Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina20/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23

IV.4.Beroepsprocedure

Het Bosdecreet voorziet geen beroepsprocedure.


In de begeleidende brief bij de machtiging wordt standaard verwezen naar de mogelijkheid om beroep aan te tekenen bij de Raad van State, bij verzoekschrift ingediend binnen de 60 dagen na de betekening van de beslissing.

IV.5.Richtlijnen m.b.t. bij te houden gegevens over de machtigingen

De meeste machtigingen zijn combinaties met een kapmachtiging of een bosbeheerplan. De gegevens over deze dossiers worden bijgehouden in de resp. databanken.


Voor machtigingen voor privé-bos zal er een aanvullend luik bij het kapmachtigingsprogramma voorzien worden. In afwachting hiervan worden de belangrijkste dossiergegevens bijgehouden in een Excel-tabel per provinciale dienst.


IV.6.Kwaliteitscontrole

Wegens het gering aantal dossiers wordt geen aparte kwaliteitscontrole gehouden. Voor kwaliteitscontrole geselecteerde kapmachtigingen gecombineerd met een machtiging zoals beschreven in dit hoofdstuk worden dan wel gecheckt op het toepassen van de in deel IV.9 opgesomde criteria.


IV.7.Controle op de naleving van de voorwaarden van de machtigingen

Wegens het gering aantal dossiers wordt geen aparte controle georganiseerd.


IV.8.Wat bij vaststelling van een niet vergunde ingreep?


Privé-bos: Wanneer een beleidsadviseur een niet vergunde ingreep/activiteit vaststelt wordt eerst onderzocht of de ingreep/activiteit volgens de criteria in deze richtlijn had kunnen vergund worden en of er herstel ter plaatse aangewezen is. De vaststelling van de niet vergunde ingreep/activiteit samen met deze informatie wordt via het meldingsformulier bezorgd aan Natuurinspectie.
Openbaar bos: De boswachter moet PV opstellen (cfr. ANB-richtlijn 2008/06 Meldingen aan de Natuurinspectie.


IV.9.Inhoudelijke beoordeling

IV.9.1.algemeen voor alle ingrepen: activiteiten in bospercelen gelegen in SBZ en/of wanneer er een goedgekeurd natuurrichtplan is

Zie I.2.3. Bij elke aanvraag voor een machtiging wordt ingeschat of de ingreep/activiteit een betekenisvol effect kan hebben op de natuurlijke kenmerken van de SBZ. Indien ja, dan wordt onderzocht of door het opleggen van milderende maatregelen dit effect kan tegengegaan worden. Deze maatregelen worden als voorwaarde opgenomen in de machtiging.

Indien geen aantasting van de natuurlijke kenmerken van de SBZ verwacht wordt, wordt dit ook zo expliciet vermeld in de aanhef van de machtiging.
Wanneer er voor de betrokken percelen een goedgekeurd natuurrichtplan bestaat, moet onderzocht worden of de gevraagde ingreep/activiteit in overeenstemming is met de bepalingen van het natuurrichtplan.

IV.9.2.Gebruik van bestrijdingsmiddelen23





  • In VEN: gebruik bestrijdingsmiddelen is verboden, tenzij mits bekomen van een VEN-ontheffing. De beslissing over de ontheffing wordt zoveel mogelijk tegelijk in één besluit genomen met de (kap)machtiging of de goedkeuring van het bosbeheerplan.

Richtlijn:

      • VEN-ontheffing wordt in principe enkel toegestaan voor chemische bestrijding van agressieve exoten (meestal gebruik van glyfosaat bij bestrijding van Amerikaanse vogelkers).

      • In afwijking van de CDB, als overgangsmaategel kan er voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier in het VEN een individuele ontheffing verleend worden indien voldaan wordt aan volgende voorwaarden:

            • Enkel met een voor roestbestrijding bij populieren gehomologeerd product, in toegelaten dosering en met inachtname van de in de homologatie opgelegde toepassingsvoorwaarden (zie www.fytoweb.be);

            • Bijkomende voorwaarden vanuit ANB:

              • Enkel voor populierenbestanden aangeplant vóór de afbakening van het VEN (dit betekent in de meeste gevallen 18/07/2003)

              • Niet in de nabijheid van woningen en voedsel- of voedergewassen

              • Op minstens 10 m afstand van open water




  • In openbare bossen: voor gebruik van bestrijdingsmiddelen is een machtiging in toepassing van art.20, 1 of 7 en van art.97, §1, 10 nodig. In openbare bossen gelden bovendien de verplichtingen van het decreet van 31/01/2002 houdende de vermindering van het gebruik van bestrijdingsmiddelen door openbare diensten en het BVR van 19/12/2008. Hier moet het gebruik van bestrijdingsmiddelen voorzien zijn in het reductieplan opgesteld in toepassing van dit decreet.

Richtlijn:



  • Gebruik van bestrijdingsmiddelen andere dan glyfosaat en anders dan voor bestrijding van agressieve exoten wordt niet toegestaan. Zie indicator 4.3.4 van de criteria voor duurzaam bosbeheer.

  • De bestrijding van Amerikaanse vogelkers of andere agressieve exoten met glyfosaat volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer kan wel in een planmatige en gecombineerde mechanisch-chemische bestrijdingsmethode. Informatie mbt meest aangewezen technieken zal ter beschikking gesteld worden via de website www.natuurenbos.be.

  • In afwijking van de CDB, als overgangsmaategel kan er voor het gebruik van bestrijdingsmiddelen tegen roestinfecties bij populier een machtiging verleend worden indien voldaan wordt aan de hierboven vermeld voorwaarden.



  • In privé-bossen: buiten VEN is er geen verbod op het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Uiteraard mogen enkel producten gebruikt worden in die omstandigheden waarvoor ze toegelaten zijn. Meer info op www.fytoweb.be.





1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina