Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina10/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   23

II.13.Inhoudelijke beoordeling van het ontwerp bosbeheerplan

II.13.1.Uitgebreid bosbeheerplan

Een uitgebreid bosbeheerplan omvat alle rubrieken zoals vermeld in bijlage I van het besluit van de Vlaamse regering van 27 juni 2003 betreffende de beheerplannen van bossen.


Om een uitgebreid beheerplan inhoudelijk te beoordelen wordt eerst onderzocht of een aantal punten in het document minimaal aangeleverd of beschreven worden (inhoud). Daarnaast worden ook normen aangereikt waaraan het beheer moet voldoen om aanvaard te worden. (richtlijn)
Een uitgebreid bosbeheerplan moet voldoen aan de criteria voor duurzaam bosbeheer (art. 3, §1 van het besluit beheerplannen). Bij de inhoudelijke beoordeling moet dit dus ook nagegaan worden. In het verslag over het beheerplan zal ook aangegeven moeten worden op welke punten het beheerplan eventueel nog zal moeten bijgestuurd worden om te voldoen aan de criteria voor duurzaam bosbeheer. Daarom wordt in de hierna volgende richtlijnen ook telkens verwezen naar het overeenstemmende criterium of indicator zoals opgenomen in het BVR van 27 juni 2003 tot vaststelling van de criteria voor duurzaam bosbeheer voor bossen gelegen in het Vlaamse gewest.


            1. Identificatie van het bos

              1. Eigendom, zakelijke en persoonlijke rechten

Richtlijn:

Er moet volledige duidelijkheid zijn over de eigendomstoestand en de zakelijke of persoonlijke rechten
Criteria duurzaam bosbeheer:

Criterium 1.2: Eigendomsrechten en eventuele zakelijke en persoonlijke rechten op het bos zijn aantoonbaar vastgesteld.

Indicator 3.2.3: De bosbeheerder zoekt naar samenwerkingsverbanden waaruit schaalvoordelen kunnen ontstaan.



              1. Kadastraal overzicht

Inhoud:


  • Een overzicht van alle kadasterpercelen die behoren tot het bosdomein waarvoor het uitgebreide beheerplan wordt opgemaakt, met vermelding van de overeenkomstige bestanden. De overzichtstabel bevat volgende gegevens: gemeente, afdeling, sectie, kadastraal nummer, kadastrale oppervlakte (ha), nummer bestand. Wanneer een gezamenlijk beheerplan wordt ingediend, wordt in de overzichtstabel voor elk kadasterperceel ook de beheerder vermeld.

  • Afzonderlijk wordt een afdruk toegevoegd van de kadastrale percelen waarop de bestanden zijn aangeduid. Hierop wordt ook duidelijk aangegeven welke bestanden onder de toepassing van het bosdecreet vallen en welke niet. Deze indeling is gebaseerd op de werkelijke toestand op het terrein en mag niet verward worden met het gebruik vermeld op de kadastrale legger!!!

  • Indien een gezamenlijk uitgebreid bosbeheerplan wordt opgemaakt, wordt door alle betrokken bosbeheerders een overeenkomst getekend waarin vermeld wordt voor welke kadasterpercelen zij deelnemen aan het gezamenlijk beheerplan. Dit is nodig in het kader van een subsidieaanvraag,

Voor het toekennen van nummers voor bospercelen en bosbestanden wordt bij voorkeur volgende werkwijze gevolgd (niet verplicht):


Een bosdomein wordt bosbouwkundig onderverdeeld in percelen en bestanden.

Een bosperceel heeft fysische grenzen die op het terrein duidelijk herkenbaar zijn en dit gedurende verschillende decennia. De indeling in percelen blijft dus ook de volgende planperiode behouden. De perceelsgrenzen zijn bv. een weg of een beek.

Onverharde wegen die door een perceel lopen en die geen belangrijke transport- of andere functie hebben, worden beschouwd als tijdelijke ruimingswegen, en niet als perceelsgrenzen. Op die manier kunnen bv. 2 of meer blokken worden gegroepeerd tot 1 perceel.
De indeling van het bos in percelen maakt de bedrijfstechnische aspecten van het bosbeheer meer overzichtelijk. Het bosperceel is aaneengesloten en heeft een onveranderlijke oppervlakte.
Bospercelen kunnen verder onderverdeeld worden in bosbestanden. Het bosbestand is de kleinste eenheid van beheer en komt overeen met een onderdeel van het bos waarin een reeks ecologische eigenschappen vrij gelijkaardig zijn (bodem, vegetatie, waterhuishouding, ...). De BWK kan hiervoor een nuttige vertrekbasis zijn.
Het indelen van bestanden mag dus niet gefixeerd zijn op de aanwezige soorten in de boomlaag, maar is afhankelijk van hetzelfde beheer en dezelfde doelsoorten binnen de huidige planperiode. De oppervlakte kan sterk variëren. Bestandsgrenzen zijn niet vast. In de volgende planperiode, en zelfs tijdens de huidige planperiode bij een herziening, kunnen twee of meer bestanden in elkaar overgaan of kan een bestand worden opgesplitst in twee of meer delen.

De gangbare oppervlakte van een bosbestand is bij grotere, relatief homogene bossen 2 ha tot 5 ha. Bij kleine of zeer versnipperde bossen (door eigendomstoestand of terreinsituatie) wordt zoveel mogelijk gestreefd naar een minimum oppervlakte voor een bestand van 0.5ha.


Om zo overzichtelijk mogelijk te werk te gaan wordt genummerd van west naar oost en van noord naar zuid. Voor de nummering van de bospercelen worden bij voorkeur gewone cijfers gebruikt. De aanduiding van bosbestanden gebeurt bij voorkeur met letters.
De nummering van de bospercelen en bosbestanden gebeurt in functie van de beheerplanning en staat dus los van de kadastrale nummering.

Richtlijn:




  • Om organisatorische redenen (o.a. planning en uitvoering van de werken, organisatie van een gezamenlijke houtverkoop) en administratieve redenen (o.a. uitbetalen van subsidies) wordt bij het opmaken van de bestandsindeling van gezamenlijke beheerplannen ook rekening gehouden met de eigenaarcategorie: domeinbos, ander openbaar bos en privé-bos. Een bosbestand behoort steeds tot dezelfde eigenaarcategorie. Zo kan een bosbestand wel verschillende privé-eigenaars omvatten, maar niet zowel privé- als openbare eigenaars.

  • De bestandindeling heeft gevolgen voor de praktische organisatie van het te voeren beheer, maar ook voor de eventuele latere subsidiëring ervan. In dit opzicht is het belangrijk te onderzoeken welke de gevolgen zijn van de voorgestelde bestandsindeling voor de mogelijke subsidiëring. bv. subsidies voor bestanden, gedomineerd door inheemse boomsoorten (subsidie voor de bevordering van de ecologische bosfunctie) wordt pas toegekend voor bestanden, groter dan een halve hectare. ANB kan vrijblijvend aanpassingen aan de bestandsindeling voorstellen die een optimale subsidieverwerving mogelijk maken. Omgekeerd kan een bosbouwkundig onverantwoorde bestandindeling, die enkel tot doel heeft maximaal subsidies te verwerven geweigerd worden.

  • Bij het toekennen van subsidies kan een ‘bestand’ dat omwille van de eigendomstoestand opgesplitst is, wel als één geheel aanzien worden.

  • Gelijkaardige perceeltjes van verschillende eigenaars worden zoveel mogelijk gegroepeerd in één bestand. De verschillende boseigendommen kunnen dan indien nodig als ‘subbestanden’ aangeduid worden.


Criteria duurzaam bosbeheer:

Criterium 1.2: Eigendomsrechten en eventuele zakelijke en persoonlijke rechten op het bos zijn aantoonbaar vastgesteld.



              1. Situatieplan (schaal 1/10.000 tot 1/25.000)

Inhoud:


  • Topografische kaart (= stafkaart), op schaal 1/10.000 tot 1/25.000, met aanduiding van het bosdomein. In tegenstelling tot de kaart, gevraagd in punt 1.2 waar de nadruk ligt op de kadastrale omgeving van het bos, wordt hier een duidelijk beeld gegeven van het bos van onderwerp.

  • Wanneer een beheerplan wordt opgemaakt voor een boscomplex wordt op het situatieplan duidelijk aangegeven in welke delen het bosbeheerplan juridisch van kracht is en in welke delen een ander statuut van toepassing is (bv. bosreservaat of natuurreservaat of HPG-beheerplan of landschapsbeheerplan) of waar het bosbeheerplan enkel geldt als richtinggevend document (bv. omringende open ruimte).

              1. Situering

                1. Algemeen - administratief

Inhoud:


  • Wie is de contactpersoon (= indiener van het beheerplan)?

  • Voor domeinbos: wie is de verantwoordelijke regiobeheerder en wachter?



                1. Relatie met andere groene domeinen

Inhoud:


  • Welke andere groene domeinen bevinden zich in de omgeving?

  • Indien het groene domeinen in openbaar bezit betreft, ook de eigenaar vermelden.

  • Wat is hun invloed op het betreffende bosdomein? Bv. op vlak van recreatie.




              1. Statuut van de wegen en waterlopen


Wegen:

Ongenummerde kadastrale percelen behoren tot het openbare domein.

Buurtwegen kunnen afgeleid worden uit de zgn. atlas der buurtwegen6.
Een bosweg is een weg gelegen in het bos die niet ingericht is voor het gewone, gemotoriseerde verkeer en die in hoofdzaak niet bestemd is als doorgangsweg. Een bosweg is al dan niet openbaar, en kan al dan niet verhard zijn.
Een onverharde openbare weg die is ingericht voor het gewone, gemotoriseerde verkeerde én in hoofdzaak bestemd is als doorgangsweg, is dus geen bosweg.
Om te beoordelen of een weg is ingericht voor het gewone gemotoriseerde verkeer wordt gekeken naar de breedte van de weg, de samenstelling van de onder- en bovenlaag, en het al dan niet gebruikte verhardings- en verstevigingsmateriaal.

Bij discussies is het uiteindelijk de rechter die soeverein oordeelt of een weg al dan niet is ingericht voor het gewone voertuigenverkeer.


Paden waarop slechts één voetganger tegelijkertijd kan passeren worden niet als boswegen beschouwd, tenzij ze deel uitmaken van het toegankelijke wegennet opgenomen in het beheerplan of in het toegankelijkheidsreglement.
Waterlopen:

Alle gegevens die gevolgen kunnen hebben voor de organisatie van het beheer (Wie ruimt de grachten? Wie is verantwoordelijk voor andere onderhoudswerken?). Tenzij eventuele ruimingwerken van onbevaarbare waterlopen zijn opgenomen in een goedgekeurd uitgebreid bosbeheerplan, is het immers mogelijk dat de ingreep natuurvergunningsplichtig is (afhankelijk van de ligging van het gebied), of dat in VEN zelfs een ontheffing van het verbod op wijzigen van kleine landschapselementen of vegetatie en reliëf is vereist.


Inhoud:

wegen


  • Kaart waarop het bosdomein en de belangrijkste wegen zijn aangeduid met vermelding van hun statuut + eventueel korte beschrijving.

  • Zeker de wegen die besproken worden in het toegankelijkheidsreglement worden weergegeven op kaart. Hierbij is het belangrijk een onderscheid te maken tussen boswegen en niet boswegen omdat het toegankelijkheidsreglement enkel de toegankelijkheid op de boswegen kan regelen.

  • Daarnaast worden ook de buurtwegen aangeduid.

waterlopen



  • Kaart waarop het bosdomein en de grachten waar onderhoudswerken voorzien zijn, zijn aangeduid met vermelding van hun statuut + eventueel korte beschrijving.

De onderhoudswerken zelf worden beschreven onder punt 4.19 'Werken die de biotische of abiotische toestand van het bos wijzigen'.

  • Statuut van de waterlopen (= categorie) kan afgeleid worden uit de Vlaamse hydrografische atlas7.

  • Om achteraf discussies te vermijden of het gaat om onderhoudswerken of om het uitdiepen van de grachten, wordt aangeraden op de kaart met aanduiding van de grachten waarvoor onderhoudswerken zijn voorzien van deze grachten ook de gemiddelde diepte te vermelden. Hiervoor kan gewerkt worden met klassen. Bvb. 30 – 50 cm, 50 – 70 cm, 70 – 90 cm.




              1. Bestemming volgens het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan

Hierbij volstaat het niet om enkel de bestemming volgens het Gewestplan na te gaan. Er moet ook nagegaan worden of de bestemming volgens het Gewestplan niet gewijzigd is door een APA (algemeen plan van aanleg), BPA (bijzonder plan van aanleg), een RUP (gewestelijk ruimtelijk uitvoeringsplan) of een GRUP (gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan).


Via de website www.geo-vlaanderen.be kan naast de gewestplanbestemming ook opgezocht worden of er een APA of BPA of een RUP bestaat voor het betrokken terrein. Alle RUP’s, waaronder ook de RUP’s waarvoor het openbaar onderzoek nog loopt kunnen geconsulteerd worden op www.ruimtelijkeordening.be. Daar zijn ook de bestemmingsvoorschriften te vinden.
Gemeentelijke en provinciale RUP’s zijn nog niet gebundeld ter beschikking voor heel Vlaanderen. Hiervoor consulteert men best de website van de gemeente of de provincie of de dienst ruimtelijke ordening van de gemeente of de provincie zelf.
Bij RUP’s wordt er vaak gewerkt met verweving van verschillende bestemmingen. Om te weten of er een ontheffing nodig is, moet men dan alleen kijken naar de hoofdbestemming, die terug te vinden is in de bestemmingsvoorschriften. Bij twijfel: contacteer de CD, die de vraag indien nodig voorlegt aan de juridische dienst of aan departement RWO.
Inhoud:

  • Kaart met aanduiding van het bosdomein en de bestemming volgens het geldende plan van aanleg of ruimtelijk uitvoeringsplan + korte beschrijving



              1. Ligging in speciale beschermingszones




                1. Internationale beschermingszones

Inhoud:


  • Kaart met aanduiding van het bosdomein en de internationale beschermingszones.

  • Vermelden waarvoor het gebied werd aangeduid als Ramsar-, Vogelrichtlijn- of Habitatrichtlijngebied en welke habitats en/of soorten in het bosdomein zelf voorkomen.

  • Zijn er instandhoudingsdoelstellingen vastgesteld voor de SBZ en welke implicaties heeft dit voor het beheer van het bos. Zijn deze instandhoudingsdoelstellingen al verder uitgewerkt in een natuurrichtplan en welke gevolgen heeft dit voor het beheer van het bos?


Criteria duurzaam bosbeheer:

Indicator 5.1.2: Het bos en zijn beheer zijn getoetst op de aanwezigheid en het voortbestaan van zeldzame, bedreigde en wettelijk beschermde plant- en diersoorten, alsook indicatorsoorten van oud bos. De relevante gebieden, terreinkenmerken en beheermaatregelen zijn aangegeven op een beheerkaart. Voor die natuurelementen worden de nodige maatregelen genomen om de instandhouding van hun habitat te garanderen.

De inventarisatie is zowel gericht op de aanwezigheid van indicatoren voor oude en goed ontwikkelde bosecosystemen als op de aanwezigheid van zeldzame en bedreigde soorten en bijzondere natuurelementen. Concreet wordt o.m. rekening gehouden met: oud-bosplanten; oude bomen met holten voor vogels en zoogdieren; nestbomen van roofvogels; zeldzame en bedreigde boom-, struik- en plantensoorten, alsook andere bedreigde organismen en kensoorten, voor zover hiervan terreingegevens beschikbaar zijn. Tevens wordt rekening gehouden met specifieke natuurelementen zoals beken, poelen, vennen en bronnen, open plekken en natuurlijke rand- en overgangssituaties (mantel- en zoomvegetaties) en de aan deze habitat gebonden soorten.



                1. Nationale beschermingszones en regionale aandachtsgebieden

Hiertoe behoren het VEN en de beschermde landschappen, stads- en dorpsgezichten, en de ankerplaatsen.


Inhoud:

  • Kaart met aanduiding van het bosdomein en de nationale beschermingszones en regionale aandachtsgebieden + korte beschrijving.

  • Wanneer het bos gelegen is in een beschermd landschap, stads- of dorpsgezicht wordt o.a. vermeld waarvoor het gebied wordt beschermd.

  • Voor een boscomplex gelegen in een ankerplaats wordt nagegaan of het een definitief aangeduide ankerplaats betreft, en of hiermee bijzondere bepalingen gepaard gaan waarmee het bosbeheer best rekening houdt bij de uitwerking van het beheerplan.

  • Voor een bos gelegen in VEN wordt o.a. vermeld in welk GEN/GENO het bos ligt, of er al dan niet een natuurrichtplan (NRP) bestaat, en zo ja, wat de gevolgen zijn voor het bosbeheer. Wat stelt de gebiedsvisie van het NRP voor, zijn er randvoorwaarden voor toekomstig beheer van het boscomplex?


Criteria duurzaam bosbeheer:

Criterium 2.2: Bossen of delen van bossen met grote sociale, culturele, landschappelijke, geschiedkundige, religieuze betekenis, waardevolle traditionele beheervormen of belangrijke wetenschappelijke of educatieve betekenis worden beschermd en beheerd overeenkomstig hun specifieke waarden en potenties.

Het gaat hier om gebieden waarvan de specifieke waarde kan aangetoond worden, zoals bijvoorbeeld oude bossen, oud hakhout, oud middelhoutbos, archeologische vindplaatsen, holle wegen, boswallen enzovoort.

Indicator 2.2.1: De beheerdoelstellingen en -maatregelen voor deze bossen of delen van bossen zijn uitdrukkelijk afgestemd op de specifieke waarden en potenties.

Indicator 5.1.2: Het bos en zijn beheer zijn getoetst op de aanwezigheid en het voortbestaan van zeldzame, bedreigde en wettelijk beschermde plant- en diersoorten, alsook indicatorsoorten van oud bos. De relevante gebieden, terreinkenmerken en beheermaatregelen zijn aangegeven op een beheerkaart. Voor die natuurelementen worden de nodige maatregelen genomen om de instandhouding van hun habitat te garanderen.


1   ...   6   7   8   9   10   11   12   13   ...   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina