Gewasbescherming a


HOOFDSTUK 2 RISICO'S CHEMISCHE MIDDELEN



Dovnload 471.07 Kb.
Pagina2/6
Datum25.07.2016
Grootte471.07 Kb.
1   2   3   4   5   6

HOOFDSTUK 2 RISICO'S CHEMISCHE MIDDELEN

De veelvuldige toepassing van chemische middelen in de land­bouw leidt tot een succesvolle bescherming van de gewassen en een verhoging van de productie. Echter de boer die chemische middelen toepast, is vaak meer met zijn gewassen bezig dan dat hij aandacht heeft voor zijn eigen bescherming. Bij veel werk­zaam­heden worden stof en chemicaliën geproduceerd. De mens staat gedu­rende zijn gehele leven bloot aan allerlei schadelijke invloeden van buitenaf. De opeenho­ping van al die invloeden kan op den duur negatieve gevolgen hebben voor de gezond­heid. Het is van groot belang om bewust te leven. Bij het werken met chemische middelen kunnen allerlei persoon­lijk beschermingsmaatregelen ter hand worden genomen. Wanneer ondanks de nodige voorzorg toch een `ongeluk' gebeurt, moet er ook een aantal maatregelen worden genomen.


Vergiftigingsverschijnselen en eerste hulp
Bij warm weer is het gevaar voor vergiftiging groter dan bij koel weer. De meeste vergiften doen hun schadelijke werking eerst gelden nadat zij in het bloed zijn opgeno­men.

De opname van vergiften in het lichaam kan als volgt gebeuren:

  door de onbeschadigde huid en de slijmvliezen (onder andere het bindvlies van het oog). Bestrij­dingsmidde­len (vooral de orga­nische fosforverbindin­gen en DNOC) kunnen door de huid binnen dringen,

  door inademing (opname via de longblaasjes),

  door de mond en spijsverteringswegen (opname via de dunne darm).
Elk vergif tast bepaalde weefsels en organen aan of heeft een nadelige invloed op de stofwisseling. Het brengt daarom bepaalde, veelal voor dat vergif kenmer­ken­de ziekteverschijnselen te­weeg. Bij het optreden van een vergiftiging dient men onverwijld de hulp van een arts in te roepen, waarbij de naam van de werkzame stof en de toxicologische groep moeten worden meege­deeld (deze staan vermeld op het etiket van de verpakking).
Eerste hulp
In afwachting van de komst van de arts moeten in het algemeen de volgende maatregelen worden genomen.

- Is de huid door een bestrijdingsmiddel verontreinigd, was deze dan zorgvuldig schoon (eerst met koud, daarna met warm water en zeep). Kledingstuk­ken doordrenkt met bestrijdingsmid­del dienen direct te worden verwijderd en de huid moet op die plaats worden gewassen.

- Is er bestrijdingsmiddel in de ogen gekomen spoel deze dan met stromend water uit. Indien men met sterk bij­tende stoffen (zuren en logen) te doen heeft, moet deze behan­deling ten minste een kwartier lang worden voortgezet.

- Is er bestrijdingsmiddel in de maag terechtgekomen, laat het slachtoffer dan twee glazen water drinken en wek vervolgens braken op. Tenzij het een bijtend middels is, dan alleen laten drinken. Het laatste kan men doen door een schone vinger tegen de achterwand van de keel te bewegen. Laat het slachtoffer vier à vijf tabletten of één eetlepel Norit opgelost in een glas water drinken. Let op! Geef het slachtoffer nooit te drinken als hij niet zelf in staat is het drinkglas vast te houden! Bij vergifti­gingsgeval­len door bestrijdings­middelen is het beter om geen melk te drinken. Vele bestrijdings­middelen lossen namelijk beter op in vetten en oliën dan in water; melk bevordert de opname van deze stoffen in het lichaam. Wek geen braken op als het een bijtend middel is.

- Is de vergiftiging ontstaan door de inademing van bestrij­dings­middelen in de vorm van gas, damp, stof of nevel, breng het slachtoffer dan zo spoedig mogelijk in een omgeving waar de lucht zuiver is, daarbij rekening houdend met de eigen veiligheid.

- Is het slachtoffer bewusteloos, leg hem dan op een zijde (stabiele zijlig­ging) met het hoofd opzij en achterovergebogen; de mond naar beneden. Verwijder een kunstgebit, maak knellende kleding­stuk­ken (riem, boord) los en dek het slachtoffer warm toe (dit laat­ste geldt niet voor een DNOC ver­gifti­ging, waarbij afkoelende maatregelen op hun plaats zijn). Reinig zo nodig ogen en huid; geef het slachtoffer niet te drinken.



- Ademt het slachtoffer onvoldoende: dan direct beade­men.

Vergiftigingsverschijnselen
Voor enkele van de meest belangrijke bestrijdingsmidde­len zijn de specifieke vergiftigingsverschijn­selen vermeld (voor zover die door een leek kunnen worden geconstateerd) met, waar nodig, aanvullende mede­delingen omtrent eerste hulp. Zodra de eerste vergiftigingsver­schijnselen optreden, moet men die `waarschu­wing' ter harte nemen en de werkzaamheden met de bestrij­dingsmid­delen onmiddellijk beëindi­gen.
Ter illustratie volgen hier de vijf belangrijkste groe­pen chemische middelen met de vergiftigingsver­schijnse­len, die zij kunnen veroorza­ken. Het is niet de bedoe­ling dat men alle groepen met bijbehorende verschijnse­len kent. Wel moet men weten welke verschijnselen op vergiftiging kunnen wijzen.
a Organische fosforverbindingen zoals parathion, mevin­fors (phos­drin) en carbamaten met cholinestera­se remmen­de werking zoals carbaryl.
Verschijnselen: hoofdpijn, duizeligheid, misse­lijk­heid, be­klemd gevoel op de borst, onrust, tranenvloed en slecht, zien. In een wat meer gevorderd stadium van de vergif­tiging kunnen buikkrampen, diarree, sterk zweten, be­nauwdheid en trekkingen in de spieren ont­staan. Eerste hulp: De hiervoor genoemde algemene maatregelen en verder absolute rust (niet lopen of zitten, maar rustig stilliggen) en veel drinken (geen melk).
b Dinitroverbindinqen zoals DNOC, DNBP en binapacryl (Acri­cid).
Verschijnselen: lichte gevallen: gevoel van warmte, sterk zweten en rood hoofd. Ernstige tot zeer ernstige gevallen: zeer sterk zweten dorst, vermoeid­heid, hoofd­pijn, snelle pols, onrust, verhoging van de lichaams­tem­peratuur, misselijk­heid, braken, diarree, blauwzien, beven en krampen. Eerste hulp: De al eerder genoemde algemene maatregelen en verder absolu­te rust op een koele plaats, veel drinken, (liefst suikerhou­dende dranken echter geen melk), afwassen met koud water.
c Dithiocarbamaten zoals maneb, zineb en thiram (ook TMTD genoemd).
Verschijnselen: prikkeling van de slijm­vliezen. Na inademen: hoesten, niezen, pijn in de keel en achter het borstbeen. Na inslikken: misse­lijk­heid, braken en diar­ree. Eerste hulp: algemene maatregelen zoals hierboven beschreven. Opmer­king: beslist geen alcohol geven daar zich in combinatie met alcohol verschijn­se­len van onvol­doende ademhaling kunnen voordoen.
d Dipyridiliumderivaten (paraquat, diquat).
Verschijnselen: bij inslikken: pijn in de mond en de keel, buikpijn, diarree, toenemende benauwd­heid en blauwzien. Eerste hulp: de eerder genoem­de algemene maatregelen.
e Gechloreerde koolwaterstoffen (lindaan, het vroegere veel ge­bruikte DDT).
Verschijnselen: beven, spierschokjes en  krampen, opwin­ding, onrust, angst, hoofdpijn, misselijk­heid, braken en diarree. Eerste hulp: de algemene maatrege­len.

Vragen bij hoofdstuk 2
1 Noem een voordeel en een nadeel van het werken met chemische middelen

2 Op welke verschillende manieren kan je vergiftigd worden door een chemisch middel?


3 1: Wat moet je doen als iemand met de huid in aanraking is ge­weest met een bestrijdingsmiddel?

2: Wat moet je doen als je een bestrijdingsmiddel in jouw ogen hebt gekregen?

3: Wat moet je doen als iemand een bestrijdingsmiddel op heeft gedron­ken?

4: Als iemand een bestrijdingsmiddel in heeft geademd, wat moet je dan doen?

5: Als iemand die in aanraking is geweest met bestrijdingsmidde­len bewusteloos is, wat moet je dan doen?

6: Wat moet je doen als een slachtoffer onvoldoende ademt?

4 Waarom is het belangrijk om te weten welke werkzame stof in een middel zit en wat de toxicologische groep is?





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina