Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland antwoorden Oriëntatie Opdracht 1



Dovnload 257.26 Kb.
Pagina1/3
Datum17.08.2016
Grootte257.26 Kb.
  1   2   3

Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland Antwoorden opdrachten


Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland - antwoorden

Oriëntatie

Opdracht 1

De ondertekening van de Unie van Utrecht: Nadat er in 1576 na de Pacificatie van Gent een algemene opstand was uitgebroken in de Nederlanden, besloten een aantal Zuidelijke gewesten in 1579 de strijd te staken. Zij sloten de Unie van Atrecht. Het gevolg hiervan was de oprichting van de Unie van Utrecht: Holland, Zeeland en enkele andere gewesten en steden sloten een militair verbond om de strijd tegen Spanje voort te zetten.

Als vervolgens de Spaanse koning Filips II de ban uitspreekt over Willem van Oranje leidt dit tot de Acte van Verlatinghe, waarbij de opstandelingen officieel breken met de Spaanse koning. Balthasar Gerards was degene die de politieke moord op Willem van Oranje in 1584 uitvoerde. De opstandige gewesten gingen op zoek naar een vorst die de soevereiniteit op zich wilde nemen. Toen deze zoektocht op niets uitliep, besloten de leden van de Unie samen verder te gaan als Republiek der Verenigde Nederlanden: een statenbond.

Opdracht 2

a Oriëntatie: Filips II houdt zich niet aan de vrijheden die al sinds de Middeleeuwen in charters zijn vastgelegd.

b Acte van Verlatinghe: Indien een vorst zijn onderdanen overmatig belast en berooft van hun vrijheid, privileges en oude gewoonterechten, hebben de onderdanen het recht om de vorst af te zetten en in zijn plaats een andere soeverein te kiezen. Filips II werd dus afgezet.

c Niet echt. Er staat dat God de koning aan het hoofd van zijn onderdanen heeft geplaatst. De tekst spreekt wel van het recht dat het volk heeft om een vorst af te zetten als hij zich als een tiran gedraagt. Dit is meer volkssoevereiniteit dan democratie.



Opdracht 3





Opdracht 4

a Pim Fortuyn: was hoogleraar, columnist en leider van het project van de ov-kaart voor studenten. Hij zou bij de verkiezingen in 2002 ongetwijfeld veel stemmen hebben behaald met zijn lijst Pim Fortuyn. Hij hekelde de zogenaamde achterkamertjespolitiek.

Willem van Oranje: leidde de opstand tegen Spanje van 1566-1583. Dankzij zijn standvastige houding is ons land gegroeid naar onafhankelijkheid. Daarbij streefde hij naar verdraagzaamheid op religieus gebied.

Willem Drees: was na de Tweede Wereldoorlog minister van sociale zaken en minister-president. Hij was verantwoordelijk voor invoering van de AOW en verschillende andere sociale wetten. Hij kreeg de eretitel Vadertje Drees. Bovendien speelde Drees een belangrijke rol in het verzet.



Waarschijnlijk zullen leerlingen tot de conclusie komen dat de verdiensten van Pim Fortuyn veel minder groot zijn geweest dan de verdiensten van Willem van Oranje en Willem Drees.

Redenen waarom Pim Fortuyn op de eerste plaats eindigde:

Voorbeelden van argumenten:

- Pim Fortuyn was vermoord en dat had een schok teweeggebracht.

- Er was veel angst voor islamitisch terrorisme sinds 9/11. Bovendien nam de onverdraagzaamheid ten opzichte van culturele minderheden toe.

- Pim Fortuyn was een duidelijke politicus, die geen blad voor de mond had genomen tijdens zijn leven.

b Filips II vond de Nederlandse Opstand onrechtmatig. Hij had betaald voor de moord. Spanje was in die tijd geen rechtsstaat. In een rechtsstaat worden burgers beschermd door de wet. Burgers kunnen niet buiten de wet worden gesteld, zoals Willem van Oranje die in de ban was gedaan. Kok benadrukte dat het vermoorden van politici die gebruikmaken van hun vrijheid van meningsuiting, een uitgangspunt van de rechtsstaat, volstrekt ontoelaatbaar is.

Hoofdstuk 1

Opdracht 1

a + b


Paragraaf

Tijdvak




1

Tijd van Steden en Staten

De opkomst van de stedelijke burgerij en de toenemende zelfstandigheid van de stedelijke burgerij

2

Tijd van Ontdekkers en Hervormers

Het conflict in de Nederlanden dat resulteerde in de stichting van de Nederlandse staat

3

Tijd van Regenten en Vorsten

De bijzondere plaats in staatkundig opzicht en de bloei in economisch en cultureel opzicht van de Nederlandse Republiek

4

Tijd van Pruiken en Revoluties

De democratische revoluties in de westerse wereld met als gevolg discussies over grondwetten, grondrechten en staatsburgerschap

5

Tijd van Burgers en Stoommachines

De voortschrijdende democratisering, met de deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces


Opdracht 2

a Stedeling die het poorterrecht (het burgerrecht in een bepaalde stad) verworven had.

b Voor het verkrijgen van een dergelijk poorterrecht moest men een bepaalde som geld betalen: de schout vier penningen, de bode één penning en de gemeene schepenen drie schellingen.

c Stedeling/stadsinwoner (een ingeschreven inwoner van de stad).



Opdracht 3

a Je ziet een officieel, gedrukt document: het stadsrecht van Deventer: 'Rechten ende Gewoonten der stadt Deventer.' Het wapen van de stad is zichtbaar. Ook het jaar van uitgifte: 1644. (Dus dit is niet het oudste middeleeuwse exemplaar). De Staten van Over-IJssel worden vermeld.

b Steden hebben te maken met andere omstandigheden dan het platteland. Een stadsbestuur moest regels kunnen opstellen die rekening hielden met de omstandigheden in de stad. Denk aan de handel en het organiseren van markten, de wens om zelf snel te kunnen rechtspreken.

c Ter beoordeling van de docent.

d Een stad werd in hoge mate autonoom en had met de landheer weinig meer van doen.

e Binnen de republiek was Deventer zeer autonoom. De stad koos haar eigen regering, bestuur en rechters.

f Tussen 1148-1795.

g Ter beoordeling van de docent.



Opdracht 4

a


  • De hertog van Brabant mocht geen oorlog voeren of belasting heffen zonder instemming en raadpleging van de Brabantse steden.

  • Indien de hertog zich hier niet aan hield, hadden de onderdanen het recht om in opstand te komen.

b De hertog van Alva heeft een groot aantal leden van de adel en rijke burgers vermoord en hun goederen in beslag genomen, waaruit zijn tirannieke en bloeddorstige aard blijkt.

c en d Naast het beschermen van de veiligheid, het behoud van bezit en de vrijheid van het geloof benadrukt Willem van Oranje in 1581 het behoud van rechten, privileges en vrijheden.

In de apologie rechtvaardigt Willem van Oranje de Opstand voor een veel grotere groep van de bevolking. De Opstand heeft zich uitgebreid over de Nederlanden. In het verleden zijn er in delen van de Nederlanden vrijheidsrechten vastgelegd waarop Willem zich kan beroepen.

Hij benadrukt dat hij 'recht op opstand' als 'vrij Heer' en 'soeverein vorst' heeft.

e Een apologie is een verdediging van het geloof. Willem schreef deze in reactie op de banvloek van Filips II. Hij verdedigde de verdraagzaamheid op geloofsgebied en de vrijheidsrechten.

Opdracht 5

a De grotere vrijheid was mogelijk door het ontbreken van een sterke centrale burgerlijke overheid en een machtige geestelijkheid.

Gewetensvrijheid was vastgelegd in de Unie van Utrecht. Wellicht omdat men een zo breed mogelijke steun van de gehele bevolking wenste bij de strijd tegen Spanje. Bovendien wilde Willem van Oranje godsdienstige verdraagzaamheid.

Persvrijheid ontstond omdat de Hollandse regenten weigerden zich te onderwerpen aan de adviezen van kerkelijke instanties, die voor gebodsbepalingen waren. De Staten-Generaal stelden zich in navolging van Holland terughoudend op.

b De Hollandse Staten konden besluiten om bepaalde geschriften te verbieden. Ook de stad Haarlem droeg Casteleijn op 'geen saacken rackende dese stad' te publiceren.

c Er was geen godsdienstvrijheid. Er waren allerlei beperkingen voor andersdenkenden. Zij mochten geen kerken bouwen en geen openbare functies bekleden.

d Gewetensvrijheid: er kwamen grote groepen geloofsvluchtelingen naar de Republiek. Persvrijheid: een grote bloei van de boekdrukkerij omdat veel buitenlandse werken in de Republiek werden gedrukt.

Opdracht 6

a Er was sprake van een ernstige economische terugval in de tweede helft van de achttiende eeuw. De Patriotten schreven dit toe aan de macht van een gesloten groep, de regenten, en van Willem V, een onbekwame bestuurder. Dit laatste bleek uit het verlies in de Vierde Engelse Oorlog.

b In een aantal gewesten en steden grepen de Patriotten de macht. Dit was revolutionair want dit doorbrak de vriendjespolitiek van de regenten. Door de inval van Pruisen in 1787 waren de veranderingen echter van tijdelijke aard en kan er niet van een echte revolutie worden gesproken.

c


  • gelijkheid van burgers voor de wet

  • vrijheid van vereniging en vergadering

  • vrijheid van godsdienst

  • afschaffing feodale rechten

  • recht van petitie (klachtrecht)

  • bescherming van vreemdelingen

d Basiswet waarin de regels staan die de grondslag vormen voor de wetgeving in een land.

Opdracht 7

Men was bevrijd van het bestuur van prins Willem V en van de regentenkliek. Maar van een echte bevrijding was eigenlijk geen sprake door de Franse bezetting.



Opdracht 8

De term Bataafse Republiek was afgeleid van de Bataven. Deze West-Germaanse stam kwam in 69 na Chr. onder leiding van Julius Civilis in opstand tegen de Romeinen. Zij staan sindsdien symbool voor het streven naar een onafhankelijk bestuur. In die zin is de verwijzing naar de Bataven in de periode 1795-1806 ook niet terecht.



Opdracht 9

a


  • de koning werd onschendbaar

  • de ministers werden verantwoordelijk

  • het parlement kreeg meer rechten

  • de leden van de Tweede Kamer werden voortaan rechtstreeks gekozen

  • de leden van de Eerste Kamer werden voortaan getrapt via de Provinciale Staten gekozen

  • het recht van vereniging en vergadering werd in de grondwet opgenomen

  • de vrijheid van onderwijs werd vastgelegd

  • er kwam censuskiesrecht

b De belangrijkste wijziging was dat de ministers verantwoordelijk werden voor het bestuur en daarbij verantwoording moesten afleggen aan het parlement. Hierdoor kwam de macht te liggen bij de gekozen volksvertegenwoordiging.

Leerlingen zullen dit antwoord niet zo formuleren. Wel biedt een discussie in de klas mogelijkheden om tot dit antwoord te komen.

c De macht verschoof van de vorst naar de volksvertegenwoordiging.



Opdracht 10

a Caoutchouc is de toenmalige naam voor rubber, daarmee kan je alle kanten op. Men gebruikte deze benaming omdat de kentekenen van geschiktheid en welstand rekbare begrippen waren.

b


  • belastingkiesrecht. Iedereen die aangeslagen is in de grond-, personele, vermogens- of bedrijfsbelasting en zijn aanslag heeft voldaan, zal kiezer zijn. Bij de grondbelasting is een minimum van één gulden vereist.

  • Daarnaast werd kiesrecht toegekend

Opdracht 11

a Tegenstanders van kiesrechtuitbreiding waren wellicht van mening dat een deel van het volk nog niet toe was aan het kiesrecht, omdat men bij demonstraties met stenen gooide en op zondag vergaderde, iets wat gelovigen niet was toegestaan en wat als onbeschaafd werd beschouwd.

b De bron is afkomstig van een zichzelf beschaafd achtend burger. Hij spreekt over 'dat stenengooiend gepeupel' en hij acht strijd tegen het kapitalisme verwerpelijk: 'het volk dat kapitaal diefstal noemt'. De afkeuring van het op 'zondag vergaderen' is een voorbeeld van christelijke gebondenheid in tijd en plaats.

Opdracht 12

Mogelijke argumenten van voorstanders van censuskiesrecht:

- werklozen dragen financieel niet bij aan de staat en arbeiders doen dat minimaal, dat geeft geen rechten

- om te mogen meebeslissen is voldoende opleiding nodig

- het volk heeft te weinig beschaving

- vrouwen hebben een taak in het gezin en niet in het openbare leven


Mogelijke argumenten van tegenstanders van censuskiesrecht

- iedere burger heeft recht op inspraak, dus kiesrecht

- het betalen van een bepaalde som belasting is geen goed criterium; iemand die hard werkt in bijvoorbeeld een fabriek zou ook rechten moeten hebben

- het bestuur moet een vertegenwoordiging zijn van alle burgers

- iedere burger draagt via belastingen bij aan de kosten van een staat, dat geeft ook rechten

- burgers voelen zich bij kiesrecht ook meer betrokken bij het bestuur


Mogelijke achtergronden van voorstanders van censuskiesrecht:

Achtergrond van meningsverschillen zijn vooral gebondenheid in tijd en plaats van tegenstanders, angst om macht te verliezen en geregeerd te worden door de massa. Dit zou economisch belangrijke consequenties kunnen hebben voor de rijke burgerij.


Mogelijke achtergronden van tegenstanders van censuskiesrecht

Veel mensen hadden door hun levensomstandigheden geen invloed op het bestuur, dat maatregelen nam in het belang van diegenen die wel invloed hadden. Zij droegen op hun manier ook bij aan de welvaart van het land en mochten daaraan ook rechten ontlenen.



Hoofdstuk 2

Opdracht 1

Door de uitvinding van de boekdrukkunst konden denkers hun ideeën op grotere schaal gaan verspreiden en nam hun invloed toe. In dit hoofdstuk worden de belangrijkste politieke denkers behandeld in de periode tussen 1500-1900.



Opdracht 2

a Vooral aan de prachtige gebouwen en de kerktorens. De rijkdom van een stad kwam vaak tot uitdrukking in de architectuur van de stedelijke gebouwen.

b Het beeld van een tijdelijke agressieve alleenheerser, die zowel sluw als krachtig is en zich laat leiden door het motto: het doel heiligt de middelen.

c Door zijn werk als ambtenaar voor de Republiek Florence kwam Machiavelli in contact met Cesare Borgia. Deze steunde een oude tegenstander bij de pausverkiezing. Toen deze tot paus verkozen was liet hij Borgia arresteren. Machiavelli kwam tot de conclusie dat je in de politiek nooit moet vertrouwen op beloften.



Opdracht 3

a Machiavelli leefde in een tijd waarin Italië verdeeld in stadstaten en kleine staten die onderling streden om meer macht en invloed. Hierbij speelde corruptie een belangrijke rol. Machiavelli was van mening dat in deze situatie een krachtig bestuur het best de belangen van Florence zouden dienen.

b Verdedigers van het absolutisme zouden in zijn denken een verdediging van het absolutisme zien. Alleen absolutisme kon onderlinge strijd om macht en invloed tussen de leden van de adel voorkomen. Bovendien kon de internationale positie versterkt worden als een vorst met onbeperkte macht het land leidde.

c In de achttiende eeuw meende men dat Machiavelli's werk bedoeld was om wrede en sluwe heersers te onthullen. Nadat het land tot bloei was gebracht werd vrijheid weer belangrijk, die alleen bereikt kon worden door zelfbestuur van burgers.

d Hier zijn argumenten voor en tegen mogelijk. Wellicht aardig voor een korte discussie.

Voor: In de spotprent worden de slechte kanten van de regentenaristocratie onthuld door te wijzen op hun eigenbelang en corruptie, die ze leren uit het boek De Heerser van Machiavelli. De prent onthult als het ware de slechte daden van de regenten en komt op voor een bestuur van burgers.

Tegen: In de spotprent ligt de nadruk op regenten die er alles aan doen om hun macht te handhaven en daarbij uitgaan van de leer van Machiavelli dat je niemand mag vertrouwen en tegenstanders moet uitschakelen (bliksems op de Post van de Neder-Rhijn).

Opdracht 4

a Op de prent staat de machtige Leviathan (de wereldlijke machthebber), die regeert met staf en zwaard in zijn handen. Zij staan symbool voor zijn ongedeelde macht en zijn garant staan voor de veiligheid van het land.

b Cromwell was leider van de parlementstroepen in de Engelse burgeroorlog tegen de naar absolutisme strevende koning Karel I. Nadat Karel was terechtgesteld, werd in 1649 de monarchie afgeschaft. Cromwell had als legerleider grote macht. Hij kwam nu zelf meer dan eens in conflict met het parlement. In 1653 werd hij na een staatsgreep een militair-dictator (Lord-Protector). Kort na zijn dood werd het koningshuis hersteld.

Hobbes was tegen parlementarisme en hij stond daarom achter de staatsgreep van Cromwell.

c Een sociaal contract was nodig omdat alle mensen in de natuurtoestand hetzelfde wilden bereiken. Dit leidde tot onderlinge wedijver, wantrouwen en eerzucht en uiteindelijk een oorlog van allen tegen allen. Om vrede te bereiken moest men zijn vrijheid opgeven en een sociaal contract sluiten. Hierin werd overeengekomen dat iedereen het onbeperkte recht op zelfverdediging moest overdragen aan de Leviathan, de soeverein.

Opdracht 5

a Het aan de macht komen van Cromwell:

Cromwell was de aanvoerder van de republikeinse troepen in de Engelse burgeroorlog tegen de autoritaire koning Karel I. De strijd leidde uiteindelijk tot de afschaffing van de monarchie in 1649. Oliver Cromwell kreeg de macht in Engeland in handen door leider te worden van de Staatsraad. Hij regeerde bij dictatoriale volmachten. Op 16 december 1653 liet hij zich door de Krijgsraad benoemen tot Lord-Protector, een soort 'ongekroonde koning', voor de daarop volgende vier jaar.

Belangrijkste denkbeelden van Hobbes:



  • in de natuurtoestand heerst wetteloosheid (een oorlog van allen tegen allen)

  • uit zelfbehoud moeten mensen een sociaal contract tekenen

  • hierbij moet men zijn vrijheid opgeven en het recht op zelfverdediging overdragen op de soeverein met onbeperkte macht

  • een soeverein zorgt voor de veiligheid; indien hij verslagen wordt, hoeft hij niet meer gehoorzaamd te worden.

Glorious Revolution: De Glorious Revolution is de benaming van de troonsbestijging van de Nederlandse stadhouder Willem III en zijn echtgenote Maria Stuart als koning en koningin van Engeland. In Engeland regeerde de vader van Maria, Jacobus II. Hij stoorde zich nauwelijks aan het parlement en streefde naar absolute macht. In 1688 vond een groep aanzienlijken de tijd rijp voor verzet. Zij nodigden stadhouder Willem II uit met een leger naar Engeland te komen ter bescherming van de parlementaire staatsvorm en de anglicaanse kerk. De armada van Willem was, met 53 oorlogsschepen en een kleine 400 transportschepen, zo'n vier keer groter dan de Spaanse Armada van 1588. De snelheid waarmee de hele operatie werd opgezet liet diepe indruk achter. Willem ging op 15 november bij Torquay aan land en spoedig werd duidelijk dat zijn leger sterker was dan dat van zijn schoonvader Jacobus II. Op 28 december trokken de toekomstige nieuwe koning en koningin van Engeland Londen binnen; vijf dagen later vluchtte Jacobus met medeweten van Willem naar Frankrijk. Willem liet een Conventie bestaande uit verkozen parlementariërs bijeenroepen om de troonopvolging te regelen. Het Lagerhuis wilde Willem wel, zij het ten dele als gekozen koning vanuit het principe van de volkssoevereiniteit, maar de Lords wilden Willem alleen als regent of als prins-gemaal. Willem dreigde daarop zijn leger naar de Republiek terug te trekken, wat een burgeroorlog tot gevolg gehad zou hebben. Onder deze druk gaven de Lords toe en Willem en Mary werden gezamenlijk tot soeverein uitgeroepen nadat ze een Declaration of Rights hadden aangehoord. De Glorious Revolution, zoals de parlementariër John Hampden de machtsgreep voor het eerst noemde in 1689, is het prille begin van de parlementaire democratie in Engeland; de rechten van de koning werden wat beperkt en doordat Willems band met het land vrij zwak was, wist het parlement een machtspositie te verwerven die het nooit meer zou afstaan. Overigens dacht Hampden zelf meer aan een 'terugwenteling' naar de oude privileges en vrijheden; het woord had toen nog niet zijn moderne betekenis van 'sociale vernieuwing'.

Denkbeelden van Locke:



  • in de natuurtoestand heerst geen wetteloosheid

  • iedereen heeft recht op natuurlijke rechten, zoals het recht op leven, vrijheid en bezit

  • de mensen vertrouwen de oorspronkelijke macht voorlopig toe aan een soevereine macht

  • indien dit vertrouwen zou worden geschonden dan kon het volk het recht terugnemen om zelf als hoogste macht op te treden; actief verzet was dus gerechtvaardigd

b




Hobbes

Locke

denkbeelden


in de natuurtoestand heerst wetteloosheid
bij het sociaal contract moet men zijn vrijheid en het recht op zelfverdediging opgeven

men draagt zijn vrijheid over aan de soeverein met onbeperkte macht; dit zorgt voor vrede


indien de soeverein verslagen wordt hoeft hij niet meer gehoorzaamd te worden

in de natuurtoestand heerst geen wetteloosheid
iedereen heeft recht op natuurlijke rechten, zoals het recht op leven, vrijheid en bezit
men vertrouwt de oorspronkelijke macht voorlopig toe aan een soevereine macht
indien het vertrouwen wordt geschonden, dan kan het volk het recht terugnemen om zelf als hoogste macht op te treden

persoonlijke ervaringen leiden tot verschil van inzicht

Hobbes leefde in een tijd van burgeroorlogen tussen de vorst en het door adel beheerste parlement. Hij was bang voor anarchie. Hij hechtte groot belang aan het bewaren van de vrede. Hij verdedigde de republiek van Cromwell en rechtvaardigde de afzetting van Karel I, die niet meer voor vrede zorgde.

Locke was secretaris van Shaftesbury, de leider van de politieke oppositie tegen koning Karel II.

Na een mislukte opstand vluchtten ze samen naar Nederland. Ze keerden terug na de Glorious Revolution, waarbij Willem III de rechten van het parlement accepteerde.



Opdracht 6

a Iedereen had volgens de door God ingestelde natuurwet natuurlijke grondrechten en was dus in die zin gelijk. Belangrijke grondrechten zijn vrijheid en recht op bezit. De oorspronkelijke macht werd voorlopig toevertrouwd aan de vorst. Er bleef sprake van volkssoevereiniteit want het volk kon de macht terugeisen.

Vrijheid, gelijkheid en volkssoevereiniteit zijn belangrijk uitgangspunten van het liberalisme.

b De koning accepteerde de rechten van het parlement. Hiermee kwam definitief een einde aan het streven naar vorstelijk absolutisme.




  1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina