Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina11/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   23
Algemene beschrijving

  1. Cultuurhistorische beschrijving

    1. Historisch overzicht

Beschikbare digitale kaarten zijn: kaart van Ferraris (1771-1778), kaart van Vandermaelen (1846-1854), topografische kaart 1910-1940.

De digitale kaarten (gevectoriseerd) geven enkel informatie over de beboste oppervlakte. Indien beschikbaar is het ook heel leerrijk de afdrukken van de originele kaarten te raadplegen. Hier vind je immers ook informatie over de verhouding loofhout-naaldhout, eventueel hakhout, en open vegetaties (graslanden en hei).
Inhoud:


  • Korte beschrijving van de evolutie van het bosdomein volgens de verschillende beschikbare digitale kaarten:




                1. Kenmerken van het vroegere beheer

Inhoud:


  • Korte beschrijving van de eigendomshistoriek

  • Korte beschrijving van de historiek van het beheer, o.a. overzicht van de belangrijkste werken die uitgevoerd werden in het bosdomein en die nu nog invloed hebben op het huidige beheer.

  • Bespreking van de elementen binnen het bosdomein met een belangrijke culturele, geschiedkundige, religieuze of landschappelijke waarde + aanduiden op kaart waar deze voorkomen (precieze locatie of bepaalde zone). Bv. kapel, ijskelder, bunker, tumulus, laagoven, grot, holle weg, oud drevenpatroon, begraafplaats, griend, hakhoutbestand, middelhoutbestand.




              1. Beschrijving van de standplaats

                1. Reliëf en hydrografie

Vaak is er in de verklarende tekst bij het kaartblad van de bodemkaart relevante informatie te vinden over het reliëf en de hydrografie van de omgeving van het bosdomein.

Om de beschrijving van de hydrografie te verduidelijken kan een overlay met de Vlaamse Hydrografische Atlas worden toegevoegd.
Inhoud:


  • reliëf: korte beschrijving,

  • hydrografie: korte beschrijving.




                1. Bodem en geologie

Om de beschrijving van de geologie te verduidelijken kan een overlay met de tertiairkaart worden toegevoegd.


Inhoud:

  • bodem: korte beschrijving + bodemkaart.

  • geologie: korte beschrijving. (facultatief)

              1. Beschrijving van het biotisch milieu

De beschrijving van het biotisch milieu bestaat uit de verwerkte resultaten van de bestandsbeschrijving, van de dendrometrische inventarisatie en van de gegevens m.b.t. aanwezige kruidachtige vegetatie (= bostypekaart + gegevens i.v.m. aanwezigheid zeldzame planten, diersoorten, zwammen).


De bestandsbeschrijving en de dendrometrische inventarisatie hebben als doel:

  • basis voor het vastleggen van de bosbeheermaatregelen (dunningsintensiteit, eindkap)

  • Check criteria voor duurzaam bosbeheer mogelijk maken:

    • Structuurrijkdom

    • Dood hout

    • Dikke bomen

    • % inheemse bestanden

    • % open plekken en natuurontwikkeling

    • % bestanden in omvorming

De bostypekaart en beschrijving van de aanwezige te beschermen flora- en fauna soorten en andere waardevolle natuurelementen zoals bijv. poelen, holle /nestbomen, autochtone bomen en struiken, …hebben als doel



  • Een beeld te bekomen van de natuurwaarde van het bos (aantal rode lijstsoorten, beschermde soorten, zeldzame soorten, oud-bossoorten, aanwezigheid van goed ontwikkelde bos-vegetatietypen) en de lokalisatie van deze natuurwaarden via een vegetatiekaart en/of soortverspreidingskaarten.

  • Kennis verwerven over de standplaats. Dit ter onderbouwing van een betere boomsoortenkeuze.

  • De ruimtelijke spreiding van de verschillende typen standplaatsen in een bos visualiseren via een kaart van de actuele vegetatie en een kaart van de potentiële vegetatie.



Richtlijnen m.b.t. bosbouw- en vegetatieopnames:


  • De standaardmethodiek is verplicht te volgen voor domeinbossen en openbare bossen. In privé-bossen wordt de standaardmethodiek aanbevolen, maar is niet verplicht te volgen. Bij de standaardmethodiek wordt voor de bosbouwopnames gebruik gemaakt wordt van geneste proefvlakken. Het zijn concentrische proefcirkels (straal grootste cirkel 18m). Voor de vegetatieopnames zijn dit rechthoekige proefvlakken, waarbij het grootste proefvlak 16 x 16 m² is.

Het gebruik van de standaardmeetmethode heeft het voordeel dat de verwerking van de gegevens kan gebeuren met behulp van de bij ANB ontwikkelde databank en de er aan gekoppelde verwerkingsmodules. Dit maakt dat alle cijfers op deze manier bekomen onderling vergelijkbaar en reproduceerbaar zijn. Een ander belangrijk voordeel van de standaardmethodiek is dat door het gebruik van precies gelokaliseerde opnamen men tevens de basis legt voor een objectiveerbare evaluatie, na hermeting van dezelfde proefvlakken - zeg bij opmaak van het volgende beheerplan. Monitoring wordt dan niet vanuit de losse pols gedaan, maar op basis van in de tijd gekoppelde metingen, wat een krachtig instrument geeft.
De databank (Bosbeheerpakket) waarin de ingezamelde gegevens overzichtelijk kunnen weergegeven, geanalyseerd, geëxporteerd en afgedrukt worden, wordt ter beschikking gesteld van alle opstellers van beheerplannen die de standaardmethodiek volgen. Zie ANB-brochure: “Technische richtlijnen voor het opmaken van uitgebreide bosbeheerplannen” te vinden op G:\BEH_Planning_en_Monitoring\Beheerplannen\formulieren en richtlijnen\technische richtlijnen of op de website www.natuurenbos.be.


  • Voor privé-bossen: andere methodes zijn toegestaan op voorwaarde dat ze op voorhand (voor het indienen van het bosbeheerplan) voorgesteld zijn en goedgekeurd worden door ANB. ANB onderzoekt nog of en hoe een alternatief voor de standaardmethodiek volledig uitgewerkt ter beschikking kan gesteld worden van de opstellers.




    • Algemeen: het aantal uit te voeren opnames en de plaatsen waar dit moet gebeuren worden bij voorkeur bepaald in overleg tussen de opsteller van het beheerplan en ANB bij de aanvang van het beheerplanproces (zie II.6.3)




    • De belangrijkste bestandkenmerken en de boomsoortensamenstelling moeten voor elk bestand bepaald worden (cfr. Bestandsfiches)




    • Dendrometrische opnames: (voor bepaling stamtal, bestandsgrondvlak en volume)

  • worden in principe in elk bestand uitgevoerd, maar zijn niet verplicht in volgende types bestanden :

    • jonge aanplanten of natuurlijke verjonging met gemiddelde omtrek tot ca 20 cm : dan wel inschatting % van elke boomsoort en stamtal/ha + dominante hoogte. (cfr inschatting potenties NV bij subsidies)

    • bestanden waarvoor al duidelijk de keuze is gemaakt om ze om te vormen naar open plek (bijv. omwille van IHD’s, voorzien in natuurrichtplan,…)

    • bestanden waarvoor duidelijk omwille van ecologische redenen voor een ‘niets doen’ beheer geopteerd wordt. (bij. Moerasbossen, …)

  • aantal opnames: principe 1 proefvlak per bestand, maar:

    • bij groepsgewijze aanplantingen: 1 per groep

    • gelijkaardige bestanden kunnen samengevoegd worden voor het bepalen van het aantal proefvlakken. In homogeen naaldhout volstaat 1 opname per 4 ha.




    • Bostypekaart/Vegetatieopnames:

    • Voor privé-bossen: indien een voldoende actuele bostypekaart kan bekomen worden op basis van bestaande gegevens (BWK, soortenlijsten, informatie verzameld in het kader van IHD’s, …) dan moeten er geen proefvlakken voor vegetatieopnames gelegd worden.

    • Bij vegetatieopnames: liefst 1 per bestand, met een gemiddelde van 1per 2ha, maar op efficiënte wijze verspreid over het bos (dus daar waar veel variatie/biodiversiteit is, ook meer opnamen). In homogene naaldhoutbossen: 1/4ha.

De gegevens over de inventarisatie zelf en de gegevens per bestand worden als bijlage 1 en 2 bij het beheerplan gevoegd. (zie 4.21 en 4.22)


Als bijlage 1 bij het beheerplan wordt een samenvatting per bestand van de bosbouwopnames gevoegd, met daarin volgende punten:

  • een verwijzing naar de gebruikte methodiek

  • een overzicht hoeveel bosbouwopnames er zijn uitgevoerd en in welke bestanden

  • een overzicht per bestand (= bestandsfiche) van de belangrijkste bestandskenmerken, de boomsoortensamenstelling en de dendrometrische gegevens

Als bijlage 2 bij het beheerplan wordt een samenvatting per bestand van de vegetatieopnames en/of lijst van aanwezige soorten gevoegd, met daarin volgende punten:



  • een verwijzing naar de gebruikte methodiek

  • indien van toepassing: een overzicht hoeveel vegetatieopnames er zijn uitgevoerd en in welke bestanden

  • een soortenlijst op bosniveau

  • een overzicht per bestand (= bestandsfiche) van de soorten aanwezig in de kruid- en struiklaag (In geval er geen opnames gemaakt worden).

  • een overzicht per bestand van het actuele en potentiële vegetatietype (lijst of onder de vorm van een kaart)



                1. Bestandskaart (schaal 1/5000 of 1/10.000)

Inhoud:


  • kaart met de verschillende bestandstypes (loofhout, naaldhout, loofhout+naaldhout, naaldhout+loofhout, te herbebossen, open ruimtes, infrastructuur, water).

Richtlijn:



  • Bij gebruik van de standaardmethodiek is de bestandskaart een visuele weergave van de gegevens zoals ze in de databank zijn ingegeven.

  • Anders: minimum een overzichtskaart met de verschillende bestandtypes en leeftijdsklassen


                1. Bestandsbeschrijving en dendrometrische gegevens


a) Bestandskenmerken
Inhoud:

  • Op niveau van het bos wordt de verdeling van de oppervlakte gegeven per bestandstype, leeftijdsklasse, sluitingsgraad, eventueel ook per bedrijfsvorm en mengingsvorm.

De gegevens worden gegeven onder de vorm van een tabel, eventueel ook onder de vorm van grafieken.
Richtlijn:

  • Bij gebruik van de standaardmethodiek: de kaarten/tabellen/grafieken zijn een visuele weergave van de gegevens zoals ze in de databank zijn ingegeven (één op één relatie databank – kaart)

  • Anders: minstens 1 tabel of grafiek met verdeling van de oppervlakte per bestandstype, leeftijdsklasse en sluitingsgraad. Alle bestandskenmerken zijn bepaald op basis van de hieronder vermelde definities.

Richtlijnen voor het toekennen van bestandskenmerken:




  • Bestandstype

Voor het bestandstype wordt een onderscheid gemaakt tussen:

      • loofhout: < 20% bijmenging van naaldhout,

      • gemengd loofhout: bijmenging naaldhout tussen 20% en 50%,

      • naaldhout: < 20% bijmenging van loofhout,

      • gemengd naaldhout: bijmenging loofhout tussen 20% en 50%,

      • te herbebossen: omvat de kap- en brandvlaktes,

      • open ruimte

      • infrastructuur: bv. parking, boswachterwoning,

      • water: vijvers, poelen binnen het bosdomein.




    • Leeftijd

In verband met de leeftijd wordt het plantjaar genoteerd of, indien het plantjaar niet gekend is, wordt een leeftijdsklasse gegeven.


Bij het schatten van de leeftijd worden volgende klassen gebruikt8:

1 - 20 jaar,

21 - 40 jaar,

41 - 60 jaar,

61 - 80 jaar,

81 - 100 jaar,

101 - 120 jaar,

121 - 140 jaar,

141 - 160 jaar,

> 160 jaar,

ongelijkjarig: wanneer binnen het bestand minstens 2 van bovenstaande leeftijdsklassen voorkomen. Een leeftijdsklasse dient minstens 20% van het bestand in te nemen.
Voor ongelijkjarige bestanden kan het voor de beheerder interessant zijn de oudste leeftijdsklasse te vermelden. De bomen behorende tot de oudste leeftijdsklasse bedekken minimum 20% (van het grondvlak) van het bestand.

Voor te herbebossen oppervlakte, open ruimte binnen bos, water en infrastructuur kan de leeftijd uiteraard niet bepaald worden. Deze bestanden worden samengebracht in de klasse "niet van toepassing".


In het kader van de ecologische bosfunctie zal per bestand dat in aanmerking komt vlak voor de subsidieaanvraag een meer precieze raming van de leeftijd nodig zijn. Concreet: homogene bestanden van grove den kunnen subsidie ontvangen vanaf een leeftijd van 70 jaar.



    • Sluitingsgraad

De sluitingsgraad van een bestand wordt bepaald op basis van de bedekking van de bodem door de kroonprojecties. Hierbij kan gewerkt worden met 3 klassen (< 1/3, 1/3-2/3, > 2/3) of met 4 klassen (< 25%, 25% - 50%, 50% - 75%, > 75%).


    • Bedrijfsvorm

Wat betreft de bedrijfsvorm wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • hooghout: bedrijfsvorm waarin de bomen als hoogstammen opgroeien,

  • hakhout: bedrijfsvorm waarin de bomen door het regelmatig kappen (om de 5 tot 20 jaar) als struiken opschieten. Hakhout dat sinds meer dan 20 jaar niet meer is gekapt, wordt beschouwd als hooghout.9

  • middelhout: bestaat uit de combinatie van hooghout en hakhout.




  • Mengingsvorm

De mengingsvorm volgt uit de ruimtelijke positie van de bomen en/of boomgroepen die t.o.v. elkaar verschillen in boomsoort. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt tussen:

  • stamsgewijs: verschillende boomsoorten over oppervlaktes  0,5 are,

  • groepsgewijs: verschillende boomsoorten over oppervlaktes > 0,5 are en  50 are,

  • homogeen: het bestand bestaat uit één enkele boomsoort.



b) Boomsoortensamenstelling
Inhoud:

  • Op niveau van het bos worden de belangrijkste boomsoorten opgesomd voor de boomlaag, de struiklaag en de zaailingen.

Voor de bomen behorend tot de struiklaag en de zaailingen kan ook het stamtal en de gemiddelde hoogte worden weergegeven. Deze gegevens worden automatisch verkregen wanneer de inventarisaties worden uitgevoerd volgens de standaardmethode van het ANB.



c) Dendrometrische gegevens
Definities:

inheems: een bestand is inheems wanneer de inheemse boomsoorten minstens 90% van het bestandsgrondvlak innemen,

exoot: een bestand is exoot wanneer de exotische boomsoorten meer dan 70% van het bestandsgrondvlak innemen,

inheems/exoot: 50% < aandeel inheemse boomsoorten in het bestandsgrondvlak < 90%,

exoot/inheems: 50% < aandeel exoten in het bestandsgrondvlak < 70%,

homogeen: een bestand is homogeen wanneer 1 boomsoort meer dan 80% van het bestandsgrondvlak inneemt,

gemengd: een bestand is gemengd zodra er minstens 2 verschillende boomsoorten aanwezig zijn en elke boomsoort 80% of minder van het bestandsgrondvlak inneemt, of 80% van het totale stamtal bij bestanden jonger dan 30 jaar.

Inhoud:


  • Overzichtstabel waarin per bestand volgende gegevens worden vermeld:

    • oppervlakte (ha) van het bestand,

    • stamtal, grondvlak en volume voor levende bomen en voor staand dood hout. Deze gegevens worden afgeleid uit de bosbouwopnames,

    • de hoofdboomsoorten: zijn deze soorten die minstens 20% van het bestandsgrondvlak innemen,

    • het jaar van aanplanten of de leeftijdsklasse,

    • exoot/inheems,

    • homogeen/gemengd.



                1. Flora

De kaart van de actuele vegetatietypes wordt opgesteld op basis van de vegetatieopnames. Om de bosvegetatieopnames op naam te brengen wordt bij voorkeur gebruik gemaakt van de typologie ontwikkeld op basis van de resultaten van de typologie van Cornelis et al. (2009)10


De potentieel natuurlijke vegetatie (PNV)11 is het vegetatietype dat zich zonder tussenkomst van de mens op die standplaats van nature zou ontwikkelen. Deze PNV kan het natuurdoeltype zijn en wordt dan gebruikt als streefbeeld.

De kaart van de potentiële natuurlijke vegetatie voor het betrokken bos wordt afgeleid van de kaart van de actuele vegetatietypes, rekening houdend met de bodem en de hydrografie van het gebied.


Het is niet de bedoeling dat de beheerder inventarisaties uitvoert naar zeldzame soorten (flora/fauna), maar wel dat hij bestaande informatie verzamelt. O.a. via het kennisloket van de Flora databank (http://flora.inbo.be/) kan hij waarnemingen opvragen voor de omgeving van het bosdomein.

Ook de Rode Lijst van Hogere planten en de aanduiding van soorten van Europees belang is gemakkelijk te raadplegen via de Flora databank (Soortkenmerken/ hoofdkenmerk status/Rode Lijst). Via hoofdkenmerk “Habitat” vind je informatie over de standplaatseigenschap van de soort en of het een oud-bos indicator betreft.


Bij gebruik van de standaardmethodiek kunnen de beleidsrelevante soorten die tijdens de steekproefopnames werden genoteerd rechtstreeks uit het Bosbeheerpakket gefilterd worden (tool ‘beleidsrelevante soorten’ – zie handleiding Bosbeheerpakket). In de databank is ook de mogelijkheid ingebouwd om soortenlijsten op niveau van het bestand in te voeren: dus om de zeldzame soorten die tussen de mazen van het netwerk van opnamen vallen toch te noteren.

De lijst met beleidsrelevante soorten kan ook ter beschikking gesteld worden van opstellers die geen gebruik maken van de standaardmethodiek.


Inhoud:

    • Kaart van de actuele vegetatietypes + bespreking, op basis van de vegetatieopnames

    • Kaart van de potentiële natuurlijke vegetatietypes + bespreking.

    • Vergelijking van de actuele en potentiële vegetatietypes met de natuurdoeltypes uit het natuurrichtplan.

    • Vergelijking met de biologische waarderingskaart: korte bespreking + kaart met aanduiding van het bosdomein, met vermelding van de belangrijkste karteringseenheid van de BWK.

    • Korte bespreking van de zeer zeldzame, bedreigde en beschermde soorten (Van Landuyt et al., 2006)12 en hun standplaatseigenschappen. Vermelden waar ze voorkomen (bepaald bosbestand of volledig bos) en eventueel aanduiden op kaart.

    • Korte bespreking van eventueel aanwezige oud-bos soorten met aanduiding waar ze voorkomen.

    • Korte bespreking van de aanwezigheid in het bos van autochtone boom- en struiksoorten met aanduiding waar ze voorkomen. (zie info hierover op www.natuurenbos.be>thema’s>soortenbeleid>autochtone bomen en struiken)


Criteria duurzaam bosbeheer:

Indicator 5.1.2: Het bos en zijn beheer zijn getoetst op de aanwezigheid en het voortbestaan van zeldzame, bedreigde en wettelijk beschermde plant- en diersoorten, alsook indicatorsoorten van oud bos. De relevante gebieden, terreinkenmerken en beheermaatregelen zijn aangegeven op een beheerkaart. Voor die natuurelementen worden de nodige maatregelen genomen om de instandhouding van hun habitat te garanderen.

De inventarisatie is zowel gericht op de aanwezigheid van indicatoren voor oude en goed ontwikkelde bosecosystemen als op de aanwezigheid van zeldzame en bedreigde soorten en bijzondere natuurelementen. Concreet wordt o.m. rekening gehouden met: oud-bosplanten; oude bomen met holten voor vogels en zoogdieren; nestbomen van roofvogels; zeldzame en bedreigde boom-, struik- en plantensoorten, alsook andere bedreigde organismen en kensoorten, voor zover hiervan terreingegevens beschikbaar zijn. Tevens wordt rekening gehouden met specifieke natuurelementen zoals beken, poelen, vennen en bronnen, open plekken en natuurlijke rand- en overgangssituaties (mantel- en zoomvegetaties) en de aan deze habitat gebonden soorten.


                1. Fauna

Voor een groot aantal soortengroepen zijn in Vlaanderen verspreidingsgegevens ingezameld. De meeste data werden gecentraliseerd in algemene databanken. Afhankelijk van de soortengroep zijn deze data raadpleegbaar door derden, hetzij in atlassen (broedvogelatlas, zoogdierenatlas, gedocumenteerde Rode Lijsten, …), hetzij via het internet.

Het Instituut voor Natuur- en Bosonderzoek stelt meer en meer de aanwezige verspreidingsdata ter beschikking. Een deel van de data is online geplaatst, andere gegevens kunnen eenvoudig aangevraagd worden door een e-mail te sturen naar een aantal contactpersonen.

Het rapport Biotoopkartering. Specifiek biotoop- en soortenbeheer in bossen : methodologische ondersteuning. Deel III : Gedocumenteerde soortenlijsten. Maart 2005. IBW.Bb.R.2005.007. Instituut voor Bosbouw en Wildbeheer bundelt informatie over volgende soortengroepen Amfibieën en reptielen, dagvlinders, libellen, loopkevers, paddenstoelen, hogere planten13, spinnen, sprinkhanen, vogels en zoogdieren. In dit rapport vind je tabellen met status en biotoopvereisten van de bijzondere soorten van de genoemde soortengroepen.


Inhoud:

  • Korte bespreking van de zeldzame, bedreigde en beschermde soorten, waar ze voorkomen (bepaald bosbestand of volledig bos) en eventueel aanduiden op kaart.

  • Korte bespreking van de biotoopvereisten van de bijzondere soorten.



              1. Opbrengsten en diensten

Inhoud:


  • Korte beschrijving, o.a. houtopbrengst (gekapt volume, eventueel per boomsoort), jachtpacht, jachtovereenkomsten.

  • Beschrijving van het actuele recreatief gebruik (routes, bewegwijzering, ..evt horeca)




1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   ...   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina