Gods verbod inzake het eten van bloed en bloedvergieten



Dovnload 73.72 Kb.
Datum16.08.2016
Grootte73.72 Kb.


Bloed, Jehovah-getuigen en de wet van God

Marc Verhoeven, 1983.

Aanvulling (uit “Vertroosting”) dd. 20-3-2010

GODS VERBOD INZAKE HET ETEN VAN BLOED EN BLOEDVERGIETEN

De belangrijkste Schriftplaatsen, inzake het verbod op het eten van bloed en bloedvergieten, vindt men in Genesis hoofdstuk 9, Leviticus 17 en Handelingen 15, maar er zijn er meer die daarover handelen.

Het geheel van deze Schriftplaatsen bevat 3 VERBODEN en 2 GEBODEN.

A. Verbod:

1. ETEN van bloed; het te gebruiken als voedsel:
Gn 9:3-5; Lv 3:17, 7:26,27, 17:10-14; 19:26; Dt 12:16,23; 15:23; 1Sm 14:33-34; Hd 15:20,28,29.
Op overtreding hiervan stond onder Israël de doodstraf: Lv 7:27; 17:14

2. ETEN van dood aas, het verscheurde, het verstikte: Lv 17:15-16; Hd 15:20,28,29. Bij een dier dat niet werd geslacht maar toch is gestorven (aas, SV), zit het bloed nog in het vlees. Het mag niet gegeten worden, alhoewel we niet kunnen spreken van levenvertegenwoordigend bloed. Het eten ervan brengt geen bloedschuld mee maar ONREINHEID.

3. BLOEDVERGIETEN; het verspillen van LEVEN, zowel mens als dier, want dat brengt BLOEDSCHULD:
Gn 9:6; Ex 21:12; Lv 24:17; Nm 35:33-34; Dt 19:10; 22:8; 1Sm 25:31; 2Sm 23:17.

B. Gebod


1. Het bloed is in het Oude Testament bestemd voor het ALTAAR, om verzoening te doen: Lv 17:11.
Het betreft hier altijd bloed van geslachte dieren. Het LEVEN van het dier komt in de plaats van het LEVEN van de mens, om alzo verzoening te doen. Door het offer van Christus is dit offeren echter voor eens en altijd voleindigd (Hb 10:10-13) en is de altaarbestemming voor de vergeving van zonden dus weggevallen.

2. Voordat het vlees van een geslacht dier gegeten wordt, moet het bloed ervan uitgegoten worden en met aarde bedekt: Lv 17:13. WANT zulk bloed vertegenwoordigt het leven (ziel) van het dier: Lv 17:14.


Als het niet begraven wordt, ‘roept’ het tot God van de aardbodem (Gn 4:10), namelijk om wraak (Gn 9:5).

Opmerking hierbij:

Alles staat in het teken van de heiligheid van het LEVEN en dat God er de Eigenaar van is.

De strijdvraag is dan of bloedtransfusie of inenting met bloedbestanddelen wel toelaatbaar is, in het licht van de Bijbel. Hierop kan niet anders dan positief geantwoord worden. In beide gevallen gaat het om iets geheel anders dan louter VOEDSEL. Het wordt niet toegepast met de bedoeling te eten of te voeden, maar voor het herstel van de bloedsom­loop, zuurstoftransport, noodzakelijke stollingsstoffen en het afweermechanisme door middel van de witte bloedlichaampjes, en dat alles bij LEVENSGEVAAR! Deze dingen kunnen met ETEN niet hersteld worden, doch wel met bloedtransfusie. Bloedtransfusie is dus niet hetzelfde als eten, of welk ijdel gebruik dan ook!

Bovendien wordt voor dit bloed geen leven afgenomen, integendeel, het is levenreddend. De heiligheid van het LEVEN wordt juist geëerbie­digd:

- De donor blijft leven en doet een daad van naastenliefde, en dat is liefhebben van léven (vgl. Lk 10:33v).

- De zieke wordt het leven gered



De wachttorenleiders blijven echter het waanzinnige bloedtransfusieverbod opleggen

Door hun autoritair en indoctrinair optreden, sturen zij mannen, vrouwen en kinderen de dood in. En wie het niet eens is met hen, wordt uitgesloten, want in de Wachttorenorganisatie heeft niemand enig recht op een persoonlijke en gewetensvolle zienswijze. Je moet daar de Bijbel lezen met een soort ‘wachttorenbril’.

En de leer wordt er systematisch ingepompt, met de bedoeling deze KRITIEKLOOS te aanvaarden. Dat is regelrechte INDOCTRINATIE.

De leiders onderwijzen niets minder dan “De Waarheid”, en daarom is elke andere zienswijze bij voorbaat fout. Ook al verandert hun “Waarheid” door de jaren heen, toch mag een Jehovah-getuige niet zèlf uitmaken wat hij met zijn eigen lichaam, of dat van zijn kind, zal doen. Getrouwheid aan het Wachttorengenootschap ten koste van alles!



VOORTGAAND LICHT OF VERANDEREND LICHT?

Ondanks hun hoge opstelling altijd “De Waarheid” te onderrichten, is het kenmerkend voor de wachttorenleiders dat zij door de tijd heen hun “waarheden” meestal helemaal in de steek laten en vervangen door nieuwe “waarheden”. Zij noemen dat dan “voortgaand licht” en baseren hun recht op veranderen op Spreuken 4:18. Maar het is VERANDEREND licht te zijn en daarom is er helemaal géén licht.

Als u een Jehovah-getuige bent, neem dan eens de vrijheid om dit allemaal na te gaan. U bent dat verplicht tegenover uzelf, uw kinderen en uw naasten, want het gaat om uw en hun leven. Die vrijheid zou u op grond van de volgende wachttorenlectuur beslist kunnen nemen.

Uit het boek “De Waarheid die tot eeuwig leven leidt”, blz. 13:

“Daar wij niet willen dat onze aanbidding tevergeefs is, is het belangrijk dat een ieder van ons zijn religie onderzoekt ... Indien wij de waarheid liefhebben behoeven wij voor een dergelijk onderzoek niet bevreesd te zijn”

Uit het tijdschrift “De Wachttoren”, 1 febr. 1964 blz. 80, &3:

“Wanneer men valse religie openlijk aan de kaak stelt, doet men waardevoller werk dan wanneer men een nieuwsbericht als onjuist aan de kaak stelt; men verricht er een openbare dienst mee in plaats dat men zich schuldig maakt aan een daad van religieuze vervolging, want het heeft met het eeuwige leven en geluk van de mensen te maken”

Uit “De Wachttoren”, 15 aug. 1964 blz. 420:

“Beproeft u echter niet uw religie, dan zal ten aanzien van Gods voornemen geen rekening met u gehouden worden - 2Kor.13:5, N.W.. Het kan zijn dat de gedachte dat uw religie niet door God wordt aanvaard, u onaangenaam is, maar het zal u eeuwig tot voordeel strekken thans tot die ontdekking te komen”

Dan zullen we nu eens nagaan wat de wachttorenleiders eertijds zoal onderwezen hebben als “De Waarheid”.



De leiders stelden eertijds het VERBIEDEN VAN BLOEDTRANSFUSIE als farizeïsme aan de kaak!

Zie de “Vertroosting” van september 1945. Ik zal hierna letterlijk weergeven:

Het is noodzakelijk, dat wij ten opzichte van het hier volgende, een duidelijk inzicht hebben, opdat wij niet de fouten der Farizeeën en Schriftgeleerden doen, die van Jezus het verwijt moesten hooren, opgeteekend in Matthéüs 9:13, 12:2-7: “Doch gaat heen en leert, wat het zij: Ik wil barmhartigheid en niet offerande ... gij zoudt de onschuldigen niet veroordeeld hebben”. De Farizeeën, godsdienstige menschen, waren vijanden van Christus Jezus. Zij veroordeelden Hem, omdat Hij niet de fanatieke opvatting aangaande de Sabbatwet en de punktueele opvolging van hun inzettingen met hen deelde, maar een verstandiger meening er op nahield: “En Hij, hun antwoor­dende, zeide: “Wiens ezel of os van ulieden zal in eenen put vallen, en die hem niet terstond zal uittrekken op de dag des sabbats?” - Lukas 14:5.

Zoolang wij in deze oude wereld leven, waarin zoo vele ziekten bestaan, moeten wij alles doen om ons lichaam in den strijd tegen ziekten en vergiffen te ondersteunen en te helpen.

Het laatste gedeelte van het artikel zegt (fotokopie):



Maar later zouden de wachttorenleiders deze zienswijze opzij zetten, en partij kiezen voor de onbarmhartige en dwaze Farizeeën en Schriftgeleerden!

Ja, nog geen vijf jaar na deze “Vertroosting” blijkt dat iemand die het daarin verkondigde standpunt gelooft, van datzelfde genootschap de wind geheel tegen krijgt! Lees daartoe het artikel “Vragen van lezers” van “De Wachttoren” van 15 juli 1950. In die tijd kwam het bloedtransfusieverbod immers op gang.



Ook met betrekking tot inenting werd er voortdurend veranderd. Vanaf 1935 tot in 1952 was inenting verboden

... aangezien dit duidelijk in overtreding zou zijn met de wet van God? Zie het tijdschrift “The Golden Age” (de voorganger van “Ontwaakt!”) van 24 april 1935 blz. 465, waar o.a. staat te lezen:

“As vaccination is a direct injection of animal matter in the bloodstream vaccination is a direct violation of the law of Jehohah God

17 jaren later, zie The Watchtower 1952 blz. 764, werd dit standpunt echter gewijzigd

... omdat er ineens GEEN Schriftuurlijke gronden bleken te zijn! Maar wie is er verantwoordelijk voor de mannen, vrouwen en kinderen die stierven wegens verbod op inenting tegen infectieziekten? Serums zoals difterie-, toxine- antitoxine en bloedfracties zoals gammaglobuline, met het doel de weerstand tegen ziekten door antistoffen op te bouwen, waren verboden.

Volledigheidshalve kan nog toegevoegd worden, dat vanaf die Wachttoren van 1952, inenting een ‘gewetenskwestie’ werd; dit wil zeggen dat Jehovah-getuigen een eigen beslissing mochten nemen.

Lange tijd was inenting verboden, terwijl bloedtransfusie werd aangeprezen!


Ja, want van 1935 tot 1952 was er een verbod op inenting, en tot eind 1950 was bloedtransfusie toegestaan. Dit is precies het TEGENOVERGESTELDE van wat de wachttorenleiders in de huidige tijd aan hun leden opleggen.

En om de telkens opduikende dwingelandij van de leiders te tekenen, doe ik even een aanhaling uit De Wachttoren van 15 juli 1950, blz. 229:

U zegt: Gods wetten over het gebruik van dierlijk bloed hebben geen betrekking op bloedtransfu­sie. Wij zeggen, dat Gods wetten over dit punt veelbetekenend zijn en dat ze er wel degelijk betrekking op hebben. Wiens standpunt is veiliger dat van u of dat van ons? Wiens standpunt is Schriftuurlijker en toont een zorgvuldige achting voor de wetten van God?”

In deze Wachttoren wordt echter nog gesteld dat iemand die gewetensvol bloedtransfusie aanvaardt NIET VERVOLGD zal worden. Zelfs in 1959, zie De Wachttoren van 1 maart1, in het artikel “vragen van lezers”, is er geen vervolging voorzien voor een ‘GEZALFDE’ (een lid van hun eersterangs-gelovigen, de 144.000) die vrijelijk bloedtransfusie aanvaardde. Uitsluiting voor bloedtransfusie werd nochtans kort daarna ingevoerd.



Maar niettegenstaande het gestelde bloedtransfusieverbod, mocht men zich vanaf 1952 toch in leven houden met bloedfracties en serums!

Zie De Wachttoren van 15 dec. 1958 blz. 764:

“Inspuiting van antistoffen in het bloed door middel van een bloedserum of het gebruik van bloedfrakties om zulke antistoffen te vormen, is niet hetzelfde als wanneer men bloed als een voedingsmiddel tot zich neemt”

Het is dan wel eigenaardig dat zij bloedtransfusie wèl gelijk stellen met zich voeden maar inenten niet!!


Maar in 1961 mocht men plots GEEN BLOEDFRACTIES meer aanvaarden!


Zie De Wachttoren van 1 dec. 1961 blz. 715 en 716:

“Ongeacht of het echter zuiver bloed of een bloedfraktie betreft, of het eigen bloed of dat van iemand anders, of het via transfusie of per injectie wordt toegediend, de goddelijke wet is van toepassing”

En in par. 16 blz. 715, regel 1 tot 6:

“Wordt Gods wet door een dergelijk medisch gebruik van bloed overtreden? Is het verkeerd het leven door infusies van bloed, plasma, rode bloedlichaampjes of verschillende bloedfrakties in stand te houden? Ja!”

Zie ook de brochure “bloed, geneeskunde en de wet van God” blz. 39, regel 19 en 20, waar sprake is van het verbod op zelfs “een infuus met ENIGE bloedfractie of ENIG bloedbestanddeel”.

De Engelse uitgave van deze brochure is van 1961.



Het is haast niet te geloven, maar in 1962 mocht men weer WEL gebruik maken van vaccins met bloedbestanddelen!

Reden: omdat ze eigenlijk ONVERMIJDELIJK zijn! Zie De Wachttoren van 15 febr. 1962 blz. 127 en 128:

“Inenting is echter in vele omstandigheden in de moderne maatschappij onvermijdelijk en de christen kan zich onder de gegeven omstandigheden enigszins troosten met de gedachte dat dit gebruik in werkelijkheid geen voeden of eten is, hetgeen in het bijzonder verboden werd toen God zei dat de mens geen bloed zou eten, doch een verontreiniging van het menselijk lichaam”

Lees ook De Wachttoren van 1 maart 1965:

“Het inenten is in enkele onderdelen van de maatschappij echter werkelijk onvermijdelijk en daarom laten wij het aan het geweten van het individu over, te bepalen of hij zich zal laten inenten met een serum dat bloedfrakties bevat”

Is bloedtransfusie in bepaalde gevallen dan niet net zo goed onvermijdelijk, ja zelfs noodzakelijk?! Zou een gelovige zich dan niet evengoed kunnen troosten met de wetenschap dat dit in werkelijkheid evenmin voeden of eten is? Als inenting geen voeding is, dan is transfusie dat toch evenmin!

Straks komen we daarop nog terug. Wij onthouden nu enkel dit: de wachttorenleiders veranderen hun ‘waarheden’ naar believen. Bij hen IS er daarom geen waarheid.

VERKONDIGT DE WACHTTORENORGANISATIE GODS GETUIGENIS?

Een oprecht mens zal geen moeite meer hebben om deze vraag ontkennend te beantwoorden, na al hetgeen we reeds geopenbaard hebben. Maar de meesten onder de Jehovah-getuigen zijn bijzonder fanatiek, omdat zij geïndoctrineerd werden. Daarom is er nog meer argumentatie nodig.



Voor alle bewustwording toch nog even een korte samenvatting van wat we gezien hebben:

Tussen 1935 en 1950 is bloedtransfusie verantwoord, ja aangeprezen. Maar vaccinatie is verboden.

Vanaf 1950 wordt bloedtransfusie verboden, maar INENTING met b.v. difterie-toxine-antitoxine en bloedfracties als gamma-globuline (zie ook De W. 15 dec. 1958, blz. 764), zijn allemaal ...

- verboden tot 1952

- toegestaan tot 1961

- verboden tot 1962

- toegestaan (“gewetenskwestie) tot op heden (1980)2

Toch beweren zij de “ware religie” te vertegenwoordigen die “alleen maar Gods Waarheid” predikt

De kenmerken van “ware religie” geven de wachttorenpublicaties zelf aan. Gelieve hiervan grondig notie te nemen, ze zijn niet mis te verstaan:

De Wachttoren van 1 febr. 1964 blz. 813:

“Zijn religie is een religie van juiste geloofsovertuigingen, terwijl alle uitspraken ervan met elkaar in overeenstemming zijn, net zoals ware natuurwetenschap harmonieus en niet met zichzelf in tegenspraak is. De ware religie van de ene God is niet met zichzelf in tegenspraak, verloochent zichzelf niet en is ook niet in zichzelf verdeeld

Deze pretentie van de wachttorenleiders ontstond niet in 1964. Die pretentie hebben zij van oudsher, getuige daarvan De Wachttoren van juni 1933 blz. 83:

“Er is geen reden om aan het getuigenis van Jehova te twijfelen. Het is onveranderlijk, gewis, duurzaam, standvastig en onbewegelijk

Als u de bloedkwestieleer van de Jehovah-getuigen toetst aan het bovenstaande, dan zult u toch moeten toegeven dat het serieus misloopt bij de leiders! En dit betreft dan nog enkel de bloedkwestieleer. Er zijn nog zoveel andere leerstukken die zij voortdurend veranderd hebben. Bijvoorbeeld hun vele valse voorspellingen omtrent diverse datums4, enz... De wachttorenleiders vertegenwoordigen géén “ware religie”. Zij verkondigen géén getuigenis van God. Zij hebben zich torenhoog opgesteld, maar zij voldoen niet aan hun eigen gestelde hoge maatstaven.

Zelfs vóór we de wachttorenleer toetsen aan de Schrift, kunnen we zeggen dat de wachttorenorganisatie niet door Gods Heilige Geest wordt geleid. Zelfs hun eigen publicaties werpen hun eigen ruiten in:

De Wachttoren van 15 dec. 1961 blz. 757, 758, &15 en &185:

“Wanneer Gods heilige geest op het overblijfsel van het geestelijk Israël wordt gestort, brengt deze de leden hiervan er alleen maar toe de waarheid, Gods eigen waarheid, te prediken of te profeteren ... Zijn geest staat niet toe dat iemand onder een religieuze dekmantel leugens profeteert of onwaarheden en dwalingen predikt”

Ondanks de vele veranderingen (en de vele valse voorspellingen!) die telkens opnieuw worden ondernomen (en met het grootste gezagsbeginsel!), durft het wachttorengenootschap zonder schaamte beweren dat zij alleen maar publicaties voortbrengt die alle “wateren des levens” bevatten en Gods wil uiteen zetten, zoals deze uit Zijn hemelse troon voortkomen:

De Wachttoren van 1 okt. 1960 blz. 5966:

“In organisatorisch verband heeft de ‘beleidvolle slaaf’-klasse derhalve sinds 1919 een steeds toenemende stroom van miljoenen publikaties voortgebracht die alle ‘wateren des levens’ bevatten en Jehovah’s wil uiteenzetten zoals deze uit Gods troon in de hemel voortkomt”

Zie ook “Ontwaakt!” van 22 mei 1970 blz.30:

“... Jehovah’s getuigen in deze tijd opgebouwd door de hulpmiddelen voor bijbelstudie die uitgegeven door het Wachttorengenootschap en datgene bevatten wat de heilige geest leert en zoals het in de Heilige Schrift wordt aangetroffen”

IS BLOED ABSOLUUT OF RELATIEF HEILIG?

Uit de Schrift valt duidelijk op te maken dat God het LEVEN als heilig beschouwt, en dat bloed, vanwege zijn samenhang met LEVEN, een relatieve heiligheid bezit. Het is dan ook fout de heiligheid van het leven op te offeren terwille van de heiligheid van het bloed.

De Bijbel erkent dat bloed een belangrijke rol vervult in het onderhouden van leven. Het lichaam kan slechts leven door het bloed. Ja, want bloed transporteert alle belangrijke levenssappen en zorgt voor zuurstoftransport, antistoffen, enz..

Bloed staat IN DIENST VAN het leven.

Men zou kunnen zeggen: de heiligheid van bloed is ONTLEEND aan de heiligheid van het leven. Of nog anders gezegd:

HET LEVEN BEPAALT DE HEILIGHEID VAN HET BLOED


Bij weigering van bloedtransfusie worden de rollen omgekeerd: dan wordt het LEVEN opgeofferd terwille van de heiligheid van het bloed!

Het verbod op bloed eten berokkent ons geen last. Er is volop ander en gezonder voedsel in de schepping. Maar als er leven moet gered worden, dan spelen er totaal andere waarden dan voedsel. Ik wil wijzen op een belangrijk beginsel: Gods BARMHARTIGHEID. Beschouw hoe dit barmhartigheidsbeginsel ook geldt ten aanzien van HEILIGE dingen:



Waar het LEVEN van David en de zijnen op het spel stond, verliest het VERBOD op het eten van de HEILIGE toonbroden zijn kracht! Zie Lev.24:9; 1Sam.21:3,4,6 en Matt.12:3,4.


DE ZIEL EN HET BLOED

Wij zullen nu de kwestie van de “ziel” aanpakken.

De wachttorenleiders erkennen niet de menselijke drie-eenheid van 1. geest 2. ziel en 3. lichaam, zoals de Schrift leert (1Thess.5:23; Hebr.4:12). Zij geloven niet dat de mens een onstoffelijke ziel HEEFT.

Ik zal nu de leer van de Jehovah-getuigen, over de ziel, beknopt weergeven, overeenkomstig hun publicaties. Het boekje “De waarheid die tot eeuwig leven leidt” zegt blz. 36:

“dat de menselijke ziel fysieke hoedanigheden bezit ... ook wordt erin [de Bijbel] gezegd dat er door de aderen van zielen bloed stroomt”

In par. 7 staat er verder over het woord “ziel”:

“Soms heeft het betrekking op de persoon zelf als ziel. Net zoals iemand dus zegt ‘ikzelf’, kan hij ook zeggen ‘mijn ziel’“

In par. 8:

“De ziel kan ook betrekking hebben op het leven dat men bezit als een levende ziel of persoon ... zolang hij levend is, kan er worden gezegd dat hij ‘een ziel heeft’“

In par. 9: “Aangezien de ziel de persoon zelf is ...”

In par. 6: “uw ziel, dat bent u

In het boek “Is dit leven alles wat er is?”, blz. 41: “dat de menselijke ziel de gehele mens is”

De Wachttoren van 15 juli 1961 blz. 4467:

“Gods wet vermeldt duidelijk dat de ziel van de mens in zijn bloed is. Degene die de bloedtrans­fusie ontvangt, voedt zich derhalve met een door God gegeven ziel zoals deze in het bloed ... is vervat”

Nog korter samengevat, hechten de wachttorenleiders de volgende betekenissen aan “ziel”:

- de persoon of het wezen in zijn totaliteit naar vlees en bloed

- leven

- het bloed zelf is letterlijk de ziel



Laten wij nu eens Leviticus 17:11,14 (Statenvertaling; afgek. SV) beschouwen:

“Want de ziel van het vlees is in het bloed ... Want het is de ziel van alle vlees; zijn bloed is voor zijn ziel”

Andere Bijbels vertalen hier terecht “ziel” met “leven”. Zie de gezaghebbende King James-vertaling (afgek. KJV):

“For the life of the flesh [is] in the blood ... For [it is] the life of all flesh; the blood of it [is] for the life thereof”

In dit licht luidt de tekst zó: “Het leven (of de levenskracht) van het vlees of lichaam is in het bloed gelegen”. Het lichaam kan slechts leven door het bloed. Het gaat hier niet om het leven van het bloed op zich, maar om de bestaansmogelijkheid van de mens op aarde door zijn bloed.

Ook Genesis 9:4 leert dat het vlees (lichaam) zijn leven (ziel) dankt aan “zijn bloed”:

“But flesh with the life thereof, [which is] the blood thereof, shall ye not eat” (KJV).

Het bloed onderhoudt het leven in het lichaam, en kan het ook vertegenwoordigen.

Maar Jehovah-getuigen trachten echter te bewijzen dat het leven letterlijk IN het bloed huist, en zij doen dat volgens een strikt materiële denkwijze. Zij geloven niet in een onstoffelijke ziel, maar wèl dat IN het bloed de menselijke (of dierlijke) wezenskenmerken schuilen, namelijk de chromosomen met het DNA in het bloed. Zo trachten zij op materiële wijze het “leven” in het bloed te begrijpen en zich een materiële ziel voor te stellen.

De wachttorenleiders trachten hun leden ervan te overtuigen dat bloedtransfusie, gezien donorbloed andermans ziel IS, aanleiding geeft tot persoonlijkheidsverandering bij de ontvanger van het bloed. Of wat anders gezegd: persoonlijkheidsverandering door andermans genen, de genen van donorbloed.

Zij vergeten echter dat de erfelijkheidsfactoren niet enkel in het bloed huizen, maar in de lichaamscellen in het algemeen! Menselijk (en dierlijk) weefsel is zelfs de belangrijkste DNA-drager. Eigenaardig dat de leiders dan geen verbod uitvaardigen op het eten van vlees, en dat zij ook geen verbod (meer) uitvaardigen op transplantatie van weefsel 8 (dat was volgens de Wachttoren van 1 februari 1968 nog verboden en “kannibalisme” genoemd!!9) doch wèl op bloedtransfusie.

Laten we rustig stellen dat, althans in het kader van de zienswijze van de Jehovah-getuigen, er in het bloed niet méér “leven” kan zitten dan in het vlees en de organen. En het eten van koeienvlees maakt ons niet tot koeien en donortransfusie of -transplantatie brengt geen persoonlijkheidsverandering.



IS BLOEDTRANSFUSIE HETZELFDE ALS LEVENVERSPILLING?

De volgende Wachttoren-commentaren zijn gebaseerd op de letterlijkheid: bloed = mensenleven, en bloedtransfusie = leven-verspilling:

De Wachttoren van 15 juli 1961 blz. 44610:

“Gods wet vermeldt duidelijk dat de ziel van de mens in zijn bloed is. Degene die de bloedtrans­fusie ontvangt, voedt zich derhalve met een door God gegeven ziel zoals deze in het bloed ... is vervat”



De Wachttoren van 1 april 1968 blz. 207, 208 par. 12-14:

“Wat is er door de ‘epidemie van transfusies’ die er tijdens en sinds de Tweede Wereldoorlog heeft plaatsgevonden, een hoeveelheid van deze kostbare menselijke levensstroom verspild!”

“Elk jaar wordt er in de Verenigde Staten een kleine rivier van bloed - 2.300.000 tot 2.800.000 liter - in de aderen van de zieken gespoten ...

Wanneer wij voor één lichaam zes liter rekenen, zou deze ‘kleine rivier’ van 2.800.000 liter 466.666 levens van volwassen mensen vertegenwoordigen. Maar zoveel levens zijn er niet ‘gered’”



En in par. 14 lezen we, als Summum van dwaasheid:

“Tegen de tijd dat de operatie achter de rug was, had de soldaat 12 liter bloed gekregen. En toch stierf hij! Wat een verspilling van kostbaar vocht! Het is waar, de transfusie was goed bedoeld, maar er werd iets verspild dat gelijkwaardig was aan het leven van twee volwasse­nen


VOOR DE WACHTTORENLEIDING IS 6 LITER BLOED = 1 MENSENLEVEN!

Hoe dom is deze redenering!

In deze Wachttoren van 1968, evenals in andere Wachttorens en de bloedbrochures, suggereert men dat bloedtransfusie duizenden mensen ziek maakt. Ja, dat bloedtransfusie zelfs medisch afkeurenswaardig is, en dat vervangende middelen béter zijn.

De waarheid is dat de slechte aflopen met bloedtransfusie minimaal zijn, en mits met zorg toegepast, de nadelen in het niet verdwijnen tegenover de vele LEVENS die erdoor gered worden.

De wachttorenleiders verdraaien fanatiek de werkelijkheid.

Vervangingsmiddelen zijn goed voor absolute noodgevallen, als er geen bloed voorhanden is, maar daarbuiten zijn ze van weinig waarde. Dát is de waarheid.

Vervangingsmiddelen kunnen namelijk niet instaan voor zuurstoftransport. Het tamelijk recent (1979) ontwikkelde Japanse middel ‘fluosol’ bleek aanvankelijk geschikt te zijn voor het herstel van zuurstoftransport in de bloedsomloop, maar inmiddels is gebleken dat dit middel ook teveel noodlottige aflopen veroorzaakt. Geschikte vervangingsmiddelen zijn dus nog niet voor vandaag.



Maar nog een andere dwaze redenering wil ik u niet onthouden

U vindt ze in de bloedbrochure “Bloed, geneeskunde en de wet van God” blz. 7 en 8. Daar keurt men het af om bloed te geven als donor:

“En als wij God met geheel onze ziel liefhebben, wat is daar dan bij betrokken? ... Wij kunnen niet een deel van dit bloed, dat ons leven vertegenwoordigt, aan ons lichaam onttrekken en God nog steeds met geheel onze ziel liefhebben, want wij hebben een deel van onze ‘ziel - ons bloed’ - weggenomen en aan een ander gegeven

Voor onnadenkenden mag zo’n redenatie wel aardig klinken, maar iemand die bij zijn volle verstand is zal dit alles erg dwaas vinden. Immers, wat een ramp als u een neusbloeding zou krijgen. Wat een ramp wanneer een vrouw bloed verliest bij de periodieke menstruatie: dan kan men God niet meer met zijn gehele ziel dienen! Een dergelijke redenering strekt niet tot eer van God.



ONDERSCHEID MAKEN TUSSEN LEVEN EN BLOED

Hoe nauw de band tussen leven en bloed ook is, het zijn twee onderscheiden begrippen. Een vrouw die bij de menstruatie bloed verliest, verliest daarmee niet een deel van haar leven.

Een bloedgever verliest niet een deel van zijn leven - hij kan best wat bloed missen en toch dezelfde persoon blijven en dezelfde eigenschappen bezitten.

En donorbloed weggieten, wegens het verstrijken van de conserveringstijd, is niet het verspillen van leven (De Wachttoren van 1 april 1968, blz. 208 par. 16), want alle donoren leven nog steeds.

Ook wanneer we een dier zouden slachten, door al het bloed te laten uitvloeien, dan zou dat uitgevloeide en opgevangen bloed niet letterlijk het leven van dat dier bevatten. Als dat toch zo was, dan is het dier immers nog in leven in dat bloed alhoewel zijn lichaam dood is. Maar dit is in strijd met De Wachttoren zelf:

“Wanneer de levenskrachten van het lichaam zijn geweken, sterft de ziel of het levende schepsel en niet alleen het lichaam”

De conclusie voor de Jehovah-getuigen ligt voor de hand: het bloed van geslachte dieren bezit NIET langer de ziel. Wachttorenleer verwerpt wachttorenleer!

En bloedtransfusie heeft helemaal NIETS te maken met het leven van de donor: die blijft immers volwaardig verder leven.

Maar ondanks hun letterlijke interpretatie ‘bloed = leven’, wanneer hen dit goed schijnt uit te komen, leert datzelfde wachttorengenootschap soms ook dat bloed een heilig SYMBOOL is van leven!?!

De Wachttoren van 1 april 1968 blz. 207 par. 12:

Bloed moet als iets heiligs worden beschouwd, want het symboliseert het leven”. Zie ook par. 9.

De wachttorenleiders zeggen in feite aldoor twee dingen tegelijk:

1 - Bloed is letterlijk de ziel, het leven. Daarom is het als zodanig heilig.

2 - Bloed is een symbool van leven. Daarom is het heilig als symbool.

Maar dan stel ik de vraag: hoe kan bloed dan ‘leven’ symboliseren als het (volgens hen) zèlf leven IS?

En bloed van een GESLACHT dier symboliseert het afgenomen leven, maar het donorbloed van een mens is in geen enkel opzicht een symbool van weggenomen leven, vermits de donor blijft leven.

TRANSFUSIE VAN BLOED BIJ LEVENSGEVAAR IS NIET HETZELFDE ALS ‘VOEDEN’

De Wachttoren van 15 juli 1961 blz. 44611:

“dat bloedtransfusie het rechtstreeks voeden van de bloedvaten van het menselijk lichaam met het bloed van een andere persoon .. is”

Wat verder lezen we: “Gods wet vermeldt duidelijk dat de ziel van de mens in zijn bloed is. Degene die de bloedtransfusie ontvangt, voedt zich derhalve met een door God gegeven ziel zoals deze in het bloed ... is vervat”

Bloedtransfusie wordt echter niet toegepast om te zich te voeden, maar als geneeskundige behandeling met onder andere de volgende doeleinden:

- Om nijpend bloedtekort op te heffen.

- Als aanvulling van de witte-bloedlichaampjes om de infectieweerstand te behouden.

- Om via aanvulling van rode-bloedlichaampjes het zuurstoftransport mogelijk te maken.

- Als aanvulling van de zo noodzakelijke stollingsstoffen.

Kortom: om een LEVEN te redden van een dreigende dood.

DUS NIET OM ZICH TE VOEDEN!

Voeden is iets geheel anders. Voeden heeft met deze opgesomde dingen in het geheel NIETS te maken.

BLOEDTRANSFUSIE IS DUS NIET HETZELFDE ALS VOEDEN

Bij levensgevaar toegediend transfusiebloed dient dus het LEVEN. Er kan gezegd worden dat er geen enkele ontheili­ging van leven gebeurt:

- de patiënt wordt het leven gered.

- de donor blijft volwaardig leven.



IS ER BIJ HET NEMEN VAN BLOEDTRANSFUSIE BLOEDSCHULD BETROKKEN?

Ook dàt willen de wachttorenleiders ‘bewijzen’ - zie De Wachttoren van 15 september 1978 blz. 25 bovenaan.

Maar de Bijbel hecht de term ‘bloedschuld’ alleen aan het VERGIETEN van bloed, in de betekenis van: verspillen van LEVEN. Ook wanneer er levens in gevaar worden gebracht, wegens nalatigheid, zal dit uitmonden in bloedschuld: zie b.v. Deut.22:8 en ook Ezech.3:18; 33:8.

Maar lezen we nu eens een aanhaling uit “Bijbelse onderwerpen voor gesprekken”, blz. 3 onder 5A, dan zien we daar het kopje staan: “Transfusies schenden de heiligheid van bloed”.

Hieronder wordt nu het volgende geschreven:

Misbruikt bloed verontreinigt, maakt onheilig - Numeri 35:33”

Nu blijkt echter, bij lezing van Numeri 35:33, dat VERGOTEN bloed verontreinigt, en dat wil zeggen: verspilling van LEVEN!

De Bijbel beperkt in Numeri het MISBRUIK uitsluitend tot het specifieke VERGIETEN van bloed, oftewel LEVENSVERSPILLING. Met bloedtransfusie heeft dit NIETS te maken want dit DIENT het leven.



JEHOVAH-GETUIGEN ETEN BLOED

Opgemerkt dient te weten dat men jaarlijks LITERS bloed eet, zonder zich hiervan bewust te zijn, louter door het eten van vlees. Dit geldt dan ook zo voor de Jehovah-getuigen.

Geslacht vlees blijkt nog een groot percentage van het bloed behouden te hebben. Dan kan u uit allerlei bronnen vernemen.

Tevens bevat merg veel bloed (zie De Wachttoren 15 aug. 1972 blz. 511). Ook lever bevat hoge concentra­ties bloed. Toch mag het volgens de Bijbelse maatstaf allemaal gegeten worden.

Alleen is het dan niet te begrijpen waarom de Jehovah-getuigen b.v. een klein kindje een levensreddende transfusie van slechts 0,5 liter bloed (zelfs niet van vader of moeder) zouden weigeren. Dit terwijl de getuigen, normale vleeseters zoals zij zijn, jaarlijks liters bloed consumeren!

Kleine kinderen hebben inderdaad niet meer dan zo’n halve liter bloed nodig, maar de wachttorenleiding verbiedt dit dictatoriaal en eigenmachtig. Wanneer de getuigen dit toch zouden doen, dan worden zij prompt uit de organisatie gesloten, zodat God hen uiteindelijk zogenaamd zal ‘vernietigen’ (annihilatie-aanhangers die zij zijn).

Iedereen zou DAGELIJKS, tot verzadiging toe, bloedrijk merg en lever mogen eten, maar toch zou een kleine transfusie geweigerd moeten worden om je kind te redden. Is dat geen schande? Onze maatschappij zou moeten beschermd worden tegen lieden die zo dwaas redeneren.

GOD WENST BARMHARTIGHEID EN GEEN OFFERANDE!

Er is er maar één die onze Meester is: de Heer Jezus Christus (Matt.23:8). Hij nu zei in Matt.12:7 :

“Maar indien gij [de Farizeeën] hadt begrepen wat het zeggen wil: ‘Ik wil barmhartigheid en geen offerande’, zoudt gij de onschuldigen niet hebben veroordeeld”

Zie ook Hosea 6:6 en Markus 2:24-27 (David en de toonbroden).

Gods wetten zijn er altijd ten VOORDELE van de mens. Daarom zegt de Heer Jezus dat de mens er niet is terwille van de Sabbat, maar de Sabbat is er terwille van de mens! Zie Markus 2:27.

Bovendien: tot de GEWICHTIGER zaken der Wet behoorde de BARMHARTIGHEID - zie Matt.23:23. De Farizeeën lieten Gods liefde en barmhartigheid buiten beschouwing, en dat is een zeer ernstige zaak!

De liefde tot onze naaste is de vervulling van de Goddelijke wet (Rom.13:10). Daarom moeten wij onze medemensen helpen, zeker als het om hun leven gaat. Wat schuilt er dan voor verkeerds in om ons bloed te geven voor onze zieke medemens die in stervensnood verkeert?

Voor het ETEN van bloed is er in 1Sam.14:31-35 geen dispensatie, maar in voedsel is er keuze genoeg, zodat bloed eten niet hoeft. Voedsel is niet zo precair als bloedtransfusie. Een gezond mens kan zich 40 à 50 dagen onthouden van voedsel, maar de nood aan bloedtransfusie stelt zich soms als een kwestie van minuten!



TOT SLOT IETS OVER AUTOGENE TRANSFUSIE

De Wachttorenleiders verbieden ook transfusie van EIGEN bloed. Dit heet ‘autogene transfusie’.

Ook mag je niet je eigen bloed in een spuit uit het ene deel van het lichaam trekken en het daarna in een ander deel terug inspuiten. Zo gauw je eigen bloed je lichaam verlaten heeft, mag het niet meer door je lichaam terug opgenomen worden.

Zie hiertoe de brochure “Bloed, geneeskunde en de wet van God” blz. 15 bovenaan, en De Wachttoren van 15 september 1978, vooral blz. 29-31.

Ik ken het geval van een aannemer, die ik ken, wiens slijpschijf tijdens het werken afbrak en zijn lever doorboorde. Gevolg: een ernstige inwendige bloedstorting. De chirurg heeft dan het bloed uit de buikholte opgetrokken en nadien weer ingespoten. Als deze aannemer een Jehovah-getuige zou geweest zijn, dan had hij moeten sterven! Hij zou zijn eigen bloed niet terug mogen nemen!

Nu een ander feit, dat van een jongen van 14 jaar, die ik ken. Hij kon in het ruggemerg geen witte-bloedlichaampjes meer aanmaken. Gevolg: infecties kunnen niet meer in de hand gehouden worden met de middelen van het lichaam. Hij wordt in een steriele omgeving gehouden tot hij uiteindelijk zal moeten sterven: een kwestie van nog enkele maanden. Redding is medisch mogelijk door ruggemergtransplantatie. Maar vóór de toen nog te verschijnen Wachttoren van 15 juni 198012 is transplantatie verboden: zie De Wachttoren van 1 febr. 1968 blz. 9413 (dierlijk transplantaat mag echter wél: zie blz. 95 links-boven12). Bovendien bevat merg veel bloed en er moet tevens bloedtransfusie toegepast worden. Langs alle kanten zijn dus de deuren toe om redding mogelijk te maken.

Gelukkig is, in tegenstelling tot de moeder, de vader géén Jehovah-getuige. De jongen zijn kleiner broertje zal de donor worden van het ruggemerg. Eerst ondergaat dit broertje een aftapping van een grote hoeveelheid bloed voor onderzoek, maar het wordt nadien bij hem weer ingespoten (autogene transfusie - verboden!). Daarna wordt het ruggemerg overgeplant bij zijn broer (transplantatie verboden!), en er komt ook bloedtransfusie bij te pas (uiteraard verboden). Maar de operatie slaagt volkomen. Meer dan drie jaar nadien heb ik die jongen teruggezien in blakende gezondheid!

Hadden de wachttorenleiders het voor het zeggen gehad, dan zou een jongen van 14 jaar opgeofferd zijn geweest voor de heiligheid van bloed. De heiligheid van het LEVEN en de BARMHARTIGHEID zouden dan volkomen over het hoofd zijn gezien!

De schuldigen zijn andermaal de Farizeïsche tirannen van het wachttorengenootschap.

Maar indien gij hadt begrepen wat het zeggen wil: ‘Ik wil BARMHARTIGHEID en geen offerande’, zoudt gij de onschuldigen niet hebben veroordeeld” - Matt.12:7 en 9:13.

Want in LIEFDE heb Ik behagen en niet in slachtoffer” - Hosea 6:6.



_________________________________

E-mail: verhoevenmarc@skynet.be

Homepage: http://users.skynet.be/fa390968/index.htm of http://www.verhoevenmarc.be/index.htm

Ga hier naar de Nieuwste Artikelen of http://www.verhoevenmarc.be/NieuwsteArtikelen.htm




1 Scan bij mij (gratis) verkrijgbaar.

2 Ik heb na 1980 de zaken niet verder onderzocht, maar het zou me niet verwonderen dat hun standpunt omtrent inenting en bloedtransfusie sindsdien andermaal wijzigingen heeft ondergaan.

3 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

4 Diverse scans, uit de originele wachttorenpublikaties, zijn bij mij (gratis) verkrijgbaar.

5 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

6 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

7 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

8 Wachttoren 15 juni 1980 blz. 32 (scan bij mij verkrijgbaar). Nadien kan die ‘waarheid’ wel weer veranderd zijn.

9 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

10 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

11 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

12 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.

13 Scan op aanvraag (gratis) verkrijgbaar.







De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina