Gouron-Gwri gouron m -ed held gouronkediñ



Dovnload 287.01 Kb.
Pagina1/5
Datum23.08.2016
Grootte287.01 Kb.
  1   2   3   4   5
Gouron-Gwri
gouron m -ed held

gouronked ww baden, een bad nemen

gour-pried m echtgenoot

gourraden col mannelijke varen

gourraoskl col bamboe

gourrebed m -où violoncel, cello

gourrebedour m -ien (violon)cellist

gourrenn m -où wenkbrauw

gourriziadenn v -où het hinniken (kort)

gourriziadur m -ioù het hinniken, gehinnik

gourrizi ww hinniken

gourru v -ioù steeg
goursav m extase, vervoering
goursav-heol m goursavioù-heol solstitium, zonnestilstand
goursevel ww goursavet in extase brengen/raken
goursez v -ioù gorsedd; bijeenkomst
goursez² m -ioù uitstel; pevar bloaz prizon gant goursez vier jaar gevangenis met
uitstel
goursez ww uitstellen
goursez-dle m moratorium
gourskiltr bn uiterst scherp of hoog
gourstraed v -où grote verkeersader
gourt bn stijf, verstijfd (van de kou); moeilijk te hanteren
gouru v -ioù steeg
gourvab m gourvibien achterkleinzoon (Hemon); kleinzoon (Ar Porzh)
gourvadez m -ioù nooddoop
gourvadez ww het nooddoopsel toedienen
gourvamm-gozh v gourvammoù-kozh overgrootmoeder
gourvamm-you v gourvammoù-you, gourvammyouier betovergrootmoeder
gourvenn m afgunst, jaloersheid
gourvenn ww benijden, jaloers zijn
gourvennek, gourvennus bn afgunstig, jaloers
gourventez v afgunst, jaloersheid

gourvez m liggende houding

gourvez [’gurvEs] ww gourvezet liggen, gaan liggen

gourvezus bn liggend

gourvezvank m -où canapé, sofa

gourvoereb v -ed, -ezed oudtante

gourvrug col uitgestrekte heide

gourwalc’h ww oververzadigen

gourweled m bovennatuurlijk visioen

gourwez col sequoia’s

gouryev m -ioù bovendrempel, dwarshout, kalf

gourzarzh ww met geweld openbreken (van golven)

gourzeurel ww gourzaolet gezaaid graan met aarde bedekken

gourzomm ww oververhitten

gourzrec’h m -où, -ioù klinkende overwinning, triomf

gourzrec’h ww triomferen

gourzrec’hour m -ien triomfator

gourzrompilh v -où bas (muziekinstrument)

gourzrompilher m -ien bassist

goüs bn gisting veroorzakend

gousailh ww huppelen

gousper m avondschemering; vooravond van een jaarbeurs; vespers

gousperoù meerv vespers

gouspin m -ed bengel, straatjongen

goust m -où lust, zin, verlangen

goustad [’gustat] bn langzaam, stil sprekend

goustadik bw langzaam, langzaam aan, stilletjes, stil sprekend

goustaon v -ioù stuk bevestigd tegen de voorsteven van een schip
goustell v -où hoop, stapel; kluwen
goustellad v -où inhoud van een stapel/kluwen
goustell ww stapelen; tot een kluwen winden
goustilh m -où dolk, stiletto
goustilh ww met een dolk steken
goustilher m -ien man die steekt met een dolk
goustiñ ww proeven
goustivadur m -ioù hardlijvigheid, constipatie
goustraed v -où steeg
goût zie gouzout
goutoù
meerv jicht
Gouver rivier La Veuvre
gouverkañ ww onderstrepen, beklemtonen, benadrukken
gouvezad m -où bekende zaak (abstract)
gouvezv bn lichtjes dronken
gouvidigezh v wetenschap, kennis
gouvrezel m -ioù guerrilla
gouvrezelekaat ww een guerrilla voeren
gouvrezeliad m gouvrezelidi guerrillero
gouwelout ww waarnemen/opmerken uit de verte
gouyen bn fris, een beetje koud
gouyenaat ww fris worden/maken; enigszins koud maken/worden
gouyended v, gouyender m frisheid/kilheid van het weer
gouyezh v -où dialect
gouzañv [’gu:za~w] ww gouzañvet lijden; verdragen; ervaren; ret eo gouzañv
da gaout skiant ha labourat da gaout arc’hant
het is nodig te lijden om
verstand te krijgen en te werken om geld te verwerven
gouzañvded v, gouzañvder m lijden
gouzañvegezh v geduld, lijdzaamheid
gouzañver m -ien man die lijdt, patiënt; slachtoffer
gouzañvus bn lange tijd lijdend; lijdzaam, verdraagzaam
gouzañvusted v, gouzañvuster m lijdzaamheid, geduld; verdraagzaamheid
gouzav ww gouzavet waarschuwen, inlichten
gouzekant bn belangrijk, fijn
gouzen m gouzud misbaksel; heel kleine man
gouzer m -ioù stalstro
gouzerc’h m/v -où soort van brasem
gouzeriad m -où; gouzeriadenn v -où laag stalstro
gouzeri ww stalstro spreiden
gouziad m -où; gouziadenn v -où laag stalstro
gouzi ww stalstro spreiden
gouzienn v avondmist, vochtige avondlucht
gouzienn ww zich vormen na zonsondergang (gezegd van avondmist)
gouzifiad m -où, gouzifidi jachtspies
gouziviad m gouzividi man die lijdt, patiënt
gouziger ww half openen, op een kier zetten/staan
gouzigor
bn half open
gouziz ww verlagen
gouzizenn v -où atmosferische depressie
gouzoug [’gu:k] m  où hals (ook van een fles); nek; keel; toull va gouzoug mijn
keelgat
gouzougad m -où wat in een keel kan; keelpijn
gouzougañ ww zijn nek uitsteken
gouzoug-an-troad m wreef
gouzougek bn een grote nek/hals/keel hebbend
gouzougenn v -où kraag, kraagje
gouzoug-mor m zee-engte
gouzour ww verzadigd raken met water; bevochtigen, besproeien
gouzout [’gu:t] ww (st gouz , gouez , goui ) weten, kennen; gouzout lenn kunnen
lezen; an neb na oar ket a gavo da zeskiñ wie niets weet zal snel iets vinden
om te leren (uiteraard op zijn kosten); ha me ‘ oar en zo voort; hep gouzout da
buiten medeweten van; ne ouien ket petra ober ik wist niet wat te doen;
gouzout hiroc’h meer weten; gouzout an tu ouzh unan bennak weten hoe
iemand aan te pakken; din da goût naar mijn weten
gov m -ed, -ien smid, hoefsmid; Ar Gow is een van de meest voorkomende
familienamen

govel v -ioù smidse
goveliadus bn smeedbaar
goveliadusted v, govelladuster m smeedbaarheid
goveliañ ww smeden
govelier m -ien smeder
govelierez v -ed smeedmachine; stoomhamer
govelierezh m het smeden; smeedkunst
govellat ww de snee van een zeis/sikkel plat slaan voor het slijpen

goz [’go:] v  ed mol

gozard m -ed man met zwart uiterlijk
gozellat ww graven (in) (als een mol)
gozeta ww gozetaet, gozetet mollen vangen
gozetaer m -ien mollenvanger
gozunell v -où mollenknip, mollenval

gra  [gra] stam van ober

gra m -où acte, actie, zaak, transactie; ober gra een goede slag slaan

grad v zin, plezier; toestemming (bij het tekenen van een acte); erkentelijkheid

gradailh v -où provisiekast met openingen

grae v -où strand; grind

graer m -ien man die handelt

graer² m ioù werkzaam bestanddeel, agens

grafit m -où grafiet, potlood

gragailhat ww piepen, sjilpen; mopperen, morren; wauwelen, grofheden
uitkramen

gragailher m -ien huilebalk, schreeuwlelijk

gragailherezh m gepiep, gesjilp; gegrien, geschreeuw

gragaouet bn hees, schor

gragennat ww kakelen

grakal ww kakelen; kwaken

grak ww afkrabben, schrapen

grakerezh m -ioù gekakel; gekwaak

grakerezh² m -ioù geschraap

grallig in ober grallig lui uitgestrekt liggen; zich goed bevinden; ar c’hazh a ra
grallig aze en heol
de kat ligt zalig te luieren in de zon

Gralon persoonsnaam de onfortuinlijke koning in de legende van Kêr-Iz

gramadeg v -où spraakkunst

gramel m -ioù spraakkunst

gramel² m klis, klit

gramelian m -ed grammaticus

gramineg m -ed grasachtige

gramm [’gra~m] m  où gram

grammad m -où gewicht van een gram

granat m granaatsteen

granig m -ed pieterman (vis)

grañj [’gra~S] v  où schuur

gras [’gras] v  où gratie, genade, bevalligheid ; gras a gavan , ur c’hras eo din dat
lucht me op

Grased meerv (de Drie) Gratiën

Gras-Gwengamp plaatsnaam Grâces

grasius bn bevallig, gracieus

grasiusted v; grasiuster m bevalligheid

graskin col leisteen

grasoù meerv dankgebeden

graspadur m -ioù schram, schaafwond

grasperezh m het schrammen; het strijken langs

grasp ww schrammen; even aanraken, strijken langs

gras-vat v gratie, bevalligheid, charme

grataat ww beloven; toestemmen, inwilligen

gratadenn v -où kortstondige grote hitte

gratadenn-heol v zonnesteek

grataer m -ien belover

grataerezh m -ioù belofte

grat ww kortstondig erg warm zijn; roosteren

gratenn v -où kortstondige grote hitte

graus bn mogelijk, realiseerbaar; overgankelijk (werkwoord)

grav v -ioù heuveltje, helling

gravell m graveel, niersteen

gravelleg m gravelleien persoon met nierstenen

gravellek bn lijdend aan nierstenen

gravi ww een helling opgaan

gravienn v -où helling

gravitadur m gravitatie, zwaartekracht

grazal m -ioù koorboek; graduale (rooms-kath)

grazu ww een graad behalen/toekennen (universiteit)

grazued m grazuidi gegradueerde, gediplomeerde (universiteit)

gre v -ioù kudde

gread v -où aantal dieren in een kudde

greant bn actief

greanted v activiteit

greantel bn industrieel

greantelaat ww industrialiseren

greanterezh [grea~n’tE:rEs] m  ioù industrie, industriële activiteit

greanterezhel bn industrieel

greanti m -où fabriek, werkhuis

grec’h m -ent, -ed mijt (dier)

grec’hier meerv van groc’h grot

grec’houad m grec’houidi taling (vogel)

gred m ijver, gloed; leun a c’hred gloedvol

gredus bn ijverig, vurig, hevig

greg v -où koffiekan

gregach m Griekse taal; koeterwaals, onbegrijpelijk jargon

gregach ww Grieks praten; koeterwaals uitkramen; stotteren

gregad v -où inhoud van een koffiekan

gregailh m kalkpuin; gruis (bv. van kolen)

Gregam plaatsnaam Grand-Champ

gregon col wilde pruimen

Gregor mansnaam Gregorius

gregorian bn gregoriaans

grei m tuigage, want

grei ww optuigen; van alles voorzien (ironisch)

grek zie greg koffiekan

grelink m -où greling (soort van touw)

grell m -où grove zeef

grellat ww ziften met een grove zeef

grellek bn zanderig, zand-

grellenn v -où zanderige bodem

grell-mein m steenslag, steengruis

grellsabl m grof zand

grellsableg v -i, -où terrein bedekt met grof zand

grem m -où barst, spleet

gremilh m steenbreek, saxifraga (plant)

gremm m energie (wetenschappelijke term)

gren bn alert, fit, in goeie conditie

grenn v -où kuip, tobbe

grenozell v kruisbes

gres bn prompt, snel; overvloedig

Gres plaatsnaam Griekenland

Gresian m -ed Griek

gresian bn Grieks

gresianeg m Grieks (taal)

gresianeger m -ien Griekstalige

gresianegour m -ien hellenist

gresianek bn Griekstalig

gresim m Grieks (taal)

gresim ww Grieks praten

greuchad ww op iemands borst leunen (ironisch)

greuj ww verstoppen, verstopt raken (luchtwegen)

greun [’gr“~:n] col graan, graankorrels; viseitjes, kuit; m  ioù graan

greunadenn v -où granaat (projectiel)

greunadenn-daeraouiñ v (traan)gasgranaat

greunadez col granaatappelen

greunadezenn v -ed granaatboom

greunadour m -ien grenadier

greunaval m -où granaatappel

greunavalenn v -ed granaatboom

greunek bn vol graankorrels

greunennek bn korrelig

greuni ww graankorrels vormen

greunier m -ien graanhandelaar

greunier² m -où (graan)zolder

greunierezh v -ioù grutterij, graanhandel (gebouw)

greunierezh² m graanhandel (de zaak)

greun-kafe col porseleinslakken

greunn m geknor

greunn ww knorren (van varkens)

greun-roc’h col muurpeper (plant)

greun-rogaj m kuit van kabeljauw (gebruikt als aas)

greun-ruz col krabbeneitjes binnen in het schild

greunvaen [’gr“~nvEn] m graniet

greunvaenek bn van graniet, granietachtig

greunvaener m -ien steenhouwer die werkt met graniet

greüs bn maakbaar, doenlijk, mogelijk

greüsted v, greüster m doenlijkheid, mogelijkheid

grevadurezh v neerslachtigheid, bedroefdheid

grev ww overstelpen, neerslachtig maken, bedroeven

grevañs v neerslachtigheid, droefheid; last

grevek bn korrelig (van aarde)

greventez, grevidigezh v neerslachtigheid, bedroefdheid

grevus [’gre:vys] bn ernstig (van ziekte enz.)

grevusaat ww ernstiger maken/worden

grevusadur m -ioù het ernstiger maken/worden

grevusted v, grevuster m ernst (van toestand …)

grez m tijdvak, tijdstip, tijdperk

grif v -où hark om het land effen te maken na het ploegen

grif ww met de hark (grif) bewerken

grifon m -ed griffioen; aasgier

grignol [’grK~¯Ol] v  (i)où zolder; schuur; kist om graan in te bewaren

grignolaj m -où zolder van een schip

grignoliad v -où inhoud van een zolder/schuur

grignoli ww op zolder opslaan

grignos ww met de tanden knarsen

grignous bn grienerig; kribbig

grignouz m -ed griener, huilebalk; kribbig man

grignouzat ww grienen; kribbig zijn

grigoñs col wilde appelen

grigoñs² m -où tandengeknars

grigoñs³ m -où kraakbeen

grigoñsat ww knarsen met de tanden

grigoñsek bn kraakbeenachtig

grigoñserezh m tandengeknars

grigoñsus bn kraakbeenachtig

grik m een enkel woord; ober a reas ‘ya’ gant e benn hep distagañ ur grik hij
knikte met het hoofd zonder een woord te zeggen

grik! tussenwerpsel zwijg!

grilh [’gri¥] v -où grill, rooster

grilh² m/v -ed krekel

grilh³ m -ed langoest

grilhadenn v -où grillade, geroosterd vlees

grilh ww roosteren (vlees …)

grilh² ww in stukken breken

grilh-douar m/v veldkrekel

grilh dour [gri¥’du:r] m  ed d. rivierkreeft

grilheta ww grilhetaet, grilhetet op langoest vissen

grilh mor [gri¥’mo:r] m  ed m. langoest, hoornkreeft

grilh traezh [gri¥’trE:s] m  ed t. langoustine

grim m -où grimas, zuur gezicht; gemaaktheid, geaffecteerdheid

grimandell m -où loper, steeksleutel

grimandell ww met een loper openmaken

griñs m havermout

griñsal ww knarsen, piepen

griñsenn v -où beetje, graantje, kruimel; griñsenn! helemaal niet(s)! ; n’ac’h eus
debret begad? Griñsenn
heb je iets gegeten? Geen beet

griñserezh m geknars, gepiep

griñson m havermout

grip m -où griep

griped m -où valstrik, val, klem

gripi m griffioen

gris [’gri:s] bn grijs

grisi ww verkleumd zijn; bezañ grisiet gant ar riv verkleumd zijn van de kou

gristilhat ww luid door de neusgaten blazen (paarden – dit is geen hinniken)

griswenn bn grijsachtig

griz m -ed das (dier)

grizart bn grijsachtig

grizias bn verzengend, vurig, gloeiend; an heol gant e vannoù grizias de zon met
haar verzengende stralen

grizien v zandkorrels

grizienn v -où graad

griziested v, griziester m gruwelijkheid, ruwheid

griziez ww ruw/gruwelijk/heet worden/maken

grizilh [’gri:zi¥] m hagel

grizilh ww hagelen

grizilhenn v -où hagelsteen

grizilhon m -où handboei

grizilhon ww de handboeien aanleggen

grizilhus bn hagel meebrengend; met veel hagelstenen

grizinkadenn v -où gehinnik

grizinkal ww hinniken

gro v -ioù verhoogde weg door water, zandbank


  1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina