Groente en fruit in de zomer handleiding bananen



Dovnload 46.28 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte46.28 Kb.

G
roente en fruit

in de zomer




HANDLEIDING

Bananen




Video

Programma 79 van Huisje, boompje, beestje (Waarom zijn de bananen..)



Liedje

De grote banaan uit Afrika,

Die danste de hele dag

Van je bi boe ba ba naan na na

En iedereen die het zag zei:

Hee, waar komt die banaan vandaan?

Hee, waar gaat ie naar toe?

We dansen die banaan achterna

Van je bi boe ba ba loe.
(Uit: De grote banaan uit Afrika)

Voorlezen


Die middag kwam Anansi moe en stoffig langs een heuvelpad omhoog gesjokt, toen er een stem klonk uit het struikgewas: “Help! Help!”

En om de bocht zat Ba Sekrepatoe, half bedolven onder de meest enorme bos bananen, die iemand ooit in zijn leven heeft gezien…

“Wacht maar, vriend schildpad,” zei Anansi. “Hier, laat me jou eens even helpen. Oefff-fff-fff..”

Met knikkende benen hees hij de stam weer midden op de schildpadrug.

“Laat mij je last voor je verlichten, vriend. Ik draag een stukje mee.”

En vlug sneed hij een grote tros banenen af en liet die in zijn schoudertas glijden.

“Dank je, Anansi,” hijgde de schildpad. “Heel fijn van je om me zo te helpen. Nog eventjes de heuvel op, daar bij de dwarsstraat staat mijn wagen.”

Na veel gehijg en getrek en kreten van Anansi lag de hele vruchtenberg tenslotte bovenop de helling, naast schildpad’s vrachtwagen. Schildpad keek trots naar zijn oogst.

“Als jij een mes hebt, dan kun je al je kindertjes vandaag trakteren op bananen. Want ik ben heel dankbaar dat je me zo geholpen hebt.”

Zo zat Anansi even later langs de weg met 71 bananen. Omdat hij dat teveel vond om allemaal aan zijn kinderen te geven, besloot hij dat het beter was om al zijn kinderen wat minder te geven en zo begon hij maar vast op te eten wat teveel zou zijn.

En toen hij dat gegeten had, bedacht hij, dat al die kinderen elk hetzelfde aantal moesten krijgen, zodat hij minstens door moest eten tot de rest door 12 gedeeld kon worden, want hij had immers 12 kinderen. Dus at hij door tot hij nog 36 bananen had. Toen ging hij op weg naar huis met een volle zak bananen op zijn rug.

“Papa Anansi is daar!” Gef,uister, gegil en gekriebel van veel spinnenvingertjes en spinnenpootjes.

“Papa, wat heb je voor ons mee gebracht?”

“M’Akoeba, kom!” roept Anansi. “Voor allemaal een lekkere bakbanana. Maak gauw je bakpan klaar, hier heb ik me de hele dag al op verheugd. Ja, ja … Papa zorgt goed voor jullie…”

En even later zit de hele spinnenfamilie om de tafel, waar een geurende schaal staat. Dertien bananen, plat doorgesneden in twee helften, heerlijk goudbruin gebakken in de zoete olie.

Anansi geeft elk kind zo’n prachtig stuk op zijn bord.

“Omdat ik zoveel van je hou,” zegt Anansi, “krijg je de helft van mijn portie, Ma Akoeba.”

Hij geeft haar anderhalf stuk en iedereen slikt al zijn spinnenvingers bijna in van smulgenot. Anansi geeft al zijn kinderen nog een verukkelijk stuk banaan. Ze hebben nog geen hap genomen of Anansi vraagt : “En wie houdt er van mij?”

“Ik, ik, papa!” gillen ze allemaal door elkaar en omdat te bewijzen zegt er een: “Je krijgt de helft van mijn banaan.”

De rest volgt. “Ook van mij!” “Van mij..” “Van mij.”

Zo wil de een niet voor de ander onder doen en iedereen legt gauw een stuk op Anansi’s bord.

Wie kan mij nu vertellen hoeveel bananen Anansi gegeten heeft?


(Uit: Anansi, de spin weeft zich een web om de wereld- N.Lichtveld)

Gedicht

Er was eens een banaan. Die was helemaal recht.

Hij werd op een schaaltje met vruchten gelegd.

Hij keek al die vruchten vriendelijk aan.

En sprak toen: Goeiemiddag, mijn naam is banaan.
Het appeltje zei: Een banaan? Kom, kom,

U maakt ons wat wijs hoor. Bananen zijn krom!


De peer snoof: Wat zegt u? Daar schater ik om.

U kunt wel goed jokken. Bananen zijn krom!


De kasdruiven riepen: Wij zijn niet dom.

Vertel ons geen leugens. Bananen zijn krom!


Ach, zei de banaan, ik ben werkelijk echt.

Een enkele keer is mijn soort wel eens recht.


Maar niemand geloofde de arme banaan.

Zo lag hij daar dagen, bedroefd en ontdaan.


Toen kwam in dat huis een meneer op bezoek.

Die had een geweldige scheur in zijn broek.

Hij kwam langs de fruitschaal en draaide zich om.

Dat zag de banaan en… die lachte zich krom!


O, riepen de vruchten en keken hem aan.

Wij waren abuis, u bent toch een banaan!

Vergissingen komen veel voor in het leven.

Misschien wilt u ons deze fout wel vergeven?


Dat wou de banaan. En hij wou ook vergeten.

Het slot? Als je nadenkt dan zul je ’t wel weten.

Toen werden ze allemaal opgegeten!
(Uit: Letje Annabetje Bot – D.Huber)

Kijken en doen





  • Aan de kleur kun je zien of een banaan rijp is. Neem bananen in verschillende kleuren. Laat de banaan van groen tot bruin neerleggen. Welke banaan zou het lekkerste smaken?

  • Pel de bananen. Laat de kinderen proeven en beschrijven hoe de bananen smaakten. Welke is het zoetste?

  • Blinddoek een kind en laat de bananen ruiken. Kan het kind ruiken welke banaan rijp is en welke nog niet?

  • Bananen worden vanzelf rijp. Koop groene bananen die allemaal dezelfde kleur hebben en dus even rijp zijn. Leg een banaan in de buurt van de verwarming, een op een donkere koele plek en een in de koelkast. Laat de bananen een paar dagen liggen. Kijk en proef dan welke banaan het rijpste is.



Knutselen

Verf een keukenpapierrol groen of beplak het met groen papier. Maak van groen karton grote bladeren en plak ze aan de bovenkant van de rol vast. Knip van lichtgroen of geel karton bananen en hang ze in trossen tussen de bladeren.


Van een krant maak je een stevige rol van ongeveer 20 cm. Wikkel een draad om de rol en trek deze aan zodat de rol krom wordt en de vorm van een banaan krijgt. Smeer stukjes krantenpapier in met plaksel en plak ze op de banaan. Als de banaan helemaal beplakt is, wordt hij gedroogd en in de goede kleur geverfd.

Koken

Om twee potten bananenjam te maken, heb je vijf grote rijpe bananen nodig, een kwart liter appelsap, een pond geleisuiker en een beetje citroensap. Maak twee jampotten heel goed schoon. Pel de bananen en snijd ze in stukjes. Sprenkel er citroensap overheen. Verwarm het appelsap in een pan en voeg de plakjes banaan er aan toe. Strooi de geleisuiker erbij en breng het mengsel onder goed roeren aan de kook. Laat het vier minuten doorkoken en giet de jam in de potten. Schroef de deksels op de potten en laat de jam afkoelen.


Voor bananenmousse heb je vier bananen nodig, anderhalve liter yoghurt, een achtste liter slagroom en twee eetlepels honing. Klop de slagroom met een mixer stijf. Pel de bananen en snijd ze in plakjes. Doe de plakjes in een schaal en prak ze met een vork fijn. Voeg de yoghurt en de honing er aan toe. Roer de slagroom voorzichtig door het mengsel en de bananenmousse is klaar.

Boeken

Hoe de olifant een lange slurf kreeg – R.Kipling

Bananen – Informatie junior 358

Anansi verhalen




Aardbeien




Video

Programma 93 van Huisje, boompje, beestje (Zomerkoninkjes)



Verhaaltje


Op een warme dag in de zomer zaten Kikker en Pad aan de vijver.

“Ik wou dat we een heel koud, lekker zoet ijsje hadden,” zei Kikker.

“Daar zeg je me wat,” zei Pad. “Wacht hier maar even, ik ben zo terug.”

Pad ging naar de winkel. Hij kocht twee grote ijshoorns. Pad likte aan een van de ijsjes.

“Kikker houdt het meest van aardbeienijs, net als ik.”

Pad liep verder langs de weg. Een grote zachte druppel aardbeienijs droop langs zijn arm.

“Dit ijsje begint te smelten in de zon,” zei Pad.

Pad ging harder lopen. Druppels smeltend ijs vlogen door de lucht. Ze kwamen op zijn hoofd terecht.

“Ik moet zo vlug mogelijk naar Kikker toe!” riep Pad.

Steeds meer aardbeienijs ging smelten. Het droop nu over zijn jas. Het spatte op zijn broek en op zijn voeten.

“Waar is de weg?” riep Pad. “Ik zie niet meer waar ik loop.”

Kiker zat aan de vijver op Pad te wachten. Er rende een muis voorbij.

“Ik heb net zo iets engs gezien,” piepte de muis. “Het was groot en roze.”

Een eekhoorn riep :”Er komt iets vreemds deze kant op. Het zit onder de takjes en blaadjes!”

Een haas schreeuwde :”Er komt iets raars aan met twee hoorns. Zorg dat je weg komt!”

“Wat zou dat zijn?” vroeg Kikker.

Kikker kroop weg achter een steen. Hij zag het ding dichterbij komen. Het was groot en roze. Het zat onder de takjes en blaadjes . En het had twee hoorns.

“Kikker!” riep het ding. “Waar ben je?”

“Wat hoor ik nou?” zei Kikker. “Dat ding daar is Pad!”

Pad viel in de vijver. Hij zonk naar de bodem en kwam weer boven.

“Wat een pech,” zei Pad. “Nu is heel ons koude, lekker zoete ijsje weggespoeld.”

“Dat geeft niks,” zei Kikker. “Ik weet wat we moeten doen.”

Kikker en Pad liepen nu samen naar de winkel. Ze kochten ieder een ijsje. Toen gingen ze in de schaduw van een grote boom zitten. En ze likten hun nieuwe aardbeienijsjes lekker op.
(Uit: een jaar bij Kikker en Pad – A.Lobel)

Kijken en doen

Geef elke kind een aardbei met een kroontje en laat ze de vrucht goed bekijken.

Welke vorm heeft de aardbei? Zien alle aardbeien er hetzelfde uit? Hoeveel blaadjes heeft het kroontje? Trek het kroontje er van af. Wat zie je? Wat zijn de spikkeltjes die aan de buitenkant van de aardbei zitten? Probeer er een af te halen. Snijd de aardbei door. Hoe ziet de binnenkant eruit? Ruik eens aan de aardbei. Ruikt hij zoet of zuur? En… hoe smaakt hij?
Koop een aardbeiplant, zet hem in een ruime pot en plaats hem op een plek waar alle kinderen hem goed kunnen zien. Geef de plant regelmatig water, maar zorg dat de aarde niet te nat wordt. Na verloop van tijd komen er bloemen en vruchten aan de plant.


  • Bekijk de bloemen met de kinderen. Hoeveel blaadjes hebben de bloemen? Welke kleur hebben ze? Wat zijn die gele sprietjes in het midden? Waar dienen ze voor?

  • Als de plant vruchten krijgt, kan gekeken worden hoe lang het duurt voordat deze eetbaar zijn. Teken een flink aantal aardbeien, maar kleur ze nog niet in. Kies een vrucht van de plant uit en bekijk die elke dag. Kleur elke dag een aardbei in de kleur die de gekozen aardbei nu heeft.

Peuter een aantal zaadjes van een overrijpe, bijna rottende aardbei en laat deze goed drogen. Leg de zaden in een pot met aarde en bedek ze met een dun laagje zand. Duw het zand wat aan en houdt de aarde vochtig. Na een poosje verschijnen er echte aardbeiplantjes.



Knutselen

Blaas een rode ballon op en teken er met een dikke viltstift zaadjes op. Knip van crepepapier een aantal blaadjes en bind deze met een draad of een elastiekje aan de bovenkant van de ballon.


Neem de dopjes van een eierdoos. Verf de dopjes rood met zwarte stipjes en geef met witte verf oogjes aan. Mak van groen crepepapier kroontjes en plak deze bovenop de aardbeien.

Koken

Was een kilo aardbeien. Laat deze uitlekken en haal de kroontjes er van af. Leg de aardbeien in een roestvrij stalen pan. Strooi er een kilo geleisuiker overheen. Breng de aardbeien en suiker al roerend aan de kook. Laat het mengsel 4 minuten koken. Giet de jam in lege schoongemaakte jampotten en draai de deksels goed vast. Als de jam afgekoeld is, kan hij gegeten worden.


Maak zelf aardbeienlimonade.

Was anderhalve kilo aardbeien, haal de kroontjes eraf en snijd de aardbeien in stukjes. Kook de aardbeien in een bodempje water totdat ze zacht zijn. Laat de aardbeien in een schone doek boven een kom uitlekken. Laat het sap afkoelen en los er een kilo suiker in op. Giet de siroop in schone flessen en sluit ze af. Schenk een bodempje siroop in een glas en vul de glazen met water.


Boeken

Rupsje Nooitgenoeg – E.Carle

Aardbeien – Informatie junior 373


Zomergroenten




Video

Programma 70 van Huisje, boompje, beestje (Zomergroe(n)ten)



Liedje

Weet je, we hebben een groente tuin

Met worteltjes en prei

Sla en sperzieboontjes

Tomaten op een rij.

In die mooie groente tuin

Zijn aardappels gepoot.

De komkommertjes bloeien

En zijn zo groot.
(Uit: De reus van Stijn – C. en E. Cochius)
Dag, mevrouw, markt mevrouw,

Mag ik een komkommer van jou?

Komkommertje, optelsommetje

Sinaasappels, sla en prei

Zeg eens wat u krijgt van mij.

Zes ons kaas, een pond radijs

En tien vanille-ijs.

Drie pond tong, vijf kroppen sla

Tien repen chocola

Een tube mayonaise

En een heel grof brood

Zestien maggi blokjes

En een botervloot

Een kwart liter slagroom

En een flesje vla

Zeven kilo aardappels

En een kropje sla

Kauwgom, biefstuk, bloemkool

De nieuwe Asterix

Een pak hagelslag,

Stilte, verder niks!
(Herman van Veen)

Kijken en doen

Teken op een groot vel papier een plant met wortels onder de grond, een stengel, bladeren en vruchten.

Verdeel met de kinderen de groenten in de volgende categorieen:


  • Bladgroenten: spinazie, postelein, andijvie, kool, prei, witlof

  • Stengelgroenten: asperge, rabarber

  • Groenten waarvan de vrucht gegeten wordt: aubergine, courgette, tomaat, komkommer, paprika

  • Groenten waarvan de bloem gegeten wordt: bloemkool, broccoli, artisjok

  • Groenten waarvan de bol gegeten wordt: ui, knoflook

  • Wortelgroenten: wortel, radijs, biet, koolraap

  • Groenten waarvan de knol gegeten wordt: aardappel

Maak een groenten top 10 met de kinderen.


Haal de bladeren van een krop sla er een voor een af. Hoeveel bladeren had deze krop? Zijn ze allemaal even groot? Voelen ze allemaal hetzelfde aan? Hebben ze dezelfde kleur? De bladeren aan de buitenkant zijn donkerder en stugger omdat ze blootgesteld zijn aan zon, wind en regen.

Boeken

De tuin – Informatie Junior 53

De groenteman – Informatie Junior 74

De groentetuin – Informatie Junior 314



Tomaten – Informatie Junior 309



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina