Groep 6 Taalleesland thema 3 Kom je buiten spelen? Taalbeschouwing 3 bl



Dovnload 69.75 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte69.75 Kb.

Groep 6 - Taalleesland thema 3 Kom je buiten spelen? - Taalbeschouwing 3 blz. 28
Taalleesboek blz. 113



Fases van de les

Inhoud

Zon

Maan

Ster

Fase 1 + 2: +/- 5 minuten

Start instructie: voorkennis ophalen, doel van de les, korte werkinstructie.


10.00 – 10.05

Terugblik:

Vorige week donderdag hebben we het gehad over het vinden van een gezegde en een onderwerp in de zin.



Voorkennis ophalen:

In deze les gaan we oefenen met het vinden van een gezegde en onderwerp.


- Wat zijn doewoorden/werkwoorden?
- Wat zijn de en het woorden?


Voorbeeldzin:
- Het verlegen meisje met de gebloemde jurk valt.
Jullie mogen in tweetallen of drietallen (schouder- en oogmaatjes) het zelfstandig naamwoord (onderwerp) en het werkwoord (gezegde) opzoeken.
Een leerling krijgt de beurt om het antwoord te geven.

Doel van de les:

In deze les oefenen we met zinnen waarvan je het onderwerp en het gezegde moet aanwijzen.



Korte werkinstructie:

1.Een aantal lln. gaat zo direct aan het werk.


2.Met de rest ga ik kort verder over hoe je een gezegde en onderwerp vindt. 3.Daarna gaat een aantal van jullie aan het werk (op rood) en neem ik een groepje lln. aan de instructietafel waar we samen een aantal zinnen gaan behandelen.

4.Als we dat hebben gedaan gaat het stoplicht op oranje en loop ik hulprondjes.


5.Als laatste gaan we de les gezamenlijk nabespreken.

6. Kholoud, Rachel, Karim, Seyyid en Safouane mogen beginnen. Als jullie eerder klaar zijn, mag je het werk nakijken en daarna verder met je plustaak die op je weektaak staat.
-
Compliment en/of hoge verwachting

Kholoud
Rachel
Karim
Seyyid Safouane

Amran
Chaimae
Salaheddine
Nazir



Soumia
Miriam
Rachid
Cihad

Fase 3: +/- 10 minuten

Basisinstructie


10.05 – 10.15

- Een onderwerp is het zelfstandig naamwoord in de zin. Hoe kun je deze vinden? Leerlingen bedenken strategieën voor het vinden van het onderwerp.
- Het gezegde zijn alle werkwoorden in de zin. Hoe kun je deze vinden? Leerlingen bedenken strategieën voor het vinden van het gezegde.

Jullie krijgen zo van mij per tafelgroepje een aantal zinnen. Jullie moeten van deze zinnen het onderwerp (zelfstandig naamwoord) en het gezegde (werkwoorden) opschrijven. Dit mogen jullie in tweetallen doen met je schouder- en/of oogmaatje doen. Jullie krijgen hier 3 minuten voor.

Korte reactie van een leerling uit elk tweetal.
Heel goed gedaan!
Compliment en/of hoge verwachting


Maan lln. mogen aan het werk op rood.
Amran, Chaimae, Salaheddine en Nazir
De rest komt aan de instructietafel.


ZW

Amran
Chaimae
Salaheddine
Nazir



Soumia
Miriam
Rachid
Cihad

Fase 4: +/- 10 minuten

Inoefenen / verlengde instructie.


10.15 – 10.25

We gaan samen het onderwerp en gezegde zoeken in de zinnen. We hebben net besproken wat een onderwerp en gezegde is.
- Wat is een onderwerp?
- Wat is een gezegde?
We gaan oefenen met het vinden van het onderwerp en gezegde in de zin.
We beginnen met de eerste zin.
Vervolgens doen we nog 2 zinnen.

Zinnen bespreken, wat ging goed, wat minder? Eventueel verbeteren.


Kort de opdrachten doorlopen en korte toelichting geven per opdracht. Jullie hoeven geen extra te maken.

Jullie mogen ook aan het werk. Ik zal de timer zetten, dus let op de klok.


Compliment en/of hoge verwachting
Soumia, Miriam, Rachid en Cihad gaan zelfstandig aan het werk

ZW

ZW

Soumia
Miriam
Rachid
Cihad

Fase 5: +/- 10 minuten zelfstandig werken
10.25 – 10.35

Ik zet nu de timer op 10 min. en loop dan de hulprondes, als je een vraag hebt dan leg je het vraagteken op tafel. Na 10 min. gaan we de les nabespreken.

ZW

ZW

ZW

Fase 6: +/- 5 minuten

Evaluatie



10.35 – 10.40

Compliment en/of hoge verwachting
Overleg samen:

Wat ging er goed (bij het ontleden)?

Wat ging minder goed?

Wat ga je de volgende keer beter doen?



Wat heb ik geleerd?

Kholoud
Rachel
Karim
Seyyid Safouane

Amran
Chaimae
Salaheddine
Nazir



Soumia
Miriam
Rachid
Cihad


Bijlagen – Oefenzinnen

Het onderwerp en het gezegde zoeken. **

Opdracht:
Schrijf het onderwerp (zelfstandig naamwoord) en het gezegde (werkwoord) op uit de zin.

Zin 1:
De kinderen liepen door de stad

Het onderwerp

Het gezegde







Zin 2
De kat sprong op het hek.

Het onderwerp

Het gezegde









Zin 3
Het verdrietige meisje met de rode fiets viel van haar fiets.

Het onderwerp

Het gezegde








Het onderwerp en het gezegde zoeken. ***

Opdracht:
Schrijf het onderwerp (zelfstandig naamwoord) en het gezegde (werkwoord) op uit de zin.

Zin 1:
Het meisje loopt

Het onderwerp

Het gezegde







Zin 2:
Het kind valt.

Het onderwerp

Het gezegde









Zin 3:

Het meisje met de groene jas loopt

Het onderwerp

Het gezegde









Zin 4
Het kind met een rode fiets valt.

Het onderwerp

Het gezegde








Plustaak - Het onderwerp en het gezegde zoeken. ***

Opdracht:


Schrijf op hoe je het onderwerp kunt vinden in het eerste hok. In het tweede hok schrijf je op hoe je het gezegde kunt vinden.

Zo vind ik het onderwerp:

Zo vind ik het gezegde:

________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________

________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________
________________________________________


Opdracht:
Welke woordsoorten zijn het onderwerp en het gezegde. Kies uit het hok

Persoonlijk voornaamwoord


Eigennaam
Zelfstandig naamwoord
Werkwoorden

1. Het onderwerp kan een ____________________________ , _______________________________ en ___________________________________________ zijn.



2. Het gezegde zijn alle _________________________________________ in de zin

Opdracht:
Schrijf het onderwerp (zelfstandig naamwoord) en het gezegde (werkwoord) op uit de zin.

Zin 1:
Het meisje loopt naar de supermarkt

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin










Zin 2:
Het kind ruimt de klas op.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin










Zin 3:
De rustige groep 6 loopt naar de gymzaal.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin












Zin 4:
Het meisje met de zwarte hoofddoek tekent graag.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 5:
Rachel en Kholoud schrijven een gedicht.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 6:
De drukke leerling praat met zijn buurman.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 7:
De juf bakt koekjes voor de kinderen van groep 6.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 8:
Het drukke kind spaart voetbalkaartjes.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 9:
De jongen met een gebroken arm gaat naar het ziekenhuis.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 10:
Het slimme meisje schrijft een verhaal.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 11:
De grote voetbalfan kijkt een voetbalwedstrijd.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin











Zin 12:
De grappige jongen haalt een grap uit.

Het onderwerp

Het gezegde

De rest van de zin













De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina