Groen & Heesen Adviseurs voor mens & organisatie



Dovnload 80.74 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte80.74 Kb.



Groen & Heesen
Adviseurs voor mens & organisatie
Rosmolenstraat 84, 7241 VR Lochem
Telefoon 0573 251950/033 4603878
Kamer van Koophandel 08065158
Website www.groen-heesen.nl




“De buurt moet kunnen weten, zien en ervaren dat er iets gaande is in het Arnhemse Broek”

“2 miljoen euro is een groot bedrag om uit te geven, daar kun je wat mee doen!”

“Op naar een Arnhemse Broek als een gewone wijk, want het werkt, ook in het Arnhemse Broek”


“Het programma moet vele vaders krijgen”

“we laten onze wijken niet stikken”

“Alle frustraties van NUON, UPC, van het vervoersbedrijf worden allemaal botgevierd op frontlijnwerkers van gemeente en de instellingen”

“We hebben van niemand last, maar wel van de jeugd, die vernielt veel”


“Veel van de jeugd komt uit Klarendal en Presikhaaf, want de politie surveilleert hier niet”
“Kinderen van 5 en 6 lopen soms tot 12 uur ’s nachts buiten”

“Stop het geld maar in jongeren”


“Hang voor die 2 miljoen maar camera’s op”
“Bewoners weten niet de oplossing in de wijk: Moet je ouders die hun kinderen verwaarlozen, vragen hoe kinderen in de wijk beter opgevoed kunnen worden?”

“De school en hulpverlening nemen vaak de rol van de ouders over, laat ouders weer hun eigen rol oppakken”

“De gemeente regisseert actieve samenwerking”

“Het Broek is vaak negatief in beeld, dus ik dacht ik ga de uitstraling van de wijk wat optrekken met mooie kerstverlichting”

“Trouwens leuk krantje, die RijnRepoorter”

“De achterpaden zijn schoner, de heggen worden geknipt en er wordt geveegd”

“We zijn bang om fouten te maken, onze organisaties en samenleving zijn zo ingericht. Fouten maken is het ergste wat je kunt doen”

Fouten zijn pas echt fouten als je er niks van hebt geleerd.


Succes is van de ene mislukking naar de andere gaan, zonder dat je je enthousiasme verliest (Churchill)


Innovatie is geen toeval! Het is het resultaat van een gestuurd proces.

“If you’re not prepared to be wrong, you will never come up with anything original” (Sir Ken Robinson)




Move your ass and your mind will follow
“je kunt 2 jaar praten of je kunt gewoon doen en een mislukt project ook als een opbrengst beschouwen”
“50% van de kinderen in het Arnhemse Broek gaat niet naar de Paulusschool of Hugo de Groot”
“De symfonie zou nog veel meer gebruikt kunnen worden als vliegwiel voor ontmoeting in de wijk”
“Is een yogales voor 4 mensen belangrijker dan dat bewoners in het buurthuis kunnen stemmen tijdens de verkiezingen?”
“Bij de sporthal zie ik alleen maar gazellefietsen staan van kinderen uit andere wijken die in het Broek komen sporten”
“Lik-op-stuk is politieke fantasie”

“Hoeveel procent van de ambtenaren zit achter een bureau en hoeveel loopt door de maatschappij”

“Hé gemeente, jullie hadden beloofd dat iedere weekend het wijkcentrum geopend was, hij was zaterdag dicht”

“Het is goed dat instellingen leren van gemaakte fouten”


“Ik ben op zoek naar duidelijkheid van de gemeente, want wie is het aanspreekpunt en wat verwachten ze van ons?”

“De tafelstructuur is een must-have”
Draagvlak ontstaat op het moment dat je iets helpt dragen.

“Als een buitenstaander aan mijn leerkrachten vraagt waar werk je, dan zeggen ze niet: ik werk op de brede school

“Het beleid van mijn dienst is leidend, niet het wijkprogramma”

“Als ik moet kiezen tussen leesonderwijs en kennismaken met kunst, cultuur en techniek, dan kies ik voor leesonderwijs”

“Mijn professionals voel zich niet snel onveilig, doordat ze bekend zijn met de doelgroep, en ze dezelfde culturele achtergrond hebben”
“Als jij als professional de bewoners goed kent, spreek je ze dan nog wel aan op fout gedrag?
“De leidsters doen hun werk goed, maar hebben hun eigen manier gevonden om met de moeilijke kinderen om te gaan. Ze passen zich aan de kinderen aan”

Verantwoordelijke mensen nemen ook de verantwoordelijkheid als iemand anders die laat liggen.

“Het mag nu niet verslappen, het organiseren van ontmoeting tussen instellingen moet doorgaan, we moeten elkaar blijven zien en informeren”







Gemeente Arnhem

Concernstaf

T.a.v. de heer J. Jans

Postbus 5465

6802 EL ARNHEM­­­


Lochem, 2 februari 2009
Betreft: Evaluatie Programma Onze Buurt Het Broek

Geachte heer Jans,

U heeft mij gevraagd een evaluatie uit te voeren van het programma Onze Buurt Het Broek. De evaluatie helpt bij het beantwoorden van de vraag welke prestaties en resultaten het programma heeft opgeleverd, hoe deze resultaten worden geborgd en welke ervaringen kunnen worden meegenomen bij de aanpak in andere (pracht)wijken.
Vooraf nam ik kennis van de volgende documenten:


  • Plan van aanpak Sociale Herovering 2006-2007

  • Actieplan Onze Buurt Het Broek (juni 2007)

  • Rapport “Vertrouwen in de Buurt” van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (2007)

  • Opdrachtverstrekking Instellingen (december 2007)

  • Verantwoording Stichting Rijnstad (december 2008)

  • Verantwoording brede schoolactiviteiten Stichting PAS (December 2008)

  • Evaluatie opbouwwerk ’t Broek, Van Verschuerwijk, Rijnwijk en Statenkwartier (december 2008)

Op uw verzoek voerde ik gesprekken met de programmaleiding, sociale partners en direct betrokken partijen. Ik heb de betrokken partijen gevraagd naar de oorspronkelijke bedoeling van het programma, wat zich heeft afgespeeld tijdens het programma en de waardering van de uitkomsten van het programma. De gesprekken hebben een beeld opgeleverd van het project alsmede de mogelijke verbeterpunten. In de bijeenkomst van de stuurgroep op 28 januari jl. zijn de uitkomsten van de evaluatie besproken.

Deze evaluatie bestaat uit drie onderdelen:


  1. Beoogd doel, beoogde resultaten

  2. Gerealiseerd doel, behaalde resultaten

  3. Waardering van de uitkomsten van het programma




  1. Beoogd doel, beoogde resultaten


De aanleiding

In juni 2006 werden 12 steden uitgenodigd door minister Pechtold om een kort en krachtig plan in te dienen ter verbetering van een stadswijk die laag scoorde op de indicatoren op het sociale terrein (lage inkomens, veiligheid, beleving woonomgeving e.d.) Arnhem was één van deze steden. Per stad werd 2 miljoen euro ter beschikking gesteld. Projecten die bewoners en organisaties mobiliseerden om de leefbaarheid en veiligheid te vergroten, konden op steun van het rijk rekenen. Het moest gaan om gerichte projecten, waarbij snel resultaat te boeken was.



De keuze voor het Arnhemse Broek

De gemeente Arnhem koos de wijk het Arnhemse Broek, met de buurten ’t Broek, Rijnwijk, Statenkwartier en Van Verschuerwijk. Sociale problemen bestaan in het Arnhemse Broek al decennialang, met name in de buurt ‘t Broek. Wantrouwen tegenover gezagsdragers, een sterke saamhorigheid, een zwakke en kwetsbare sociale structuur, een laag gemiddeld inkomen, langdurige werkloosheid, laag opleidingniveau, veel aandachtsleerlingen in basis- en voortgezet onderwijs en hoge uitval zijn enkele kenmerken van deze buurt. Eerdere inspanningen van actieve bewoners, professionals, sociale instellingen en gemeenten hebben geen langdurig positief effect teweeg kunnen brengen. Maatregelen uit het verleden zoals repressie vanuit politie/justitie, de herstructurering Rietlanden, en de realisatie van de eerste Brede School hebben niet geleid tot beoogde verandering in het samenleven in de buurt.



Het programmadoel

De gemeente Arnhem heeft sociale herovering geformuleerd als doel van het programma Onze Buurt Het Broek. De term sociale herovering is afkomstig van het rapport 'Vertrouwen in de buurt' van de Wetenschappelijke Raad voor Regeringsbeleid (WRR). De gemeente heeft voor de volgende invulling gekozen van sociale herovering:




Het doorbreken van de spiraal van eigenzinnigheid, normvervaging en –vervanging en een hang naar

criminaliteit en de cultuur van armoede en achterstand”

Uit: Plan van aanpak Sociale Herovering 2006-2007


Totstandkoming programma

Op 4 november 2006 zijn alle bewoners uitgenodigd voor de officiële start van het programma. Bewoners hebben op deze bijeenkomst aangeven wat zij vonden dat er mis was in de wijk en wat er aan gedaan moest worden. Bewoners gaven door middel van stickers en munten aan wat voor hen belangrijk was. De onderwerpen openbaar groen, speelmogelijkheden voor de kinderen, veiligheid en in het bijzonder de aandacht voor jeugd en jongeren werden door bewoners als speerpunten benoemd. De gemeente heeft vervolgens aan de instellingen en gemeentelijke diensten gevraagd om een analyse te maken van de problemen in het Arnhemse Broek en wat er nodig is om tot vooruitgang te komen.


De hoeveelheid van door instellingen ingediende plannen overtrof, in volume en gevraagde middelen, ruimschoots de reikwijdte van wat financieel beschikbaar was. De gemeente heeft bepaald welke onderdelen uit de plannen van de diverse samenwerkingspartners opgenomen werden in het programma.
De aanpak

In het programma is gekozen voor sociale herovering door een aanpak op maat, met zorg, drang en dwang en aantrekkelijke elementen, om daarmee de ontstane verwijdering tussen het Arnhemse Broek en de rest van de Arnhemse gemeenschap te overbruggen. Daarbij wordt de aandacht gevestigd op het sociale aspect, waarbij geprobeerd wordt de bewoners, vooral de jeugd en jongeren, sociaal te laten stijgen, en tevens op herovering, waarbij het accent ligt op het gewoon met elkaar omgaan en het respecteren van de afgesproken regels.


Rol van de gemeente

De gemeente legt de focus van dit programma op de uitvoering. Er wordt intensief met bewoners gecommuniceerd. De gemeente regisseert actief de samenwerking tussen instellingen.


Bewoners worden uitgedaagd om met ideeën te komen. De gemeente vertaalt deze ideeën naar concrete opdrachten aan de instellingen. Gedurende het programma worden de bewoners gemobiliseerd via de opbouwwerker, de wijkmanager, de wijkwinkel, de wijkkrant “de RijnRepoorter” en het wijkplatform. Tevens worden er wijkavonden georganiseerd om bewoners te informeren over de voortgang van het programma.
De gemeente speelt een actieve rol bij het bewerkstelligen van de samenwerking tussen instellingen. De gemeente eist van instellingen dat zij onderling samenwerken en gezamenlijk plannen en initiatieven indienen. De gemeente sluit met de diverse instellingen een overeenkomst waarin de prestaties en producten worden vastgelegd. De hoogte van betaling door de gemeente is gebaseerd op de mate waarin de afgesproken prestaties en producten daadwerkelijk zijn geleverd.
Gedurende het programma wordt de samenwerking tussen instellingen gefaciliteerd door projecttafels (sociale, fysieke, economische, handhaving). Alle directbetrokkenen overleggen met elkaar, delen hun kennis en komen gezamenlijk tot een oplossing. Eén niveau hoger komen de managers van de instellingen bij elkaar.



  1. Gerealiseerd doel, behaalde resultaten

De gerealiseerde doelen en de behaalde resultaten zijn op twee niveaus te beschouwen: op het niveau van het programma en op het niveau van de individuele projecten. De vraag is of het programma zijn doel, het sociaal heroveren van het Arnhemse Broek, heeft bereikt. Er zijn nog geen cijfers beschikbaar die kunnen onderbouwen dat de leefbaarheid en veiligheid daadwerkelijk verbeterd zijn. Daarnaast is het programma ook een optelsom van alle uitgevoerde projecten. Sommige projecten zijn succesvol, andere projecten zijn minder of niet geslaagd. Van belang is om de succesfactoren van de geslaagde onderdelen en de knelpunten van niet-geslaagde onderdelen te benoemen ten behoeve van de aanpak in andere (pracht)wijken.




  1. Programma geslaagd?

Het doel van het programma Onze Buurt het Broek is sociale herovering.
In 2006 is de gemeente Arnhem in nauwe samenwerking met instellingen en wijkbewoners via het programma Onze Buurt Het Broek begonnen om de twee miljoen euro van Minister Pechtold in te zetten om de wijk sociaal te heroveren.
Vanuit het perspectief van de totale wijk bezien, is de spiraal van eigenzinnigheid, normvervaging en –vervanging en hang naar criminaliteit en de cultuur van armoede en achterstand doorbroken. De eerste tekenen van herstel zijn aanwezig. Instellingen geven aan dat het rustiger lijkt te worden en er minder vandalisme plaatsvindt. Er worden minder excessen geconstateerd tijdens de vakanties en de jaarwisseling.
Minister Pechtold wenste geen bureaucratisch spektakel, maar vond dat gemeenten gewoon aan de slag moesten gaan. Dat is gebeurd. Er is in korte tijd tot uitvoering gekomen én de eerste resultaten zijn geboekt. Met de twee miljoen euro heeft de gemeente de mogelijkheid gekregen om in één keer aan de wijk een flinke zet in de goede richting te geven.
Het vertrouwen van de bewoners in instituties is verbeterd, maar nog niet volledig hersteld. De banden met bewoners zijn aangehaald. Ze zijn gedurende het programma gevraagd om ook een bijdrage te leveren aan het programma en ook zelf verantwoordelijkheid te nemen. Bewoners laten het toe dat instellingen en gemeente iets doen om de wijk te verbeteren. Helaas worden nog niet alle bewoners bereikt, in het bijzonder allochtone bewoners, jongeren ouder dan 18 jaar en kinderen die buiten de wijk naar school gaan.
Onder regie van de gemeente is de aansturing van instellingen en professionals geïntensiveerd. De samenwerkingsrelaties tussen gemeente en uitvoerende instellingen zijn verbeterd. Instellingen hebben opnieuw hun positie gevestigd in de wijk. Instellingen geven aan dat professionals steviger in hun schoenen staan. Alle professionals werken nu volgens dezelfde methode om problemen op te lossen en werken veel meer samen.
Kortom, door de inspanningen uit het programma Onze Buurt Het Broek is de negatieve spiraal in de wijk doorbroken. De infrastructuur is nu aanwezig om de wijk sociaal te heroveren. Het heeft nog enige tijd nodig om van deze wijk een ‘gewone wijk’ te maken.


  1. Welke projecten zijn geslaagd?

  • Het intensief schoonmaken van de wijk: de wijk ziet er schoner uit en de frequentie van het ophalen van dumpafval en zwerfafval is verhoogd

  • Het uitbreiden van de wijkkrant “de RijnRepoorter” met het themadeel Onze Buurt Het Broek

  • Met een groep bewoners een carnavalswagen bouwen en meelopen in de optocht

  • Het versterken en professionaliseren van het wijkplatform

  • De verbetering van de samenwerking in de Brede School

  • Het project Scoren door Scholing

  • Training veilige wijk/veilige school voor alle sleutelfiguren die kinderen in de wijk begeleiden bij activiteiten. Ze leren werken met het 6-stappenplan conflict hanteren.

  • Een opgewaardeerde spelvoorziening de Blokhut met o.a. het Richard Krajicek Foundation Playground

  • Coördinatie en afstemming Breed Educatief Programma door coördinator Brede School

  • Kinderwerk Rijnwijk en training Leefstijl, waarin kinderen getraind worden in sociale vaardigheden

  • De inzet van de woonomgevingsploegen voor de schone en verlichte achterpaden

  • Voorzieningencheck/formulierenbrigade levert gemiddeld 1800 euro per onderzocht gezin op

  • 87 complexe probleemsituaties (34 gezinnen, 47 individuen en 6 groepen) zijn in beeld gebracht, en kunnen daardoor sneller worden geholpen

  • 9 gezinnen worden actief begeleid via de wijkgerichte intensieve gezinsaanpak.




  1. Welke projecten zijn (nog) niet gelukt?

  • De politie heeft zich minder ingezet dan verwacht en is minder op straat aanwezig geweest

  • Trajectbegeleiding Stop...Hulp, waarin 15 jongeren in de leeftijd 14 en ouder geholpen zouden worden bij de overstap van basisonderwijs naar voortgezet onderwijs via trajectbegeleiding om voortijdig schoolverlaten te voorkomen. (Target: minstens 12 van deze jongeren zit nog op school).

  • Geen structurele verlengde openstelling van het wijkcentrum De Symfonie, voor jeugd van 12 tot 24 jaar.

  • Het deelnemen van kansloze jongeren uit project Vivare aan de RSLA (Recreatie Sport Leider Algemeen) cursus.

  • Ondanks de inzet op arbeid en scholing, is er nog geen economische tafel.




  1. De succesfactoren van geslaagde projecten

  • De kwaliteit en betrokkenheid van de projectleiders

  • De doelgroep centraal stellen in de aanpak

  • Problemen van projectleiders in de uitvoering worden door stuurgroep, het management van instellingen of het programmagroep gesignaleerd en direct behandeld en bijgestuurd

  • Duidelijke relatie tussen rendement en uitvoering

  • Goede samenwerking tussen professionals aan de tafels

  • Instellingen spreken elkaar aan op de eigen verantwoordelijkheden

  • Betrokkenheid gemeente

  • De gemeente richt haar focus naar buiten, op de uitvoering en wat er in de wijk gebeurt, en richt zich niet naar binnen.

  • Een gemeente die weet wat er speelt, en slecht functionerende projecten en instellingen nauwlettend in de gaten houdt

  • Een gemeente die duidelijke afspraken maakt met instellingen en het nakomen ervan ook controleert

  • De betrokkenheid van bewoners

  • Herkenbare en eenduidige manier van werken door professionals

  • Open en transparante verhoudingen tussen instellingen onderling en gemeente

  • Instellingen die de verantwoordelijkheid nemen en sterke spelers opstellen.




  1. De knelpunten van niet-geslaagde projecten

  • Als een project niet goed functioneert, dan sneller bijsturen of stoppen

  • Het ontbreken van sterke, krachtige projectleiders

  • Er geen team van professionals staat

  • Het ontbreken van een duidelijke en strakke projectorganisatie

  • Onvoldoende samenwerking tussen de professionals in de uitvoering en het management van de instellingen

  • Onvoldoende afstemming tussen instellingen over de rolverdeling

  • Het management van instellingen en de gemeente houden project onvoldoende in de gaten.


  1. Waardering van de uitkomsten van het project

Om de uitkomsten van het project te kunnen waarderen, hebben wij met de volgende partijen gesproken:

    • Stichting Rijnstad

    • Stichting PAS

    • Stichting Rijnstad Maatschappelijk werk

    • Pactum Jeugdzorg & Educatie

    • GSJ Lindehout

    • Politie

    • Sportbedrijf

    • Dienst Stadsbeheer

    • Projectleiding

De gesprekken met deze partijen hebben het volgende beeld opgeleverd van de uitkomsten van het programma en de mogelijke verbeterpunten.




  1. De herovering is ingezet!

De eerste tekenen van herstel in de wijk zijn aanwezig. Door de inspanningen uit het programma Onze Buurt Het Broek is het patroon van eigenzinnigheid, normvervaging en -vervanging en een hang naar criminaliteit doorbroken. Het programma heeft de wijk een krachtige impuls gegeven. In korte tijd zijn veel resultaten geboekt: de wijk ziet er schoner uit, het wijkcentrum is gerealiseerd, complexe probleemgezinnen zijn beter in beeld. Directbetrokkenen geven aan dat het rustiger lijkt te worden in de wijk. Daarnaast zijn bewoners gemobiliseerd om een bijdrage te leveren in hun wijk. Het vertrouwen van bewoners in instellingen en gemeente is vergroot en instellingen en professionals hebben hun positie (opnieuw) gevestigd in de wijk.
Maar de wijk is nog niet volledig sociaal heroverd. Daar is meer dan twee jaar voor nodig.


  1. De aanpak bereikt niet iedereen

Het programma bereikt niet iedereen in de wijk. Zo worden allochtone bewoners, kinderen die buiten de wijk naar school gaan en jongeren ouder dan 18 jaar onvoldoende bereikt.
Ondanks de inzet van de Turkse maatschappelijk werker zijn allochtone bewoners ondervertegenwoordigd op wijkavonden en in het wijkplatform. Doordat zij niet bereikt worden is het moeilijk om hen aan te spreken op de heersende regels en zijn hun problemen onvoldoende in beeld, waardoor er geen brug gelegd kan worden naar hulpverlenings- en welzijnsinstellingen.
De wijkavond van 18 september 2008 werd wel druk bezocht door allochtone bewoners. Dit kwam door de inzet van allochtone opbouwwerkers die de avond promootten, er werden Turkse folders gedrukt, de wijkavond werd midden in de Ramadan georganiseerd en de presentator had een allochtone achtergrond. Deze zeer intensieve aanpak zorgde ervoor dat de wijkavond wel bezocht werd door de allochtone bewoners.
Omdat de bestaande participatievormen niet aanslaan, kan geprobeerd worden deze groepen te bereiken met nieuwe vormen van bewonerbetrokkenheid. Ook bestaande participatievormen als het wijkcentrum en het wijkplatform kunnen beter benut worden (bijv. door het werkcentrum gezelliger en daarmee toegankelijker te maken).


  1. Na het zoet kwam geen zuur

Centraal in het programma stond sociale herovering. Er werd niet alleen ingezet op zorg, welzijn en hulpverlening (‘zoet’), maar ook op drang en dwang (‘zuur’). “Mensen die het respect voor elkaar en de afgesproken regels niet kunnen opbrengen, ook niet na met aandrang en met zorg te zijn aangesproken, zullen daarvan de consequenties moeten dragen, desnoods in de vorm van een gedwongen verhuizing”.

Het moest steviger en ruiger en de ‘hufters’ in de wijk moesten worden aangepakt. Desnoods zouden de grootste overlastveroorzakers de wijk worden uit gezet. Maar wie zorgt voor de uitvoering daarvan? Wie vertelt de hufter dat hij zijn woning of de wijk uit moet? Geen van de instellingen, van politie tot woningbouwvereniging, waren bereid deze maatregel uit te voeren. Er bleken veel juridische haken en ogen aan de strenge maatregelen te zitten, die daardoor praktisch onuitvoerbaar werden.


Geconcludeerd kan worden dat er nauwelijks maatregelen hebben plaatsgevonden aan de repressieve kant. Het programma heeft zich vooral gericht op de sociale aspecten en nauwelijks ingezet op drang en dwang.
Er zijn meer drukmiddelen die ingezet kunnen worden. Voorbeelden zijn het vonnis van de rechter op grond waarvan de woningbouwvereniging een persoon het huis kan zetten, de politie of een sanctie van de Dienst Inwonerszaken. Een sociale instelling kan deze drukmiddelen gebruiken als stok achter de deur om de druk bij de bewoner op te voeren. Het zure middel en het zoete middel kunnen niet worden ingezet door één en dezelfde organisatie. Voor een goede verhouding tussen zoet en zuur is een goede samenwerking en een goede afstemming tussen partners nodig.


  1. De betrokken gemeente

De gemeente heeft een grote rol op zich genomen. Zij betrekt bewoners bij het maken en uitvoeren van plannen en verwerkt hun ideeën in de opdrachten aan de instellingen. Daarnaast regiseert de gemeente de actieve samenwerking tussen instellingen. De betrokkenheid vanuit projectleiding is groot en er vindt een krachtige directe sturing plaats door de wijkmanager. De gemeente opereert daarbij niet op afstand vanuit het gemeentehuis, maar is betrokken bij de uitvoering én in de wijk. De gemeente gebruikt informatie van bewoners om het programma (bij) te sturen.
Door bovenop de uitvoering te zitten, duidelijke afspraken te maken over prestaties en doelen, maakt de gemeente het voor instellingen moeilijker ‘ermee weg te komen’. Er is geen sprake van een vrijblijvende relatie tussen gemeente en instellingen. Als een instelling haar afspraken niet nakomt, dan staat daar een financiële consequentie tegenover. Als doelen niet worden gehaald, dan wordt er uiteindelijk bijgestuurd of worden projecten gestopt.
Een voorbeeld hiervan is Pactum Jeugdzorg & Educatie. Pactum is betrokken bij een tweetal projecten: structurele verlengde openstelling wijkcentrum Symfonie voor jeugd tussen 12 en 24 en Trajectbegeleiding Stop...hulp. De beide projecten bleken geen succes. Omdat de afgesproken doelen niet zijn gehaald en de geleverde prestaties onvoldoende bleken, heeft de programmamanager besloten om Pactum de niet geleverde inzet niet uit te betalen. Pactum heeft inmiddels haar verantwoordelijkheid genomen en heeft een intern veranderingstraject ingezet. Zij is op de goede weg. Ze zou daarbij de steun van de gemeente goed kunnen gebruiken (zie punt 5).


  1. De aanpak in Onze Buurt Het Broek, een voorbeeld voor de hele stad?

Instellingen zijn uitermate tevreden over deze manier van aansturen en de rol van de gemeente daarbij: heldere afspraken, strakke regie naar de instellingen, instellingen aanspreken op gemaakte afspraken, intensieve, voortdurende communicatie met bewoners en de informatie van bewoners (de klant) gebruiken om te verifiëren of de instelling goed werk heeft geleverd.

Om duidelijkheid te creëren naar alle instellingen zou de gemeente één aansturingsmodel moeten kiezen. De aansturing binnen het programma Onze Buurt Het Broek zou ook stadsbreed toegepast kunnen worden.




  1. Instellingen weten elkaar sneller te vinden

De samenwerking tussen alle direct betrokkenen heeft zich gaandeweg ontwikkeld. De beelden, percepties en opvattingen van de verschillende partijen lagen niet direct op één lijn. Het programma heeft ervoor gezorgd dat de samenwerking tussen instellingen steeds beter geworden is. Instellingen weten elkaar sneller te vinden.

De tafelstructuur (de sociale, fysieke, economische en handhaving tafel) wordt door de instellingen als één van de redenen aangewezen. Een andere reden was de succesvolle leergang aan de Politieacademie, die bij de start plaatsvond. Doordat politie, jeugdhulpverleners, sociale instellingen en gemeenten tegelijkertijd deelnamen aan deze training heeft zij een positief effect gehad op de samenwerking tussen instellingen. Er was een gemeenschappelijk doel ontstaan.


Toch blijft samenwerking, betrokkenheid en communicatie tussen de instellingen altijd een punt van aandacht. Zonder goed samenwerkende instellingen, professionals in de wijk en gemeente is het onmogelijk de wijk sociaal te heroveren. De samenwerking is op veel plaatsen sterk verbeterd, maar op enkele plekken kan ze nog beter: aan de tafels, in het bijzonder de economische tafel, tussen de instellingen die opereren in de Brede School, tussen politie en sociale instellingen, tussen Sportbedrijf en Brede School, tussen Brede School en Buurthuis, tussen Pactum en Rijnstad op het gebied van de verlengde openstelling van wijkcentrum De Symfonie.


  1. Herkenbare en eenduidige aanpak door professionals

Alle volwassenen en vrijwilligers die activiteiten met kinderen in de wijk uitvoeren namen deel aan de training Veilige wijk/veilige school. Iedereen leerde werken met het ‘zes stappenplan conflicthanteren’. Dit is een methodiek die gebruikt wordt om sociale vaardigheden bij kinderen te vergroten waardoor ze beter in staat zijn om zich in de maatschappij staande te houden.
Door deze herkenbare en eenduidige aanpak door professionals (en in het verlengde daarvan volwassenen en vrijwilligers) gaat iedereen, van school tot peuterspeelzaal en van speelplaats tot het buurthuis, nu op dezelfde manier met de kinderen om.

Professionals, en in het verlengde volwassenen en vrijwilligers, sturen eensgezind, gezamenlijk en integraal op het gedrag van de kinderen. Dit geeft professionals een gevoel van saamhorigheid. Kinderen voelen dat ze overal op dezelfde manier worden aangepakt. Het succes van de training Veilige wijk/veilige school zou mogelijk nog breder kunnen worden ingezet, ook richting politie.




  1. Ga niet op de stoel van de uitvoerder zitten

Er zijn grenzen aan de wijze waarop de gemeente de informatie van bewoners gebruikt. De mening van twee bewoners hoeft niet altijd een afspiegeling te zijn van de mening van alle bewoners van het Arnhemse Broek.
Voorkomen moet worden dat de gemeente op de stoel gaat zitten van de instelling. Het is geen probleem om de informatie van bewoners te gebruiken om te verifiëren of een instelling haar afspraken nakomt of te beoordelen of een project succesvol is. Echter, de vraag hoe de instelling haar problemen gaat oplossen, moet niet door de gemeente beantwoord worden. De gemeente is verantwoordelijk voor de doelen, de prestaties en de maatschappelijke effecten (voor het “wat”). De instellingen zijn verantwoordelijk voor het uitvoeren en het realiseren van de doelen en prestaties (het ‘hoe’).


  1. Spanning tussen wijkprogramma’s en dienstprogramma’s

Het programma Onze Buurt Het Broek heeft niet alleen de wereld in de wijk veranderd, maar ook de wereld in het gemeentehuis. Het programma zet spanning op het bestaande beleid van gemeentelijke diensten. Bestaand gemeentelijk beleid wordt soms doorkruist om maatwerk te kunnen leveren per buurt. Dat gaat niet altijd zonder slag of stoot. De gemeentelijke diensten verklaren hun eigen programma’s leidend, terwijl het programma Onze Buurt Het Broek probeert aan te sluiten op de goede initiatieven die op buurtniveau worden genomen en in te spelen op behoeftes en kwaliteiten van bewoners. Dit kan leiden tot vertraging in de uitvoering in de wijk. Buurtbewoners willen serieus genomen worden door beleidsmakers en -uitvoerders. Als de gemeente iets afspreekt met bewoners, moet de gemeente dit ook kunnen nakomen. Om probleemwijken aan te kunnen pakken is het van belang dat de gemeente Arnhem een keuze maakt: of de bewoner centraal stellen of het gemeentelijk beleid.


  1. Veranderen instellingen van aanbod- naar vraaggericht?

Eén van de aanbevelingen van het WRR-rapport ‘Vertrouwen in de Buurt’ luidt: “bereid je voor op een cultuuromslag in je eigen organisatie (zowel de overheid als de sociale spelers). Het gaat om een andere manier van denken en doen, met een sterk accent op de vraaglogica van burgers”.
Instellingen hebben een start gemaakt met het meer vraaggericht opereren. De vraag blijft in hoeverre instellingen in staat zijn om hun eigen ideeën, instrumenten ondergeschikt te maken aan de ideeën en behoeftes van bewoners van het Arnhemse Broek. De focus van instellingen mag nog meer verschuiven van het veiligstellen van het eigen aanbod naar de focus op de bewoners in de wijk. Bewoners mogen nog meer gemobiliseerd en verleid worden om in actie te komen.


  1. Veiligheid van professionals, altijd een punt van aandacht

Werken in het Arnhemse Broek is niet eenvoudig. Je moet als professional sterk in je schoenen staan om in deze wijk je werk te kunnen doen. Omdat zij bekend zijn met de doelgroep geven instellingen aan dat hun medewerkers zich niet snel onveilig voelen.
De veiligheid van uitvoerders blijft altijd een punt van aandacht. Het coachen van medewerkers, rugdekking van het management, samen optrekken met collega’s en de politie op de achtergrond aanwezig, zijn belangrijke elementen om de veiligheid van professionals te borgen. Wellicht is het mogelijk in de opdrachtverlening aan instellingen dit onderdeel vast op te nemen, zo blijft het onderwerp van gesprek tussen gemeente en instelling.


  1. Zet je beste mensen in de frontlinie

In één van de aanbevelingen van het WRR-rapport ‘Vertrouwen in de Buurt’ staat dat sterke trekkers en rugdekkers benoemd moeten worden. Gebleken is dat ook in dit programma het succes van projecten nauw samenhangt met de projectleider.
De wijkmanager voorziet de gemeente van informatie van en over burgers in de betreffende wijk. De coördinator Brede School zorgt voor samenwerking tussen medewerkers van peuterspeelzaal, kinderopvang, consultatiebureaus, leerkrachten en schooldirecteuren en structureert het Breed Educatief Aanbod.

De zorgcoördinator zorgt voor afstemming tussen zorg en hulpverlening en tussen inzetten van het zuur (drang, dwang) en zoet (hulpverlening, welzijn).




  1. Is het mogelijk sneller bij te sturen?

Een kenmerk van dit soort programma’s is de omvang, waardoor de flexibiliteit afneemt. Vanaf de start ligt vast welke prestaties en producten er geleverd moeten worden. Dit is vastgelegd in de opdrachtbevestiging naar de instelling. Is het mogelijk om sneller en vaker bij te sturen? Kan het programma worden aangepast als blijkt dat een project niet werkt? Is het mogelijk een nieuw initiatief van bewoners en instellingen in te passen als een project wordt stopgezet?
Dit beeld van de uitkomsten en de mogelijk verbeterpunten geeft aan dat de spiraal van eigenzinnigheid, normvervaging en -vervanging en hang naar criminaliteit en de cultuur van armoede en achterstand is doorbroken. Er ligt een infrastructuur in de wijk van instellingen, bewoners en gemeente, die ervoor kan zorgen de wijk sociaal te heroveren. In korte tijd zijn veel resultaten geboekt.
Dat de spiraal is doorbroken is toe te schrijven aan:

  • de heldere, afrekenbare afspraken met instellingen,

  • de strakke regie van gemeente op de instellingen

  • de samenwerking tussen instellingen,

  • dat instellingen worden aangesproken op gemaakte afspraken,

  • de intensieve en voortdurende communicatie met bewoners via wijkkrant, wijkplatform en bewonersavonden

  • de informatie van bewoners wordt gebruikt om te verifiëren of instellingen goed werk leveren.

Maar de wijk is nog niet sociaal heroverd. De wijk is nog niet te typeren als een gewone wijk. Dat heeft meer tijd nodig.


Al met al is het programma Onze Buurt Het Broek erin geslaagd om de negatieve spiraal te doorbreken. De externe autoriteit heeft zich opnieuw gepositioneerd in de wijk en het vertrouwen van bewoners in haar is verbeterd. Van belang is dat instellingen, gemeente, professionals en bewoners in gezamenlijkheid verder gaan. De aanhouder wint!

Hoogachtend,

Groen & Heesen Adviseurs voor mens en organisatie

Theo Hermsen




















De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina