God ter sprake in de geestelijke begeleiding



Dovnload 307.73 Kb.
Pagina1/6
Datum25.08.2016
Grootte307.73 Kb.
  1   2   3   4   5   6

God ter sprake in de geestelijke begeleiding

Michelangelo – Sixtijnse Kapel – God schept de mens

Scriptie ter afsluiting van de opleiding Geestelijke Begeleiding aan het Titus Brandsma Instituut te Nijmegen

Student: ds. P.J.C. Korver

Zuidermeent 16

1218 GW Hilversum



peterkorver@upcmail.nl

035-6945242

Docent: prof. dr. H. Blommestijn

Datum: 11 juli 2012

Spreken over God kan eigenlijk niet,

Spreken tot God wel.i


Jean Jacques Suurmond

Wat bedoelen wij als wij over God spreken? In feite toch alleen dat er een hand bestaat die ons omvat als een gewaad, die ons een schoonheid schenkt waarin wij uit het stof van de aarde tot de sterren opgroeien. Als deze achtergrondkennis van ons bestaan ons ontvalt, zijn wij nog slechts stof en zo voor onszelf een reden tot schaamte.ii

Eugen Drewermann

Misschien is het de voornaamste taak van de pastor om te voorkomen dat mensen om de verkeerde reden lijden. Veel mensen lijden omdat zij hun leven gebouwd hebben op een verkeerde vooronderstelling. De vooronderstelling namelijk, dat er geen angst of eenzaamheid, geen verwarring of twijfel hoort te zijn. Maar men kan alleen creatief met dit lijden omgaan, als het begrepen wordt als een verwonding die eigen is aan ons menselijke conditie.iii

Henri Nouwen

Geestelijke begeleiding:


- er gewoon maar zijn
... samen onderweg
... met de Ander
in kwetsbare openheid,
vanuit de diepte van ons zijn
en in betrokkenheid op elkaar
het Leven tegemoet.

GAANDEWEG ...



Inhoud

  1. Inleiding

    1. Probleemstelling p. 5

    2. Werkwijze p. 6

  1. De geestelijk begeleider en zijn/haar opleiding

2.1 Definiëring van geestelijke begeleiding p. 8

2.2 De drie typen van geestelijk begeleider p. 9

2.3 De opleiding p. 9


  1. De opkomst van de geseculariseerde samenleving

3.1 Het godsbeeld van Michelangelo p. 12

3.2 De secularisatie van Europa p. 13

3.3 De secularisatie van Nederland p. 14

3.4 De gevolgen van de secularisatie in Nederland p. 15

3.5 A secular age : een analyse p. 15

3.6 God’s afwezigheid in de geseculariseerde samenleving p. 16

3.7 God´s aanwezigheid in de geseculariseerde samenleving p. 18

4. Op zoek naar nieuwe taal

4.1 Op zoek naar nieuwe taal voor het onzegbare p. 21

4.2 De geestelijk begeleider en het eigen godsbeeld p. 22

5. Geestelijke begeleiding en de mens met een persoonlijk en bijbels godsbeeld

5.1 Bijbels spreken over God p. 24

5.2 Kerkelijk spreken over God ` p. 25

5.3 In gesprek met J., een meelevend katholiek p. 27

5.4 God in de kunst p. 28

5.5 De christelijke godsvoorstelling in de poëzie: Ida Gerhardt p. 32

5.6 God en de Nederlandse theologie van de 20e eeuw p. 34

5.6.1 Karl Barth p. 34

5.6.2 Hendrikus Berkhof p. 35

5.6.3 Harry Kuitert p. 35

5.6.4 Het PKN-rapport ‘Spreken over God’ p. 35

5.6.5 Edward Schillebeeckx p. 36

5.6.6 Huub Oosterhuis p. 37

5.6.7 Anton Houtepen p. 38

5.6.8 Henri Nouwen p. 39

5.6.9 Eugen Drewermann p. 40

5.6.10 Samenvatting p. 43

6. Geestelijke begeleiding en de mens met een onpersoonlijk godsbeeld
6.1 Van een persoonlijke naar een niet-persoonlijke voorstelling van de bijbelse god p. 44

6.2 Ietsisme p. 47

6.3 In gesprek met een unitarisch-universalistisch voorganger p. 48

6.4 In gesprek met betrokken leden van een vrijzinnige geloofsgemeenschap p. 49


6.5 De religieus-humanistische godsvoorstelling in de poëzie: Vasalis p. 51

6.6 Het godsbeeld in de New Age-beweging p. 52



7. Geestelijke begeleiding en mensen die niet religieus zijn of denken te zijn
7.1 Religie voor atheïsten p. 54

7.2 In gesprek met D., een bewust levende, niet-religieuze vrouw p. 55


8. De geestelijk begeleider en zijn omgang met God

8.1 Inoefening van spiritualiteit p. 60

8.2 Model voor een persoonlijk getijdegebed p. 61

8.3 Anderssoortige vaardigheden p. 63


Conclusies p. 65

Hoofdstuk 1 : Inleiding

1.1 Probleemstelling

Wie te maken heeft met levensvragen kan zich wenden tot een pastor, om samen een begaanbare weg te zoeken. Dat is iemand die, vooral aan de hand van gesprekken, hulp en begeleiding biedt aan mensen met grote en minder grote vragen over richting, zin en betekenis. Vragen als: wat is de betekenis van gebeurtenissen in mijn leven? Hoe kan ik er zin in ontdekken? Welke lijn zit er in mijn levensverhaal? Hoe is God erin aanwezig? Welke keuzes maak ik in morele dilemma’s, bijv. rond euthanasie? Ook ingrijpende gebeurtenissen zoals verandering van werkkring, kerk of levensstijl kunnen aanleiding zijn voor een gedachtewisseling. De geestelijke ondersteuning en begeleiding zal vorm krijgen in één of meer gesprekken, eventueel aangevuld met rituelen waaraan mensen door de eeuwen heen hun kracht hebben ontleend, zoals bidden en zegenen.

In mijn functie als predikant zoek ik mensen op die verbonden zijn met de geloofsgemeenschappen waar ik aan verbonden ben. Of zij zoeken mij op om in gesprek te gaan over de levensvragen die hen bezig houden. Wanneer ik een tijdje met hen mag meelopen om samen te zoeken naar voorlopige of blijvende antwoorden, dan is er sprake van begeleiding. Twee mensen ontmoeten elkaar en spreken met elkaar over de dingen die er werkelijk toe doen. Vanuit de geloofsgemeenschap zijn zij zich er meestal van bewust dat hun levens opgenomen zijn in een grotere werkelijkheid, deel uitmaken van een alles omvattend geheim, waarbinnen zij een plek zoeken en keuzes maken. De vraag komt vaak naar voren wat is het dat - of wie is het die - mijn leven draagt? Waarop - of op wie - mag ik vertrouwen? Hoe maak ik contact met de grond van mijn bestaan om bemoedigd en geïnspireerd te worden? Sommige mensen zullen hier het woord God naar voren laten komen, anderen niet. Vanuit een beleefde relatie met God, de Ene, de Eeuwige kunnen zij onder woorden brengen wat hen bang maakt, wat hen motiveert, wat hen gelukkig maakt. Soms in taal ontleend aan de bijbel met een voorstelling van een persoonlijke God, die ziet en hoort, die aanspoort en die troost, die liefheeft en toornig is. Steeds vaker is die God een onpersoonlijke kracht, een mysterie: ‘Onnoembaar is uw naam, onzegbaar is uw kracht’.

Een toenemend aantal mensen, zowel binnen als buiten de kerken is verlegen of afkerig van het spreken in de geloofstaal van weleer. Zij hebben er in hun opvoeding niet of nauwelijks kennis mee gemaakt of hebben dat wel, maar bewaren daar frustrerende herinneringen aan. Zij vermijden taal op verhoogde toon, of lenen rituelen en taal die afkomstig zijn van godsdiensten of tradities waar ze zelf niet uit afkomstig zijn. Anderen voelen weinig behoefte om zich te oriënteren op dat wat boven het hier en nu uitgaat, de zichtbare en ontleedbare werkelijkheid. Toch kunnen sommige situaties, zoals geboorte, ziekte en dood, vragen oproepen.

Als predikant van een tweetal vrijzinnige geloofsgemeenschappen ontmoet ik mensen uit al deze categorieën. Ik ben mij ervan bewust dat de bestaande geloofstaal voor een steeds kleiner wordende groep herkenbaar en bruikbaar is, terwijl de grote vragen van het leven dezelfde blijven. Zijn er nog woorden, traditionele of nieuwe, die kunnen weergeven wat mensen ervaren wanneer bestaansvragen aan de orde zijn? Ben ik als geestelijk begeleider in staat de juiste taal te vinden om mensen te helpen de eigen ervaringen en vragen te verhelderen en te beschouwen in een groter zingevend verband? Mijn werk doe ik vanuit mijn eigen gelovige achtergrond. Deze bestaat uit een katholieke opvoeding en een latere keuze voor het vrijzinnig christendom. In hoeverre is het mij mogelijk ook de woorden te verstaan die een niet-kerkelijk, niet godsdienstig of een niet-religieus spreekt over wat hem of haar wezenlijk beweegt? Het is mijn ambitie om ook dienstbaar te zijn aan mensen buiten de kleine kring van de eigen gemeentes. De titel van deze scriptie geeft een wezenlijk element aan van het gesprek dat de (christelijke) geestelijk begeleider voert: God ter sprake laten komen. ‘God ter sprake laten komen’ veronderstelt al een (christelijk) godsdienstige context.

Overwogen heb ik om een andere titel te gebruiken, ‘Spreken over de grond van het bestaan bij geestelijke begeleiding’ of ‘Het mysterie van het leven ter sprake bij geestelijke begeleiding’. Of iets dichterbij: ‘De Eeuwige ter sprake bij geestelijke begeleiding’. Ik heb gekozen voor het bekende woord ‘God’, omdat het het meest dicht staat bij mijn eigen achtergrond en beleving. Dat neemt niet weg dat ik mij ook herken in de alternatieven. In Nederland kan een geestelijk begeleider in contact komen met mensen met een andere godsdienst dan de christelijke of met een andersoortige religieuze beleving, een spiritualiteit die afwijkt van de christelijke. Binnen en buiten de kerken raken mensen geïnspireerd door het Nieuwe Tijds (New Age) denken en voelen, van meditatiecursus, yoga, klankschaal, tarot, ayurveda en aromatherapie. Voor de een is God ‘in’ ieder van ons, voor de ander ‘hoog boven ons’. Voor de een is God ‘Iets’ voor de ander ‘Iemand’. In de afgelopen jaren heb ik ‘God’ in pastorale gesprekken op de volgende uiteenlopende manieren horen aanduiden: God, Hasjeem (‘de Naam’), Allah, de Ene, de Eeuwige, de Aanwezige, de Onuitsprekelijke, het Witte Licht. In dat meerkleurige religieuze klimaat is het voor een geestelijk begeleider van belang meerdere religieuze talen te verstaan en te spreken om beter in staat te zijn mensen te begeleiden op hun zoektocht in het leven.



1.2 Werkwijze

Voor deze scriptie ben ik vertrokken vanuit de theoretische vraagstelling op welke manier God in deze tijd, in deze cultuur ter sprake kan worden gebracht bij geestelijke begeleiding. De relevantie van deze vraag is groot daar waar enerzijds de behoefte aan begeleiding bij existentiële vragen groot is en anderzijds God steeds meer aan belang verliest in onze cultuur.

Als gelovige en als theoloog ben ik gevormd door mijn rooms-katholieke opvoeding en mijn vrijzinnig-protestantse theologische vorming. Voor de theologische onderbouwing heb ik mij georiënteerd op het werk van vooral Nederlandse theologen uit de afgelopen eeuw, met name Titus Brandsma, Edward Schillebeeckx, Anton Houtepen, Henri Nouwen, Eugen Drewermann, Klaas Hendrikse. De recente rapporten ‘Spreken over God’ en ‘Vrijzinnig preken over God’ van resp. de Protestantse Kerk in Nederland (PKN) en de Vereniging van Vrijzinnig Protestanten (VVP) gaven de doorwerking van hun werk in de kerken aan. Naast deze theologen die zich steeds zeer verbonden hebben gevoeld met de kerken, heb ik gezocht naar dichters die in staat bleken te zijn een andere taal te hanteren – een poëtische – om God ter sprake te brengen. Op zoek naar mogelijkheden om het geheim van het leven ter sprake te brengen en beleefbaar te maken bij mensen die op enige dan wel grote afstand staan van het christendom, de kerk en/of theologie, bestudeerde ik een publicatie van Alain de Botton over de betekenis van religies voor een niet-godsdienstige samenleving.

Voor het verkrijgen van ervaringsmateriaal heb ik mij gericht op de



  • Begeleiding van een ouder wordend meelevend kerkelijk persoon

  • Begeleiding van een ernstig ziek persoon

  • Begeleiding van een persoon tussen dertig en veertig jaar met zingevingsvragen

  • Begeleiding van een jong volwassene met zingevingsvragen

  • Deelname aan studiedag Studiekring Drewermann Nederland: prof. dr. Matthias Beier over Religie als therapie voor mens en samenleving: Eugen Drewermanns betekenis voor de pastorale zorg / geestelijke hulpverlening en psychotherapie.

  • Begeleiding van gesprekskringen en het leiden van cursussen in de hierna te noemen geloofsgemeenschappen, alsmede een cursus over Titus Brandsma die ik gegeven heb voor de Centrale Commissie voor het Interkerkelijk Vormingswerk (CCIV) in Naarden-Bussum/Hilversumse Meent.

Mijn stage-activiteiten vonden voornamelijk plaats binnen de twee geloofsgemeenschappen waar ik werkzaam ben als voorganger resp. predikant, de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB afd. Naarden-Bussum en de Remonstrantse Gemeente, opgenomen in de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap Hilversum. Mijn stage-begeleider was dr. Marja Ernst – Houben uit Hoofddorp.

Hoofdstuk 2 : De geestelijk begeleider en zijn/haar opleiding

2.1 Definiëring van geestelijke begeleiding

Een predikant heeft – net als andere pastores en ambtsdragers - als taak zich in te zetten om mensen dichter bij God te brengen. Mijn werk als predikant verricht ik, zoals gezegd, vanuit een gelovige verbondenheid met God. Vanuit deze achtergrond benaderen mensen mij met hun wezenlijke bestaansvragen naar zin en onzin, geluk en lijden, leven en dood, liefde en eenzaamheid. Geestelijke begeleiding kan omschreven worden als het verlenen van hulp aan mensen met levensproblemen en het begeleiden van mensen met levensvragen. In het gesprek dat ontstaat wordt gezocht naar woorden en beelden die helpend zijn. Soms vragen mensen om meerdere gesprekken, omdat zij in een proces van geestelijk herstel of geestelijke groei verkeren of willen komen. Dan mag gesproken worden van geestelijke begeleiding. Geestelijke begeleiding definieert Gideon van Dam als ‘een contact waarin iemand een ander als gids aanvaardt op (een deel van) de geestelijke weg’iv . Die ander begeleid je niet in de eerste plaats vanuit de vakdiscipline van de psychologie, maar vanuit een gelovige houding, een persoonlijke doorleefde relatie met wat hier voorlopig wordt aangeduid met de verzamelnaam ‘God’. De beroepsvereniging omschrijft het zo: geestelijke begeleiding ontvangen is het eigen leven leren bekijken in het licht van geloven (van een levensbeschouwing); de begeleiding cirkelt om vragen zoals: hoe ervaar ik zin in mijn leven? Hoe geef ik betekenis aan ingrijpende gebeurtenissen? Voor welke keuzes op het terrein van gezondheid en ziekte, leven en dood, word ik gesteld? Het is derhalve een voortgaande reflectie op eigen ervaringen. Geestelijke begeleiding geven is een ander begeleiden in het reflecteren over zijn/haar leven in het licht van geloven (van een levensbeschouwing).v Het krijgt vorm in betekenisvolle gesprekken, die mogelijk aangevuld kunnen worden met andere werkvormen.

Het gesprek tussen begeleide en begeleider onderscheidt zich in meerdere opzichten met dat van een cliënt en de psychotherapeut. Eén daarvan is: het mag ervaren worden als een gesprek met zijn drieën: begeleide, begeleider en ‘God’. Een goede geestelijke begeleider probeert je gevoelig te maken voor leiding in je leven. Hij of zij wil je helpen ontdekken dat de eigenlijke geestelijke begeleider de Schepper zelf is. Op een gegeven ogenblik kunnen je ogen daarvoor open gaan, zoals bij de leerlingen uit Emmaüs in het evangelie van Lucas (24,13-35).

Bij degenen die een beroep op mij doen ontbreekt echter in overwegende mate de vanzelfsprekendheid om ‘God’ te betrekken op hun zingevingsvragen. Zij zijn in meerderheid lid of vriend van de vrijzinnige geloofsgemeenschappen waar ik als voorganger aan verbonden ben. Een regelmatig gebruik van het woord God schept eerder afstand tussen mij als pastor en raadgever en de gesprekspartner. Ik spreek dan vanuit een taalveld dat de zijne of hare niet is. Zo stuit ik al snel op de centrale vraagstelling van deze scriptie: is het helpend om bij het begeleiden van mensen met zingevingsvragen expliciet te spreken over God? Is dat (nog) mogelijk in de westerse cultuur in deze tijd? Zijn er woorden – oude of nieuwe - die recht doen aan de ervaring van het Absolute dat al onze voorstellingsmogelijkheden overstijgt en die een hulpverlener in staat stelt te spreken over zingeving? In de begeleiding wordt immers aangesloten bij de ervaring dat het leven in relatie staat tot een grotere, overstijgende werkelijkheid, die door mij en de meeste collega’s kortheidshalve aangeduid wordt met God, terwijl mijn geprekspartners dat woord niet snel in de mond zullen nemen. In onze cultuur, in deze tijd, heeft het woord God voor veel mensen geen inhoud meer of roept zelfs onoverkomelijke weerstanden op. De vraag is derhalve of we levensvragen ook kunnen duiden zonder God ‘ter sprake’ te brengen. Is dat mogelijk door er op verschillende manieren woorden aan te geven, omdat voor de één de verwondering en de vragen die het bestaan oproepen in verband gebracht worden met een persoonlijk ervaren God, voor de ander met een als niet-persoonlijk ervaren God, voor een derde met een mysterie, een kracht, terwijl een vierde het bestaan ervaart in het hier en nu zonder er een godsdienstige of religieuze duiding aan te geven.



2.2 De drie typen van geestelijk begeleiders

Drie types van geestelijke begeleiders zijn, meen ik, denkbaar.



De eerste: de begeleider die werkt namens een geloofsgemeenschap en noemt zich predikant, priester, pastor, pastoraal werker. Zowel de hulpvrager als de begeleider hebben een relatie met of maken deel uit van een kerk of organisatie met een min of meer omschreven en beleefd beeld van God en een zingevend kader. De kans dat zij elkaars taal en beelden over en weer herkennen is groot.

De tweede: de geestelijke begeleiding wordt aangeboden vanuit een eigen praktijk, die geen bindingen kent met een bepaalde levensbeschouwelijke organisatie. Voor niet-kerkgebonden mensen is de drempel weggenomen die zij mogelijk ervaren bij een begeleider die ook vertegenwoordiger is van een kerk of een specifieke levensbeschouwing. De begeleider is in staat om woorden, beelden en rituelen in te zetten die herkend worden door en helpend zijn voor niet godsdienstige mensen. Hij of zijzelf is wel godsdienstig of religieus en kan zowel godsdienstige als niet-godsdienstige personen begeleiden. Er kan sprake zijn van een humanistisch raadsman/vrouw, met een openheid voor spiritualiteit.

De derde: de begeleider is zelf niet godsdienstig en de aanwezigheid van God wordt niet verondersteld. Deze professional noemt zichzelf een Coach of een Counsellor en heeft een eigen praktijk. Een coach begeleidt mensen die iets in hun leven willen veranderen of met een ontwikkelingsvraagstuk zitten. De coach begeleidt, intervenieert, adviseert en traint je zo nodig, op het niveau van gedrag en denken. Hij of zij gebruikt hierbij technieken uit verschillende disciplines, zoals de psychologie, psychotherapie en pedagogiek. Coaching is ook bij uitstek geschikt voor mensen met keuzevragen, zoals bijvoorbeeld: wat wil ik met mijn werk? Hoewel het woord ‘God’ niet ter sprake hoeft te worden gebracht, zoekt de coach met je naar dragende bronnen in je leven.

2.3 De opleidingen

Waar krijgen deze drie type begeleiders hun opleiding? De eerstgenoemde wordt ook voor zijn taak als pastor of begeleider gevormd aan de kerkelijke opleiding die veelal academisch is. Ook zijn er HBO-opleidingen voor pastoraal werk en deze hebben een erkenning van de kerken. Door het interkerkelijk of bovenkerkelijk karakter van deze instituten spelen zij in op verschillen in godsdienstige en levensbeschouwelijke beleving en daarmee kunnen zij ook het tweede type begeleider helpen vormen. Er zijn ook humanistische HBO-opleidingen. Voor de meer gespecialiseerde vorm van geestelijke begeleiding bestaan de opleidingen van het Titus Brandsma Instituut (TBI).

Coaches hebben vaak verschillende opleidingen en cursussen gevolgd om mensen zo goed mogelijk te begeleiden, vormen en inspireren. Er bestaat geen officiële opleiding of kwalificering die vereist is om coach te worden. Wel zijn er verschillende HBO opleidingen die opleiden tot life coach.

Laten wij nu eerst bezien om welke opleidingen het gaat en vanuit welke uitgangspunten zij vertrekken.

In Nederland zijn vier plaatsen waar geestelijk begeleiders worden opgeleid: een niet-godsdienstig geïnspireerde opleiding aan de Hogeschool Geesteswetenschappen Utrecht (HGU), een beroepsopleiding die verzorgd wordt door het Titus Brandsma Instituut in Nijmegen en georiënteerd is op de katholieke traditie en een protestantse variant, de postacademiale opleiding Geestelijke Begeleiding van de PthU. Daarnaast zijn er post-HBO en post-academische opleidingen tot Lifecoach van Atma in Amersfoort en Amsterdam. Wat kan er worden verstaan onder geestelijke begeleiding? De HGU, de Hogeschool Geesteswetenschappen Utrecht omschrijft het vak als volgt: ‘Geestelijke begeleiding speelt zich af rond de levensloop van mensen en het verhaal dat mensen daarover vertellen. Geestelijke begeleiding cirkelt om vragen zoals: hoe ervaren mensen zin in hun leven? Hoe geven zij betekenis aan ingrijpende gebeurtenissen? Voor welke keuzes op het terrein van gezondheid en ziekte, leven en dood, wordt de mens gesteld? Geestelijke begeleiding kan omschreven worden als ‘het verlenen van hulp aan mensen met levensproblemen en het begeleiden van mensen met levensvragen’. Hieraan verwant is de meer spirituele opvatting van het Atma Instituut, die sinds 1989 beroepsopleidingen en trainingen biedt op het gebied van persoonlijke ontwikkeling : het doel van een LifeCoach is mensen te stimuleren volledig vanuit hun ziel of atma te leven en een leven te scheppen waarin de eigen wensen en passies in harmonie zijn met die van de sociale omgeving en de natuur.

Op de website van de Protestantse Kerk in Nederland geeft ds. Gideon van Dam deze hulpverlening een nadrukkelijk religieus kader. Hij omschrijft de behoefte aan geestelijke begeleiding anders dan behoefte aan hulp bij levensproblemen: ‘Ik heb het kennelijk nodig dat iemand me uitnodigt of uitdaagt aandacht te geven aan de weg van de Onzienlijke met mij; aan de manier waarop ik daaraan vorm geef in mijn leven; aan de vraag hoe God sporen trekt in deze wereld. Ik heb het kennelijk nodig dat iemand een tijd mijn metgezel of mijn gids is op die weg.’ Hier wordt nadrukkelijk een derde betrokken in het proces, God of de Onzienlijke, die een weg met ieder van ons gaat. De begeleiding is gericht op een toegroeien naar God, ‘om open te gaan voor de enige echte Begeleider en die gehoorzamen, de Heilige Geest die in de diepten van onze ziel verborgen is.’ Deze opleiding is bedoeld voor predikanten die behoefte hebben aan een specialisatie op dit vlak.

Het TBI omschrijft haar opleiding als volgt: De opleiding Geestelijke Begeleiding leert studenten anderen ‘vanuit de kennis van de christelijke traditie van spiritualiteit en mystiek’ te begeleiden in hun relatie tot God. Daarbij leert de student ‘de bewegingen van God te onderscheiden in de context van de menselijke motivaties’. Tot de opleiding worden niet alleen theologen of pastores toegelaten, maar zij is bedoeld voor ‘mensen in hulpverlenende beroepen die bezig (willen) zijn met begeleiding en zich daarbij willen richten op vragen rond spiritualiteit, de geestelijke weg en de relatie tot God’vi.

In het ene geval, dat van de HGU, is de begeleider een hulpverlener die samen met de cliënt zoekt naar antwoorden of oplossingen bij levensvragen. In het andere geval , dat van de PKN en TBI, wordt de cliënt geholpen de weg te vinden naar de eigenlijke begeleider en dat is God. Het TBI is het meest pretentieus door de toekomstige begeleider in staat te stellen ‘de bewegingen van God te onderscheiden’.

De geestelijke begeleiding nodigt in alle gevallen een ander mens uit om ruimte te blijven nemen voor de eigen spiritualiteit en vragen te blijven stellen naar doel en zin van het eigen leven.

In alle gevallen zullen de op te leiden begeleiders moeten functioneren in een samenleving die verregaand geseculariseerd is, waar het spreken vanuit een godsdienstig kader zelden vanzelfsprekend is en er grote verscheidenheid is in levensbeschouwing. Deze maatschappelijke, culturele context waarbinnen de begeleider moet functioneren, vraagt om een nauwkeuriger beeld van de geseculariseerde samenleving en hoe deze is ontstaan.




  1   2   3   4   5   6


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina