Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina22/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23

IV.9.8.reliëfwijziging – wijziging waterhuishouding

Voor ingrijpende reliëfwijzigingen is er een machtiging nodig van ANB in toepassing van art. 20 (enkel openbare bos) en art. 90 en art. 96. Bij goedkeuring van het bosbeheerplan, moet voor deze werken ook expliciet een machtiging verleend worden in toepassing van art.90.

Daarnaast zal er meestal ook een stedenbouwkundige vergunning nodig zijn. Indien dergelijke machtiging wordt verleend, wordt ze best verleend onder de voorwaarde dat ook de nodige stedenbouwkundige vergunning wordt bekomen.
Bij ontvangst van een adviesaanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning kan verwezen worden naar de goedkeuring van de werken door ANB via het bosbeheerplan of de machtiging kan tegelijkertijd met het advies verleend worden.
Een stedenbouwkundige vergunning is niet nodig voor:


    • het aanleggen van amfibiepoelen of veedrinkpoelen met een maximale oppervlakte van 100 vierkante meter en een maximale diepte van anderhalve meter, indien de werken opgenomen zijn in een goedgekeurd bosbeheerplan, het beheerplan van een natuurreservaat of in een goedgekeurd natuurinrichtingsproject, landinrichtingsproject of ruilverkaveling26.

In VEN: wanneer een stedenbouwkundige vergunning nodig is, is er geen VEN-ontheffing nodig wanneer de stedenbouwkundige vergunning verleend is rekeninghoudend met het advies van ANB. Indien er geen stedenbouwkundige vergunning nodig is, dan kan de nodige VEN-ontheffing tegelijk met de goedkeuring van het bosbeheerplan verleend worden. Een machtiging voor het graven van een poel in VEN, los van een bosbeheerplan wordt niet toegestaan.


Richtlijn:

  • afgraven, ophogen, nivelleren: wordt in principe niet toegestaan.

uitzondering:

    • voor de inrichting van speelzones: concrete richtlijnen zullen uitgewerkt worden na voltooiing van het Vademecum ‘infrastructuur in bossen, parken en natuurgebieden, deel 2 ‘recreatieve infrastructuur’




  • Aanleg poel: kan toegestaan worden, mits een duidelijke ecologische motivatie of wanneer voorzien in een natuurrichtplan, natuurinrichtingsproject, landinrichtingsproject.

Een bospoel in gesloten bos is enkel voor de vuursalamander zinvol. Voor dergelijke bospoel gelden volgende criteria:

    • Geschikte bodem

    • er is geen zeer waardevolle (verboden te wijzigen) vegetatie aanwezig

    • populatie vuursalamanders aanwezig in de nabije omgeving

    • geschikte landbiotoop aanwezig voor vuursalamander: dikke humuslaag met traag verterende bladeren, waarin ze zich zonder moeite kunnen ingraven

Voor andere poelen in permanente open plekken of wanneer minstens 1 boomhoogte in Z/ ZW / W - richting vrijgehouden wordt gelden volgende criteria:

    • geschikte bodem

    • er is geen waardevolle (verboden te wijzigen) vegetatie aanwezig



  • aanleg nieuwe grachten/drainage: wordt in principe niet toegestaan, tenzij er een uitgebreide ecologische en/of milieutechnische motivering is. (in VEN en openbare bossen: zie criterium 4.4 van de criteria voor duurzaam bosbeheer)




  • Onderhoud van bestaande grachten:

    • In privé-bos buiten VEN (en indien geen uitgebreid bosbeheerplan): geen machtiging nodig

    • Privé-bos in uitgebreid bosbeheerplan, in VEN en openbaar bos: zie ‘criteria voor duurzaam bosbeheer, indicator 4.4.2:

      • Waterrijke gebieden, zoals gedefinieerd in het decreet Natuurbehoud27, en overstromingsgebieden mogen niet ontwaterd worden. Dit impliceert dat bij eventueel toch reeds bestaande afwateringssystemen op termijn het onderhoud afgebouwd zodat de grondwaterstand geleidelijk stijgt en het bestand zich kan omvormen naar soorten die aan de standplaats zijn aangepast.

      • Buiten deze gebieden kunnen bestaande drainagesystemen, ont- en afwateringen behouden blijven indien dit noodzakelijk is voor het behoud van stabiliteit en vitaliteit van bosbestand of natuurwaarden.

      • Bestaande drainage, ontwatering of afwatering kan in uitzonderlijke gevallen worden gewijzigd om de andere functies te kunnen optimaliseren. Nieuwe drainagevoorzieningen zijn nergens toegestaan.



IV.9.9.plaggen, verwijderen strooisellaag

Voor plaggen of verwijderen van de strooisellaag is er een machtiging nodig in toepassing van art. 96 en art.97, §1,1 (openbare bossen) en art.97, §2, 8 (privé-bossen). Bij goedkeuring van het bosbeheerplan moet voor deze werken ook expliciet een machtiging verleend worden in toepassing van art.97.


Richtlijn:

  • Strooiselroof/winning met als enige doel het gebruik van het strooisel wordt niet toegestaan. Alleen wanneer deze ingreep gemachtigd werd in vroegere goedgekeurde beheerplannen, kan hij nog uitgevoerd worden.

  • Verwijderen van de strooisellaag als ecologische maatregel voor het herstel van een bepaald vegetatietype kan toegestaan worden mits uitgebreide ecologische motivering. Dit gebeurt bij voorkeur in het kader van een uitgebreid bosbeheerplan.



IV.9.10.Gebruik van prikkeldraad:

Voor het behoud of het gebruik van prikkeldraad is er een machtiging nodig in toepassing van art. 97, §1, 12 (openbare bossen) of art. 97, §2, 7 (privé-bossen) of het moet voorzien zijn in het bosbeheerplan.


Richtlijn:

  • Behoud van reeds aanwezige prikkeldraad is mogelijk onder volgende voorwaarden:

      • In het beheerplan wordt duidelijk aangegeven waar er prikkeldraad aanwezig is. Of in de kapmachtiging wordt vermeld dat de bestaande aanwezige prikkeldraad kan behouden blijven.

      • Bij vervanging moet gladde draad gebruikt worden.




  • Aanbrengen van nieuwe prikkeldraad wordt in principe niet toegestaan, tenzij uitzonderlijk mits uitdrukkelijke motivering.


1   ...   15   16   17   18   19   20   21   22   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina