Gods gemeente zingt het abc van de vroomheid



Dovnload 28.56 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte28.56 Kb.
Schriftlezing: Psalm 111

Tekst: idem

Ps. 92:1,2

Ps. 90:1,8

Lb. 335:1,3,5,6,9 (bij doop)

Ps. 111:1,2,3

Ps. 111:4,5,6

Ps.105;1,2,5


Gehouden te: Balkbrug
Thema :

GODS GEMEENTE ZINGT HET ABC VAN DE VROOMHEID.
Zij doet dat:

  • aandachtig,

  • bondig,

  • concreet.

Gemeente van onze Here Jezus Christus,


Van ABC tot XYZ, dat zijn de letters van het alfabet. Dat weet u allemaal. Dat is bijna het meest simpele dat je kunt leren. Heel gemakkelijk ook. Kinderen kennen het ABC vaak al voor dat ze naar school gaan. Net als het tellen van 1 tot 10. Kinderen pikken het gemakkelijk op. Ook via Sesamstraat. Daar gaat het ook vaak over letters en cijfers.

Op school leer je de letters te lezen en te schrijven in woordjes en zinnetjes. Dit is een A. Dit is een B. En jouw naam begint met de letter E. Of de S.

Wij hebben in het Nederlands het ABC. Je kinderen in Israël leerden het: alef, bet, gimel. Dat zijn de eerste drie letters van het Hebreeuwse alfabet. Allemaal medeklinkers trouwens. De klinkers worden in kleine tekentjes onder de letters aangegeven.

Als je het ABC kent is het vaak ook een hulpmiddel om dingen op een rij te zetten en te oefenen. Wij zetten dingen vaak in alfabetische volgorde. Namenlijsten, woordenboeken en nog veel mee. Dat vergemakkelijkt het zoeken.

Je kunt met het ABC nog meer doen. Kunst maken b.v. Liederen maken, waarvan de regels of de coupletten met de opeenvolgende letters van het alfabet beginnen. Dat is moeilijk. Misschien hebt u het wel eens geprobeerd op een bruiloft. Lastig, je gebruikt heel gemakkelijk allerlei stoplappen. En kunst mag je het niet noemen.

Dichters in Israël waren daarin wel heel bekwaam. We vinden in de Bijbel een aantal alfabetliederen, die echt gelovige kunst zijn. Verschillende psalmen zijn alfabetliederen. Psalm 111 bijvoorbeeld. Maar ook Psalm 112 en Psalm 119, het hoogtepunt van de bijbelse alfabetliederen. Maar ook Spreuken 31 en de Klaagliederen kennen deze vorm.

Echt kunstwerken. Probeer maar eens in 22 of 26 regels de hoofdlijnen van het geloof en gelovig leven te formuleren in de vaste vorm die het alfabet voorschrijft. Het is dan ook werk van de Heilige Geest, wanneer dichters in de Bijbel dat kunnen en doen. Zoals hier in Psalm 111. In 22 regels worden hier de hoofdlijnen van geloof en vroomheid neergezet. In de taal van het verbond en de taal van de Bijbel.

Psalm 111 is dus een gezongen ABC.

Zo vinden we het thema van deze preek:
GODS GEMEENTE ZINGT HET ABC VAN DE VROOMHEID.
Zij doet dat:


  1. aandachtig,

  2. bondig,

  3. concreet.




  1. Aandachtig.

Halleluja. Het eerste woord van de psalm valt buiten de vaste vorm die het alfabet aan dit lied geeft.

Halleluja, echt een woord uit de eredienst. Een uitroep van geloof en bewondering voor de Here. “Looft de Here.” Vaak wordt de gemeente van God opgeroepen om de Here te prijzen. Want goed is de Here te loven.

De dichter zet de psalm dadelijk op de toonhoogte van de lof. In de eerste regel al. Hij nodigt de gemeente uit om met hem mee te doen. “Ik zal de Here van ganser harte loven, in de kring der oprechten en in de vergadering.”

De dichter heeft het voornemen om God te prijzen. Dat maakt hij wereldkundig. Want zijn hart is vol van de Here en Zijn werken. En waar het hart vol van is daarvan stroomt de mond over. Lofzeggingen voor de Here.



Voor hem zijn het beslist geen oppervlakkige woorden. Geen lippendienst. Nee, met heel zijn hart staat hij er achter. Heel zijn hart is bij de Here en Zijn werken. Loven met heel je hart maakt een eind aan het beleven van de eredienst als een sleur. Met je hart erbij gaat de dienst van de Here echt voor je leven. En je gaat Hem loven.

In de stilte van de binnenkamer, waar je God ontmoeten mag. Maar ook in het midden van de gemeente. “In de kring van de oprechten en in de vergadering.” Daar waar de gelovigen samenkomen voor de dienst aan de Here. Waar Gods gemeente bijeenkomt voor God en voor elkaar. Dat was in Israël de tempel. Dat is vandaag in de kerk.

Bij die kring van oprechten moet u niet denken aan het conventikel uit de 18e eeuw. Daar zochten de vromen elkaar op, omdat ze het in de kerk van toen niet uithouden konden. Het gaan niet om een club van gelijkgezinden. Geen geestelijke elite. Dat is de doodssteek voor de gemeente van Christus.

Je kunt het zo voorstellen: Op het tempelplein is Gods gemeente verzameld. Iemand begint uit de volheid van zijn hart de Here te loven. Er komt een kring van gelovigen omheen staan. Zij gaan mee doen. Ze stemmen graag in met de lof van Gods naam.

Andere mogelijkheid: in moeilijke tijden komen oprechte kinderen van God samen om over de Here en zijn werk te spreken, samen te bidden en voor Jeruzalem verlossing te verwachten. Mensen zoals Simeon en Anna uit de dagen rond Jezus’ geboorte.

Een kring van oprechten. Niet buiten de gemeente, maar volop daarin betrokken. Zij willen Gods verbond met heel hun hart beleven. Ze willen Gods daden overdenken en God prijzen.

Want “groot zijn de werken van de Here, na te speuren door allen die er behagen in hebben.” Gods werken zijn anders van karakter dan werken van mensen. Wat God doet als altijd groot en groots. Zoals de Here is, zo zijn zijn werken. De vromen geven daar graag al hun aandacht aan.

Zij zingen het ABC van Gods verbond aandachtig. Gods werken zijn zo groot en bewonderenswaardig, dat ze met aandacht gezocht, bestudeerd en bewonderd worden. Door de mensen die er vreugde in vinden Gods werken op te merken en te bewonderen.

Wie onverschillig staat tegenover God en zijn werken, zal er geen aandacht aan besteden. Te druk met andere dingen.

Maar wie in zijn hart geraakt is door God en zijn grootheid, die blijft er mee bezig. Hij blijft in het geloof Gods werken bewonderen. Hij ziet het: “Majesteit en luister is zijn doen, en zijn gerechtigheid houdt eeuwig stand.”

Wat God gemaakt heeft is vol pracht en praal. Vol glorie. En altijd handelt God rechtvaardig. God blijft voortdurend werken aan zijn gerechtigheid. God is trouw in zijn verbond. Hij werkt langs rechte lijnen en via rechte sporen. God schippert niet.

Gods betrouwbaarheid reikt oneindig veel verder dan een mens kan kijken en denken. Tot in eeuwigheid. Gods volk, ja iedereen, kan daardoor weten wat hij aan de Here heeft. Dat hoort bij het verbond, dat God met ons heeft gesloten.

De gerechtigheid van God kun je als gelovige ook zien in je leven en in dat van je kinderen. God werkt immers ook in de lijn van de geslachten. Abraham, Isaak, Jakob en ga zo maar door. God gaat met zijn volk verder naar zijn beloften. Zo betrouwbaar is Hij.

Bij Gods gelovige gemeente brengt dat een lied op de lippen. Liederen van Gods trouw en liefde. Liederen waarin Gods gemeente Gods trouw en grote werken ook bezingt.

God maakt dat wij ook aan zijn wonderen en werken blijven denken. “Hij heeft voor zijn wonderen een gedachtenis gesticht; genadig en barmhartig is de Here.”

Richt de Here ergens een monument op, waarbij we aan Gods grote werken kunnen denken? Een tastbaar monument? Ja, soms wel. Jozua b.v. laat een monument van 12 stenen oprichten na de doortocht door de Jordaan. “Hier bracht God ons het beloofde land binnen.”

We kunnen bij die gedachtenis ook denken aan het Paschafeest. Een gedenkfeest. “Ter herinnering aan zijn wonderen stelde Hij een feest in.” (GNB) Ter gelegenheid van zo’n feest kan deze psalm gedicht en gezongen zijn.

Maar dat gedenken is niet iets van één keer per jaar op het Paasfeest. Elke rustdag mag Gods gemeente Gods wonderen gedenken. En geloven dat wat God toen deed voor ons vandaag nog geldt.

Dat gold voor het binnengaan in het beloofde land. Israël mocht daar elke dag van genieten. Dat was hun werkelijkheid.

Dat geldt nog meer voor het werk van Christus. Gedenken: de werkelijkheid daarvan geloven en beleven vandaag. Geloven is niet iets van het verleden. Maar voor vandaag. We worden vandaag verlost door Christus.

God sticht een gedachtenis. Hij zorgt ervoor dat we voortdurend aan Hem en zijn verbond kunnen denken. Dat maakt de Here ook zichtbaar en tastbaar. Denk aan het teken, dat Hij bij zijn verbond geeft: de besnijdenis toen, de doop nu. Dat draag je meer. Dat raakt nooit zijn betekenis kwijt. Maar gebruik het wel. Gedenk de Here en zijn grote werken. Geloof zijn beloften en zeg van harte en volmondig: “Genadig en barmhartig is de Here.”

Die belijdenis hoort bij het ABC van de vroomheid. “De Heer is vol medelijden; Hij is goedgunstig.” (GNB) Zo kennen wij God. Zo is Hij voor ons. In Christus, zeggen wij erbij. Dat is de basis van ons geloof en van onze vroomheid.




  1. Bondig.

Gods gemeente zingt het ABC van de vroomheid.

Zij doet dat vervolgens bondig.


Psalm 111 is een korte psalm. Ze geeft dus ook kort en bondig enkele hoofdlijnen van het verbond en van Gods werken weer. Dat is voor de gelovigen ook voldoende. Zo hebben ze een geheugensteun om zich Gods daden te herinneren en God daarvoor te prijzen. Een echt ABC dus.

Gods wonderwerken passeren dan kort de revue. Waarbij de geschiedenis van de uittocht uit Egypte duidelijk is. “Hij gaf spijze aan wie Hem vrezen.” Je mag hier denken aan het manna in de woestijn. God gaf dat in zijn genade aan zijn volk. Maar vroom en godvrezend waren ze niet bepaald.

In meer algemene zin geldt het ook. God zorgt voor zijn kinderen ook wat hun lichaam betreft. Hij geeft ze te eten en te drinken. Dat belooft God. Zo gaat Hij als een Vader met hen om. “Ik ben uw God, Ik zorg voor u,” zegt de Here.

God zorgt voor alle mensen, maar voor zijn volk, zijn bondgenoten in het bijzonder. Dat heeft Hij belooft met zoveel woorden.

De Here gedenkt zijn verbond voor immer.” God zorgt er niet alleen voor dat wij aan zijn verbond en zijn werken kunnen denken elke dag. Maar Hij is ook zelf daarmee voortdurend bezig. Hij gaat met zijn volk om. Hij bevestigt zijn verbond met ons.

We zingen dat in Psalm 105:5: “’t Verbond met Abraham zijn vrind, bevestigt Hij van kind tot kind.” We leren het onze kleine kinderen al. Dat hoort bij het ABC, vinden wij. Dat vindt de Here zelf ook. Zijn verbond is God veel waard. Hij raakt er nooit los van. Hij sloot zijn verbond met zijn volk en houdt er voor eeuwig aan vast tot in duizenden generaties.

God gedenkt aan zijn verbond. Dat doet Hij door zijn beloften te vervullen. Door te doen wat Hij heeft gezegd. De Here doet zijn volk de kracht van zijn werken kennen en geeft hun de erve der heidenen. Met machtige hand heeft de Here zijn volk in Kanaän gebracht. Machtige wonderen deed Hij daarbij. De doortocht door de Schelfzee en door de Jordaan.

Het was allemaal gevolg en uitwerking van Gods beloften aan Abraham. Hij beloofde Abraham immers een talrijk nageslacht en een eigen land. Niemand kon de vervulling van die beloften tegen houden. Ook al duurde het lang voor het werkelijkheid werd. Zo is het nu nog.

Kreeg Abrahams nageslacht in het Oude Testament de belofte van Kanaän. In het Nieuwe Testament heeft Gods volk de belofte van de hele wereld, die God zijn kinderen als erfenis geven zal.

De Here Jezus Christus, Gods Zoon heeft gezegd: “Zalig de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.” (Matteüs 5:5) Dus, niet de brutalen hebben de halve wereld. Maar de zachtmoedigen beërven de hele wereld. Dat heeft God beloofd. En daar houden we ons aan vast. Met die belofte mogen wij leven. Het is de belofte voor ons en onze kinderen. God heeft er zelf voor getekend. Met het bloed van Christus.

Zo weten we het weer: “De werken van zijn handen zijn waarheid en recht.” Je kunt er van op aan. “Betrouwbaar zijn al zijn bevelen.” Gods geboden zijn een betrouwbare gids. Heel zinvol om die na te komen. Want aan de hand daarvan brengt de Here je in het beloofde land. God verbindt er zijn zegen aan.

Gods geboden en bepalingen staan vast, eens en voor al. Ze zijn juist en rechtvaardig. De Here wijkt er niet vanaf. Zo betrouwbaar is Hij. Hij wil dat Hij ook op ons aan kan. En dat wij op elkaar aankunnen. Daarom zond Hij zijn Zoon naar de aarde. En zond Hij zijn Geest om ons nieuwe mensen te maken, die lijken op Christus.

God staat er zelf garant voor dat in ons leven een begin komt van nieuwe gehoorzaamheid, van vroomheid en godvrezendheid. Dankzij de Here Jezus en door de kracht van de Heilige Geest.


  1. Concreet.

Gods gemeente zingt het ABC van de vroomheid.

Zij doet dat tenslotte concreet.


Concreet, dat is werkelijk en waarneembaar. Wij zeggen het wel eens: “Oké, je zegt dat nu wel mooi. Je theorie zit goed in elkaar. Maar maak dat nu eens concreet. Vul het eens in. Geef en nu eens handen en voeten aan. Maak het tastbaar.”

Dat doet de Here. Hij geeft handen en voeten aan zijn beloften. Hij maakt ze werkelijkheid in het leven van zijn gemeente en zijn volk. Het blijft bij Hem niet bij woorden. Gods werken zijn waarneembaar, zichtbaar, tastbaar.

God heeft zijn volk verlossing gezonden.” Dat was voor de gelovigen in het Oude Testament de werkelijkheid van alle dag. Ze mochten vrij wonen met God in het beloofde land. Als God geen bevrijding had gebracht, dan waren ze slaaf gebleven in Egypte. Dan hadden de het land Kanaän niet als erfdeel ontvangen.

God brengt verlossing, ook vandaag. Dat is voor ons de werkelijkheid van elke dag in het geloof. Want Christus is voor ons gestorven en opgestaan. Hij heeft verlossing bewerkt. Hij brengt die aan ons in toepassing, door zijn Woord en Geest. Als Hij dat niet gedaan had, dan zaten wij nu niet in de kerk. Dan werd er niet gepreekt of gedoopt.

God brengt redding. Zo is Hij. “Hij heeft zijn verbond voor eeuwig verordend.” God schiep zijn verbond. Hij sprak en het was er, voor zijn volk. Om het na te leven. Leest u het maar na in Genesis 17 b.v.

In dat alles zien we wie de Here is. Zo is Hij. En we erkennen: “Heilig en geducht is zijn naam.” Zo’n naam, zo’n God als de Here is er nergens. Zo vol majesteit, zo te vrezen, zo indrukwekkend en ontzagwekkend.

De vromen, dat zijn Gods gelovige kinderen, kunnen en willen niet anders dan deze God eerbiedigen. Hem vrezen, diep ontzag voor Hem hebben. Hem alleen erkennen als hun God en Heer. In Hem geloven. Daar varen ze wel bij. Het maakt hun gelovig wijs in dit leven. Dat is ware vroomheid of godvrezendheid.

Dat zegt het laatste vers van de psalm ook. “De vreze des Heren is het begin van de wijsheid, een goed inzicht hebben allen die ze betrachten.” Of: “Wijsheid wortelt in ontzag voor de Heer; wie Hem eerbiedigt is verstandig.” (GNB)

Zingend leren we hier deze les. Het vrezen van de Here is het ABC van levenswijsheid. Vroomheid de basiskennis om wijs te zijn. Het fundament, waar je als gelovige niet zonder kunt.

Vroomheid, dat is praktisch geloven in God, dat is het een en het al voor Gods kinderen. Je kunt er niet zonder, anders leef je niet als mens Gods. Als je het ABC niet leert kun je niet lezen. Als je het ABC van vroomheid en godvrezendheid niet leert en in praktijk brengt, dan kun je niet leven. Dan ben je niet wijs.

Wijsheid is: het kunnen kiezen in je leven, het kunnen onderscheiden en doorzien van wat het leven is. Wat het leven geeft en wat zich in jouw leven aandient.

Wie wijs wil zijn moet beginnen God te vrezen, ontzag voor Hem te hebben. Hem te kennen en zijn grote werken. Geloof in Gods beloften inclusief gehoorzaamheid aan Gods geboden. Dan kun je leven. Dan heb je inzicht. Dan leef je vroom, gelovig.

Je kunt niet zonder het ABC van de vroomheid. We zingen het elkaar toe. En de psalm eindigt op de toon waarmee hij begon. De toon van de lof. “Zijn lof houdt eeuwig stand.” Voor altijd duurt de roem van de Here.

Wie het ABC van de vroomheid kent en in praktijk brengt in het geloof, die is zalig.


Amen.






De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina