Glossarium van veel gebruikte Vlaamse woorden



Dovnload 0.51 Mb.
Pagina1/6
Datum27.09.2016
Grootte0.51 Mb.
  1   2   3   4   5   6
Glossarium van veel gebruikte
Vlaamse woorden

Samengesteld op 6-12-2009 (M.V.)

Toen het tot me doordrong dat veel Vlaamse woorden niet begrepen worden door Nederlanders, ben ik lijsten met woorden gaan verzamelen en kwam tot de constatatie (AN: constatering) dat het geheel dan verschrikkelijk extensief wordt. Onderhavige lijst lijkt me schier eindeloos uitgebreid te kunnen worden. Ik ben ermee gestopt na 28 pagina’s (maar ik zal wel niet aan de verleiding kunnen weerstaan daar nog wat aan toe te voegen).

Het voordeel van zo’n lijst is enerzijds dat ik me voortaan wat beter zal bezinnen over de woorden die ik gebruik in de artikels en vertalingen op mijn site, maar anderzijds wordt Nederlanders de gelegenheid geboden om ook eens kennis te maken met (de voor hun vreemde) woorden in de Vlaamse omgangstaal. En dan heb ik het niet over de vele Vlaamse dialecten, want onderstaande woorden vind je immers nog veel gebruikt in de Vlaamse literatuur, op tv en in films. Wie zal zeggen dat sommige woorden niet kunnen bijdragen tot een verrijking van het Algemeen Nederlands? Ieder denke er het zijne van.



Vlaams

Nederlands

A




aanhouden, aangehouden

arresteren, gearresteerd

aanwezigheidslijst

presentielijst

aardappelbloem

aardappelmeel

aardig

vreemd

accorderen

overeenstemmen

achterduims

achterbaks, geniepig

achterkeuken

bijkeuken

achternadoen

nabootsen

achternoen

namiddag

afbieden

afdingen

afbollen, het ~

weggaan

affront, affrontelijk, affronteren

belediging, beledigend, beledigen

afhalen

ophalen

afkomen

langskomen

afkomen, met ~

komen aanzetten met

afkuisen

proper maken

afluizen

afbedelen

afslaan

afranselen

afslaan, afdraaien

van richting veranderen

afslag

prijsverlaging, korting

afstappen (van bus of trein)

uitstappen

afstappen, het ~

vertrekken

aftekenen

kwiteren

aftrekker

flesopener; vloerwisser

afwassen

de vaat doen

afwas, de ~

vaat

afzien

lijden, pijn hebben

ajuin

ui

ajuinsaus

uiensaus

allee, den ~

de overloop

alleman

iedereen

ambetant, ambetanterik

vervelend, lastpost

ambeteren

lastig vallen

ambras

ruzie, heibel

ambrasmaker

herrieschopper

amortisseur

schokdemper

annonce, annonceren (in krant)

advertentie, adverteren

anorak

jek

antivries

antigel

appelsien

sinaasappel

appelsiensap

sinaasappelsap

appendiciet

blindedarmontsteking

arduin

blauwe hardsteen

arrangeren

regelen

artisanaal

ambachtelijk

assisenhof

hooggerechtshof

assorteren; assorti

bij elkaar doen passen; past bij elkaar

assureren, assurantie

verzekeren, verzekering

attachke

paperclip

autocontrole, autoschouwing

autokeuring

autosalon

autotentoonstelling

autostop doen

liften

autostrade

autosnelweg

avanceren

opschieten

avans, dat is geen ~

dat helpt niet

B




bache

dekzeil

bagagerek

imperiaal

bak, den ~

gevangenis

bakkes

smoel

baladeuse

looplamp

bandbreuk

lekke band

bandopnemer

bandrecorder

bangelijk

geweldig

bank

houten zitbank

bareel

slagboom

barema

salarisschaal

baren (aan zee)

golven

bassen

blaffen

bavet

slabbetje

baxter

infuus

bazaar

rotzooi

bebbel, uw ~ houden

uw bek houden

beddebak

ledikant

bediende

ambtenaar, werknemer in een kantoor

bedotten

bedriegen

beenderen

botten

beenhouwer, beenhouwerij

slager, slagerij

beestig goed

geweldig goed

begeesteren

in geestdrift brengen

begeestering

bezieling

begeven

bezwijken

behangpapier

behang

beiaard

carillon

bek (in het haar)

golf

bek (van gasvuur)

pit

beklappen

belasteren

bekomen

verkrijgen, ontvangen

bekommernis

bezorgdheid

belange nie

helemaal niet

bestoefen

ophemelen

betoelaging, betoelagen

subsidie, subsidiëren

beuzelaar

iemand die onzin vertelt

beuzelen

onzin vertellen

beuzze geven

gas geven

bewaarschool, kakschool

kleuterschool

beziens hebben

bekijks hebben

bic (zie ook stylo, kogelpen)

balpen

bierbak

bierkrat

bierkaartje

bierviltje

bijeen

bij elkaar

bijhebben

bij zich hebben

bijhuis

filiaal

bilan

balans

bil

dij

binnendoen (oogst)

binnenhalen

bissen (studententaal)

doubleren

bisser

zittenblijver

blaar

roddelaarster

blaas

zeepbel

blaffetuur

venster(rol)luik

blein

blaar

bleiten, bleten

huilen

bleiter, bleter

huilebalk

blink, schoenblink; blinken, opblinken

schoensmeer; poetsen (schoenen)

bloemsuiker

poedersuiker

bluts

deuk

bobijn

spoel

boeffen

veel en gulzig eten

boeffer

militair

boel

ruzie

boeleke

baby

boeregat

(afgelegen, klein) dorp

boite

versnellingsbak

bokaal

glazen pot, weckfles

boke

boterham

bollen

rijden

bombardon

bastuba

bomma

oma

bompa

opa

boogscheut

kleine afstand

borduur

trottoirband

borstel

kwast

borstel, keerborstel

bezem

bot (van bloemen)

knop

bot, botten

laars, laarzen

botten, iets uit je ~ slaan

flauwekul vertellen

brieventas

portefeuille

brocanterie

oude spullen en rommel, bijna-antiek

broebelen

wartaal, onduidelijk spreken

broekschijter

angsthaas

brosse (uitspr. bros)

stekelhaar (kapsel)

brossen, brosser

spijbelen, spijbelaar

bucht

kwaliteitsloze drank; slecht materiaal

buis

onvoldoende score op een test

buitenwipper

uitsmijter

buizen

op meerdere vakken gezakt in het examen

buizen (ww.) - gebuisd

zakken - gezakt voor een test

bureel

bureau, kantoor

buskot

bushok

C




cache-pot

sierpot

café

kroeg

camion

vrachtwagen

camionette

bestelwagen

canapé

zitbank

caoutchouc (uitspr. kautsjoe)

rubber

cataloog (klemtoon op oog)

catalogus

categoriek

categorisch

cervela

cervelaatworst

champetter

veldwachter

chapeluur

paneermeel

chappe

ondervloer

chappen

ondervloer leggen

charcuterie

fijne vleeswaren

charel

gekke kerel

charette

kinderwagen voor rechtopzittend kind

chasse

stortbak van wc

chassen

wc doortrekken

chauffage

centrale verwarming

chikken

kauwgom kauwen; tabak pruimen

chinese inkt

oostindische inkt

chiro

katholieke scoutsbeweging

chouke

schatje, zoeteke

clandestien

ondergronds (in oorlogstijd)

classeur

ordner, map voor zakelijke correspondentie

clignoteur

richtingaanwijzer

clown, kloon

overall

coiffeur, coifferen

kapper, kappen

col, kol

boord (van overhemd); schuimboord van een biertje

compassie

medelijden

competitief

concurrerend

compteur (uitspr. conteur)

teller (elektriciteit, water, gas)

confituur

jam

congé

vakantie, verlof

constatatie

constatering

consumatie

consumptie

content

tevreden

contesteren

verzetten

corniche

omkaste dakgoot

cornichon

augurk

coureur

wielrenner

crapuul

uitschot, tuig

crème

ijsje

creme au beurre

boterroom

croque (-monsieur/-madame)

tosti

curieus, dat is ~

merkwaardig

curieus, hij is ~

nieuwsgierig, benieuwd

curieuzeneus

nieuwsgierigaard

curryworst (gehaktworst)

frikandel

D




dabben

wroeten

daim

suède

dalle (uitspr. dal)

vierkante betontegel

dampkap

afzuigkap

danskoord

springtouw

darm (voorwerp)

slang

daveren

trillen, schudden

debardeurke

spencer

debrayeren

ontkoppelen


  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina