Gewasbescherming a


HOOFDSTUK 7 OPSLAG VAN BESTRIJDINGSMID­DELEN



Dovnload 471.07 Kb.
Pagina6/6
Datum25.07.2016
Grootte471.07 Kb.
1   2   3   4   5   6

HOOFDSTUK 7 OPSLAG VAN BESTRIJDINGSMID­DELEN


(alleen lezen)

Orde en netheid bij de opslag van bestrijdingsmiddelen kan ongelukken voorko­men. Wanneer een verpakking met een vloeibaar bestrijdingsmidde­len bovenin de bestrijdings­midde­lenkast staat en omvalt, is de kans dat de verpak­king kapot gaat veel groter dan wanneer de verpakking onderin staat. Een goed afgesloten kast voor­komt dat bijvoorbeeld kinderen bij de bestrijdings­midde­len kunnen komen. Een goede opslag is dus van groot belang.


Type opslagplaats
Het type opslagplaats dat geschikt is, is mede afhanke­lijk van de hoeveelheid die wordt opgeslagen:

* < 150 kg: een losse kist of kast volstaat,

* 150 400 kg: een bouwkundige kast is noodzakelijk,

* > 400 kg: een betreedbare bewaarplaats is noodzake­lijk.

Een bestrij­dingsmiddelen­kast (met een inhoud van minder dan 400 kg) moet aan de vol­gende eisen voldoen (artikel 9 van het Bestrijdingsmid­delenbe­sluit):

* solide bouw en stevige standplaats,

* (muis)dichte constructie,

* twee ventilatieopeningen van elk minimaal twee vierkante dm, ventilatieopeningen zover mogelijk uit elkaar (diago­naal tegenover elkaar),

* ventilatie mag niet uitkomen in werk  of schaftlokaal (eet smake­lijk),

* alle kastdelen moeten glad en effen zijn,

* geen poreuze of absorberende materialen gebruiken,

* lekbak over de gehele bodem,

* deur afsluitbaar met stevig slot,

* onbevoegden, zoals kinderen, moeten niet bij de sleutel kun­nen,

* deur voorzien van verplicht waarschuwingsbord (doods­kop met tekst `bestrij­dingsmiddelen' en verbodssignaal vuur, open vlam en roken verboden met daaronder tekst `verboden voor onbevoeg­den',

* standplaats droog, koel en buiten van invloed zonne­stra­ling,

* dichtbij de kast een wasplaats met stromend water. Als er een elektrische installatie (bijvoor­beeld verlichting) in de kast aanwezig is moet het materi­aal bestand zijn tegen chemische invloeden; de kast moet in een goede staat van onderhoud worden gehou­den; de kast moet doelmatig worden ingericht en zo schoon en opgeruimd mogelijk zijn.

Eisen die gelden voor een grote kast en betreedbare opslag­ruimte (van meer dan 400 kg opslag) zijn dezelfde eisen als eisen die ook gelden voor kleine kast aange­vuld met:

* Er moet sprake zijn van een goedgekeur­de instructie die duidelijk zichtbaar aan de buitenzij­de van de bewaar­plaats is opgehangen. Deze instructie, die door de Arbeidsinspectie wordt uitgegeven als publicatieblad P73, geeft aan wat er moet worden gedaan in het belang van de veiligheid en ge­zondheid en wat moet worden nagelaten bij de opslag van en de omgang met bestrij­dingsmidde­len.

* Ventilerend oppervlak minimaal 1/250 ste deel van het vloer­op­pervlak.

* Ramen maximaal 90 dm², in brandwerende kozij­nen en voorzien van glas met gaasbewa­ping (maaswijd­te maximaal 10 mm).

* Wanden, zolders, deuren en ramen dienen brandwerend te zijn (NEN 3884).

* Binnen een afstand van twee meter van de ruimte mogen geen andere bewaarplaatsen, brandbare con­structies of materia­len zijn.

* Verwar­ming zonder vuur, oppervlakte verwarmingsmid­del maxi­maal 350 graden.

* Afstand tussen vloer en plafond minimaal 250 cm bij bestaan­de situatie en 300 cm bij nieuwbouw.

* Degene die bestrijdingsmiddelen in voorraad heeft, is ver­plicht ervoor te zorgen dat er in de bewaar­plaats niet wordt gerookt en er geen open vuur aanwezig is.



Persoonlijke kast

Het is handig naast de bestrijdingsmiddelenkast een persoon­lijke verzorgings­kast te zetten. Deze moet aan dezelfde voor­waarden voldoen. De kasten mogen niet rechtstreeks met elkaar in verbin­ding staan. Een muurtje ertussen is een oplos­sing.


HOOFDSTUK 8 BEREKENEN HOEVEELHEID MID­DEL EN WATER


Een belangrijk gegeven dat je nodig hebt voor het uit­voeren van een bespuiting, is de dosering van het te gebruiken mid­del. De dosering is te vinden op het etiket van het middel.


Er zijn twee manieren om de hoeveelheid middel aan te geven:
a hoeveelheid per oppervlakte eenheid, bijvoorbeeld liter/kg middel per ha. Het is voor deze methode belangrijk het juiste aantal liters spuitvloei­stof per ha te weten. Deze methode wordt vooral in de buiten­teelten toegepast.
b concentratie van het middel, bijvoorbeeld vier li­ter/kg per 100 liter water.
Maak ter inleiding de volgende opgaven (als huiswerk)
Om tijdens het spuiten niet met het probleem: spuit­vloeistof over of tekort, opgezadeld te worden, is het noodzakelijk enig rekenwerk te beheersen. Het gaat dan over vragen als: Hoeveel water en bestrij­dingsmiddel heb ik voor de totale bespuiting nodig? Hoeveel bestrij­dingsmiddel moet ik in elke tank doen en welke rijsnel­heid moet ik aanhouden? Daarom nu de volgende rekenop­drachten.

Vul in:

.. m2

.. ha

.. are

3.000

0,3

30

......

5,2

..

......

...

70

4.550

...

..

......

...

43

......

1,45

..

16.000

...

..

......

...

12

......

2,10

..



Vul in:

.. l

.. ml

.. cc

4

4.000

4.000

....

12­.­000

.....

0,4

..­.­...

.....

7,2

..­.­...

.....

....

..­.­...

8.600

....

150

.....

17

..­.­...

.....

....

3.900

.....



Vul in:

dosering in l of kg per ha

dosering in ml of gr per are

5 l/ha

50 ml/ha

3 kg/ha

.. gr/are

.. l/ha

20 ml/are

6 l/ha

.. ml/are

2 l/ha

.. ml/are

0,5 kg/ha

.. gr/are

.. kg/ha

30 gr/are

.. l/ha

50 cc/are

.. l/ha

60 cc/are

.. kg/ha

12 gr/are

4,5 l/ha

.. ml/are


Vul in:

dose­ring

middel wa­ter



te be­spui­ten

opper­vlak



benodigde hoe­veel­heid

water en middel



tank-

inhoud


aan­tal

tanks


hoeveel­heid

middel per tank



3 l/ha

400 l/ha


5000 m²

0,5 ha  3 l = 1,5 l

0,5 ha  400 l = 200 l



100 l

200  100

= 2


1,5 l  2

= 0,75 l


20 ml/are
20 l/are

60 are

.........­...­......­....
.........­...­......­....

10 l

...­...­....

.....­...­...­....

40 gr/are
5 l/are

25 are

.........­...­......­....
.........­...­......­....

10 l

...­...­....

.....­...­...­....

4 kg/ha
500 l/h

5 ha

.........­...­......­....
.........­...­......­....

400 l

...­...­....

.....­...­...­....

8 l/ha
300 l/ha

4,5 ha

.........­...­......­....
.........­...­......­....

675 l

...­...­....

.......­....­....

50 gr/are
400 l/ha

10 are

...........­.......­....
...........­.......­....

200 l

...­...­....

.......­....­....

0,5 l/ha
200 l/ha

2 ha

...........­.......­....
...........­.......­....

100 l

...­...­....

.......­....­....

Eindopdrachten:


Opdracht 1

Op een perceel van 2,5 ha moet een vloeibaar onkruidbe­strij­dingsmid­del worden toegediend. Op het etiket wordt een dose­ring van 3 liter per ha vermeld. De

hoeveelheid water bij deze behandeling is 200 liter per ha.

a Bereken de hoeveelheid middel die nodig is.

b Bereken de hoeveelheid water die nodig is.

Opdracht 2

Op een perceel van 1500 m² moet een vloeibaar ziektebe­strij­dingsmid­del worden toegediend in een opgaand gewas. De `dosering' (beter: meng­verhouding of concentratie) is volgens het etiket 50 ml middel per 100 liter water. De beno­digde hoeveelheid spuitvloeistof is 20 liter per 100 m.

a Bereken de benodigde hoeveelheid water in liters.

b Bereken de benodigde hoeveelheid middel in ml.



Opdracht 3

Op een perceel van 5 ha wordt een spuitpoeder toegepast tegen bladluizen. De dosering bedraagt 0,5 kg per ha.

a Hoeveel kg middel moet in totaal afgewogen worden?

b Dit middel moet ook worden toegepast op een klein perceel.

Hoeveel middel is er voor dit perceel nodig, uitge­drukt in gram per are?


Opdracht 4

Op een perceel van 20 meter bij 25 meter moet een on­kruidbe­strijding worden uitgevoerd. Voor het uitrekenen van de beno­digde hoeveelheid middel en water moet je de oppervlakte weten.

Bereken de oppervlakte van dit perceel:

a in m².


b are.

c ha.


Opdracht 5

Op een perceel van 20 bij 25 meter moet een onkruidbe­strijding worden uitge­voerd. Op het etiket wordt voor het middel een dosering vermeld van 3 liter per ha. Bereken de hoeveelheid middel die voor deze bespuiting nodig is:

a in liters.

b in milliliters.

c Waar hangt het van af of je de hoeveelheid uitdrukt in liters of in millili­ters?

Opdracht 6

Op een perceel van 20 bij 25 meter moet een onkruidbe­strijding worden uitge­voerd. Op het etiket wordt voor het middel een dosering vermeld van 3 liter per ha en een hoeveelheid water van 200 liter per ha. Bereken de hoeveelheid water die voor de bespuiting nodig is.



Opdracht 7

Op een perceel van 40 bij 25 meter moet een onkruidbe­strijding worden uitge­voerd. De dosering van het middel is 3 liter per ha en de hoeveelheid water 200 liter per ha. De bestrijding wordt uitge­voerd met een rugspuit die een tankinhoud heeft van 15 liter.

a Bereken de hoeveelheid middel en water die nodig is.

b Kan met 1 tankvulling worden volstaan?

c Bereken de hoeveelheid middel voor de eerste tankvul­ling.

d Bereken de hoeveelheid middel en water voor de tweede tank­vul­ling.



Opdracht 8

Een veldspuit heeft een inhoud van 1000 liter. Hiermee wordt op een perceel een bespuiting uitgevoerd. Op het etiket wordt voor het middel een dosering van 5 liter per ha aangegeven. De hoeveelheid water per ha is 400 liter. Hoeveel middel moet worden gereed gemaakt voor 1 tankvul­ling?


Opdracht 9

Op een perceel wordt een bespuiting uitgevoerd. De dosering van het middel is 5 liter per ha. De hoeveel­heid water per ha is 400 liter. De tank moet voor de laatste omgang bijgevuld worden. Er is nog 100 liter spuitvloei­stof in de tank. Er moet nog 2 ha gespoten worden. De noodzakelijke hoeveelheid rest­vloeistof is 25 liter.

a Met hoeveel water moet worden bijgevuld?

b Hoeveel middel moet hier aan worden toegevoegd?



Opdracht 10

Op een bietenperceel van 5 ha wordt een rijenbepuiting uitge­voerd. De rijenaf­stand is 50 cm. De te bespuiten strook is 20 cm. Gerekend naar een volveldsbe­spuiting zou 300 liter per ha worden verspoten worden en de dosering van het middel zou 5 liter per ha zijn. De noodzakelijke hoeveel­heid restvloeistof

bedraagt 25 liter (De veldspuit heeft een tank van 1000 li­ter).

a Hoeveel spuitvloeistof moet er worden gereedgemaakt?

b Hoeveel middel moet hier aan worden toegevoegd?

HOOFDSTUK 9 UITVOEREN GEWASBESCHERMING

Vul aan de hand van naslagwerken en de handleiding gewasbe­scherming de volgende tabellen in al naar gelang je bedrijfstak is.


Indien meerdere middelen worden geadviseerd kies dan 1 .
TABEL 1: Snijmais (voor veehouderij-leerlingen en loonwerk-leerlingen)


BELAGER

WERKZAME

STOF


MIDDEL

DOSERING

TOEP.

TIJDSTIP


KOSTEN

PER HA


melganzevoet,

zwarte nacht-

­ schade















kweekgras















hanepoot















haagwinde

















ritnaalden














vogels















fritvlieg
















TABEL2: Aardappelen, akkerbouwleerlingen


BELAGER

WERKZAME

STOF


MIDDEL

DOSERING

TOEP.

TIJDSTIP


KOSTEN

PER HA


melganzevoet,

zwarte nacht-



­ schade














kweekgras















aaltjes















phytophthora

















Bladluizen pootgoed















Coloradokever















Rhizoctonia knolbehandeling



















examen gewasbescherming.kies je sector en maak de toets




Licentie 1 gewasbescherming





1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina