Geschiedenis van de Nederlanden, boek van Blom. H1: Een lange aanvangsperiode


De provinciale Staten en de fiscale autonomie



Dovnload 271.38 Kb.
Pagina8/13
Datum16.08.2016
Grootte271.38 Kb.
1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13

De provinciale Staten en de fiscale autonomie


De vorst was eigenlijk financieel afhankelijk van de Staten

Kentering rond 1600: er kwam een verandering van het karakter v/d vorstelijke bede door de grote provinciale schuldenlast. De beden kregen een jaarlijks karakter.

Jaarlijkse beden -> subsidies -> buitengewone belasting } dit gaf kansen aan de Staten-Generaal om voorwaarden aan te koppelen.
Belangrijk was ook de sociale inkleuring van iedere stand:


  • Clerus: 13 (+1) leden
    gaven gemakkelijk toe

  • 2de stand: wisselend aantal doorheen de jaren, bepaald door vermogen, titel (en
    afkomst).
    geven gemakkelijk toe

  • 3de stand: stadsmagistraat
    ambachten
    patriciërgeslachten
    moesten unaniem beslissen

De vorsten probeerden het unanimiteitsbeginsel te doorbreken. Vb: Brussel, A’pen, Brabantse ambachten.

Oostenrijk-Habsburg had twee politieke opties: ofwel bij de ambachten ofwel bij de hoge

Sociale groepen de macht breken.

De belastingsdruk was vrij laag in de Spaanse Nederlanden.

Reden: a) strategische positie

b) angst voor Franse hegemonie

Ook: hoe hoger de belastingsdruk hoe lager de grondrechten en omgekeerd.

In de 18de eeuw: lage belastingsdruk en dit kwam ten goede aan de grootgrondbezitters.

Op de pachtprijs was er geen overheidscontrole. Deze werd bepaald door de marktwaarde

van de grond.

Ondanks de oorlogsvoering bleef de productiecapaciteit v/d landbouw grotendeels

gevrijwaard.


De provinciale staten en de bestuurlijke autonomie

De uitbreiding van de vorstelijke macht werd afgeremd door het tweeledig karakter v/h

Centrale bestuur: < hof in Wenen / Madrid

> Brussel

na het herstel van het Spaanse gezag ° Hoge Raad voor de Nederlanden (wordt nadien

opgedoekt + opnieuw °. Reden: binnenlands bestuur door de aartshertogen)


Wenen: Met de vestiging van de Raad komt er uiteindelijk reële controle.

=> Brusselse regeringsraden komen onder rechtstreekse controle van Hof- en

Staatskanselarij.

Voor deze centralisatie was er nood aan de medewerking v/d Brusselse regerings-

raden. => ° verschuivingen: de almacht van de landvoogden verdwijnt door het

instellen van een gevolmachtigd minister.

In Wenen waren er wel klachten over het nationalisme en provincialisme van de

ambtenaren. Dit was echter een reactie tegen de Weense veranderingen. Voor de rest

waren ze loyaal. Reden: a) geen nieuwkomers

b) legisten

c) de selectie gebeurde op basis van bekwaamheid.

Er komt wel een aristocratiseringsproces.
Over de provinciale raadsheren waren er ook klachten. Zij waren tegen de centralisatie-

plannen van de vorst. VB: Raden in Frankrijk: hadden geen fiscale rechten maar wel

wettelijke macht.

Deze provinciale raadsheren waren een bolwerk van de oude lokale rechtsorde. Zij

Hadden ook privilegies in de Habsburgse Nederlanden, juridisch ressort: recht maar er

was een doorkruising met sociaalprofessioneel onderscheid.

Taken:


  • duiden rechters aan

  • maken van stedelijke verordeningen

  • beheer gemeentelijke financiën

  • belastingen innen

  • hadden het directe gezag over de bevolking.

De steden hadden de grootste autonomie (was ook zo op het platteland). Toch stegen de

lokale verschillen enorm.

De Habsburgse Nederlanden hadden een agrarisch karakter. Het aandeel van de

plattelandsbevolking was groot. Er zijn wel grote regionale verschillen.

De bevolkingsdichtheid was het grootst in Vlaanderen en Brabant. Ook kende men hier

de grootste verstedelijking.


Politieke structuur: grote stabiliteit. Reden: a) aanhoudende Franse dreiging

b) zwakke internationale positie K VI

=> geen centralisatie. Idem voor regering van Maria-Theresia.

Wat dan wel? Ze hadden grote invloed in de samenstelling van de vergaderingen.




  1. Het overheidsbeleid in de Habsburgse Nederlanden

Van mercantilisme naar liberalisme


Situatie: uitwijking kapitaalkrachtige zakenlui en ambachtslieden én de sluiting van de schelde bracht een zware slag toe aan de handelspositie.

Maar: A’pen bleef een belangrijk financieel trefpunt (verlening overheidskrediet)

REDEN: waterwegen

In 18de eeuw: ° verharde wegen

De centrale overheid stimuleerde, MAAR het initiatief ging uit van privé en

lokale/provinciale overheid (uitzondering: posterijen).

Economische invloed overheid:


  1. toekenning octrooien aan nieuwe bedrijven.

  2. Handelsbeleid: protectionisme/mercantilisme komt op. Vrijhandel vooral in de landbouw.

  3. Ondersteuning mentaliteitsverschuiving opvattingen over de handelsactiviteit
    De belangstelling van de elite voor economische ontwikkeling steeg.
    Er was weinig oorlog wel groot bij L XIV maar ondanks de dalende economie in de Habsburgse Nederlanden was er toch geen hongersnood dankzij de ‘Dutch Husbandery’.

  4. Stimuleren (ten tijde van Maria-Theresia) van verkoop gemene gronden.

Het overheidsbeleid was een belangrijke stimulans voor de economische ontwikkeling.

Maar de belangrijkste factor was de stijging van de bevolkingsdichtheid die dan leidde tot het ontstaan van de proto-industrie.


Van een klerikaal naar een antiklerikaal beleid

17de eeuw: geen onverenigbaarheden tss geloof en wetenschap. Vb Bollandisten

2de helft 17de eeuw: tegenstelling ontstaat tss cartesianisme en de scholastiek

machtspositie RK Kerk uit RK reformatie

intolerantiebeginsel lag aan basis bij Vrede van Westfalen. In de

Spaanse Nederlanden was men wel tolerant.

Na einde 80j oorlog: tegenstelling Jansenisme (gallicaanse visie) en ultramontaanse.

Midden 18de eeuw: a) de band tss de monarchie en het pausdom verdwijnt.

b) verdwijnen van het intolerantiebeginsel.

Invloed van de overheid op de publieke opinie:



  1. controle onderwijs

  2. controle publicatie van boeken

  3. opkomst kranten door:

1/ internationale netwerk van post

2/ diplomatiek netwerk van vaste vertegenwoordigers in Europa.

Vb: Nieuw Tijdinghen (Verhoeven)

Relations Véritables (Hugonet)

Met een stijging van de Franse dreiging steeg ook het overheidspropaganda.

De verspreiding verlichting gebeurde niet echt door de kranten.






1   ...   5   6   7   8   9   10   11   12   13


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina