Grootheden en eenheden : herhaling !



Dovnload 55.1 Kb.
Datum22.07.2016
Grootte55.1 Kb.

Fysica 3 FRWE - 2012-2013 Villa da Vinci

Grootheden en eenheden : herhaling !
Grootheden en eenheden worden gebruikt om ergens een waarde aan te geven. De bekendste voorbeelden zijn: Lengte = 3 meter

Tijd = 20 seconde

In deze voorbeelden is de grootheid de lengte en de tijd en de eenheid is de meter en de seconde.
Een grootheid is altijd iets wat je kunt meten, de eenheid is dan waar je de grootheid in uitdrukt!
De eenheid is belangrijk, kijk maar naar het volgende voorbeeld:

Als je zegt “De tijd = 10” dan weet je niet of er 10 seconden of 10 minuten wordt bedoeld.

________________________________________________________________

Opdracht 1

Welke eenheid hoort bij de volgende grootheid?


Oppervlakte : ……… Temperatuur : ……..

________________________________________________________________


Nu is er nog een probleem, want bij de grootheid afstand hoort de eenheid meter. Toch zeg je niet zo vaak “van Sint-Niklaas naar Gent is het ongeveer 40000 meter”. Daarom gaan we iets slims doen. We gaan gebruik maken van voorvoegsels.

Een voorvoegsel is er om schrijfwerk te besparen, in het voorbeeld zouden we zeggen: “De afstand van Sint-Niklaas naar Gent is ongeveer 40 kilometer.” We gebruiken dan het voorvoegsel kilo voor 1000. Kijk maar:


40 * 1000 meter = 40 kilo meter
Naast kilo zijn er nog veel meer voorvoegsels, ze staan in de tabel hieronder. Een aantal ken je er al.

voorvoegsel

afkorting

betekent

hoe gebruik je het

Kilo

k

1000

1 km = 1000 m

Hecto

h

100

1 hm = 100 m

Deca

da

10

1 dam = 10 m

Deci

d

0,1

1 dm = 0,1 m

Centi

c

0,01

1 cm = 0,01 m

Milli

m

0,001

1 mm = 0,001 m

Omdat het uitschrijven van de woorden gram of meter ook zoveel werk is hebben we ook daar afkortingen voor.





Grootheid

Eenheid

Afkorting

Lengte

meter

m

Volume

liter

l of m3

Energie

Joule

J

Temperatuur

graden Celsius

˚C

Massa

gram

g

Tijd

seconde

s

________________________________________________________________



Opdracht 2 - Vul de juiste symbolen in:

(Je ziet eerst een voorbeeld) kilogram –gram - milligram

kg – g – mg


liter – deciliter – centiliter – milliliter
…… - dl - …… - ……


seconde – milliseconde
s -……

kilometer – meter –decimeter –centimeter millimeter
…… - m - …… - …… - ……

kilojoule – joule
…… - J

________________________________________________________________
Het gebruik van voorvoegsels zullen we goed moeten oefenen omdat het heel vaak voorkomt.

Voorbeeld




Voorbeeld




1 km =

1 * 1000 m = 1000 m


9000 m =

9 * 1000 m = 9 km


12 kJ =

12 * 1000 J= 12000 J


85000 g =

85 * 1000 g= 85 kg


2 cm =


2 * 0,01 m =0,02 m

0,04 m =


4 * 0,01 m = 4 cm

15 cl =


15 * 0,01 l =0,15 l

0,009 g=


9 * 0,001 g =9 mg

4 mm =


4 * 0,001 m =0,004 m







________________________________________________________________



Opdracht 3 - Maak nu zelf de volgende sommen:

50 m = …………………………… cm


12300 m = …………………………… km


56,3 km = …………………………… m


734,8 cm = …………………………… dm


0,45 km = …………………………… m


6,2 cm = …………………………… m


34 dm = …………………………… cm


678 mm = …………………………… m


0,005 m = …………………………… mm





Deze sommen kunnen we ook voor andere grootheden maken.


2,4 g = …………………………… mg


2450 g = …………………………… kg


430 ms = …………………………… s


0,0089 s = …………………………… ms


9,5 liter = …………………………… ml


155 ml = …………………………… l


34,67 J = …………………………… kJ


1,7 kJ = …………………………… J



________________________________________________________________
Uitzonderingen op deze voorbeelden zijn de grootheid oppervlakte en volume.

Weet je het nog?

De eenheid van oppervlakte is m2

De eenheid van volume is ………

________________________________________________________________

Opdracht 4

Ga nu zelf de volgende sommen maken: (Als je niet meer weet hoe het moet kijk dan onderaan de laatste bladzijde voor een tip)


50 cm2 = …………………………… m2


12900 m2 = …………………………… km2


6,3 km2 = …………………………… m2


17,8 cm2 = …………………………… dm2


50 cm3 = …………………………… m3


12900 m3 = …………………………… km3


6,3 km3 = …………………………… m3


17,8 cm3 = …………………………… dm3



________________________________________________________________

Volume drukken we ook vaak uit in liters of milliliters.



1 cm3 = 1 ml dus ook ->

1 dm3 = 1000 cm3 en

1 l = 1000 ml



1 dm3 = 1 l

________________________________________________________________



Opdracht 5

Ga nu zelf de volgende sommen maken: (de eerste som is een voorbeeld)


100 ml = ………0,1…… l


= ……0,1… dm3


300 ml = …………………………… l


= …………………………… dm3


2 l = ……………………………ml


= …………………………… cm3


555 ml =

= …………………………… dm3

2245 cm3 = …………………………… ml


= …………………………… l


0,4 dm3 = …………………………… l


= …………………………… ml


25 cm3 =


= …………………………… l



TIP: Als je niet meer weet hoe het moet staan hier de verschillende omrekenlinialen:







Herhaling grootheden en eenheden p.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina