Handleiding betreft: bosbeheerplannen, kapmachtigingen en andere machtigingen voor beheerwerken in bos



Dovnload 0.82 Mb.
Pagina4/23
Datum22.07.2016
Grootte0.82 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   23

II.3.Welke terreinen kunnen opgenomen worden in een bosbeheerplan

II.3.1.bos – niet-bos


Een bosbeheerplan conform art. 43 van het Bosdecreet kan opgesteld worden voor alle terreinen die onder de toepassing van het Bosdecreet vallen (zoals opgesomd in het Bosdecreet art. 3). Hieronder vallen dus ook de open plekken binnen het bos, die beantwoorden aan de definitie zoals bepaald in de ANB-richtlijn 2006/01 ‘definitie bos, ontbossen en open plekken binnen het bos’
Nog te bebossen percelen kunnen in het bosbeheerplan opgenomen worden. Ze worden meegerekend als bos, zodra de nodige vergunningen en adviezen bekomen zijn. Bij een beheerplan voor privé-bos, geldt de goedkeuring van het bosbeheerplan ook als advies van het ANB in toepassing van art.87, 4de lid van het Bosdecreet. Dit wordt expliciet vermeld in het goedkeuringsbesluit (zie II.6.9).
De goedkeuring van het bosbeheerplan houdt ook de goedkeuring in van ANB voor de in het beheerplan vermelde beheermaatregelen voor deze nog te bebossen percelen.
Andere niet-bos gedeelten zoals stukken park, natuur, reservaat, dreven, boomgaarden, die niet onder de toepassing van het Bosdecreet vallen, maar die functioneel en ruimtelijk samenhangen met het bos zelf, kunnen op voorstel van de beheerder mee opgenomen worden in het beheerplan. Argumenten hiervoor kunnen zijn: bv. Maximaal benutten van mogelijke interacties, streven naar eenheid van beheer, versterking van de natuurwaarden, plannen voor toekomstige bebossing, ....
Illegaal ontboste zones of zones met illegale constructies (dus niet het volledige kadastrale perceel!)worden niet mee opgenomen in een bosbeheerplan, tenzij er duidelijke plannen zijn voor herstel. De goedkeuring van het bosbeheerplan staat dan los van eventuele andere acties i.v.m. het ontboste gedeelte en/of de illegale constructie.

ANB kan tot uitsluiting overgaan indien de bosbeheerder niet kan aantonen dat de ontbossing of de constructie vergund zijn of van voor de vergunningsplicht dateren. De illegale ontbossing of constructie wordt dan gemeld aan de cel NI, die volgens eigen prioriteiten bepaalt wat er met deze melding zal gebeuren.


Het bosbeheerplan (zowel beperkt als uitgebreid) is juridisch enkel van kracht voor de in het bosbeheerplan opgenomen terreinen, die voldoen aan de definitie van ‘bos’ volgens art. 3 van het Bosdecreet, en voor zover ze niet aangewezen of erkend zijn als bosreservaat of natuurreservaat.
Het is dus van groot belang in elke bosbeheerplan duidelijk aan te geven in welke delen het Bosdecreet niet van toepassing is. In de niet-bosgedeelten wordt er door de goedkeuring van het bosbeheerplan geen vrijstelling verleend van vergunningsplicht. Het bosbeheerplan geldt er enkel als een richtinggevend document. Het is zeer belangrijk dat de indiener van het beheerplan hierover correct geïnformeerd wordt.
Bij een uitgebreid bosbeheerplan is het enkel voor de bosgedeelten dat de Criteria voor Duurzaam Bosbeheer getoetst worden. De eventuele opname van andere terreinen in het uitgebreid bosbeheerplan kan het al dan niet voldoen aan de CDB dus niet vereenvoudigen of bezwaren, en levert ook geen extra subsidies op via het Bosdecreeti.
Strikt genomen is het niet mogelijk subsidies op basis van het Bosdecreet (opmaak bosbeheerplan, ecologische bosfunctie, openstelling) te verlenen voor terreinen die niet onder de toepassing van het Bosdecreet vallen (of zullen vallen na beplanting of spontane bebossing).

Slechts in heel specifieke gevallen kan er na overleg op de Centrale Diensten van het ANB beslist worden om ‘niet-bos’-gedeeltes mee te subsidiëren.




II.3.2.gezamenlijke bosbeheerplannen - boscomplex

Art. 5 van het besluit op de beheerplannen bepaalt dat een gezamenlijk beheerplan betrekking heeft op bossen die behoren tot één zelfde boscomplex.

In art.1, 6° van het zelfde besluit wordt ‘boscomplex’ gedefinieerd als: ‘fysisch en geografisch samenhangend geheel van bospercelen.’
Een boscomplex is een min of meer aaneengesloten bosgebied dat, onafhankelijk van de eigendomssituatie, een samenhang vertoont op ecologisch, landschappelijk en/of recreatief vlak. Het is een bos waarvoor het zinvoller is een overkoepelend beheerplan op te maken, omdat anders kansen en potenties op ecologisch (bvb bosomvorming, corridors, creëren van open plekken, zonering), landschappelijk (bvb maatregelen binnen een beschermd landschap) of recreatief gebied (bvb geleiding van recreatiestromen, speelbos) blijven liggen. De concrete afbakening van een boscomplex is sterk afhankelijk van de terreinsituatie. Criteria die hierbij kunnen helpen zijn: ligging ten opzichte van woonkernen, aanwezigheid van ecologische verbindingen tussen boskernen, fysische barrières,…
Bij de opmaak van een bosbeheerplan zal het Agentschap voor Natuur en Bos steeds streven naar gezamenlijke bosbeheerplannen voor aaneensluitende boscomplexen. De subsidieregeling (BVR 27 juni 2003) is hiertoe een belangrijke stimulans met de subsidie voor het opstellen van een uitgebreid beheerplan. Ook de bosgroepen spelen hier een grote rol. Maar het is ook belangrijk dat dit streven in elke communicatie vanuit het Agentschap voor Natuur en Bos met betrekking tot bosbeheerplannen inherent aanwezig is.
Zeker in grotere boscomplexen met een versnipperde eigendomsstructuur zal het niet altijd mogelijk zijn alle bosbeheerders mee te betrekken in het gezamenlijke bosbeheerplan. Toch blijft ook dan het niveau van het boscomplex een zinvolle referentie.

In dergelijke gevallen kan bij de opmaak van het beheerplan een onderscheid gemaakt worden tussen het volledige boscomplex enerzijds (bvb bij de cartografische beschrijving, de algemene visievorming) en de effectief deelnemende stukken anderzijds (bvb bij de detailbeschrijving, de vastlegging van de doelstellingen, de uitwerking van het beheer).

Een dergelijke aanpak vergt nauwelijks extra investering, maar biedt wel een globaal inzicht in het volledige gebied. Daardoor wordt o.m. het achteraf aansluiten van andere boseigendommen binnen het boscomplex sterk vereenvoudigd.

Deze visie rond het boscomplex is niet bindend voor de niet deelnemende percelen.


Het is niet overal mogelijk om een voldoende groot boscomplex af te bakenen. Dan is het mogelijk om diverse versnipperde kleine bosjes samen in één beheerplan op te nemen. (Dit is bijvoorbeeld belangrijk om ook deze kleine bosjes te kunnen laten deelnemen aan groepscertificering.)
Dit gebeurt bijvoorbeeld vaak bij beheerplannen van een gemeente, die al haar eigen bosjes in één overkoepelend beheerplan opneemt en gelijktijdig, bijv. via de bosgroep, de kans biedt aan andere bosbeheerders hetzelfde te doen. Wanneer het om een sterk versnipperd bosareaal gaat, is de beschrijving op niveau van een boscomplex meestal minder zinvol. Dit neemt niet weg dat deze formule combineerbaar is met het uitgebreide bosbeheerplan voor een boscomplex, bijvoorbeeld door het mee opnemen van losse bossnippers binnen een brede perimeter rond het afgebakende boscomplex.
Andere keuzes om aan grotere beheerplannen te werken blijven ook mogelijk, zoals het samenvoegen van alle bossen van één eigenaar of het samenbrengen van bossen met eenzelfde problematiek (bvb binnen een valleigebied) – al is het in die gevallen wel telkens zinvol na te gaan of een samenwerking binnen een boscomplex geen extra meerwaarde biedt.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   23


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina