H et Ringersbulletin



Dovnload 304.48 Kb.
Pagina5/5
Datum22.12.2017
Grootte304.48 Kb.
1   2   3   4   5

EINDE

Geen enkele wijziging in vergelijking met versie 1.0.1.



Papageno : werkwijze om nieuwe belgische plaatsnamen toe te voegen

Het bestand met de plaatsnamen dat gebruikt wordt door de software PAPAGENO bevat Belgische en buitenlandse plaatsen.


De lijst met buitenlandse plaatsnamen wordt geleidelijk door elke ringer ingevuld, aan de hand van de gegevens die opgegeven worden op de terugmeldingsfiche van het KBIN.
Wat Belgische plaatsnamen betreft, is het onmogelijk om gemeenten toe te voegen aan deze die reeds in het bestand werden opgenomen toen de CD-ROM werd verdeeld. Om alle onsamenhangendheid bij het invoeren van gegevens te vermijden, werd de voorkeur gegeven aan een bestand van het NGI (Nationaal Geografisch Instituut), gestandaardiseerd op basis van gemeenten voor de fusie van 1976.
Toch is gebleken dat deze lijst met Belgische plaatsnamen niet volledig bevredigend was. Enerzijds ontbreken enkele gemeenten van voor de fusie van 1976 om onbekende redenen, en anderzijds is het van belang om belangrijke ringplaatsen (zoals bijvoorbeeld Het Zwin of Chertal) “op te waarderen” tot de rang van plaatsnamen.
Om hieraan te verhelpen, werd een manuele aanpassingsprocedure op punt gesteld. Het is uiteraard niet de bedoeling om tientallen locaties toe te voegen onder het voorwendsel dat er enkele vogels geringd werden. In dat geval dient men de mogelijkheid te benutten die de fiche “site” biedt, en het ringgegeven invoeren onder lokaliteit X, site Y. Als de locatie effectief de status van gemeente heeft, maar niet in de huidige bestand met gemeenten van voor 1976 is opgenomen, of als het een ringsite betreft waar jaarlijks duizenden vogels geringd worden, dan vragen we u ons dit laten weten. Stuur de naam van dergelijke plaatsen naar het KBIN (Didier Vangeluwe, Vautierstraat 29, B-1000 Brussel). Uw voorstellen zullen verwerkt worden, en een aanvuld bestand zal vervolgens naar alle ringers verstuurd worden.


Meeuwenkooi Berendrecht seizoen 2000




Guido Goris (Ringstation ‘De List’)


Als aanvulling bij het artikel verschenen in het Ringersbulletin nr.1, zie hier de resultaten, voor het jaar 2000, van de vangsten met de fuik die we in onze tuin te Berendrecht hebben gebouwd.





Soorten




gevangen

Hervangsten

Kokmeeuw

L. ridibundus

4320

1886

Stormmeeuw

L. canus

1

0

Zwartkopmeeuwen

L. melanocephalus

17

1

Kleine mantelmeeuwen

L. fuscus

61

8

Zilvermeeuwen

L. argentatus

1033

134

Geelpootmeeuw

L. a. michahellis

1

1

Totaal :




5433

2030

Onder de hervangsten controleerden we volgende buitenlandse ringen:


Kokmeeuw: 4 Spaanse, 1 Engelse, 1 Franse, 1 Litouwse en 2 Nederlandse

Zilvermeeuwen: 1 Noorse, 3 Nederlandse, 1 Deense en 1 Franse

Zwartkopmeeuwen: 1 Nederlandse

Geelpootmeeuw: 1 Zwitserse


De voorlopige stand van terugmeldingen is de volgende:
van de in 1999 geringde meeuwen :
Kokmeeuwen: 50, waarvan uit Nederland 29, Frankrijk 11, Engeland 2 en België 8

Zwartkopmeeuwen: 12,waarvan uit Duitsland 1, Engeland 3 en België 8

Zilvermeeuwen: 106, uit Nederland 96, Frankrijk 3 en België 7

Kleine mantelmeeuwen: 33, alle uit Nederland


En van de in 2000 geringde vogels ontving ik:
Kokmeeuwen: 1 uit België

Zilvermeeuwen: 85 !!!, waarbij 8 uit België, 5 uit Frankrijk en 72 uit Nederland

Kleine mantelmeeuwen: 4, alle uit Nederland
Deze terugmeldingsresultaten zijn wel voor een groot deel te danken aan collega’s, die met hun telescoop overal enorm veel aflezingen doet. Het is o.a het werk van Roland-Jan Buijs, Harry Vercruysse en Camille Duponcheel.
Tevens wens ik ook te vermelden dat bij deze terugmeldingsgegevens nog geen rekening werd gehouden met de terugmeldingen ten gevolge van aflezingen van gekleurringde zwartkopmeeuwen.


Euro-CES
Walter Roggeman (KBIN) & Stephen Baillie (BTO)

Het Belgische Ringwerk zal aan een Europees Programma deelnemen om de broedpopulatie van zangvogels te volgen door gebruik te maken van de zogenaamde vangen/terugvangen-techniek. Het gaat om een studie om gegevens te verwerven over populatietendenzen (toename, afname, stabiliteit), de productiviteit (het percentage jongen elk jaar voortgebracht) en de jaarlijkse sterfte. Het geheel van deze parameters kan slechts bestudeerd worden via gemerkte vogels. De betrokkenheid van ringers in dit programma is dus vrij vanzelfsprekend en ook primordiaal. Het uiteindelijke doel is te komen tot een beter beleid inzake natuurbehoud.


Het programma is gebaseerd op ringsessies tijdens de broedperiode. De vanginspanning wordt gemeten en de typologie van het biotoop beschreven. De sessies worden jaar na jaar herhaald en de resultaten worden vergeleken om tendenzen te kunnen bepalen. Door dit op vele plaatsen te herhalen kunnen eventuele regionale variaties vastgesteld worden.
Dergelijke studies geven heel goede resultaten. Ze werden gedurende de laatste tien jaar uitgevoerd in Groot-Brittannië, Ierland, Finland en Frankrijk, en meer recent ook in Nederland en Spanje. Een eerste poging werd in België ondernomen door de werkgroep CROLLN in de jaren 80 en meer recent door de Katholieke Universiteit van Louvain-la-Neuve.
Tijdens de algemene vergadering van EURING, gehouden in Helgoland in november 1999, heeft men het idee ontwikkeld om deze studie uit te breiden naar een Europees niveau. Deze nieuwe geografische en politieke dimensie is essentieel. Het natuurbehoud is een materie van de Europese Gemeenschap en de analyse van de resultaten, verkregen op deze schaal kunnen op een betere en geïntegreerde manier de toekomst bepalen van de zangvogelspopulaties (voor het grootste deel trekvogels !).
Dit alles houdt de deelname in van nieuwe landen gebieden (vandaar onze betrokkenheid), maar ook de eenvormigheid van methoden om het systeem toegankelijk te maken voor een maximum aan ringstations en de integratie van bekomen resultaten mogelijk te maken.
De Britse ringcentrale (British Trust for Ornithology) neemt het initiatief voor dit project. Wij stellen dus aan de ringers die dit wensen voor, om deel te nemen aan dit project door de methode te gebruiken die door onze Britse collega's uitgetest werd. De campagne zal beginnen in de lente 2002 en meer nieuws erover krijgt u later. Degenen die het wensen kunnen echter de methode dit jaar al eens uittesten. Een handleiding is op het KBIN beschikbaar.
Het vangen van waterralen
Ignace Ledegen (Werkgroep Lier)

Methode
Het ringen van Waterral (Rallus aquaticus) gaat eenvoudig met een inloopkooi. De kooi die wij hiervoor gebruiken, is een kooi met maten van ongeveer 50 cm lengte, ongeveer 25 cm breedte en 25 cm. hoogte. Aan de voorzijde zit een klapval verwerkt die dichtvalt wanneer de waterral de val binnenloopt en over een soort hefboompje loopt (systeem van een kattebak).


Om de waterrallen te lokken, gebruiken wij levend aas. In eerste instantie gooien wij wat vleesmaaien (te koop in elke winkel voor vissersbenodigheden) in de val. Deze kruipen na enkele seconden reeds in de natte ondergrond en zijn niet meer zichtbaar maar de waterrallen voelen (?), ruiken (?) blijkbaar deze maaien en komen erop af.


Naast de vleesmaaien wordt achtereenvolgens een rietstengel (omdat die meestal in de buurt aanwezig is) middendoor gesneden en daartussenin wordt dan een meelworm (ook in elke winkel voor vissersbenodigheden te koop) geprangd. De waterral die op zoek gaat naar de vleesmaaien, ziet de meelworm en loopt de val in.
Op deze wijze vangen we elk jaar tijdens het "wik-werkkamp" voor jongeren een tien- tot twintigtal waterrallen in één week tijd. Dit doen we nu reeds meerdere jaren na elkaar waardoor we ook regelmatig terugvangsten noteren.
Deze vangstmethode hebben we vroeger ook toegepast in een privédomein met toestemming van de eigenaar en hier konden we bijna alle waterrallen die aanwezig waren ringen. Het ging zelfs zover dat we konden zeggen in welk grachtenstelsel welk koppeltje zat. Dat jaat werden er samen met het kamp voor jongeren ongeveer 50 waterrallen geringd door onze werkgroep samen met de werkgroep van Bokrijk.
Deze vangstmethode kan ook perfect gebruikt worden voor Porseleinhoen (Porzana porzana), maar ook voor doortrekkende steltlopers zoals Witgatje (Tringa ochropus), enz.
In tegenstelling tot anderen, gebruiken we geen trechters die voor de vallen geplaatst worden. Mijns insziens is dit niet nodig omdat we hier het levend aas gebruiken als lokmiddel.

Nadelen bij het vangen

Het gebeurt dat Waterrallen die gevangen worden maar te lang in de kooi aanwezig zijn, zich kwetsen door de bek door het gaas te steken. Dit gebeurt nog meer bij vangst van Porseleinhoen omdat de bek hiervan korter is. Hou er dus rekening mee dat de vallen zeer frequent moeten gecontroleerd worden : ten minsteom de twee uur om te voorkomen dat de vogels zich al te veel kwetsen. Misschien is dit probleem op te lossen door het gebruik van geplastifieerd gaas. Indien andere mensen hiermee ervaring hebben opgedaan, gelieve dit dan ook te laten weten.


Bijvangsten : regelmatig worden in de vallen ook Blauwborst (Luscinia svecica), Zanglijster (Turdus philomelos), Roodborst (Erithacus rubecola), Merel (Turdus merula) e.d. gevangen. Daarom is het belangrijk dat je de val niet in het water plaatst.
Voor het vangen van Waterrallen plaatsen wij de val steeds op een slikplaatje. Maar we zorgen ervoor dat de val hoog genoeg geplaatst werd zodanig dat er geen water in de val zelf staat. Wanneer er wel water in de val staat en je vangt een Blauwborst dan gaat deze vogel helemaal nat en beslijkt raken, wat uiteraard niet de bedoeling kan zijn.

Andere bijvangsten waren kikkers, bruine rat en woelrat, zelfs één keer een egel.


Studie van de fluiter in de Ardennen
Laurence Delahaye (Faculté des Sciences agronomiques, Gembloux)

De broedpopulatie van de Fluiter (Phylloscopus sibilatrix) is sterk gedaald tijdens de laatste jaren. Om dit fenomeen te begrijpen en de oorzaken op te sporen zal de Faculteit van de Landbouwwetenschappen van Gembloux (afdeling sylvicultuur) een studie ondernemen betreffende de broed- en voedselbiotopen van deze soort. Als u in de Ardennen af en toe fluiters ringt, tijdens het broedseizoen, kunt u deelnemen aan deze studie. Wij danken u voor uw medewerking.


Laurence Delahaye - delahaye.l@fsagx.ac.be - FSAGx, passage des déportés 2, 5030 Gembloux - Tel faculteit : 081/62.23.43 & Tel pv : 081/63.54.12
Gierzwaluwnestkasten
Georges Robert (GdT Namur-Sud)

Als we aan nestkasten denken, dan is dat in de eerste plaats aan nestkasten voor mezen, Spreeuw, Steenuil, Torenvalk of misschien ook zwaluwen, maar zelden aan Gierzwaluwen. Om die reden lijkt het wenselijk om de aandacht van ringers te vestigen op de mogelijkheid om Gierzwaluwen aan te trekken.


De Gierzwaluw is een zeer interessante lange-afstandstrekker waarover nog relatief weinig gekend is. Hij bezoekt onze streken slechts 3-4 maanden per jaar. Rond midden april komen de allereerste terug uit tropisch Afrika en zelfs soms helemaal uit Zuid-Afrika. Rond begin mei komen ze massaal aan, waarna ze snel hun broedplaatsen opzoeken. Vanaf einde juli is er een aanzienlijke en vrij plotselinge terugtrek. Een keuze uit een aantal bijzondere terugmeldingen van Gierzwaluw wordt in dit Ringersbulletin weergegeven.
De nesten bestaan uit een klein nestkuiltje met slechts weinig nestmateriaal, en bevinden zich vaak in de hoogste gebouwen van steden en dorpen. Gierzwaluwen verkiezen een donkere en nauwe broedplaats, vaak in de tussenruimte van het dak en de draagmuur of onder dakgoten, op voorwaarde dat de broedplaats op meer dan 4 meter van de grond is. Vaak bevinden meerdere nesten zich in eenzelfde gebouw, waarbij kolonietjes gevormd worden.
Tegenwoordig verdwijnt de ene kolonie na de andere: het wordt voor Gierzwaluwen steeds moeilijker om nestholtes te vinden omwille van nieuwe bouwtrends en renovatiewerken. De bouw van nestkasten biedt meerdere voordelen : adulte vogels en nestjongen kunnen worden geringd, en het is een soortbeschermingsmaatregel. Uiteraard is het altijd beter om reeds bezette broedplaatsen te beschermen.

Types van nestkasten
Er bestaan verschillende types van nestkasten die hoofdzakelijk verschillen in de wijze waarop zij vastgehecht worden. Hierbij dient met volgende eigenschappen rekening gehouden te worden :


  • stevige constructie, bij voorkeur uit vezelplaten die in de schepen gebruikt wordt, vastgeschroefd met roestvrije vijzen;




  • een vasthechting van ZEER GOEDE kwaliteit, om te voorkomen dat de nestkast los geraakt, en een eind dieper op het trottoir te pletter stort…;




  • een horizontale aanvliegopening (3 cm hoog en 5 cm breed), zo laag mogelijk op de voorwand van de nestkast;




  • ruwe bodem om te voorkomen dat de eieren verrollen, eventueel kan ook wat turf in de kast gelegd worden;




  • minimumafmeting (en ideale afmeting) : 30 x 20 cm,




  • zo donker mogelijk,




  • een deurtje in de achterwand, als u ze wenst te ringen…

De ideale oplossing is om meerdere nestkasten naast elkaar te plaatsen, in de hoop dat er zich een kleine kolonie zal vestigen. Gierzwaluwen zijn zeer sociale vogels, en de aanwezigheid van meerdere broedholtes zal de broedplaats aantrekkelijker maken.
Dit is een plan voor een eenheid die bestaat uit 10 nestruimtes. Als de plaatselijke omstandigheden een dergelijk constructie niet mogelijk maken, dan volstaat het om afzonderlijke blokken van 20 x 30 cm te plaatsen.




Op de bovenplaat een laag “roofing” aanbrengen

200 cm







30 cm




20 cm


Ruwe bodem van de nestkast


Horizontale invliegopening (3x6) )cm) tinet

tinet


Waar kunnen Gierzwaluwkasten het best geplaatst worden ?
Bij voorkeur in een straat of een gebouw dat reeds door Gierzwaluwen bezocht wordt. Hierdoor verhoogt de kans op vestiging. De oriëntatie van de kast is van weinig belang, maar zorg er wel voor om de nestkasten voldoende te beschermen tegen de zon als ze naar het zuiden gericht zijn.
De invliegopening moet overeenkomen met de rand van de muur, en de kast moet op ten minste 4 meter hoog aangebracht worden. Het is zeer belangrijk om de kasten zo hoog mogelijk op het gebouw aan te brengen.
Nestkasten kunnen beter niet vlak boven een horizontale oppervlakte aangebracht worden (platform, balkon): als zij het nest verlaten laten zowel adulten als jongen zich vallen bij het wegvliegen. Ook moet er een ongehinderde aanvliegroute zijn naar de kasten. Hierbij is het van belang om de omgeving van bomenrijen te mijden.

Conclusie
Adulte exemplaren zijn zeer trouw aan hun broedplaats, en gaan geen nieuwe broedplaatsen verkennen tenzij hun broedplaats intussen vernield werd.
De kans is dus groter dat jonge vogels zich in de nestkasten gaan installeren. Aangezien Gierzwaluwen heel trouw zijn aan hun kolonie van herkomst, zal er vaak heel wat geduld nodig zijn en moet er zeker voor gezorgd worden dat nestkasten vele jaren na elkaar op dezelfde plaats kunnen blijven. Een bandopname met de roep van Gierzwaluwen in de buurt van een nestkast zou de kans verhogen dat er zich Gierzwaluwen vestigen : het is in ieder geval het proberen waard om dit uit te testen.
Zodra de eerste nestkasten bezet zijn, is de kans op een duurzame vestiging zeer groot.

leeftijdsrecords voor geringde vogels in europa

Roland Staav (Bird Ringing Centre, Swedish Museum of Natural History)

Dit artikel is een aangepaste versie van een tekst die voor het eerst verscheen in december 1998 en werd aangevuld in 2001. Het eerste gedeelte omvat voornamelijk zangvogels, het tweede zal niet-zangvogels behandelen.



Lijsten met de langste bewezen levensduur werden in de loop van de jaren 1970 door W. Rydzewksi in het tijdschrift “The Ring” reeds meermaals gepubliceerd. Deze gegevens vormden de basis voor dit werk. Sindsdien werden nieuwe records voor langlevendheid opgetekend voor tal van soorten. Het werd dus tijd om een actuele versie te publiceren.
De huidige lijst telt 284 Europese soorten. Er schuilen beslist nog andere recordgegevens in het archief van het ringwerk. Mocht u over dergelijke informatie beschikken, aarzel dan niet om deze via Walter Roggeman door te geven. Op basis hiervan kunnen aanvullingen of correcties gepubliceerd worden.
Deze samenvatting zou niet mogelijk zijn geweest zonder de medewerking van alle ringcentrales, die een oproep tot medewerking tijdens de EURING-vergadering in Estland (april 1995) beantwoord hebben. Een dergelijke lijst is nooit afgewerkt, aangezien zij geregeld met nieuwe terugmeldingen zal dienen bijgewerkt te worden.

Legenda:


  1. centrale = afkorting voor de ringcentrale zoals in onderstaande tabel samengevat :




BLB

Belgium Bruxelles

ISR

Iceland Reykjavik

DDH

Germany Hiddensee

NLA

Netherlands Arnhem

DFH

Germany Helgoland

NLL

Netherlands Leiden

DFR

Germany Radolfzell

NOA

Norway As

DKC

Denmark Copenhagen

NOO

Norway Oslo

ESA

Spain Aranzadi

NOS

Norway Stavanger

ESI

Spain Icona

PLG

Poland Gdansk

ESM

Spain Madrid

PLW

Poland Warsaw

FRP

France Paris

SFH

Finland Helsinki

GBT

United Kingdom Tring

SUM

Russia Moscow

HES

Helvetia Sempach

SUR

Latvia Riga

HGB

Hungary Budapest

SVG

Sweden Goteborg

IAB

Italy Bologna

SVJ

Sweden Jagareforbundet

ILT

Israel Tel Aviv

SVS

Sweden Stockholm



  1. tijdsspanne = jaren/maanden verlopen tussen de ringdatum en de datum van de laatste terugmelding



  1. minimumleeftijd = berekende leeftijd op basis van de leeftijdsbepaling op de ringdatum



Soort

Centrale

Tijdsspanne

Minimumleeftijd

Caprimulgus europaeus

GBT

10/11

11/11

Apus apus

HES

21/00

21/00

Alcedo athis

BLB

21/00

21/00

Jynx torquila

SFH

06/02

06/02

Picus viridis

GBT

14/11

15/00

Dryocopus martius

SFH

13/11

14/00

Dendrocopus major

GBT

10/08

11/07

Dendrocopus minor

HES

07/00

07/03

Dendrocopus leucotos

SFH

10/01

10/11

Lullula arborea

GBT

04/11

04/11

Alauda arvensis

GBT

10/01

10/01

Riparia riparia

SVS

09/01

10/00

Hirundo rustica

GBT

09/07

09/07

Delichon urbica

DFR

14/05

14/05

Anthus trivialis

SVS

07/03

08/02

Anthus pratensis

DKC

07/08

07/08

Anthus cervinus

ILT

03/11

04/06

Anthus petrosus

SVS

10/11

10/11

Motacilla flava

SVS

08/08

08/10

Motacilla cinerea

DFR

07/10

08/00

Motacilla alba

GBT

11/03

12/03

Bombycilla garrulus

SUM

12/06

13/05

Cinclus cinclus

SFH

10/01

10/07

Troglodytes troglodytes

GBT

06/01

06/11

Prunella modularis

GBT

11/03

11/08

Erithacus rubecula

PLG

17/01

17/03

Luscinia luscinia

DFH

08/10

08/10

Luscinia megarynchos

DDH

08/11

09/08

Luscinia s. svecica

SVS

08/08

08/10

Luscinia s. cyanecula

ESM

10/10

11/05

Phoenicurus ochruros

NLA

09/10

10/01

Phoenicurus phoenicurus

FRP

09/05

09/05

Saxicola rubetra

SFH

05/02

05/02

Saxicola torquata

DFH

08/10

08/10

Oenanthe oenanthe

GBT

09/04

09/07

Turdus torquatus

ESM

08/09

09/01

Turdus merula

DFH

16/02

16/09

Turdus pilaris

SFH

17/11

18/00

Turdus philomelos

DKC

16/04

17/05

Turdus iliacus

SFH

17/01

17/04

Turdus viscivorus

GBT

11/04

12/04

Cettia cetti

GBT

07/03

07/06

Locustella naevia

SFH

03/10

04/09

Locustella luscinoides

ESI

07/03

07/05

Acrocephalus dumetorum

SFH

06/10

07/09

Acrocephalus palustris

SVS

08/00

09/01

Acrocephalus arundinaceus

DDH

08/11

10/00

Acrocephalus scirpaceus

GBT

12/09

12/10

Acrocephalus schoenobaenus

SFH

10/00

10/01

Hippolais polyglotta

ESM

07/08

08/10

Hippolais icterina

DFH

09/01

10/10

Sylvia nisoria

SVS

10/10

11/11

Sylvia curruca

SVS

05/11

06/10

Sylvia communis

GBT

07/07

08/08

Sylvia borin

DFH

13/03

14/02

Soort

Centre

Temps écoulé

Minimum leeftijd

Sylvia melanocephala

IAB

07/01

07/07

Sylvia atricapilla

DFH

11/03

11/04

Phylloscopus sibilatrix

DFH

10/03

10/03

Phylloscopus collybita

GBT

07/07

07/08

Phylloscopus trochilus

GBT

10/08

11/09

Regulus regulus

GBT

04/09

05/01

Muscicapa striata

SFH

11/01

11/01

Ficedula hypoleuca

SFH

10/10

10/11

Panurus biarmicus

GBT

06/04

06/05

Aegithalos caudatus

DKC

09/10

10/09

Parus palustris

SVS

11/05

11/11

Parus montanus

GBT

10/04

11/04

Parus cristatus

SFH

10/09

11/07

Parus ater

GBT

08/09

09/04

Parus caeruleus

GBT

12/03

14/07

Parus major

DFH

14/11

15/05

Sitta europaea

GBT

11/08

12/11

Certhia familiaris

GBT

07/11

08/01

Certhia brachydactyla

HES

04/03

04/08

Remiz pendulinus

SVS

06/08

06/08

Lanius collurio

SFH

07/09

07/09

Lanius excubitor

DFH

06/06

06/06

Lanius senator

DFH

05/08

05/08

Lanius nubicus

ILT

04/04

04/04

Garrulus glandarius

SVG

16/10

16/10

Perisoreus infaustus

SFH

17/10

17/11

Pica pica

GBT

21/08

21/08

Nucifraga caryocatactes

SVS

15/09

16/03

Corvus monedula

DKC

19/11

19/11

Corvus frugilegus

GBT

19/08

20/06

Corvus corone

SFH

17/01

17/01

Corvus corax

SFH

20/04

20/05

Sturnus vulgaris

DKC

22/11

22/11

Passer domesticus

DKC

19/05

19/09

Passer montanus

FRP

12/08

13/01

Fringilla coelebs

NLL

13/08

14/00

Fringilla montifringilla

SVS

14/02

14/08

Serinus serinus

ESI

07/03

07/03

Carduelis chloris

GBT

12/00

13/00

Carduelis carduelis

DFH

10/11

11/09

Carduelis spinus

SUM

13/03

13/06

Carduelis cannabina

FRP

09/04

09/05

Carduelis flammea

SFH

10/06

10/08

Loxia curvirostra

SVS

05/10

06/10

Pyrrhula pyrrhula

DFH

12/04

12/07

Coccothraustes coccothraustes

DFH

11/10

12/07

Plectrophenax nivalis

ISR

07/07

09/06

Emberiza citrinella

DFH

12/07

13/00

Emberiza hortulana

NOS

04/11

05/10

Emberiza schoeniclus

NLA

10/07

11/03

Milaria calandra

ESM

09/10

09/10


Merkwaardige terugmeldingen
In verband met het artikel van George Robert over de bouw van Gierzwaluwnestkasten volgt hier een reeks bijzondere terugmeldingen van deze soort :

Gierzwaluw Apus apus

1. Bruxelles V16729

Brasschaat 51.17 N – 04.27 E 02/06/63 >1 St. Brasschaat

Jaeren 58.40 N – 05.35 E 05/07/65 gelost 822 km

Noorwegen
2. Bruxelles N34732

Niel 51.07 N – 04.20 E 09/07/86 pullus/2 WG. Antwerpen

Orba 38.21 N – 00.29 W 18/08/86 dood gevonden 1468 km

Spanje
3. Bruxelles N5041

Uitbergen 50.01 N – 03.57 E 13/05/68 >1 WG. Dender-Leie

Dekese 03.28 S – 21.24 E 27/02/70 dood gevonden 6308 km

Kongo
4. Bruxelles N33384

Harelbeke 50.51 N – 03.18 E 26/05/86 >1 WG. Kortrijk

Mbabzi 13.55 S – 33.40 E 29/01/87 dood gevonden 7829 km

Malawi
5. Bruxelles N52625

Pepinster 50.34 N – 05.49 E 24/6/00 >1 GdT. De l’Est

Nathenje 14.05 S – 33.54 E 10/2/01 dood gevonden 7773 km

Malawi

Bruxelles 15B4380

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 07/07/46 >1 St. Motacilla

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 21/07/47 broedend St. Motacilla

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 08/07/48 broedend St. Motacilla

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 14/07/49 broedend St. Motacilla

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 06/07/50 broedend St. Motacilla

Gaurain-Ramecroix 50.35 N – 03.29 E 14/07/53 controle St. Motacilla
Bruxelles X69985

Wanze 50.32 N – 05.13 E 30/07/71 >1 St. Hesbaye

Huy 50.31 N – 05.14 E 18/05/81 dood gevonden
Bruxelles N12923

Oud-Heverlee 50.50 N – 04.40 E 28/05/72 >1 WG. Leuven

Leuven 50.53 N – 04.42 E 15/06/81 dood gevonden WG. Demervallei
Bruxelles N25651

Izegem 50.55 N – 03.18 E 25/7/77 pullus/2 St. De Blankaart

Ieper 50.51 N – 02.53 E 21/5/85 dood gevonden

Mistnetten en ander materiaal te verkrijgen op de Ringcentrale




Mistnetten
Het KBIN mag als enige mistnetten verkopen aan ringers. Wij herinneren er aan dat iedere directe bestelling bij een producent of verkoper illegaal is !
De beschikbare voorraad op het KBIN schommelt in functie van de vraag, die zeer onregelmatig is. Volgende netten zijn leverbaar uit voorraad of leverbaar uiterlijk binnen de twee maand.


Maas

Lengte

Hoogte

Prijs

16 mm

12 m

2.40 m

1600 BEF

16 mm

9 m

2.40 m

1250 BEF

16 mm

6 m

2.40 m

900 BEF

30 mm

12 m

2.40 m

1600 BEF

De bestellingen dienen SCHRIFTELIJK te gebeuren, zonder geld of enige andere vorm van betaling toe te voegen. Zodra de netten beschikbaar zijn worden ze u toegestuurd. Een factuur zal u eveneens toegestuurd worden.


Ringtangen


Model

Ringtype

Prijs

Klein model

2, 2.3, V, X, Z, T

1350 BEF

Groot model

E, L, H, K, B, M, P

1350 BEF

Idem voor wat betreft de beschikbaarheid en de manier van bestellen. Bij voorkeur af te halen op het KBIN.


Documentation NIEUW ! NIEUW ! NIEUW !


Titel

Auteur(s)

Prijs

Au plus près de l’oiseau

Gast, Gaston, 1999

1720 BEF

Databank Belgisch Ringwerk : Gaviidae to Anatidae

Roggeman et al., 1995

490 BEF

Atlas van de Belgische Broedvogels

Devillers, Roggeman et.al, 1989

490 BEF

Van Museum tot Instituut, 150 jaar natuurwetenschappen

KBIN, 1996

1000 BEF


Bepaling van leeftijd en geslacht van europese zangvogels

Jenni & Winkler, 1999

700 BEF


Endless cassette


Model

Type

Prijs

TDK endless

60 seconden

250 BEF

Speciale dank aan Chris Kerwyn, Gunter Desmet en Geert De Smet voor het vertalen van verschillende artikels.

Volgende editie verschijnt in novembert 2001. Niet wetenschappelijke artikels, aankondigingen en verzoeken sturen naar een van de twee redactie adressen tegen 15/8/2001.



(liefst in MSWord op floppy of getypt)

K
oninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen Bladzijde: van


1   2   3   4   5


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina