Geschiedenis van de democratische rechtsstaat in Nederland antwoorden Oriëntatie Opdracht 1



Dovnload 257.26 Kb.
Pagina3/3
Datum17.08.2016
Grootte257.26 Kb.
1   2   3


Opdracht 5

Let op: het onderstaande is een beknopt voorbeeldschema uit 2007.


Partij

Opgericht

Reden oprichting

Verschil met nu

CDA

1977

fusie ARP, CHU, KVP



Brede christelijke volkspartij

Geen

PVDA

1945

fusie SDAP, VDB, CDU



Doorbraak

Vooruitstrevende volkspartij

SP

1971

Maoïsme

Is nu voor socialisme

VVD

1948

Liberalisme, onvrede bij vrijzinnig-democraten over de

PvdA


Geen

PVV

2006

Onvrede over beleid VVD

Steeds meer nadruk op islamisering

Groen Links

1988

fusie PSP, PPR, CPN



Terugloop aanhang van kleine linkse partijen; accent op milieu

Geen

CU

2000

fusie GPV, RPF



Overeenkomsten tussen kleine reformatorische partijen

Wordt gematigder als lid van de coalitie

D66

1966

Een nieuwe doorbraak in de jaren zestig

Meer nadruk op vooruitstrevend liberalisme

SGP

1918

Bijbelvast; kritiek op samenwerking tussen protestanten en katholieken;

Geen; iets meer mogelijkheden voor vrouwen die lid zijn

PvdD

2006

Onvrede over bestaande dierenwelzijn

Geen

Verdonk

2007

Conflict binnen VVD over leiderschap

Beweging: Trots op Nederland


Opdracht 6

Ter beoordeling van de docent.

Toepassen in tijdvak

Opdracht 7

a Ter beoordeling van de docent.

b Vastgelegd werd dat de gewesten hun eigen privileges behielden. In Holland en Zeeland werd de vrijheid van godsdienst ingesteld. De overige steden en gewesten kregen de vrijheid om een eigen beleid op het gebied van godsdienst te voeren. Nadrukkelijk werd gesteld dat goedwillende steden en gewesten die katholiek wilden blijven, niet van deelname aan de Unie werden uitgesloten.

c De strijd in tegen Spanje was gericht tegen de centralisatiepolitiek van Filips II. In de Unie van Utrecht werd gewestelijke vrijheid vastgelegd op het gebied van de godsdienst.

d Willem van Oranje was voorstander van verdraagzaamheid en godsdienstvrijheid.

e Ja, de Republiek was een economische supermacht in opkomst. Daar paste een tolerante houding ten aanzien van andersdenkenden bij.

f Voor de moeilijke strijd tegen Spanje moest er worden samengewerkt. Daarvoor was godsdienstvrijheid en een eigen gewestelijke godsdienstpolitiek noodzakelijk.

Opdracht 8

a Onvrede over de economische terugval van de Republiek en het wanbestuur van de stadhouder en de regenten.

b Officieel waren de Oranjes geen vorsten. Maar na het Tweede Stadhouderloze Tijdperk had de uit Friesland afkomstige stadhouder Willem IV in alle gewesten bijna een monarchale macht gekregen.

c De Franse koning Lodewijk XVI en de Engelse koning George III.

d Nee, de Republiek bestond uit zelfstandige gewesten.

e Aan de Amerikanen die zich tijdens de vrijheidsoorlog hadden bewapend.

f Locke (grondrechten), Rousseau (volkssoevereiniteit) en Montesquieu (scheiding der machten).

Opdracht 9

a Een eenheidsstaat zou kunnen uitgroeien tot een veel krachtiger staat met een sterker leger. De oude tegenstellingen tussen de zee- en landgewesten tijdens de Republiek zouden niet terugkeren. De ontwikkelingen in de richting van een eenheidsstaat die ingezet waren tijdens Bataafse Republiek en de Franse tijd waren onomkeerbaar.

b Tijdens het Wener Congres streefde men naar restauratie van de oude vorstenhuizen en een nieuw Europees machtsevenwicht. In dit kader wilde men juist een krachtige staat ten noorden van Frankrijk.

c Bij een vorstelijke positie past een eenheidsstaat. Herstel van de oude statenbond zou zijn positie verzwakken en internationaal minder aanzien geven. Zijn vaders positie was tijdens de Patriotse Revolutie ernstig in gevaar geweest.



Opdracht 10

a Het liberalisme vormde een ernstige bedreiging voor de machtspositie van de vorsten.

Liberalen eisten volkssoevereiniteit en meer rechten voor het parlement.

b


Frankrijk

Liberalisme en socialisme

De koning trad af. Frankrijk werd een republiek. De socialist Louis Blanc kreeg tijdelijk veel invloed. Lodewijk Napoleon Bonaparte werd president en in 1852 keizer.

Italië

Nationalisme en liberalisme

Opstand van Lombardije en Venetië, werd neergeslagen. In het koninkrijk der Beide Siciliën werd een liberale grondwet ingevoerd.

Oostenrijk-Hongarije

Liberalisme en nationalisme

Keizer Ferdinand I moest aftreden..

In Hongarije kwam men in opstand tegen de overheersing door Oostenrijk.



Duitse staten

Nationalisme en liberalisme

Tijdelijke invloed van het parlement van Frankfurt.

Nederland

Liberalisme

Een nieuwe grondwet met ministeriële verantwoordelijkheid en meer rechten voor het parlement.

Opdracht 11


Tijdvak

Land

Invloed

Tijd van Ontdekkers en Hervormers


Zwitserland
Spanje

Calvinisme: recht op verzet tegen vorst
Politiek van Filips II leidt tot een opstand

Tijd van Regenten en Vorsten

Engeland

Glorious Revolution

Tijd van Pruiken en Revoluties

Engeland
Zwitserland

Frankrijk

Verenigde Staten


Denkbeelden van Locke
Denkbeelden van Rousseau

en Montesquieu

Franse Revolutie (vrijheid,gelijkheid)
Amerikaanse vrijheidsoorlog en grondwet


Tijd van Burgers en Stoommachines

Frankrijk
Diverse landen (Frankrijk, Duitsland, Oostenrijk, Italië)
Engeland

Code Civil
Revolutiejaar 1848

Suffragettes (vrouwenkiesrecht)



Tijd van de Wereldoorlogen

Eerste Wereldoorlog (diverse landen)

Grondwetswijziging 1917

Tijd van de Televisie en de Computer

Diverse landen die samenwerken in de VN en de Europese instellingen

Internationale verdragen

Opdracht 12

a 'De mens opvoeden tot het ware geloof en tot het onderhouden van Gods geboden.' Dit is niet gerealiseerd. Doordat tijdens de oorlog tegen Spanje de Republiek ontstond, koos men voor een verdraagzame houding ten opzichte van het katholicisme en andere godsdiensten. Dit was ook het streven van Willem van Oranje. Dit paste bovendien bij het handelskarakter van Holland en Zeeland. De gewetensvrijheid bleef bestaan tijdens de Republiek.

b Vaak wordt beweerd dat het calvinisme een onderdeel is geworden van wat sommigen de Nederlandse identiteit noemen. Veel politici hebben een protestantse achtergrond. In hoeverre deze wordt vertaald in politiek handelen, verschilt van persoon tot persoon. In het CDA werken protestanten en katholieken goed samen. Deze partij wil bovendien open staan voor niet-christenen. De invloed van de kleine protestantse partijen is wisselend. De ChristenUnie maakt deel uit van het kabinet-Balkenende IV.

Opdracht 13

a In dit couplet staat de kern van het verzetsrecht van Calvijn. Op grond van het geloof dient men zich te verzetten tegen tirannie.

b Men verkoos het in plaats van het bestaande 'Wien Neêrlands bloed' in 1932. In de praktijk werd het Wilhelmus veel vaker gebruikt als volkslied. Bovendien had koningin Wilhelmina een duidelijke voorkeur voor dit volkslied.

c Dit komt door het 'van Duitsen bloed' en 'den koning van Hispanje heb ik altijd geëerd'. Deze zinnen passen volgens sommigen niet zo bij een Nederlands volkslied.

d 'Van vreemde smetten vrij' past niet in een multiculturele samenleving.

Opdracht 14

a

1795-1806: Bataafse Republiek:



1806-1810: Koninkrijk Holland: geen persvrijheid door afhankelijkheid van Frankrijk

1810-1813: Inlijving bij Frankrijk: geen persvrijheid door regime Napoleon

1814-1848: Nieuwe grondwet: persvrijheid werd niet opgenomen

1848: Vrijheid van drukpers opgenomen in grondwet

1940-1945: Tijdens Duitse bezetting: geen vrijheid van drukpers

b Cuba, Noord-Korea, China, Rusland, Iran, Birma.

De regering van deze landen is autoritair en vreest de gevolgen van openlijke kritiek.

Opdracht 15

Door de bezetting kwam in feite onmiddellijk een einde aan de parlementaire democratie. Seyss-Inquart werd rijkscommissaris. Er kwam geen nieuwe ministerraad. Onder Seyss-Inquart stonden vier commissarissen-generaal, die weer boven de secretarissen-generaal van de departementen stonden. Tijdens het eerste oorlogsjaar begon de nazificatie. De Staten-Generaal, de Provinciale Staten en de gemeenteraden werden ontbonden. Nederland was geen zelfstandige natie meer. In de praktijk was er geen onafhankelijke rechterlijke macht meer. Naast de bestaande Nederlandse rechterlijke macht kwamen er namelijk Duitse rechtbanken: militaire, SS- en civiele rechtbanken. Het ontbreken van een onafhankelijke rechterlijke macht bleek het meest uit het feit dat Nederlandse rechters zich in de Tweede Wereldoorlog nauwelijks verzet hebben tegen de invoering van Duitse verordeningen zoals de maatregelen tegen de Joden. De Duitsers maakten zich onmiddellijk meester van het ANP. De dagbladen kregen duidelijke instructies die kritiek onmogelijk maakten. Na verloop van tijd kwam er censuur op de pers: veel boeken, kranten en tijdschriften werden verboden. De vakverenigingen en andere sociale organisaties kwamen onder Duits toezicht. De omroeporganisaties (AVRO, VARA,KRO, NCRV en VPRO) werden vervangen door de Nederlandse omroep onder leiding van de NSB-propagandist Max Blokzijl. Er kwam een verplichte vakbond: voor arbeiders het pro-Duitse Arbeidsfront, voor boeren en vissers de Landstand en voor journalisten het Persgilde; voor kunstenaars de Kunstenaarskamer. Alle ambtenaren moesten een ariërverklaring ondertekenen.



Vooral in de Jodenvervolging zie je hoe een rechtsstaat was verdwenen: Nederlandse burgers waren volstrekt rechteloos geworden.

Feniks, geschiedenis voor de tweede fase, vwo ©ThiemeMeulenhoff, Utrecht/Zutphen 2008



1   2   3


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina