Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina21/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23

IV.9.3.bemesting anders dan stalmest in de plantput

Openbare bossen en privé-bossen in VEN: Volgens de criteria voor duurzaam bosbeheer (indicator 3.1.3) is bemesting anders dan in de plantput niet toegelaten.


In privé-bossen buiten VEN: er is geen verbod op het gebruik van bemesting.
Bemesting kan maar als het ook toegelaten is in toepassing van het Mestdecreet.

IV.9.4.creëren open plek in het bos

Zie ANB-richtlijn 2006/04 ‘criteria voor het creëren van open plekken in het bos en voor het beheer van bestaande open plekken in het bos’.


Creëren van open plekken gebeurt altijd in het kader van een bosbeheerplan.


IV.9.5.maaibeheer + afvoer maaisel

Voor maaibeheer is er een machtiging nodig volgens artikel 97, §1, 10° (openbare bossen) of 97, §2, 5 (privé-bossen). Bij goedkeuring van het bosbeheerplan, moet voor deze werken ook expliciet een machtiging verleend worden in toepassing van art.97.


Richtlijn:

  • maaibeheer wordt toegelaten in volgende omstandigheden:

Het maaisel kan indien nodig verzameld worden op hopen (1 hoop per open plek). In dat geval is er geen meldingsplicht of vergunningsplicht (cfr. VLAREM)

    • In andere gevallen wordt maaien niet toegestaan, bijv. maaien van bramen en varens zonder aanwijsbare reden (om ‘het bos op te kuisen’).



IV.9.6.ontstronken

Voor ontstronken is er in openbare bossen een machtiging nodig volgens art.20, 1° , art. 96 en art.97, §1, 2. Bij goedkeuring van het bosbeheerplan moet voor deze werken ook expliciet een machtiging verleend worden in toepassing van art.97, §1, 2.


In privé-bossen wordt de machtiging voor ontstronken verleend in toepassing van art.96 of in een goedgekeurd bosbeheerplan.
Richtlijn:

    • Het ontstronken wordt alleen toegelaten in kader van aanleg of beheer van open plekken of wanneer nodig voor maaibeheer.



IV.9.7.aanleg of verbreden bosweg

Over de vraag of het aanleggen van een nieuwe bosweg of –pad een ontbossing inhoudt: zie ANB-richtlijn: 2006/01 ‘Definitie bos, ontbossen en open plekken binnen het bos’, II.1.4.


Voor aanleg of verbreden van een bosweg, die niet beschouwd wordt als ontbossing, is er een machtiging nodig in toepassing van art.20 (enkel openbare bossen), art.90 en art. 96 van het Bosdecreet. Bij goedkeuring van het bosbeheerplan moet voor deze werken ook expliciet een machtiging verleend worden in toepassing van art.90.
Aanleg van nieuwe wegen met of zonder verharding (die geen ontbossing inhouden) wordt bij voorkeur via een uitgebreid bosbeheerplan geregeld (dus niet in het kader van een aparte vraag voor machtiging). In een uitgebreid bosbeheerplan worden deze nieuw aan te leggen wegen zonder verharding aangeduid op kaart onder punt 1.5 'Statuut van de wegen en waterlopen'. In een beperkt beheerplan wordt bij het formulier een gedetailleerd plan en beschrijving van de werken bijgevoegd.
Voor de aanleg van nieuwe wegen met verharding of het verharden van aanvankelijk niet verharde wegen is naast de machtiging in toepassing van het Bosdecreet ook nog een stedenbouwkundige vergunning vereist. Bij de goedkeuring van het bosbeheerplan of bij het verlenen van de machtiging wordt hier best vermeld dat de goedkeuring/machtiging maar geldt als ook de nodige stedenbouwkundige vergunning bekomen wordt.
Bij ontvangst van een adviesaanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning kan verwezen worden naar de goedkeuring van de werken door ANB via het bosbeheerplan of de machtiging kan tegelijkertijd met het advies verleend worden.
Het verwijderen van wegbedverharding en heraanvullen met cultuurgronden, kan wel zonder stedenbouwkundige vergunning, als de werken zijn opgenomen in het bosbeheerplan24.
Voor openbare bossen, behorend tot het openbaar domein is voor het aanbrengen van een andere verharding of de vervanging van de bestaande verharding zonder verbreding ervan geen stedenbouwkundige vergunning nodig. Dit geldt echter niet wanneer het gaat over een grintweg, steengruisweg of kasseiweg of indien gelegen in een stads- of dorpsgezicht, of in de onmiddellijke omgeving van een beschermd of voorlopig beschermd monument.25
Voor onderhoudswerken aan wegen, zonder ze te verbreden en zonder aanbrengen van verharding is er geen machtiging in toepassing van het Bosdecreet nodig, voor zover deze werken niet gepaard gaan met beschadiging van bomen en/of vegetatie. Indien schade aan bomen of vegetatie niet te vermijden is, is er toch een machtiging in toepassing van art.97, §1, 10 (openbare bossen) of art.97, §2, 5 (privé-bossen) nodig. In het uitgebreid bosbeheerplan: Wegen waar onderhoudswerken gepland worden, worden aangeduid op kaart onder punt 1.5 'Statuut van de wegen en waterlopen'. In het beperkt bosbeheerplan worden de werken beschreven in het deeltje ‘ingrepen en activiteiten waarvoor een machtiging nodig is’.

Richtlijn:







    • Onderhoud van bestaande wegen: technische richtlijnen in opmaak. Na voltooien van het hierbovenvermelde vademecum zal ANB onderzoeken of de hier vermelde richtlijnen nog verder verfijnd moeten worden.





1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina