappij staat volledig in het teken van de Kerk. De Paus wordt beschouwd als de opperste machtshebber van het grote Christelijke Rijk. Ook het koningschap heeft een sacraal karakter, de koning staat in dienst van God.
1. HET ONTSTAAN VAN DE LIBERALE MAATSCHAPPIJ



    1. DE NIEUWE TIJD / HET ANCIEN REGIME (1500-1789)

Volledige versnippering van Europa.

De Paus en de Keizer zijn de twee belangrijkste mannen op aarde. Maar bij de opkomst van het protestantisme lijdt de Kerk een groot machtsverlies. Ook de Keizer moet plaatsmaken, voor een koning die de centralisering van de staatsmacht wil doorvoeren. Dit gaat dan ook ten koste van de adel. Men gaat maw van een gesloten agrarische feodale samenleving, naar een meer openbare samenleving, overkoepeld door één macht.

Vele avonturiers varen de wereld rond. Zo ontstaat er een driehoekshandel tussen Europa, Afrika & Amerika. De invoer van oa. Koffie, goud, cacao en katoen maakt de rijke kooplieden, de koning, verzekeraars en financiers stinkend rijk. De rest van de bevolking wordt steeds armer. Hieruit volgt de secularisering, de verwereldlijking van Europa. West-Europa wordt leider op gebied van overzeese handel. De welvaart is nu te vinden in de handel en niet meer in de landbouw.

Het contact met andere culturen zorgt voor een verandering van het wereldbeeld (de Renaissance). Ook de leken (niet-geestelijken) nemen steeds meer belangrijke posities in, zij leren nu ook lezen en schrijven.


  • ONZE STREKEN:

    • Begin 16e eeuw: De Spaanse Habsburgers worden onze vorsten.

Als eerste Keizer Karel. Die zorgt voor zo’n grote welvaart, dat Antwerpen de belangrijkste stad ter wereld wordt.

    • Tweede helft 16e eeuw: Filips II (zoon van Keizer Karel) neemt de macht over. De intrede va het protestantisme zorgt voor grote opstanden(*) want Filips II verkettert iedereen die niet katholiek is. Ook een bevolkingstoename (en dus meer armoede) zorgt voor spanningen. De hele Nederlanden komen in opstand tegen Filips II. Deze opstand wordt geleid door Willem van Oranje. Maar geen van beiden wint.

    • 1585: De val van Antwerpen. We vallen terug ten deel aan de Spanjaarden. De Nederlanden worden gescheiden in Noord & Zuid. Antwerpen wordt Spaans & Katholiek Meteen na de val volgt er een enorme volksverhuizing (vooral wetenschappers, rijken & kunstenaars) naar het Noorden (Amsterdam). De zogehete ‘Brain-Drain’ (het afvloeien van de intellectuele bevolking). Antwerpen ligt net onder de grens. Als schepen naar de haven willen varen, moeten ze dus door ‘vijandig’ gebied (Nederland). De Nederlanders blokkeren de Schelde in hun gebied.

    • Begin 18e eeuw: De Spaanse Habsburgers maken plaats voor de Oostenrijkse Habsburgers.

    • Eind 18e eeuw: Onze streken worden een deel van Frankrijk.

* Door de grote bevolkingsgroei is er nood aan alternatieve anticonceptie. De Kerk voert deze door: - Monogamie

- Op latere leeftijd trouwen

- Niet huwen (niet huwen is geen seks)

- Niet vrijen op zon- en feestdagen, ook niet op de drie dagen voor zondag

- Amenorroe (het uitblijven van de menstruatie door een tekort aan voedsel)



HET VORSTELIJK ABSOLUTISME

De opkomst van het Theocratisch machtsmodel (de macht van de koning is onaantastbaar). Concrete maatregelen ter vestiging van het vorstelijk absolutisme:



  • Centralisatie van het bestuur

  • Uitschakeling van de standenvertegenwoordiging

  • Permanente belastingen (geld nodig voor propaganda, leger, ambtenaren, …)

  • Steun van de Clerus

  • De macht van de adel te verminderen

  • Invoer van koninklijke tribunalen (rechtbanken)





  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina