Gewasbescherming a


HOOFDSTUK 5 Veehouderij/Loonwerk/Akkerbouw



Dovnload 471.07 Kb.
Pagina4/6
Datum25.07.2016
Grootte471.07 Kb.
1   2   3   4   5   6

HOOFDSTUK 5 Veehouderij/Loonwerk/Akkerbouw




5.1. Herkenning van ziekten/onkruiden (voor alle leerlingen)
http://www.moecom.nl/onkruiden/index.html alle 3 pagina’s .

5.2. Alleen voor veehouderij leerlingen

De gewasbescherming in de veehouderij bestaat grofweg uit de volgende onderdelen:


1. onkruidbestrijding grasland

2. ziektebestrijding grasland

3. onkruid/ziektebestrijding snijmaïs

4. bestrijding schadelijke organismen bij dieren


1. Methoden voor onkruidbestrijding bij grasland.
In de weidebouw worden we gelukkig niet zoveel geplaagd door hinder­lij­ke onkruiden als bij de akkerbouw en de vollegronds groenteteelt. Maar toch moeten we er soms iets aan doen.
Problemen met onkruiden kunnen vaak voorkomen worden door een goede verzorging en een goed gebruik van het grasland. Onder andere door er zorg voor te dragen dat de grasmat niet beschadigd wordt (maaima­chine afstelling, beweiden als het perceel niet te nat is e.d.) voorkomt men dat onkruiden kunnen kiemen en zich kunnen ontwikkelen. Een aantal plan­tensoorten wordt normaal door het vee gegeten en wordt pas onkruid als ze in grote aantallen (> 5 % van het oppervlak) voorkomen en dan de gasproductie nadelig beïnvloeden.

Tweezaadlobbige onkruiden kunnen worden bestreden met groeistoffen. De groeistoffen moeten verspoten worden met een grove druppel en lage druk en minimaal 600 l/ha. Groeistoffen werken het besta als ze gespoten worden als het gewas goed groeit en op een droog gewas.

De meeste onkruiden zijn kort voor de bloei het gevoeligst voor be­strijdingsmiddelen.
Als men in het najaar moet bestrijden dan moet men wachten tot de onkruiden voldoende blad hebben. Deze hoeveelheid blad is nodig om het middel goed om te kunnen nemen.
Het is lang niet altijd nodig om volvelds te spuiten er zijn namelijk een aantal onkruiden die voornamelijk pleksgewijs voorkomen bijv. zuring, brandnetel en distels. Deze kunnen dus het beste pleksgewijs bestreden worden.
Als je middelen en dergelijke wil weten dan kijk je in de "Handlei­ding"
OPDRACHT: Vragen
1. Kunnen we in het weidegebruik iets doen om de onkruiden te voor­komen?

Geef een korte motivatie.


Als we menen tot bestrijding over te moeten gaan staan ons een paar methoden ter beschikking, n.l. chemisch (pleksgewijs of volvelds) of mechanisch.


2. Geef voorbeelden van onkruiden waartegen mechanische bestrijding niet zo effectief zal zijn.

Als het noodzakelijk is om onkruiden (chemisch te bestrijden dan kan het hele veld behandeld worden (volvelds) of op een paar plaatsen (plekgewijs).


3. Op welke wijze kan je plekgewijs ingrijpen?

4. Wanneer ga je plekgewijs handelen en wanneer volvelds?

5. Als je plekgewijs gaat behandelen, moet je dan nog iets doen aan de nazorg van de behandel­de plek?

De meeste boeren vinden enige onkruiden in een weiland niet erg. Men vindt het wel gezond i.v.m. de mineralenvoorziening.


6. Bij welke onkruidbezetting zou je gaan bestrijden?

Welke onkruiden ga je altijd bestrijden?

Men kan onkruiden bestrijden door het perceel grasland helemaal opnieuw in te zaaien. Dat kan met of zonder doodspuiten.

doodspuiten doe je als je bang bent dat de onkruiden het onderploegen overleven.


7. Als een perceel om moet, is doodspuiten dan altijd nodig?

8. Wanneer is doodspuiten nodig en wanneer niet?


2. Ziektebestrijding bij grasland

Bestrijding van ongedierte in grasland.
Emelten
Emelten zijn de larven van de langpootmug. Ze zijn grijsgrauw van kleur, hebben geen duidelijke kop en geen poten. In ons land komen twee soorten langpootmuggen voor. Ze zijn met het oog niet uit elkaar te houden. Maar hun levenscyclus is wel duidelijk anders. De ene soort kent maar één generatie per jaar; de andere soort langpootmuggen kent twee generaties per jaar.

Van de eerste soort vliegen de muggen vanaf eind juli tot begin september en leggen dan hun eieren. De larven (Emelten) uit deze eieren vervellen enkele keren en blijven 's winters in de grond. Van maart tot begin juni voeden zijn zich met graswortels en 's nachts ook met bovengrondse delen. Dan volgt de verpopping en er is weer een nieuwe langpootmug.

De tweede soort komt de winter ook door als emelt. De eerste generatie vliegt na een verpopping in mei uit. Ze legt dan eitjes waaruit een emelt ontstaat.

Deze emelt voedt zich met grasplanten van mei tot ongeveer augustus. na de verpopping ontstaat een tweede generatie langpootmuggen. Deze legt weer eieren waaruit een emelt ontstaat. Deze emelt voedt zich met grasplanten van mei tot ongeveer augustus. Na de verpopping ontstaat een tweede generatie langpootmuggen. Deze legt weer eieren waaruit de Emelten komen die overwinte­ren.

Langpootmuggen leven slechts 1 à 3 dagen en in die paar dagen kan het vrouwtje 300 tot 400 eieren afzetten. De voorkeur van de langpootmug­gen gaat uit naar Engels raaigras. De eieren hebben 2 à 3 weken nodig om uit te komen. De meeste eieren zijn eind september uitgekomen.
Emelten leven het liefst in een humusrijke vochthoudende omgeving die beschut is, dus bijv. ruig grasland. Door te zorgen dat in augustus de bossen gemaaid zijn, de molshopen geslecht en door het onkruid te bestrijden, zorgt men er voor dat er minder Emelten zijn.

Emelten hebben geen last van de winter. Ze verstijven gewoon. Wel hebben ze hinder van wateroverlast.

Als Emelten massaal aanwezig zijn kan er een enorme schade aangericht worden. De grasmat komt dan geheel los te liggen van de ondergrond. Als het dan droog is, kan de grasmat hierdoor volledig afsterven. De schade is al aanwezig voordat men ze ziet. Het begint al in de winter en is het grootst in maart en april. Dit komt omdat de larven dan gaan verpoppen
Voor bestrijdingsmogelijkheden kijk je in de "Handlei­ding"


Rouwvlieglarven
De larve van de rouwvlieg is bruin-grijs en ongeveer 2 cm groot. De rouwvliegen komen in hoopjes van enige honderdtallen bij elkaar voor. Ze vreten plekgewijs de grond kaal. Als men de schade ziet is men te laat. Er zijn dan al poppen aanwezig en bestrijden heeft daardoor geen zin meer.
Voor middelen e.d.: zie de "Handleiding".
Mollen
Ook mollen kunnen het beste in de winterperiode worden bestreden. De bestrijding vindt plaats met klemmen of met pillen. Aangezien de pillen zeer giftig zijn is een aparte vergunning nodig om er mee te mogen werken.

De klemmen kan men het beste plaatsen aan de perceelranden.

Het meest effectief is het samen met je buren bestrijden van mollen.
OPDRACHT: Vragen.
1. Welke insecten worden in grasland bestreden?
Een bestrijdingsdrempel is die mate van aantasting waarbij de bestrij­dingskosten even groot zijn als de te verwachten schade.
2. Is van een van deze insecten een bestrijdingsdrempel bekend? Hoe groot is de bestrijdings­drempel? Hoe bepaal je de bestrijdings­drempel?

3. In welke groep(en) vallen de belagers van grasland?




5.3. Alleen voor akkerbouw/loonwerkleerlingen

Fotomateriaal ziekten bij aardappelen, bieten en granen.





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina