Grijs zijn gearceerd



Dovnload 2.63 Mb.
Pagina1/31
Datum24.07.2016
Grootte2.63 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   31

Integrale versie van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling, waarin alle tussen 2 januari 2011 en 2 juli 2012 aangebrachte wijzigingen zichtbaar zijn gemaakt.


LEESWIJZER

Dit document bevat de teksten van het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling, geïntegreerd in één document, waarbij de onderdelen van de ministeriële regeling telkens onder de corresponderende onderdelen van het Activiteitenbesluit zijn geplaatst. De artikelen van de ministeriële regeling zijn als zodanig herkenbaar doordat ze grijs zijn gearceerd.

De wijzigingen die in de periode januari 2011-juli 2012 in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling zij aangebracht, zijn zichtbaar als revisies (onderstreepte tekst met afwijkende kleur).

Overgangsrechtelijke bepalingen zijn verplaatst van de hoofdstukken 6 van Activiteitenbesluit en de ministeriële regeling naar de artikelen waar ze betrekking op hebben. Ook overgangsbepalingen die zijn komen te vervallen door het verlopen van de overgangstermijn worden weergegeven. Overgangsrechtelijke bepalingen zijn cursief weergegeven en herkenbaar aan het woord overgangsrecht. De algemene overgangsartikelen van § 6.1 van het Activiteitenbesluit zijn blijven staan in hoofdstuk 6.

Tip: indien u de wijzigingen niet langer zichtbaar wilt hebben klik dan op het pijltje bij de knop ‘Wijziging accepteren' en vervolgens op ‘Alle wijzigingen in het document accepteren'.



De onderstaande besluiten en regelingen zijn verwerkt in deze integrale versie. Men kan desgewenst per artikel van het Activiteitenbesluit en de -regeling bekijken door welke van de onderstaande besluiten en regelingen het is gewijzigd en op welke datum die wijziging in werking is getreden, door het Activiteitenbesluit of de -regeling op te zoeken op www.wetten.nl en daar bij het gewenste artikel te klikken op het “i” symbooltje.

  • Besluit van 11 februari 2011 tot wijziging van een aantal algemene maatregelen van bestuur in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312). Dit besluit is in werking getreden op 5 maart 2011. (Stb 2011, 104)

  • Besluit van 16 maart 2011, houdende algemene regels voor lozen anders dan vanuit een inrichting (Besluit lozen buiten inrichtingen) (Stb. 2011, 153)

  • Besluit van 8 april 2011, houdende eisen met betrekking tot brandstoffen ter implementatie van richtlijn nr. 2009/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 tot wijziging van Richtlijn 98/70/EG met betrekking tot de specificatie van benzine, dieselbrandstof en gasolie en tot invoering van een mechanisme om de emissies van broeikasgassen te monitoren en te verminderen, tot wijziging van Richtlijn 1999/32/EG van de Raad met betrekking tot de specificatie van door binnenschepen gebruikte brandstoffen en tot intrekking van Richtlijn 93/12/EEG (PbEU L 140). (Besluit brandstoffen luchtverontreiniging) (Stb. 2011, 192)

  • Besluit van 31 mei 2011, houdende regels ten behoeve van de uitvoering van verordening (EG) nr. 1005/2009 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 september 2009 betreffende ozonlaagafbrekende stoffen (herschikking) (PbEU L 286) (Uitvoeringsbesluit EG-verordening ozonlaagafbrekende stoffen) (Stb. 2011, 281)

  • Besluit van 24 november 2011 tot wijziging van het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer en het Besluit omgevingsrecht in verband met de implementatie van richtlijn nr. 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations (PbEU 2009, L 285) (Stb 2011, 552)

  • Besluit van 30 november 2011, houdende wijziging van het Besluit gewasbeschermingsmiddelen en biociden en enige andere besluiten in verband met de aanwijzing van nationale beoordelingsmethoden voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en enige andere onderwerpen (Stb. 2011, 594)

  • Besluit van 15 maart 2012 tot wijziging van diverse algemene maatregelen van bestuur in verband met de invoering van het Bouwbesluit 2012 (Aanpassingsbesluit Bouwbesluit 2012) (Stb. 2012, 124)

  • Besluit van 15 maart 2012, houdende wijziging van het Vuurwerkbesluit en enkele andere algemene maatregelen van bestuur (verbetering uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid Vuurwerkbesluit) (Stb. 2012, 127)

  • Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 7 februari 2011, nr. BJZ2011034906, tot wijziging van een aantal ministeriële regelingen in verband met de implementatie van richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PbEU L 312) (Stcrt. 2011, 2541)

  • Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu van 21 maart 2011, nr. BJZ2011040420, houdende herstel van wetstechnische gebreken alsmede andere wijzigingen van ondergeschikte aard in diverse regelingen op de beleidsterreinen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (Stcrt. 2011, 5356)

  • Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 14 april 2011, nr. BJZ2011043262, houdende wijziging van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (Stcrt. 2011, 7257)

  • Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 11 april 2011, nr. BJZ2011041742, houdende algemene regels voor lozen anders dan vanuit een inrichting (Regeling lozen buiten inrichtingen) (Stcrt. 2011, 6888)

  • Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 14 september 2011, nr. IENM/BSK-2011/122303, tot wijziging van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (wijziging inzake glas in autowrakken) (Stcrt. 2011, 16929)

  • Regeling van de Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu van 22 november 2011, nr. IENM/BSK-2011/156730, tot wijziging van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (afleveren van vloeibare brandstof en gecomprimeerd aardgas) (Stcrt 2011, 21136)

  • Regeling van de Minister van Infrastructuur en Milieu, van 6 december 2011, nr. IENM/BSK-2011/164078, houdende wijziging van een aantal regelingen op de beleidsterreinen van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu ter vastlegging van uitzonderingen op de toepasselijkheid van de positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen ingevolge de Dienstenwet (Stcrt. 2011, 22843)

INHOUDSOPGAVE

De onderstaande inhoudsopgave gaat uit van het Activiteitenbesluit. De onderdelen van de ministeriële regeling worden, op de bijlagen na, niet apart genoemd, omdat die bij het betreffende onderdeel van het Activiteitenbesluit zijn geplaatst.



Hoofdstuk 1. Algemeen 6

Afdeling 1.1. Begripsbepalingen, omhangbepaling, reikwijdte en procedurele bepalingen 6



§ 1.1.1. Begripsbepalingen 6

§ 1.1.1a. Omhangbepaling 20

§ 1.1.2. Reikwijdte en andere procedurele bepalingen 20

Afdeling 1.2. Melding 22



Hoofdstuk 2. Algemene regels ten aanzien van alle activiteiten 25

Afdeling 2.1. Zorgplicht 25

Afdeling 2.2. Lozingen 26

Afdeling 2.3. Lucht 28

Afdeling 2.4. Bodem 31

Afdeling 2.5. Afvalbeheer 37

Afdeling 2.6. Energiebesparing 39

Afdeling 2.7. Verkeer en vervoer 40

Afdeling 2.8. Geluidhinder 41

Afdeling 2.9. Trillinghinder 47



Hoofdstuk 3. Bepalingen met betrekking tot activiteiten in inrichtingen, tevens geldend voor inrichtingen type c 49

Afdeling 3.1. Afvalwaterbeheer 49



§ 3.1.1. Bodemsanering en proefbronnering 49

§ 3.1.2. Lozen van grondwater bij ontwatering 51

§ 3.1.3. Lozen van hemelwater, dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening 53

§ 3.1.4. Behandelen van huishoudelijk afvalwater op locatie 54

§ 3.1.4a. Behandeling van stedelijk afvalwater 57

§ 3.1.5. Lozen van koelwater 61

§ 3.1.6 Lozen ten gevolge van werkzaamheden aan vaste objecten 61

Afdeling 3.2. Installaties 67



§ 3.2.1. In werking hebben van een warmtekrachtinstallatie 67

§ 3.2.2. In werking hebben van een installatie voor het reduceren van aardgasdruk, meten en regelen van aardgashoeveelheid of aardgaskwaliteit 68

§ 3.2.3. In werking hebben van een windturbine 71

§ 3.2.4. In werking hebben van een installatie voor het doorvoeren, bufferen of keren van rioolwater 75

Afdeling 3.3. Voorzieningen 78



§ 3.3.1. Afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas ten behoeve van openbare verkoop voor motorvoertuigen voor het wegverkeer 78

§ 3.3.2. Het wassen van motorvoertuigen of carrosserie-onderdelen daarvan 86

§ 3.3.3. Tandheelkunde 87

§ 3.3.4. Opslaan van propaan 87

§ 3.3.5. Opslaan van vloeibare brandstof en afgewerkte olie in ondergrondse opslagtanks 89

§ 3.3.6. Opslaan en overslaan van goederen 94

§ 3.3.7. Het demonteren van autowrakken en daarmee samenhangende activiteiten 103

Hoofdstuk 4. Bepalingen met betrekking tot overige activiteiten in inrichtingen; niet geldend voor inrichtingen type c met uitzondering van de in artikel 1.4, derde lid, onderdeel b tot en met e genoemde activiteiten 108

Afdeling 4.1. Op- en overslaan van gevaarlijke en andere stoffen en gassen en het vullen van gasflessen 108



§ 4.1.1. Opslaan van gevaarlijke stoffen en bodembedreigende stoffen in verpakking niet zijnde vuurwerk, vaste kunstmeststoffen, asbest, gedemonteerde airbags en gordelspanners en andere ontplofbare stoffen 108

§ 4.1.2. Opslaan van vuurwerk en andere ontplofbare stoffen 116

§ 4.1.3. Opslaan van stoffen in opslagtanks 117

§ 4.1.4. Parkeren van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen 123

§ 4.1.6. Het vullen van gasflessen met propaan en/of butaan 124

§ 4.1.7. Opslaan van vaste kunstmeststoffen 125

Afdeling 4.2. Installaties 125



§ 4.2.1. In werking hebben van een stookinstallatie 125

§ 4.2.2. In werking hebben van een koelinstallatie 126

Afdeling 4.3. Activiteiten met betrekking tot hout en kurk 127



§ 4.3.1. Mechanische bewerkingen van hout of kurk dan wel van houten, kurken of houtachtige voorwerpen 127

§ 4.3.2. Reinigen, coaten en lijmen van hout of kurk dan wel houten, kurken of houtachtige voorwerpen 128

Afdeling 4.4. Activiteiten met betrekking tot kunststof 132



§ 4.4.1. Kunststofverwerking en mechanische bewerkingen van kunststof of kunststofproducten 132

§ 4.4.2. Reinigen, coaten en lijmen van kunststof of kunststofproducten 134

Afdeling 4.5. Activiteiten met betrekking tot metaal 137



§ 4.5.1. Spaanloze, verspanende en thermische bewerking en mechanische eindafwerking van metalen 137

§ 4.5.2. Lassen van metalen 140

§ 4.5.3. Solderen van metalen 143

§ 4.5.4. Stralen van metalen 145

§ 4.5.5. Reinigen, lijmen en coaten van metalen 147

§ 4.5.6. Aanbrengen anorganische deklagen op metalen 151

§ 4.5.8. Elektrolytisch en stroomloos aanbrengen van metaallagen op metalen 155

§ 4.5.9. Drogen van metalen 156

§ 4.5.10. Aanbrengen van conversielagen op metalen 157

§ 4.5.11. Thermisch aanbrengen van metaallagen op metalen 158

§ 4.5.12. Lozen van afvalwater afkomstig van activiteiten in § 4.5.1 tot en met 4.5.11 160

Afdeling 4.5a. Activiteiten met betrekking tot natuursteen of kunststeen 163



§ 4.5a.1. Mechanische bewerkingen van natuursteen of kunststeen 163

§ 4.5a.2. Aanbrengen van lijmen, harsen en coatings op natuursteen of kunststeen 165

§ 4.5a.3. Chemisch behandelen van natuursteen of kunststeen 167

Afdeling 4.6. Activiteiten met betrekking tot motoren, motorvoer- en vaartuigen en andere gemotoriseerde apparaten 167



§ 4.6.1. Lozen van afvalwater (algemeen) 167

§ 4.6.2. Bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage 168

§ 4.6.3. Afleveren van vloeibare brandstoffen aan vaartuigen 169

§ 4.6.4. Afleveren van vloeibare brandstof, mengsmering en aardgas anders dan voor openbare verkoop aan derden voor motorvoertuigen voor het wegverkeer en voor vaartuigen 172

§ 4.6.5. Onderhouden en repareren van motoren, motorvoertuigen en andere gemotoriseerde apparaten en proefdraaien van verbrandingsmotoren 177

§ 4.6.6. Onderhouden en repareren en afspuiten van pleziervaartuigen 179

Afdeling 4.7. Activiteiten met betrekking tot papier en textiel 180



§ 4.7.1. Ontwikkelen en afdrukken van fotografisch materiaal 180

§ 4.7.2. Zeefdrukken 180

§ 4.7.3. Vellenoffset druktechniek 182

§ 4.7.3a. Bewerken, lijmen, coaten en lamineren van papier of karton 186

§ 4.7.4. Reinigen en wassen van textiel 189

§ 4.7.4a. Mechanische bewerking en verwerking van textiel 195

§ 4.7.4b. Lassen van textiel 197

§ 4.7.4c. Lijmen en coaten van textiel 198

§ 4.8.1. Inwendig reinigen van tanks, tankwagens, vrachtwagens en andere transportmiddelen 200

§ 4.8.2. Bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen 201

§ 4.8.3. Bereiden van voedingsmiddelen 203

§ 4.8.4. Slachten van dieren, uitsnijden van vlees en vis en bewerken van dierlijke bijproducten 205

§ 4.8.5. Bieden van gelegenheid voor het beoefenen van sport 207

§ 4.8.5a. Recreatieve visvijvers 207

§ 4.8.5b Gebruiken van gewasbeschermingsmiddelen op sport- en recreatieterreinen 207

§ 4.8.7. In werking hebben van een noodstroomaggregaat 208

§ 4.8.8. Traditioneel schieten 208

§ 4.8.9. In werking hebben van een crematorium en in gebruik hebben van een strooiveld 209

§ 4.8.10. In werking hebben van een laboratorium of een praktijkruimte 213

Hoofdstuk 5. Wijziging van besluiten 217

Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen 217

§ 6.1. Algemeen overgangsrecht 217

§ 6.27. Overgangsrecht met betrekking tot het opslaan van brandbare stoffen 219

§ 6.29. Slotbepalingen 220

Bijlage 1 Lijst met erkende maatregelen [Treedt in werking per 01-01-2013] 223

Bijlage 2 Lijst met grote oppervlaktewaterlichamen*, die met het oog op het lozen geen bijzondere bescherming behoeven per beheerder 225

Bijlage 3. Lijst met dierpathogenen 238

Bijlage 4.Reken- en meetvoorschrift windturbines 245

Bijlage 5. Emmissiefactoren zuiveringstechnische werken 272


Hoofdstuk 1. Algemeen

Afdeling 1.1. Begripsbepalingen, omhangbepaling, reikwijdte en procedurele bepalingen

§ 1.1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

1. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

aangewezen oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat op grond van artikel 1.7, eerste lid, onderdeel b, is aangewezen;

ADR: de op 30 september 1957 te Genève totstandgekomen Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg (Trb. 1959, 171);

afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1 van het Besluit inzamelen afvalstoffen;.

afleverinstallatie: geheel van de al dan niet onder de grond liggende tank of tanks met daaraan gekoppelde leidingen, appendages, één of meer afleverzuilen, voorzover aanwezig, een kassa en, voorzover aanwezig, één of meer betaalautomaten;

afvangrendement: hoeveelheid damp van lichte olie die door een EU-systeem voor dampretour fase-II wordt afgevangen, vergeleken met de hoeveelheid damp van lichte olie die in de atmosfeer zou zijn uitge-stoten zonder een dergelijk systeem, uitgedrukt als percentage;

andere hernieuwbare brandstoffen: andere hernieuwbare brandstoffen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, van richtlijn 2003/30/EG;

autodemontagebedrijf: inrichting voor het demonteren van autowrakken;

autowrak: voertuig dat een afvalstof is in de zin van artikel 1.1, eerste lid, van de wet;

autowrakkenrichtlijn: richtlijn nr. 2000/53/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 18 september 2000 betreffende autowrakken (PbEG L 269);

bedrijfsduurcorrectie: correctie als bedoeld in de Handleiding meten en rekenen industrielawaai, zijnde de logaritmische verhouding tussen de tijdsduur dat de geluidsbron gedurende de beoordelingstijd in werking is, en de duur van die beoordelingsperiode;

bedrijventerrein: cluster aaneengesloten percelen met overwegend bedrijfsbestemmingen, binnen een in een bestemmingsplan als bedrijventerrein aangewezen gebied, daaronder niet begrepen een gezoneerd industrieterrein;

beheerder: beheerder als bedoeld in artikel 1.1 van de Waterwet;

beperkt kwetsbaar object: beperkt kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

bijkomend gevaar: een gevaar naast de grootste gevaarseigenschap als bedoeld in het ADR;

biobrandstof: biobrandstof als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, van richtlijn 2003/30/EG, waaronder in elk geval de biobrandstoffen, bedoeld in artikel 2, tweede lid, van richtlijn 2003/30/EG, worden verstaan;

bodembedreigende activiteit: bedrijfsmatige activiteit als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A 3 van de NRB;

bodembedreigende stof: stof die de bodem kan verontreinigen als bedoeld in paragraaf 3.1 van deel A3 van de NRB;

bodembeschermende maatregel: op de gebezigde stoffen en gebruikte bodembeschermende voorziening toegesneden beheermaatregel gericht op reparatie, schoonmaak, onderhoud, actie bij incidenten, bedrijfsinterne controle, inspectie of toezicht, ter voorkoming van immissies in de bodem of herstel van de effecten van zulke immissies op de bodemkwaliteit, waarvan de uitvoering is gewaarborgd;

bodembeschermende voorziening: een vloeistofkerende voorziening, een vloeistofdichte vloer of verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening, ter voorkoming van immissies in de bodem;

bovengrondse opslagtank: opslagtank die geheel boven de bodem is gelegen;

brandcompartiment: brandcompartiment als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van het Bouwbesluit 20122003;

BTEX: benzeen, tolueen, ethylbenzeen en xyleen;

bunkerstation: drijvend bouwsel dat wegens zijn bestemming in de regel niet wordt verplaatst en dat bestemd of in gebruik is voor de opslag of levering van brandstof voor voortstuwing van schepen;

consumentenvuurwerk: consumentenvuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;

CMR-stof: stof of preparaat die volgens bijlage I bij Richtlijn nr. 67/548/EEG geclassificeerd is als Kankerverwekkend categorie 1 of 2 of als Mutageen categorie 1 of 2 of als «Voor de voortplanting giftig» categorie 1 of 2;

damp/lichte olie-verhouding: verhouding tussen het volume bij atmosferische druk van damp van lichte olie die door een EU-systeem voor dampretour fase-II loopt en het volume van de geleverde lichte olie;

debiet van lichte olie: totale jaarlijkse hoeveelheid lichte olie die uit mobiele tanks aan een inrichting wordt geleverd;

dierlijke bijproducten: bijproducten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onder a, van Verordening nr. 1774/2002 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gezondheidsvoorschriften inzake niet voor menselijke consumptie bestemde dierlijke bijproducten;

doelmatig beheer van afvalwater: zodanig beheer van afvalwater dat daarbij rekening wordt gehouden met de voorkeursvolgorde aangegeven in artikel 10.29a van de wet;

equivalent geluidsniveau: equivalent geluidsniveau als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

etmaalwaarde: de hoogste van de volgende drie waarden:

a. de waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 07.00 en 19.00 uur (dag);

b. de met 5 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 19.00 en 23.00 uur (avond);

c. de met 10 dB(A) verhoogde waarde van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr, LT) tussen 23.00 en 07.00 uur (nacht);


EU-systeem voor dampretour fase-II: apparatuur als bedoeld in artikel 2, onder 6, van richtlijn nr. 2009/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 inzake fase II-benzinedampterugwinning tijdens het bijtanken van motorvoertuigen in benzinestations (PbEU L 285);
gasdrukmeet- en regelstation categorie A: gasdrukmeet- en regelstation met:

– een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 650 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 0,1 bar is;



– een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 10 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 16 bar is;
gasdrukmeet- en regelstation categorie B: gasdrukmeet- en regelstation met een ontwerpcapaciteit die kleiner of gelijk aan 6000 normaal kubieke meter per uur is met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 16 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A;

gasdrukmeet- en regelstation categorie C: gasdrukmeet- en regelstation met een maximale operationele inlaatzijdige werkdruk die kleiner of gelijk aan 100 bar is, niet zijnde een gasdrukmeet- en regelstation categorie A of gasdrukmeet- en regelstation categorie B;

gasfles: een verplaatsbare drukhouder met een waterinhoud van niet meer dan 150 liter;

geluidsgevoelige ruimte: geluidsgevoelige ruimte als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

geluidsniveau: geluidsniveau in dB(A) als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

geurgevoelig object: geurgevoelig object als bedoeld in artikel 1 van de Wet geurhinder en veehouderij;

gevaarlijke stoffen: stoffen en voorwerpen, waarvan het vervoer volgens het ADR is verboden of slechts onder daarin opgenomen voorwaarden is toegestaan, dan wel stoffen, materialen en voorwerpen aangeduid in de International Maritime Dangerous Goods Code;

gevel: gevel als bedoeld in artikel 1 juncto artikel 1b, vijfde lid, van de Wet geluidhinder;

gevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als andere geluidsgevoelige gebouwen, met uitzondering van die gebouwen behorende bij de betreffende inrichting;

gevoelige objecten: gevoelige gebouwen en gevoelige terreinen;

gevoelige terreinen: terreinen die op grond van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als geluidsgevoelige terreinen, met uitzondering van die terreinen behorende bij de betreffende inrichting;

gezoneerd industrieterrein: industrieterrein als bedoeld in artikel 1 van de Wet geluidhinder;

inerte goederen: goederen die geen bodembedreigende stoffen, gevaarlijke stoffen of CMR-stoffen zijn;

ISO: door de Internationale Organisatie voor Standaardisatie uitgegeven norm;

jachthaven: inrichting voor het bieden van gelegenheid tot het afmeren van pleziervaartuigen;

koelinstallatie: een combinatie van met koudemiddel gevulde onderdelen die met elkaar zijn verbonden en die tezamen een gesloten koudemiddelcircuit vormen waarin het koudemiddel circuleert met het doel warmte op te nemen of af te staan;

kunststeen: blokken van korrels of brokken van natuursteen met bindmiddel;

kwetsbaar object: kwetsbaar object als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l, van het Besluit externe veiligheid inrichtingen;

Lden: de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder f, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;

Lnight: de geluidsbelastingsindicator zoals opgenomen in artikel 3, onder i, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai;

landbouwinrichting: inrichting als bedoeld in artikel 2 van het Besluit landbouw milieubeheer;

langtijdgemiddeld beoordelingsniveau: (LAr,LT) het gemiddelde van de afwisselende niveaus van het ter plaatse optredende geluid, gemeten in een bepaalde periode en vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;

lassen van textiel: het door middel van warmteopwekking of warmtetoevoer aaneenhechten van textiel;

lekbak: een voorziening waarvan de bodembeschermende werking door de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen is gewaarborgd, en die zich rondom of onder een bodembedreigende activiteit bevindt en in staat is de bij normale bedrijfsvoering gemorste of wegspattende vloeistoffen op te vangen;

lozen: het brengen van:

1°. afvalwater of andere afvalstoffen, verontreinigende of schadelijke stoffen in een oppervlaktewaterlichaam;

2°. afvalwater of overige vloeistoffen op of in de bodem;

3°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar hemelwaterstelsel;

4°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar ontwateringstelsel;

5°. afvalwater of andere afvalstoffen in een openbaar vuilwaterriool;

6°. afvalwater of andere afvalstoffen in een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, of

7°. afvalwater of andere afvalstoffen met behulp van een werk niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater op een zuiveringtechnisch werk;


LQ: Limited Quantities, gelimiteerde hoeveelheden als bedoeld in het ADR;

massastroom: massa van een bepaalde stof of stoffen die per tijdseenheid wordt geëmitteerd, uitgedrukt in massa per uur;

maximaal geluidsniveau: (LAmax) maximaal geluidsniveau gemeten in de meterstand «F» of «fast», als vastgesteld en beoordeeld overeenkomstig de Handleiding meten en rekenen industrielawaai;

meststoffengroep: aanduiding van de gevaarscategorie van vaste minerale anorganische meststoffen overeenkomstig de indeling van PGS 7;

natte koeltoren: installatie gebruikt voor het afvoeren van overtollige warmte uit productieprocessen en gebouwen door middel van het vernevelen van water;

natuursteen: uit de natuur gewonnen blokken en platen van steen;

NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-instituut uitgegeven norm;

NeR: door InfoMil uitgegeven Nederlandse Emissie Richtlijnen lucht;

niet aangewezen oppervlaktewaterlichaam: oppervlaktewaterlichaam dat geen aangewezen oppervlaktewaterlichaam is;

noodsignalen: noodsignalen die onder de klasse 1.3 of klasse 1.4 van het ADR vallen;

normaal kubieke meter: afgashoeveelheid bij 273,15 Kelvin en 101,3 kilo Pascal en betrokken op droge lucht;

NRB: door InfoMil uitgegeven Nederlandse richtlijn bodembescherming bedrijfsmatige activiteiten;

odour unit: Europese eenheid voor geurconcentratie volgens NEN-EN-13725;

opslagtank: een opslagvoorziening voor gas met een inhoud van ten minste 150 liter of een opslagvoorziening voor vloeistof met een inhoud van ten minste 300 liter, uitgezonderd een intermediate bulk container die voldoet aan hoofdstuk 6.5 van het ADR;

PAK’s: som van naftaleen, anthraceen, fluorantheen, benzo(g,h,i)pe-ryleen, benzo(a)pyreen, benzo(b)fluorantheen, benzo(k)fluorantheen en indeno(1,2,3-cd)pyreen;

PER: tetrachlooretheen;

PGS: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen;

pleziervaartuig: schip bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding;

praktijkruimte: ruimte voor chemisch, natuurkundig of medisch onderwijs waarop de Wet op het hoger onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek van toepassing is;

propaan: product, hoofdzakelijk bestaande uit propaan en propeen, met geringe hoeveelheden ethaan, butanen en butenen, voor zover de dampspanning bij 343 Kelvin (70 graden Celsius) ten hoogste 3100 kilopascal (31 bar) bedraagt;

propeen: zeer licht ontvlambaar tot vloeistof verdicht gas met UN-nummer 1077;

pyrotechnische artikelen voor theatergebruik: pyrotechnische artikelen voor theatergebruik als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;

richtlijn 2003/30/EG: richtlijn nr. 2003/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 8 mei 2003 (PbEU L 123) ter bevordering van het gebruik van biobrandstoffen of andere hernieuwbare brandstoffen in het vervoer;

rookzwak kruit: kruit dat onder de klasse 1.3 van het ADR valt;

spuitbus: niet-hervulbare houder van metaal, glas of kunststof die een samengeperst, vloeibaar gemaakt of opgelost gas bevat, al dan niet met een vloeibare, pasteuze of poedervormige stof, en voorzien van een aftapinrichting die het mogelijk maakt, dat de inhoud wordt uitgestoten in de vorm van een suspensie van vaste of vloeibare deeltjes in een gas, in de vorm van schuim, pasta of poeder of in vloeibare of gasvormige toestand;

stookinstallatie: stookinstallatie als bedoeld in het Besluit emissie-eisen middelgrote stookinstallaties milieubeheer;

systeem voor dampretour Stage-II: geheel van vulpistool, slang, appendages, regelinstrumenten en overige toebehoren waarmee de bij het afleveren van benzine aan motorvoertuigen voor het wegverkeer uit het brandstofreservoir van het motorvoertuig verdreven dampen worden teruggevoerd in de ondergrondse opslagtank van het tankstation;

theatervuurwerk: theatervuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;

totaal stikstof: de som van nitraat-, nitriet-, organisch en ammonium stikstof waarvan de emissiemetingen worden uitgevoerd, bedoeld in artikel 2.3;

traditioneel schieten: door schutterijen of schuttersgilden schieten met buksen ofwel geweren vanaf een vaste standplaats op een stilstaand doel in de buitenlucht;

vast object: locatiegebonden constructie of gedeelte daarvan;

verblijfsruimten: verblijfsruimten als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel e, van het Besluit geluidhinder;

verbruik van vluchtige organische stoffen: verbruik van vluchtige organische stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;

verdichten: reduceren van het volume;

verkleinen: in kleinere delen opdelen;

verpakkingsgroep: een groep, waarin bepaalde stoffen op grond van hun gevaarlijkheid tijdens het vervoer conform het ADR zijn ingedeeld voor verpakkingsdoeleinden:

1°. verpakkingsgroep I: zeer gevaarlijke stoffen;

2°. verpakkingsgroep II: gevaarlijke stoffen;

3°. verpakkingsgroep III: minder gevaarlijke stoffen;


vervoerseenheid met gevaarlijke stoffen: een voertuig, oplegger of aanhanger met een conform het ADR voor het vervoer van gevaarlijke stoffen toegelaten tank, tankcontainer, tankbatterij, laadketel, laadruimte of laadvloer waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn;

verwaarloosbaar bodemrisico: een situatie als bedoeld in de NRB waarin door een goede afstemming van bodembeschermende voorzieningen en bodembeschermende maatregelen de kans op een verandering van de bodemkwaliteit, ten gevolge van een immissie van een stof, verwaarloosbaar is gemaakt;

vloeibare brandstof: lichte olie, halfzware olie of gasolie als bedoeld in artikel 26 van de Wet op de accijns;

vloeistofdichte vloer of verharding: vloer of verharding direct op de bodem die waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van die vloer of verharding kan komen;

vloeistofkerende voorziening: lekbak, tankput, vloer, verharding of een andere doelmatige fysieke voorziening die vrijgekomen stoffen keert zolang als nodig is om met de daarop afgestemde bodembeschermende maatregelen te voorkomen dat deze stoffen in de bodem kunnen geraken;

vluchtige organische stoffen: stoffen als bedoeld in het Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-richtlijn milieubeheer;

voertuig:

1°. bedrijfsauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen met een maximum gewicht van ten hoogste 3500 kilogram;

2°. personenauto als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, of

3°. bromfiets als bedoeld in artikel 1.1 van de Regeling voertuigen, niet zijnde een voertuig op twee wielen;


voorziening voor het beheer van afvalwater: een openbaar vuilwaterriool, openbaar hemelwaterstelsel, openbaar ontwateringstelsel, een andere voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, een zuiveringtechnisch werk of een zuiveringsvoorziening;

vuilwaterriool:

1°. een openbaar vuilwaterriool;

2°. een andere voorziening voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater, aangesloten op een zuiveringsvoorziening, die blijkens een vergunning als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet mede voor het zuiveren van stedelijk afvalwater is bedoeld, of aangesloten op een zuiveringtechnisch werk; of

3°. een werk, niet zijnde een voorziening voor de inzameling en het transport van afvalwater, aangesloten op een zuiveringtechnisch werk;


vuurwerk: vuurwerk als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Vuurwerkbesluit;

warmtekrachtinstallatie: stookinstallatie, bestemd voor het gelijktijdig opwekken van warmte en kracht waarbij de warmte nuttig wordt aangewend;

windturbine:een apparaat voor het opwekken van elektrisch of thermisch vermogen uit wind;

woning: een gebouw of een deel van een gebouw dat voor bewoning wordt gebruikt of daartoe is bestemd;

zuiveringsvoorziening: werk voor het zuiveren van afvalwater, dat geen zuiveringtechnisch werk is;

zwart kruit: kruit dat onder de klasse 1.1 van het ADR valt.

2. In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt ten aanzien van emissies naar de lucht, verstaan onder:

bron: emissie naar de lucht van een bewerkingseenheid al dan niet voorzien van emissiebeperkende voorzieningen en ongeacht de vraag of die emissie gecombineerd met andere emissies wordt geloosd op één of meer puntbronnen;

emissieconcentratie-eis: per bron voor onderscheiden afgascomponenten als bovengrens te hanteren emissieconcentratie ten aanzien van emissies naar de lucht, uitgedrukt in massa per normaal kubieke meter;

grensmassastroom: een drempelwaarde per stofklasse, uitgedrukt in gram emissie per uur, waarboven een emissie naar de lucht als relevant beschouwd wordt;

meetmethode: het geheel van monsterneming, monsterbehandeling en analyse ten behoeve van de kwantificering van emissies;

stofcategorie: clustering van stoffen op basis van vergelijkbare fysische of chemische eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.4 van de NeR;

stofklasse: onderverdeling binnen een stofcategorie op basis van vergelijkbare (toxicologische) eigenschappen, overeenkomstig paragraaf 4.5 van de NeR;

gA: gasvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR;

gO: gasvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;

MVP: minimalisatieverplichte stoffen als bedoeld in de NeR;

puntbron: een gefixeerd punt van gekanaliseerde en daarmee in principe kwantificeerbare emissies naar de lucht;

S: totaal stof, als bedoeld in de NeR;

sO: stofvormige organische stoffen als bedoeld in de NeR;

sA: stofvormige anorganische stoffen als bedoeld in de NeR.

3. Een wijziging van artikel 3, onder f en i, van richtlijn nr. 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 25 juni 2002, inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai, gaat voor de toepassing van de in het eerste lid gegeven omschrijving van Lden en Lnight gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijzigingsrichtlijn uitvoering moet zijn gegeven, tenzij bij ministerieel besluit, dat in de Staatscourant wordt bekendgemaakt, een ander tijdstip wordt vastgesteld.

Artikel 1.2

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:



bevoegd gezag: het bevoegd gezag, bedoeld in artikel 1.1 van de wet, alsmede het bestuursorgaan dat bevoegd zou zijn een omgevingsvergunning voor de betrokken inrichting te verlenen of de beheerder, indien het lozen betreft als bedoeld in artikel 6.2 van de Waterwet;
inrichting type A: een inrichting:

a. waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht;

b. waar, indien binnen een afstand van 50 meter van de grens van de inrichting gevoelige objecten aanwezig zijn, in de periode tussen 19.00 en 7.00 uur gemiddeld vier of minder transportbewegingen, als bedoeld in artikel 1.11, eerste lid, plaatsvinden met motorvoertuigen waarvan de massa van het ledig voertuig vermeerderd met het laadvermogen meer dan 3500 kilogram is;

c. waarbij mede op basis van de aard van de inrichting, niet aannemelijk is dat in enig vertrek van de inrichting het equivalente geluidsniveau (Leq) veroorzaakt door de ten gehore gebrachte muziek in de representatieve bedrijfssituatie, meer bedraagt dan:

1°. 70 dB(A), indien dit vertrek in- of aanpandig is gelegen met gevoelige gebouwen;

2°. 80 dB(A), indien onderdeel 1° niet van toepassing is;

d. waar in de buitenlucht of op een open terrein van de inrichting geen muziek ten gehore wordt gebracht;

e. waar in de buitenlucht geen oefenterrein voor motorvoertuigen aanwezig is;

f. waar geen koelinstallatie aanwezig is die volgens de gebruiksaanwijzing behoort te zijn gevuld met meer dan 30 kilogram koudemiddel; en

g. waar geen activiteiten worden verricht met afvalstoffen die van buiten de inrichting afkomstig zijn;

h. waarbinnen geen van de in hoofdstukken 3 en 4 alsmede de in de hoofdstukken 3 en 4 van de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer genoemde activiteiten of slechts één of meer van de volgende activiteiten dan wel deelactiviteiten worden verricht:

1°. het vervaardigen van voedingsmiddelen voor personen die wonen of werken in de inrichting;

2°. het in werking hebben van stookinstallaties voor de verwarming van gebouwen of de verwarming van tapwater;

3°. het bieden van parkeergelegenheid in een parkeergarage voor maximaal 30 personenauto’s;

4°. het aanwezig hebben van een noodstroomaggregaat dat niet meer dan 50 uren per jaar in werking is;

5°. het lozen van huishoudelijk afvalwater in een vuilwaterriool;

6°. het lozen van afvloeiend hemelwater dat niet afkomstig is van een bodembeschermende voorziening;

7°. het lozen van koelwater anders dan in een vuilwaterriool;

8°. het lozen van grondwater bij ontwatering, niet zijnde grondwater als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, op of in de bodem of met een duur van ten hoogste 48 uur;

9° het opslaan in opslagtanks van maximaal 1.000 liter gasolie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;

10° het opslaan in opslagtanks van stoffen niet zijnde gevaarlijke stoffen, minerale olie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;

11°. het opslaan van gevaarlijke stoffen als bedoeld in artikel 7.6, tweede lid en derde lid, onder a tot en met d, van het Bouwbesluit 2012artikel 2.1.8, tweede lid en het derde lid, onder a tot en met d van het Besluit brandveilig gebruik bouwwerken;

12°. het opslaan in verpakking van maximaal 50 liter gasolie of biodiesel die voldoet aan NEN-EN 14214;

13°. het opslaan in verpakking van stoffen, niet zijnde gevaarlijke stoffen;

14°. het lozen ten gevolge van reinigingswerkzaamheden aan vaste objecten, die periodiek worden uitgevoerd en waarbij uitsluitend vuilafzetting wordt verwijderd; en
inrichting type B: een inrichting waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en die geen inrichting type A of C is;
inrichting type C: een inrichting:

a. die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangewezen, voor zover daartoe geen gpbv-installatie behoort;

b. die een landbouwinrichting is;

c. die een glastuinbouwbedrijf type B als bedoeld in het Besluit glastuinbouw is; of

d. die uitsluitend bestaat uit één of meer bassins voor het bewaren van dunne mest als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdelen b, c en d, van het Besluit mestbassins milieubeheer;
inrichting type C: een inrichting die behoort tot een categorie van inrichtingen die op grond van artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is aangewezen, voor zover daartoe geen gpbv-installatie behoort, behoudens indien het betreft een installatie die betrekking heeft op het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen;
maatwerkvoorschrift: voorschrift als bedoeld in artikel 8.42, eerste lid, van de wet, inhoudende:

a. een beschikking waarbij het bevoegd gezag aanvullende eisen stelt; dan wel

b. een ontheffing waarbij het bevoegd gezag de daarbij aangewezen bepalingen niet van toepassing verklaart al dan niet onder het stellen van beperkingen of voorwaarden;
wet: de Wet milieubeheer.

Artikel 1.2a

In afwijking van artikel 1.2 worden gedeputeerde staten van de provincie waarin een inrichting type B of C geheel of in hoofdzaak is of zal zijn gelegen voor zover dit een inrichting is als bedoeld in categorie 28.4 of 28.5 van onderdeel C, bijlage 1, van het Besluit omgevingsrecht, aangemerkt als bevoegd gezag.



Artikel 1.3

1. Met goederen als bedoeld bij of krachtens dit besluit worden gelijkgesteld desbetreffende goederen die rechtmatig zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

2. Met keuringsverklaringen als bedoeld bij of krachtens dit besluit worden gelijkgesteld keuringsverklaringen, afgegeven door een onafhankelijke keuringsinstelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, welke verklaring is afgegeven op basis van onderzoekingen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen wordt nagestreefd.

3. Met beroepseisen als bedoeld bij of krachtens dit besluit worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.

4. Met een certificaat of accreditatie als bedoeld bij of krachtens dit besluit of in een bij of krachtens dit besluit genoemde niet-publiekrechtelijke regeling, de NeR of de NRB, voor zover de tekst daarvan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 1.7, derde lid, bij de toepassing van dit besluit in acht moet worden genomen, wordt gelijkgesteld een certificaat of accreditatie afgegeven door een daartoe bevoegde instelling in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt nagestreefd.

5. Met de bij of krachtens dit besluit genoemde niet-publiekrechtelijke regelingen, de NeR en de NRB, voor zover de tekst daarvan ingevolge het bepaalde krachtens artikel 1.7, derde lid, bij de toepassing van dit besluit in acht moet worden genomen, worden gelijkgesteld regels die zijn vastgesteld en bekendgemaakt in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, en een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale regels wordt nagestreefd.

6. In afwijking van het derde lid voldoet degene die een inrichting type C drijft waartoe een gpbv-installatie behoort die betrekking heeft op het afleveren van lichte olie aan motorvoertuigen, aan artikel 3.20 en aan hoofdstuk 1, afdelingen 2.1 tot en met 2.4, afdeling 2.10 en hoofdstuk 6, voor zover deze betrekking hebben op de activiteit binnen de inrichting waarop artikel 3.20 van toepassing is.

Afdeling 1.1. Begripsbepalingen

Artikel 1.1

In deze regeling wordt verstaan onder:

aardgas-afleverinstallatie: een inrichting voor het afleveren van aardgas aan voertuigen die aardgas als motorbrandstof gebruiken, bestaande uit een compressorinstallatie, een (eventuele) bufferopslag en één of meerdere aflevertoestellen. Dit met inbegrip van alle leidingen en toebehoren;

afgewerkte olie: afgewerkte olie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b van het Besluit inzamelen afvalstoffen;

afleverzuil: bovengronds gelegen gedeelte van de afleverinstallatie bestaande uit pompen, leidingen, meet- en regelwerken, schakelaars en afleverpistolen omgeven door een omkasting of daarmee direct in verbinding staand;

A-hout: ongeverfd en onbehandeld hout;

besluit: Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer;

B-hout: hout dat geen A-hout of C-hout is;

bovengronds: geheel boven de bodem gelegen;

C-hout: geïmpregneerd hout;

emissieterm LE: het jaargemiddelde geluidsvermogen dat door een windturbine wordt uitgestraald per octaafband i per beoordelingsperiode;

ETBE: ethyl-tertiair-butylether

geomembraanbaksysteem: een ondergronds aangelegd kunststof foliesysteem dat waarborgt dat geen vloeistof aan de niet met vloeistof belaste zijde van dat systeem kan komen;

gesloten proces: een proces of bewerking, als bedoeld in de NRB, waarbij de gebruikte stoffen bij normale bedrijfsvoering binnen de procesomhulling blijven en de desbetreffende installaties niet geopend hoeven te worden;

grondwaterbeschermingsgebied: een gebied dat krachtens artikel 1.2, tweede lid, onderdeel a, van de Wet milieubeheer bij de provinciale milieuverordening is aangewezen en waarvoor regels zijn gesteld ter bescherming van het grondwater met het oog op de waterwinning;

immissiepunt: plaats waarop de geluidsbelasting wordt bepaald;

MTBE: methyl-tertiair-butylether

noodstopvoorziening: een voorziening die bij activering de spanning op alle afleverzuilen wegneemt;

ondergronds: geheel of gedeeltelijk in de bodem gelegen of ingeterpt;

UN-nummer: het stofidentificatienummer: getal van vier cijfers dat een gevaarlijke stof identificeert tijdens het transport, volgens de ‘Recommendations on the Transport of Dangerous Goods’ van de Verenigde Naties;

Raad voor Accreditatie: de Stichting Raad voor Accreditatie te Utrecht;

vulplaats: de plaats waar of de ruimte waarin de flessen worden gevuld en gecontroleerd;

vulstation: een combinatie van vulplaats en gasopslag;

WBDBO: Weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag in minuten volgens NEN 6068.



Artikel 1.2

1. In deze regeling wordt verstaan onder:

BRL K537: BRL K537/04, Beoordelingsrichtlijn voor het verwerken van kunststoffolie, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 14 juni 2002;

BRL K548: BRL K548/01, Beoordelingsrichtlijn voor cilindrische tanks van glasvezelversterkte thermoharde kunststoffen met een inhoud tot 100 m3 voor de ondergrondse drukloze opslag van brandbare vloeistoffen klasse K1, K2 en K3, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie 15 november 1996;

BRL K779: BRL K779/03, Beoordelingsrichtlijn voor inwendige bekleding op stalen tanks voor brandbare vloeistoffen, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 16 juli 1992;

BRL K790: BRL K790/02, Beoordelingsrichtlijn voor het appliceren van verfsystemen op stalen opslagtanks voor vloeistoffen, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 15 mei 1996;

BRL K903: BRL K903/07, Regeling erkenning installateurs tanks en leidingen voor drukloze opslag van vloeibare aardolieproducten, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 8 december 2006;

BRL K910: BRL K910/01, Lekdetectiesystemen voor opslag- en transportinstallaties voor vloeibare en gasvormige producten, Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen, versie van 26 september 2002;

CUR/PBV-aanbeveling 44: CUR/PBV-aanbeveling 44 ‘Beoordeling vloeistofdichtheid van vloeistofdichte voorzieningen’, Stichting CUR, Gouda, vierde herziene uitgave, 2005;

CUR/PBV-Aanbeveling 51: CUR/PBV-Aanbeveling 51: Milieutechnische criteria voor bedrijfsriolering, Stichting CUR, Gouda, augustus 1997;

CUR/PBV-Aanbeveling 65: CUR/PBV-Aanbeveling 65: Ontwerp, aanleg en herstel van vloeistofdichte voorzieningen van beton, Stichting CUR, Gouda, tweede herziene uitgave,september 2005;

Gasturbines: regels voor veilig gebruik van aardgas in gasturbines van NV Nederlandse Gasunie, januari 2006;

ISO 5815-1: ISO 5815-1:2003: Internationale standaardnorm voor Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 1: Verdunning en enting onder toevoeging van allylthioureum, augustus 2003;

ISO 5815-2: ISO 5815-2:2003: Internationale standaardnorm voor Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BZVn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, april 2003;

KC 111: KC 111/01: Keuringscriteria voor de (her)classificatie van bovengrondse tankinstallaties (kunststof en staal), Kiwa N.V. Certificatie en Keuringen (december 2007);

NEN 1059: NEN 1059:2003: Nederlandse norm op basis van NEN-EN 12186 en NEN-EN 12279 – voor Gasvoorzieningsystemen – Gasdrukregelstations voor transport en distributie, mei 2003;

NEN 2819: NEN 2819:1994: Nederlandse norm voor Luchtkwaliteit – Uitworp door stationaire bronnen – Monsterneming en bepaling van het gehalte aan fluoride, mei 1994;

NEN 2826: NEN 2826:1999: Nederlandse norm voor Luchtkwaliteit – Uitworp door stationaire puntbronnen – Monsterneming en bepaling van het gehalte aan gasvormig ammoniak, april 1999;

NEN 5740: NEN 5740:2009: Nederlandse norm voor Bodem – Landbodem – Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek – Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, januari 2009;

NEN 5744: NEN 5744:1991: Nederlandse norm voor Bodem – Monsterneming van grondwater ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig-vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische eigenschappen, juni 1991;

NEN 5766: NEN 5766: 2003: Nederlandse norm voor Bodem – Plaatsing van peilbuizen ten behoeve van milieukundig bodemonderzoek, augustus 2003;

NEN 6068: NEN 6068:2008: Nederlandse norm voor Milieu en veiligheid – Bepaling van de weerstand tegen branddoorslag en brandoverslag tussen ruimten, december 2008;

NEN 6401: NEN 6401:1991: Nederlandse norm voor Water – Bepaling van het halogeengehalte van vluchtige organohalogeenverbindingen (VOX), maart 1991;

NEN 6414: NEN 6414: 2008: Nederlandse norm voor Water en slib – bepaling van de temperatuur, december 2008;

NEN 6600-1: NEN 6600-1:2009: Nederlandse norm voor Water – monsterneming -Deel 1: afvalwater , maart 2009;

NEN 6604: NEN 6604:2007: Nederlandse norm voor Water – Bepaling van het gehalte aan ammonium, nitraat, nitriet, chloride, ortho-fosfaat, sulfaat en silicaat met een discreet analysesysteem en spectrofotometrische detectie, augustus 2007;

NEN 6633: NEN 6633:2006: Nederlandse norm voor Water en (zuiverings)slib – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (CZV), december 2006 – met aanvullingsblad NEN 6633:2006/A1:2007: Nederlandse norm voor Water en (zuiverings)slib – Bepaling van het chemisch zuurstofverbruik (CZV), december 2007;

NEN 6646: NEN 6646:2006: Nederlandse norm voor Water – Fotometrische bepaling van het gehalte aan ammoniumstikstof en van de som van de gehalten aan ammoniumstikstof en aan organisch gebonden stikstof volgens Kjeldahl met behulp van een doorstroomanalysesysteem, oktober 2006;

NEN 6676: NEN 6676:1994: Nederlandse norm voor Afvalwater – Bepaling van met petroleumether extraheerbare organische gebonden halogenen (EOX-AW), oktober 1994;

NEN 6961: NEN 6961:2005: Nederlandse norm voor Milieu – Ontsluiting met salpeterzuur en zoutzuur (koningswater) voor de bepaling van geselecteerde elementen in water, waterbodem, slib, slibhoudend water, luchtstof, grond en bouwstoffen, december 2005;

NEN 6966: NEN 6966:2005: Nederlandse norm voor Milieu – Analyse van geselecteerde elementen in water, eluaten en destruaten – Atomaire emissiespectrometrie met inductief gekoppeld plasma, december 2005 en C1:2006, juni 2006;

NEN 7557: NEN 7557: 2009: Nederlandse norm voor Autodemontagetechnieken – Neutralisatie airbags en gordelspanners uit autowrakken, april 2009;

NEN-EN 858-1: NEN-EN 858-1:2002: Europese norm voor Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, juni 2002;

NEN-EN 858-2: NEN-EN 858-2:2003: Europese norm voor Afscheiders en slibvangputten voor lichte vloeistoffen (bijv. olie en benzine) – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, februari 2003;

NEN-EN 872: NEN-EN 872:2005: Europese norm voor Water – Bepaling van het gehalte aan onopgeloste stoffen – Methode door filtratie over glasvezelfilters, maart 2005;

NEN-EN 1483: NEN-EN 1483:2007: Europese norm voor Water – Bepaling van kwik – Methode met atomaire-absorptiespectrometrie, april 2007;

NEN-EN 1825-1: NEN-EN 1825-1:2004: Europese norm voor Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 1: Ontwerp, eisen en beproeving, merken en kwaliteitscontrole, september 2004;

NEN-EN 1825-2: NEN-EN 1825-2:2002: Europese norm voor Vetafscheiders en slibvangputten – Deel 2: Bepaling van nominale afmeting, installatie, functionering en onderhoud, maart 2002;

NEN-EN 1899-1: NEN-EN 1899-1:1998: Europese norm voor Water – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BODn) – Deel 1: Verdunnings- en entmethode met toevoeging van allylthioreum, september 1998;

NEN-EN 1899-2: NEN-EN 1899-2:1998: Europese norm voor Waterkwaliteit – Bepaling van het biochemisch zuurstofverbruik na n dagen (BODn) – Deel 2: Methode voor onverdunde monsters, september 1998;

NEN-EN 1911-1: NEN-EN 1911-1:1998: Europese norm voor Uitworp door stationaire bronnen – Handmatige methode voor de bepaling van HCL – Deel 1: Monsterneming van gassen, mei 1998;

NEN-EN 1911-2: NEN-EN 1911-2:1998: Europese norm voor Uitworp door stationaire bronnen – Handmatige methode voor de bepaling van HCI – Deel 2: Absorptie van gasvormige componenten, mei 1998;

NEN-EN 1911-3: NEN-EN 1911-3:1998: Europese norm voor Uitworp door stationaire bronnen – Handmatige methode voor de bepaling van HCI – Deel 3: Analyse van absorptievloeistoffen en berekening van resultaten, mei 1998;

NEN-EN 12566-1: NEN-EN 12566-1/A1 2004: Europese norm voor Kleine afvalwaterzuiveringsinstallaties tot en met 50 IE – Deel 1: Geprefabriceerde septictanks, maart 2004;

NEN-EN 12817: NEN-EN 12817:2002: Europese norm voor Keuring en herkeuring van bovengrondse opslagtanks voor LPG met een capaciteit tot en met 13 m3, juni 2002;

NEN-EN 13284-1: NEN-EN 13284-1:2001: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 1: Manuele gravimetrische methode, december 2001;

NEN-EN 13284-2: NEN-EN 13284-2:2004: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie van stof in lage concentraties – Deel 2: Geautomatiseerde meetsystemen, september 2004;

NEN-EN 13725: NEN-EN 13725 Bepaling van de geurconcentratie door dynamische olfactometrie, september 2003;

NEN-EN 14214: NEN-EN 14214:2003: Europese norm voor Brandstoffen voor wegvoertuigen – Methylesters van vetzuren (FAME) voor dieselmotoren – Eisen en beproevingsmethoden, oktober 2003;

NEN-EN 14385: NEN-EN 14385:2004: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de totale emissie van As,Cd,Cr,Co,Cu,Mn,Ni,Pb,Sb,Tl en V, maart 2004;

NEN-EN 14792: NEN-EN 14792:2005: Europese norm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van massaconcentratie aan stikstofoxiden (NOx) – Referentiemethode – Chemiluminescentie, december 2005;

NEN-EN-IEC 61400-2: NEN-EN-IEC 61400-2:2006: Europese norm voor Windturbines – Deel 2: Ontwerp eisen van kleine windturbines, september 2006;

NEN-EN-IEC 61400-11: NEN-EN-IEC 61400-11:2003: Europese norm voor Generatorsystemen voor windturbines – Deel 11: Meettechnieken voor akoestische geluidshinder, juli 2003;

NEN-EN-ISO 2813: NEN-EN-ISO 2813:1999: Europese norm voor Verven en vernissen – Metingen van de glans (spiegelende reflectie) van niet-metallieke verflagen onder 20°, 60° en 85°, mei 1999;

NEN-EN-ISO 5667-3: NEN-EN-ISO 5667-3:2004: Europese norm voor Water – Monsterneming – Deel 3: Richtlijn voor de conservering en behandeling van watermonsters, april 2004;

NEN-EN-ISO 6468: NEN-EN-ISO 6468:1997: Europese norm voor Water – Bepaling van het gehalte aan organochloor-bestrijdingsmiddelen, polychloorbifenylen en chloorbenzenen – Gaschromatografische methode na vloeistof/vloeistofextractie, februari 1997;

NEN-EN-ISO 9377-2: NEN-EN-ISO 9377-2:2000: Europese norm voor Water – Bepaling van de minerale-olie-index – Deel 2: Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, december 2000;

NEN-EN-ISO 9377-4: NEN-EN-ISO 9377-2: 2000: Ontw.en: Europese norm voor Waterkwaliteit-Bepaling van de minerale olie index-Deel 2 Methode met vloeistofextractie en gas-chromatografie, december 2000;

NEN-EN-ISO 10301: NEN-EN-ISO 10301:1997: Europese norm voor Water – Bepaling van zeer vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen – Gaschromatografische methoden, mei 1997;

NEN-EN-ISO 10304-2: NEN-EN-ISO 10304-2:1996: Europese norm voor Water – Bepaling van opgeloste anionen met vloeistofionchromatografie – Deel 2: Bepaling van bromide, chloride, nitraat, nitriet, ortofosfaat en sulfaat in afvalwater, oktober 1996;

NEN-EN-ISO 11143: NEN-EN-ISO 11143:2008: Europese norm voor Tandheelkunde-Amalgaanscheiders, november 2008;

NEN-EN-ISO 11732: NEN-EN-ISO 11732:2005: Europese norm voor Water – Bepaling van ammonium stikstof – Methode voor doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, februari 2005;

NEN-EN-ISO 13395: NEN-EN-ISO 13395:1997: Europese norm voor Water – Bepaling van het stikstofgehalte in de vorm van nitriet en in de vorm van nitraat en de som van beide met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en spectrometrische detectie, mei 1997;

NEN-EN-ISO 14403: NEN-EN-ISO 14403:2002: Europese norm voor Water – Bepaling van het totale gehalte aan cyanide en het gehalte aan vrij cyanide met behulp van continue doorstroomanalyse, maart 2002;

NEN-EN-ISO 15587-1: NEN-EN-ISO 15587-1:2002: Europese norm voor Water – Ontsluiting voor de bepaling van geselecteerde elementen in water – Deel 1: Koningswater ontsluiting, maart 2002;

NEN-EN-ISO 15680: NEN-EN-ISO 15680:2003: Europese norm voor Water – Gaschromatografische bepaling van een aantal monocyclische aromatische koolwaterstoffen, naftaleen en verscheidene gechloreerde verbindingen met ‘purge-and-trap’ en thermische desorptie, december 2003;

NEN-EN-ISO 15681-1: NEN-EN-ISO 15681-1:2005: Europese norm Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA and CFA) – Deel 1: Methode met een doorstroominjectiesysteem (FIA), januari 2005;

NEN-EN-ISO 15681-2: NEN-EN-ISO 15681-2:2005: Europese norm Water – Bepaling van het gehalte aan orthofosfaat en het totale gehalte aan fosfor met behulp van doorstroomanalyse (FIA and CFA) – Deel 2: Methode met een continu doorstroomanalysesysteem (CFA), januari 2005;

NEN-EN-ISO 15682: NEN-EN-ISO 15682:2001: Europese norm voor Water – Bepaling van het gehalte aan chloride met doorstroomanalyse (CFA en FIA) en fotometrische of potentiometrische detectie, september 2001;

NEN-EN-ISO 17294-2: NEN-EN-ISO 17294-2:2004: Europese norm voor Water – Toepassing van massaspectrometrie met inductief gekoppelde plasma (ICP-MS) – Deel 2: Bepaling van 62 elementen, november 2004;

NEN-EN-ISO 17993: NEN-EN-ISO 17993:2004: Europese norm voor Water – Bepaling van 15 polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) in water met HPLC met fluorescentiedetectie na vloeistof-vloeistof extractie, juni 2004;

NEN-EN-ISO/IEC 17020: NEN-EN-ISO/IEC 17020:2004: Algemene criteria voor het functioneren van verschillende soorten instellingen die keuringen uitvoeren, september 2004;

NEN-ISO 5663: NEN-ISO 5663:1993: Nederlandse norm voor Water – Bepaling van het gehalte aan Kjeldahl-stikstof – Methode na mineralisatie met seleen, december 1993;

NEN-ISO 5813: NEN-ISO 5813:1993: Internationale standaardnorm voor Water – Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof – Iodometrische methode, februari 1993;

NEN-ISO 5814: NEN-ISO 5814:1993: Internationale standaardnorm voor Water – Bepaling van het gehalte aan opgeloste zuurstof – Elektrochemische methode, mei 1993;

NEN-ISO 10849: NEN-ISO 10849:1998: Internationale standaardnorm voor Emissies van stationaire bronnen – Bepaling van de concentratie aan stikstofoxiden – Prestatiekenmerken van geautomatiseerde meetsystemen, september 1998;

NEN-ISO 11083: NEN-ISO 11083:2006: Internationale standaardnorm voor Water – Bepaling van chroom (VI) – Spectrometrische methode met 1,5-difenylcarbazide, december 2006;

NEN-ISO 16740: NEN-ISO 16740:2005: Internationale norm voor Werkplekatmosfeer – Bepaling van het gehalte aan zeswaardig chroom in deeltjes in lucht – Methode door ion chromatografie en spectrofotometrische metingen met gebruik van difenyl carbazide, maart 2005;

NPR 2578: NPR 2578:2007: Nederlandse praktijkrichtlijn voor Beheer en onderhoud van LPG-, propaan- en butaaninstallaties, augustus 2007;

NVN 11400-0: NVN 11400-0:1999/A1 2005: Nederlandse voornorm voor Windturbines – Deel 0: Voorschriften voor typecertificatie – Technische eisen, februari 2005;

PGS 7: Richtlijn PGS 7, getiteld ‘Opslag van vaste minerale anorganische meststoffen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 7: 2007 versie 0.1 (2-2009);

PGS 9: Richtlijn PGS 9, getiteld ‘Vloeibare zuurstof; Opslag van 0,45-100 m3’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 9: 1983 (2-2009) en het erratum van 1 oktober 2007;

PGS 13: Richtlijn PGS 13, getiteld ‘Ammoniak als koudemiddel in koelinstallaties en warmtepompen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 13: 2009 versie 1.0 (2-2009);

PGS 15: Richtlijn PGS 15, getiteld ‘Opslag van verpakte gevaarlijke stoffen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 15: 2005 (6-2005) en de errata van 28 juni 2005, 4 oktober 2007, 7 januari 2008, 3 april 2008, 15 mei 2008, 25 juni 2008, 15 september 2008, 21 november 2008, 11 december 2008 en 12 december 2008;

PGS 19: Richtlijn PGS 19, getiteld ‘Opslag van propaan’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 19: 2008 versie 0.1 (2-2009);

PGS 23: Richtlijn PGS 23, getiteld ‘Propaan,Vulstations van butaan- en propaanflessen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 23: 1994 versie 0.1 (2-2009);

PGS 25: Richtlijn PGS 25, getiteld ‘Gecomprimeerd aardgas, Afleverstations voor motorvoertuigen’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 25: 1998 (6-2005);

PGS 28: Richtlijn PGS 28, getiteld ‘Vloeibare aardolieproducten, Afleverinstallaties en ondergrondse opslag’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 28: 2000 (3-2005);

PGS 30: Richtlijn PGS 30, getiteld ‘Vloeibare aardolieproducten, Buitenopslag in kleine installaties’, zoals gepubliceerd op www.publicatiereeksgevaarlijkestoffen.nl, PGS 30: 1999 versie 0.1 (2-2009);

Praktijkrichtlijn Lasrook: beschrijving doeltreffende maatregelen bij blootstelling aan rook en/of gassen en/of verwante processen: opgesteld door de sociale partners in de metaal: CNV Bedrijvenbond, FNV Bondgenoten, Vereniging FME-CWM, Koninklijke Metaalunie, De Unie en VHP Metalektro, augustus 2006.
2. Bij de toepassing van het besluit wordt ten aanzien van de in het besluit opgenomen niet-publiekrechtelijke regelingen, voorschriften uit de NeR en de NRB de tekst in acht genomen als genoemd in het eerste lid.




  1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   31


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina