Gevolgen van het Nederlandse Regeerakkoord voor de verdragsbijdrage art. 69 Zvw



Dovnload 35.13 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte35.13 Kb.
Gevolgen van het Nederlandse Regeerakkoord voor de verdragsbijdrage art. 69 ZVW

Auteur: Jan de Voogd (voogdj@hotmail.com)

Datum: 6 november 2012

  1. Inleiding

29 oktober j.l. is het Regeerakkoord gepubliceerd. In het akkoord wordt geen aandacht besteed aan de gevolgen voor degenen die Nederland hebben verlaten. Dat geldt ook voor de verdragsbijdrage art. 69 ZVW. Ik richt me hier op de mogelijke gevolgen voor de hoogte van die bijdrage voor gepensioneerde verdragsgerechtigden en hun gezinsleden in Frankrijk. In concreto: zij die een wettelijk pensioen vanuit Nederland ontvangen en op grond van art. 24 of 25 Vo883/2004 recht hebben op wettelijke woonlandzorg in Frankrijk ten laste van Nederland.

In Nederland is veel maatschappelijke commotie ontstaan over de inkomenseffecten van de maatregelen in het Regeerakkoord voor huishoudens, vooral in verband met de invoering van de Inkomensafhankelijke Zorgpremie. Dan doet zich de vraag voor hoe dit zal doorwerken naar de verdragsbijdrage. Bij voorbaat moet ik stellen dat die commotie ook daarmee te maken heeft dat onvoldoende details van de maatregelen bekend zijn om voor allerlei groepen huishoudens de inkomenseffecten te berekenen. Datzelfde geldt dan ook voor de verdragsgerechtigden.

Ik besteed in hoofdstuk 3 eerst aandacht aan de gevolgen in 2013 van de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip en het Belastingplan 2013. Ik zie af van discussies die thans gevoerd worden bij VWS en CVZ over verandering in de structuur van de formule voor de verdragsbijdrage ter zake van bijvoorbeeld het afschaffen van toekenning van heffingskorting, betalen voor pensioenlandzorg en het buiten beschouwing laten van buiten Nederland genoten inkomen. De voornemens op die punten zijn nog te onduidelijk1. In hoofdstuk 4 komen de effecten van het Regeerakkoord aan bod.


  1. Huidige structuur van de verdragsbijdrage voor gepensioneerden

De verdragsbijdrage is gebaseerd op het principe dat men voor de voordelen die in Vo883/2004 aan gepensioneerden worden toegekend een bijdrage krijgt opgelegd als ware men wettelijk verzekerd voor ZVW en AWBZ, zij het gecorrigeerd met een jaarlijks veranderende woonlandfactor die weergeeft de mate waarin de kosten van wettelijke zorg in Frankrijk afwijken van die van de Nederlandse wettelijke zorg. Voor het verplichte eigen risico is een gemiddelde ingebouwd in de component voor de nominale premie ZVW, die als zodanig weer op het geschatte gemiddelde van de premies van Nederlandse verzekeraars voor de basisverzekering is gebaseerd. De verdragsbijdrage wordt, anders dan in Nederland, echter opgelegd aan de, wat ik noem, hoofdverdragsgerechtigde. Vanwege de systematiek van Vo883/2004 , die uitgaat van de mogelijkheid van medeverdragsgerechtigdheid van gezinsleden, wordt in de verdragsbijdrage een component begrepen voor eventuele verdragsgerechtigde gezinsleden. De verdragsbijdrage is geregeld in de artikelen 6.3.1. etc. van de Regeling Zorgverzekering. De verdragsbijdrage wordt bij wijze van voorheffing geïnd op de pensioenen van de verdragsgerechtigde, zowel de wettelijke pensioenen, zoals AOW, ANW en WAO, als de bedrijfspensioenen. De definitieve afrekening geschiedt op jaaraanslag door CvZ nadat deze alle inkomens- en andere gegevens verzameld heeft om de aanslag te kunnen vaststellen.

De huidige verdragsbijdrage, die overigens formeel ondeelbaar is, bevat voor de hoofdverdragsgerechtigde de volgende drie componenten:

I) Voor de nominale ZVW premie (NZP). Dat is een vast bedrag, in 2012 992 Euro in Frankrijk.

II) Voor de inkomensafhankelijke bijdrage ZVW (IABZ). Deze wordt geheven over de onderdelen van een persoonlijk bruto inkomen waarvan de onderdelen in de ZVW zijn gedefinieerd, dus niet over een inkomen zoals dat voor de inkomstgenbelasting wordt vastgesteld. Afhankelijk van de inkomensbron wordt een hoog tarief (in 2012 7,1%) of een laag tarief (5,0% ) gehanteerd. De IABZ wordt in geval het hoge tarief is toegepast vergoed door de formele werkgever (behalve bij de AOW), wat voor vedragsgerechtigden het geval kan zijn bij een WAO- of VUT-uitkering. De maximale inkomensgrondslag is in 2012 50064 Euro.

III) Voor de AWBZ-premie (AWBZP). De inkomensgrondslag bestaat uit het wereldinkomen box 1, dat vastgesteld wordt door de Nederlandse Belastingdienst op basis van het ingevulde Ninbi-aangiftebiljet. Er wordt een premiepercentage toegepast dat in 2012 12,15 is. Er wordt geheven over maximaal 33863 Euro voor degenen die na 1945 geboren zijn en 34055 Euro voor de overigen. Op de berekende premie wordt het AWBZdeel in de standaardheffingskorting (AWBZHK) toegepast. De laatste is van persoonlijke kenmerken en omstandigheden afhankelijk en kan een groot aantal onderdelen bevatten, maar voor AOW-ers vaak wel de algemene heffingskorting en de ouderenkorting, en soms de alleenstaande-ouderenkorting.



Daarenboven bevat de verdragsbijdrage eventueel het volgende:

IV) Voor medeverdragsgerechtigde gezinsleden (vaak alleen de partner) wordt, onafhankelijk van de hoogte van hun inkomen, alleen de nominale ZVW component (NZP) in rekening gebracht

V) Tenslotte kan indien er een niet- of weinigverdienende partner is ten behoeve daarvan de AWBZ component voor de hoofdverdragsgerechtigde nog verder gekort worden op basis van de (bijzondere) verhoging van de heffingskorting voor die partner als bedoeld in de afrtikelen 8.9 en 8.9.a wet Inkomstenbelasting (HKNWP). Anders dan bij de hoofdverdragsgerechtigde zelf wordt daarbij, op een ingewikkelde manier, met alle vier delen in de heffingskorting voor die partner rekening gehouden (niet alleen het AWBZdeel, maar ook de delen ib, AOW en ANW). De AWBZP kan niet negatief worden.

Merk op dat de partner die zelf AOW krijgt niet langer als medeverdragsgerechtigd wordt gezien, maar op eigen titel een aanslag krijgt.

Alle bovengenoemde componenten worden vermenigvuldigd met de woonlandfactor. Deze is voor Frankrijk 0,7685 in 2012 en vertoonde vanaf 2006 een stijgende trend.

Van belang is voorts dat de verdragsgerechtigde in Frankrijk soms recht op zorgtoeslag (ZT) heeft, afhankelijk van zijn inkomens- en huishoudenssituatie. Deze moet (tijdig) worden aangevraagd bij de Dienst Toeslagen. Op de berekeningswijze ga ik hier niet in: op www.toeslagen.nl is een rekenhulp te vinden om uit te rekenen of en op hoeveel toeslag men recht heeft. In het algemeen geldt dat naarmate een woonland een hogere woonlandfactor heeft er meer kans is dat men ZT kan krijgen. Beneden een woonlandfactor van ongeveer 0,40 is er voor een verdragsgerechtigde geen recht op zorgtoeslag.



  1. Effecten van de invoering van de Wet Uniformering Loonbegrip (WUL) en het Belastingplan 2013 voor de verdragsbijdrage

Onder het huidige kabinet is de WUL aangenomen. Doel daarvan is in Nederland voor loonbelasting- en premieheffing, voor zowel volksverzekeringen - waaronder de ZVW en AWBZ - als werknemersverzekeringen zo veel mogelijk dezelfde loonbegrippen te hanteren. Dit om de heffingen eenvoudiger te maken en de administratieve lastendruk voor burgers, bedrijven en Belastingdienst te verminderen. De WUL gaat in 2013 in. Men heeft de operatie voor werkgevers en burgers zo veel mogelijk lastenneutraal willen doen verlopen. Om die reden moesten echter op een aantal punten corrigerende maatregelen worden genomen. Niet alles is al duidelijk, maar voor gepensioneerde verdragsgerechtigden werken vooral de volgende maatregelen door:

  1. De inhouding van de IABZ wordt bij loontrekkenden afgeschaft en vervangen door een inkomensafhankelijke werkgeversbijdrage ZVW (IABWZ). Dat wil zeggen: de IAWBZ zal een werkgeversheffing zijn, vergelijkbaar met de premies die voor werknemersverzekeringen worden geheven. De IABWZ wordt geheven over het bruto-inkomen met als maximum het maximale loon voor de werknemersverzekeringen. Dat maximum is thans 50064 Euro en in 2013 50853 Euro. Het hoge tarief zal 7,75% zijn in 2013.

  2. Voor inkomstenbestanddelen wanneer er geen formele werkgever is - winst uit onderneming, inkomsten uit overige werkzaamheden, pensioenen, etc. - geldt dat rechtstreeks bij de verzekeringsplichtige geheven wordt, hetzij naar het lage tarief, hetzij het hoge tarief (of in sommige gevallen het nultarief).Het lage tarief geldt voor pensioenen in de tweede pijler, en vanaf 2013 ook voor de AOW. Het zal 5,65% bedragen in 2013. Het maximale bruto-inkomen waarover geheven wordt, met in achtneming van het onder a) genoemde loon zal zijn als onder a) genoemd. Wat betreft de AOW zal in de bruto-sfeer de verlaging voortkomende uit het lagere iab-tarief vermoedelijk gecompenseerd worden door een verhoging vanwege een hoger tariefpercentage ib in de eerste belastingschijf.

  3. De standaardpremie ZVW zal stijgen van 1426 Euro (2012) naar 1513 Euro (2013)
    Het verwachte gemiddelde eigen risico van 148 Euro naar 215 Euro. Dit zou inhouden dat de grondslag voor de nominale premie ZVW met 20 Euro zou stijgen, van thans 1291 Euro naar 1311 Euro in 2013.

  4. Doorwerkend in het aandeel AWBZ in de heffingskorting voor de verdragsbijdrage zijn ook de hoogten van de AOW-en ANW-premiepercentages. Volgens de begroting blijft de eerste gelijk op 17,9% en de tweede daalt van 1,1% naar 0,6%. Voorts wordt het tariefpercentage in de eerste schijf voor de inkomstenbelasting verhoogd tot 5,85% in 2013, leidend tot een totaaltarief in de eerste schijf van 37%. Dit betekent dat het aandeel van de AWBZ in de standaardheffingskorting zal dalen van 36,71% in 2012 naar 34,19% in 2013.

  5. De algemene heffingskorting zal dalen van 2033 Euro naar 2001 Euro in 2013.
    De ouderenkorting zal stijgen van 762 naar 1032 Euro in 2013. Bovendien komt er een aanvullende ouderenkorting van 150 Euro voor inkomens boven 3540 Euro.
    De alleenstaande ouderenkorting blijft gelijk op 429 Euro.

  6. De MKOB-toeslag, waarvan de export naar het buitenland thans aan juridische procedures en een voor Nederland negatief oordeel van de Europese Commissie onderhevig is, zal in 2013 dalen met 75 Euro.

  7. De grenzen van de schijventarieven veranderen in 2013 als volgt: van de 1e schijf wordt deze verhoogd tot 19645 Euro, van de tweede schijf verlaagd tot 33555 Euro (geborenen voor 1946) en tot 33363 Euro (na 1945 geboren). De grens van de derde schijf wordt verlaagd tot 55991 Euro. De grens van de tweede schijf is bepalend voor het maximale inkomen voor de AWBZ-component in de verdragsbijdrage.

  8. De ZT zal zodanig gewijzigd, versoberd, worden dat in de totale populatie aan 300000 huishoudens geen zorgtoeslag meer wordt toegekend. Verder zitten er nivelleringsmaatregelen in de zorgtoeslag, dus ten gunste van de laagste inkomens. Dit versoberingsbeleid zou naar huidige kabinetsvoorstellen na 2013 worden voortgezet.


Los van de woonlandfactor is de conclusie dat vooral vanwege de stijging in de tariefpercentages voor ZVW en AWBZ voor alle inkomensgroepen van verdragsgerechtigden in 2013 een stijging van de verdragsbijdrage te verwachten is. De te verwachten lichte stijging van de heffingskortingen zal dit onvoldoende compenseren. Het beeld bij de ZT is gemengd vanwege enerzijds- het versoberingsdoel en anderzijds het nivelleringsdoel dat het kabinet daarin heeft aangebracht.

  1. Effecten van het Regeerakkoord




De belangrijkste maatregelen in het Regeerakkoord die direct van invloed zijn op de verdragsbijdrage zijn de volgende2:

  1. Er wordt een derde element in de premieheffing voor de ZVW gebracht vanaf 2014: de inkomensafhankelijke zorgpremie (IAZP). Het percentage zal 11,1% zijn en de inkomensgrondslag het individuele bruto ZVW-inkomen met een franchise van het wettelijk minimumloon, incl. vakantiegeld, (thans vanaf 1 juli: 18872 Euro berekend op jaarbasis) en als maximum 2 maal het modale inkomen (in 2012: 66000 Euro).

  2. De NZP wordt verlaagd tot gemiddeld 255 Euro, oplopend tot 400 Euro in 2017.

  3. De inkomensafhankelijke bijdragen IABZ en IAWBZ blijven bestaan. Geen wijziging in de inkomensgrondslag wordt genoemd, evenmin als een tariefpercentage. Wel wordt het maximum gelijkgesteld aan dat van het maximum bij IAZP (2 maal modaal). Dat duidt erop dat dezelfde definitie van het inkomensbegrip gehanteerd wordt.

  4. Het verplichte eigen risico wordt in 2014 gedifferentieerd naar inkomen, met drie ongeveer gelijke inkomensklassen: 180 – 350 - 595 Euro. De inkomensdefinitie en inkomensklassen zijn niet genoemd. Mogelijk wordt uitgegaan van het individuele bruto- ZVW inkomen. Merk op dat het verplichte eigen risico niet van invloed is op de NZP component voor verdragsgerechtigden (de standaardpremie wordt voor verdragsgerechtigden jaarlijks verminderd met een geraamd gemiddeld eigen risico). Wel speelt het een rol voor degenen die pensioenlandzorg genieten.

  5. De ZT wordt afgeschaft. Het budget van de ZT in 2014 wordt teruggesluisd via een verlaging van de belastingtarieven tweede en derde schijf met 4,05%.

  6. Als onderdeel van de maatregelen die het beoogde koopkrachtbeeld moeten bewerkstellingen worden, aanvullend op andere maatregelen het belastingtarief eerste schijf met 0,5% verlaagd en de algemene heffingskorting met 160

Euro verhoogd.

  1. Van groot belang zijn de maatregelen met betrekking tot de AWBZ. Deze zal sterk worden ingekrompen, de uitgaven met meer dan 50%. Met name GGZ-delen en extramurale verpleging zullen worden ondergebracht bij de ZVW. Ook zullen grote delen onder de WMO worden gebracht, zij het in afgeslankte vorm. Wat overblijft in de AWBZ is de intramurale zorg voor gehandicapten en ouderen met zorgzwaarte 5 en hoger. Daar is een bedrag van ongeveer 12 mld Euro mee gemoeid. Dientengevolge zullen de tariefpercentages voor de ZVW als boven omschreven hoger moeten worden. Onduidelijk is nog hoe dit zal doorwerken in met name IABZ en IABWZ. Voorts zal er invloed zijn op AWBZHK, dus het AWBZ deel in de heffingskorting (mutatis mutandis zal deze dalen).

Wel zal duidelijk zijn dat het AWBZP als gevolg van structurele inkrimping van de AWBZ verlaagd kan worden. Het Regeerakkoord bevat daarover echter geen informatie. Een en ander zal mede afhangen van de vraag hoe en in welk tempo men het huidige exploitatietekort van het AWBZ-fonds ten kosten van de verzekerden wil brengen.

Er is in het Regeerakkoord ook een aantal maatregelen, naast de hiervoor al genoemde fiscale veranderingen, die van invloed zijn op de hoogte van de inkomensgrondslag waarover de AWBZ component wordt berekend (wereldinkomen box 1). Dan gaat het vooral om het afschaffen van aftrekposten die van invloed zijn op het wereldinkomen. Te noemen zijn vooral maatregelen met betrekking tot de inkomsten uit eigen woning:



  1. Het maximale aftrekpercentage voor hypotheekrente wordt vanaf 2014 in jaarlijkse

stappen van een half procentpunt verlaagd van het tarief in de vierde naar de derde schijf. De opbrengst van de beperking van het aftrektarief voor hypotheekrente wordt voor 50% teruggesluisd in verlaging van het toptarief en voor 50% via een verlenging van de derde belastingschijf. De rente betaald op restschulden kan tijdelijk (maximaal 5 jaar) en onder voorwaarden in mindering worden gebracht op het belastbaar inkomen in box 1.

  1. Andere fiscale aftrekposten die geschrapt worden zijn - in verband met het geheel afschaffen van de WTCG - die voor specifieke ziektekosten. In dat kader vervallen ook regelingen als de WTCG tegemoetkoming, compensatie eigen risico en de tegemoetkoming specifieke ziektekosten. Deze laatste drie bevatten elementen van welke de export voor gepensioneerde verdragsgerechtigden niet plaatsvindt, maar wel betwist wordt3.


Welke gevolgen zullen uit het Regeerakkoord voortvloeien voor de hoogte van de verdragsbijdrage in samenhang met de zorgtoeslag (die een compensatie voor de nominale ZVW component is voor lagere inkomens) voor gepensioneerde verdragsgerechtigden?
In volgorde van belang:

  1. De verdragsbijdrage zal structureel stijgen als gevolg van de afschaffing van de ZT, vooral voor de lagere inkomens. De fiscale compensatie die daarvoor geboden wordt, die vooral de middeninkomens ten goede zal komen, bereikt de meeste gepensioneerde verdragsgerechtigden in Frankrijk niet aangezien ze in grote mate niet aan Nederlandse inkomstenbelastingheffing onderworpen zijn4. In lichte mate wordt er geprofiteerd van de voorgestelde verhoging van de algemene heffingskorting. De te verliezen ZT zal (in niveaus van 2012) maximaal 1080 Euro zijn (voor een paar) of 504 Euro (voor een alleenstaande verdragsgerechtigde)

  2. De verdragsbijdrage zal structureel stijgen, behalve voor de laagste ZVW-inkomens, vanwege de invoering van de component IAZP. Geraamd kan worden dat dit kan oplopen vanaf het niveau van het minimumloon (nihil) tot ruim 4000 Euro op het maximale niveau (2 maal modaal).

  3. Los van het afschaffen van de ZT heeft het verlagen van de NZP een structurele verlaging in de verdragsbijdrage voor alle inkomensgroepen tot gevolg van structureel ongeveer 700 Euro op jaarbasis vergeleken bij 2013. Vooral in gezinnen waar medeverdragsgerechtigde gezinsleden zijn profiteert men ervan.

  4. De veronderstelde inkrimping van de AWBZ zal globaal genomen op langere termijn lastenneutraal kunnen uitpakken voor de verdragsbijdrage. Immers, enerzijds zal het premiepercentage moeten dalen en anderzijds zal de noemer in de woonlandfactor verkleinen en dus de woonlandfactor stijgen. Merk echter op dat dit slechts op langere termijn is aangezien de berekening van de woonlandfactor altijd een vertraging van een paar jaren kent. Gezien de onduidelijkheid over het toekomstige AWBZP en de AWBZHK is over de effecten per inkomensgroep nog weinig te zeggen. Zou het premiepercentage halveren dan heeft dat bij gelijkblijvende algemene en andere heffingskortingen een overeenkomstig effect op het AWBZHK, waarbij de laagste inkomens daarvan in nog de sterkste mate, meer nog dan thans, blijven profiteren. Aannemelijk is echter dat bij structurele verlaging van het AWBZ premiepercentage ook de heffingskortingen zullen worden verlaagd. Anderzijds wijst het Regeerakkoord juist uitdrukkelijk op verhoging van de algemene heffingskorting met 160 Euro en een slechts beperkte verlaging van het (belasting?)tariefpercentage in de eerste schijf.

  5. De versoberingsmaatregelen in de aftrekposten zullen voor sommige groepen lagere en middeninkomens van verdragsgerechtigden tot gevolg hebben dat hun wereldinkomen box 1 stijgt en daarmee de te betalen verdragsbijdrage. Dit geldt vooral voor eigen woning bezitters met een hypotheek in de hogere inkomensklassen en voor degenen die veel (out of pocket) ziektekosten hebben. Van de ter compensatie bedoelde veranderingen in belastingtariefpercentages, en de schijflengte derde schijf, als genoemd onder punt 8, kunnen gepensioneerde verdragsgerechtigden in Frankrijk niet of nauwelijks profiteren.

  6. Evenals gepensioneerde ingezetenen zullen de verdragsgerechtigden die vanuit Frankrijk gebruik wensen te maken van pensioenlandzorg geconfronteerd worden met de structurele overheveling van AWBZ delen naar de WMO (die niet toegankelijk is voor verdragsgerechtigden), van versoberingen in de resterende wettelijke zorg ZVW en AWBZ, van verhoogde eigen bijdragen AWBZ en van het – inkomensafhankelijk te maken - verhoogde eigen risico ZVW. Slechts in beperkte mate zullen zij eveneens profijt kunnen hebben van een enkele maatregel als het schrappen van de voorgenomen eigen bijdrage in de GGZ.



De algemene conclusie is dus dat het Regeerakkoord vooral vanwege de invoering van de IAZP een verhoging van de verdragsbijdrage met zich zal brengen voor de middengroepen, die zeer sterk zal zijn voor de inkomensgroep met een ZVW inkomen rond twee maal modaal.

De effecten zullen ongunstiger zijn dan voor ingezetenen Nederlandse verzekerden aangezien de fiscale compensatie, die vooral op de middengroepen gericht is, verdragsgerechtigden nauwelijks bereikt.

Zelfs de lagere inkomensgroep onder de gepensioneerde verdragsgerechtigden, die naar het (nivellerings)doel van het Regeerakkoord ontzien zou moeten worden, zal mogelijk te maken krijgen met negatieve inkomenseffecten aangezien ze sterk profiteerden van de ZT, maar de fiscale compensatie daarvan ook hen grotendeels zal ontgaan. Voorts is er nogal veel aan financieringsmaatregelen voor ZVW en AWBZ zodanig onduidelijk dat geen definitieve uitspraken kunnen worden gedaan. Dit geldt vooral voor IABZ en AWBZP, alsmede de doorwerking daarvan in de tariefstructuur van inkomstenbelasting en premies. Evenals in Nederland de stem luider wordt om meer inzicht in de details van de maatregelen uit het Regeerakkoord te verschaffen zou dat vanuit de belangengroepen van verdragsgerechtigden moeten geschieden.


++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++++

Afkortingen in Gevolgen Regeerakkoord.

AWBZHK AWBZ-deel v.d. standaard HeffingsKorting

AWBZP AWBZ Premie

GGZ Geestelijke GezondheidsZorg

HKNWP Heffingskorting Partner

IABZ InkomensAfhankelijke bijdrage ZVW

IAWBZ InkomensAfhankelijke WerkgeversBijdrage ZVW

IAZP InkomensAfhankelijke Zorgpremie

Modaal Inkomen In 2012 € 33.000

NPZ Nominale Premie Zvw

WMO Wet Maatschappelijke Ondersteuning

WTCG Wet Tegemoetkoming Chronische Zieken en Gehandicapten

WUL Wet Uniformering Loonbegrip

ZT ZorgToeslag

ZVW inkomen ZorgVerzekringsWet inkomen




1 Ik zie ook af van maatregelen die direct of op langere termijn invloed kunnen hebben op de hoogte van vanuit Nederland genoten pensioen: zoals de versobering van de AOW bij samenwonenden, veranderingen in de partnertoeslag AOW, sterke inkorting van de duur van de ANW, en de versobering in de fiscale faciliëring van de pensioenopbouw.

2 Merk op dat diverse maatregelen die voorgesteld zijn in het recente interimrapport van de Commissie Van Dijkhuizen niet genoemd worden in het Regeerakkoord. Bijvoorbeeld een voorgestelde versnelde doorvoering van de fiscalisering van de AOW, die ook van belang zou kunnen zijn voor sommige groepen verdragsgerechtigden, keert vooralsnog niet terug in het Regeerakkoord.

3 Ik bereid een artikel voor over de export van WTCG-tegemoetkoming, etc. voor het blad “Over de Grens”

4 Afgezien van bijvoorbeeld overheidspensioenen. Ik laat ook buiten beschouwing dat Nederland er in zijn fiscaal verdragsbeleid naar streeft meer pensioenen die in Nederland opgebouwd zijn aan belastingheffing onderhevig te maken, aangezien de uitkomst van dit streven zeer ongewis is.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina