Geschiedenis van de Nederlanden, boek van Blom. H1: Een lange aanvangsperiode



Dovnload 271.38 Kb.
Pagina1/13
Datum16.08.2016
Grootte271.38 Kb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13
Geschiedenis van de Nederlanden, boek van Blom.
H1: Een lange aanvangsperiode (tot en met de 10de eeuw)


  1. Kelten, Romeinen en Germanen

Het landschap en de 1ste bewoners

  • 7de eeuw: Hallstattcultuur: gebruik van ijzer

5de eeuw: La Tène cultuur: o/ Kelten, sociale differentiatie, er is een prille verstedelijking

2de eeuw: Germanen (dr migratiebeweging nr W)

57 vot: caesar en rom. = 1ste geschreven bron


  • landschap?: Nederlanden: groot (gr) deel in Benedenrijnse hoogvlakte
    na quartair niet (nt) echt veel veranderingen (alleen oppervlakte)
    3 gr zones: 1) binnenl.
    2) kustgebied
    3) midden-ned rivierengebied
    Ook fijnmazigere indeling mogelijk (vruchtbare mengelgrot, bosrijke Ardennen, kalkstreek maas, leemstreek, zandlemig of zandig gebied, kustgebied/ rivierengebied)

Tussen Rome en Germanië


Oude Rijn: in 47 nc wordt (w.) het grens van enerzijds (>) Romeinse Rijk: gr centralisatie, etnisch gr diff., staat
anderzijds (<) Germanië: conglomeraat van stammen, gemeenschap. Cult en taal, geen overkoepelende instanties
In onze gewesten: contact

RR: nieuwe vormen van organistatie: > Belgica secunda, hfdstad Reims



< Germania Prima: hfdstad Keulen

Germaanse verplaatsingen: o/ deel bel. Migratiebew.


tss 3de-5de eeuw: gr volksverhuizingen: holden
structuur RR uit. Rom lieten ze RR beschermen.

W-€ gebied: 1) Franken bel rol.

Bundeling van stammen
identiteit?: gn geschreven bronnen, schrale orale trad.

Eind 3de eeuw: in leger

RR: dictatuur, veel geld => veel troepen

Belang Franken: in leger; migratie

2) Saksen maritieme rol; Engeland, continentale kant kanaal

3) Friezen




  1. De Merovingische periode (5de tot 8ste e)

Nederzettingspatronen en rijksvorming
Mil.: 406: Germaanse troepen trekken Gallië binnen: > verwoeste steden; < bewoners op de vlucht.


Continuïteit Rom? Raumskontinuïteit (o/ taalgrens, taaleilanden); bestuur;
staatsgoederen; muntslag

Aspecten van de maatschappij

  • 2 vormen van adel: germaanse en gallo-rom op basis v. vermogen
    horigen, vrije lieden, slaven

  • Christendom: verspreiding te danken aan org/communicatie RR
    Tijdens invallen niet echt veel diepgang
    maar: nt verdwenen, heidendom nam CH. E op

  • Rijksvorming: choldowech: vergr rijk

  • Frankische rijk: amalgaan: kon rekening houden met 1) vage suprematie RR, 2) inspraak vrije stamlieden in bestuitvorming en gewoonterecht.

  • Staatsopvatting (deling rijk als erfenis) => verbrokkeling, hereniging, ..
    Reden: 1/ pol om eigen gebied te vergroten
    2/ Dorestad: controleren handel
    3/ rel aard: 2de kerstening: missies uit gallië en Ierland, lang
    Hereniging dr dagobert (hulp friezen)

  • Aanknopen bij oudheid = show; belang grond (grd) stijgt

  • Beheer bezittingen: hofmeier w. bel.
    Pippiniden (austrasië): Pippijn I <-> Friezen
    Karel Martel (732): slag van Poitiers tg Moslims
    Pippijn III: machtsgreep




  1. De Karolingische periode (8ste en 9de e)

Gezalfde koningen en gekroonde keizers


Pippijn III en paus tg Langobarden => zalving tot kon.
uitbreiding macht door spoilsysteem => o/ expansieve pol; o/ keizerlijke kroning

Zwaktes rijk: 1/ germaanse verleden/opvattingen leefden door

2/ gebrekkinge communicatie

3/ gebrek aan fin. Middelen

adequaat bestuur: o/ feodaliteit, w. uiteindelijke ontbindingsfactor dr erfelijkheid lenden
Fatale dreiging


  • 843: Verdrag van Verdun: dood Lodew. De Vrome, deling rijk

  • dood Lotharius I: 3deling rijk, 2de zoon kreeg Lotharii regnum (= lotharingen), w. later geannexeerd door Dui kon Hendrik De Vogelaar.
    Ned. Ontw. Eco, pol, cult, samenhang tg oorspronkelijke territoriaal patroon.

  • Inval v/d vikingen (Denen): gedurende 1 eeuw, verzet na 60 j. (muren, ronde forten)
    eind: verslaan bij Leuven dr Dui kon.
    dr. Stijging verzet: plaatselijke potentaten, ambtenaren w. autonomer
    = bel kenm voor ME gesch v/d lage landen.


De tegenstelling tss droom en werkelijkheid

Eco: grd = macht; eco = lb én bepaalde handel in luxe producten
o/ domaniaal of hofstelsel

Sociale verhoudingen: Karel de Grote en Lod. De Vrome: invl van kerk. Raadgevers; wel geen doorgedreven kerstening en kerk. Org w. uitgebouwd.
kenm: streven nr eenvormigheid
controle lok. Bestuur dr zendgraven of missi domici

Rel: ook unificatiepol op rel vlak: kloosters -> regel benedictus
stedelijke clerus -> augustinus

Cult: elitaire karolingische cult: handschriften en K. minuskel

MAAR: beperkte middelen en tijd


  1. De ijzeren tiende eeuw
    nt veel info over
    uiteenvallen Karol. Rijk: =>

    • Oude namen en gewesten herstellen en versterken identiteit (nt lage landen)

    • Rivieren: bindende rol

    • In lage landen: groeiden naar elkaar toe

O/ nieuwe pol marginaliatie
in onze gewesten: fr en dui geen interesse => o/ machtige ldsheerlijkh.

Wel: geen determinisme, vb Vlaanderen

Expansie: alleen nr O; Reden: Duitse Rijk: Karolingen weg

Rijksvorsten en rijkskerk

Dui kon: overdreven aandacht

Maar: weg macht ten N van Alpen



      • o/ verbrokkeling

Lotharingen: Otto I, benoemde broer Brun: bij dood: deling > lotharingen

> Nederlanden

o/ snel landsheerlijkheden



H2. De periode van de landsheerlijkheden (11-13de e)


  1. De politieke versnippering tussen dynastieke, adellijke en burgerlijke belangen

Lappendeken van verschillende gebieden

Dr. Dynastieke pol en toeval => o/ landsheerlijkheden


macht was gekoppeld aan verschillende factoren:

  • Overlevingskracht centrale macht

  • Verhoudingen in gebieden en tss landheer, adel en stad

  • Band/rivaliteit tss gewesten onderling

Zowel eco, monetair en sociaal

Verschillende groepen:



  • Landsheer

  • Kleine adel

  • Stedelijke burgerij

Laatste twee zullen winnen




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina