Handleiding Coach 5



Dovnload 219.79 Kb.
Pagina10/10
Datum20.08.2016
Grootte219.79 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

5.1 Coach 5 en IP-Coach 4


Hieronder treft u een overzicht aan van IP-Coach 4 modules, waarin staat aangegeven hoe deze onderdelen in Coach 5 beschikbaar zijn.


IPC4 module

Equivalent in Coach 5
Multiscoop




Meetactiviteit met diagrammen (zie § 3.2).

De meetinstelling (tijdsduur en triggervoorwaarden) bevinden zich onder de meetinstellingsknop (zie Leerlinghelp, Meetinstelling).


Demometer

Van iedere sensor zijn de waarden direct groot op het scherm af te beelden. Dit vervangt Demometer>Analoog.
Handinvoer van gegevens vervangt Demometer > Analoog > Handinvoer (zie ‘Handinvoer’ in de Leerlinghelp). Men kan nu meetpunten invoeren en gelijktijdig een grafiek zien ontstaan.
De Demometermogelijkheden Pulsduur en Tijdsduur zijn vervallen. Pulsen tellen kan door de waarde van een tellersensor in de tijd te meten (afh. van de mogelijkheden van de gebruikte interface). Pulsen tellen in intervallen kan met ‘Handinvoer (met tellers)’.
Stapmeting

Pulsgestuurde activiteit met diagrammen (zie § 3.2). Afhankelijk van de interface kunnen pulsen nu ook op analoge kanalen worden geteld (zie, Leerlinghelp, Meetinstelling)
Kinegraaf

Voor het gebruik van ultrasone sensoren is geen apart Coachprogramma meer nodig. Ultrasone sensoren worden behandeld als alle andere sensoren. Alleen de interface bepaalt of ultrasone sensoren gebruikt kunnen worden.
IJking

De ijking is een onderdeel van de sensoreigenschappen (zie § 3.2). IJking d.m.v. een ijkcurve is gelijkwaardig met een ijking in IPC4. Tevens is de mogelijkheid beschikbaar om een eenvoudige lineaire tweepunt-ijking uit te voeren (zie ‘IJking’ in de Leerlinghelp). Er is een bibliotheek met min. één standaardijking voor alle sensoren.
Verwerking

Alle IPC4 analyse- en –bewerkingsmogelijkheden zijn beschikbaar in het diagramvenster onder (alleen beschikbaar als er (meet)­waarden zijn). De bewerkte curve vervangt de originele curve of komt samen met deze in één grafiek te staan. In dat laatste geval zijn er twee y-assen. Ook kan de bewerkte curve dan al tijdens de meting in grafiek verschijnen.
Rekenvel

Alle rekenfuncties zijn beschikbaar via ‘Wijzig/Maak tabel.’ De instelling van een diagram of tabel biedt de mogelijkheid om formules in te voeren. Een tabel in een venster vormt in feite een rekenvel. Een diagram is direct in een tabel om te zetten (en v.v.).

Rij– en kolombewerkingen en statistiek zijn terug te vinden onder in het tabelvenster. Het samenvoegen van meerdere meetresultaten tot één geheel kan met de opties importeren uit dit menu.





Controlomgeving

Stuuractiviteit met diagrammen, sensoren en actuatoren. Het kiezen van commando's verloopt via klikken met de muis. Via de muis zijn actuatoren direct op het scherm te bedienen. Voor het maken van programma’s is er de volledige beschikking over Coachtaal (zie help). Ook is besturing via zogenaamde ‘Leerknoppen’ mogelijk.

Modelomgeving &
Grafische Model­-
omgeving (GOM)


Modelactiviteit (zonder paneel). Modellen worden ofwel als tekst ingevoerd (met gebruikmaking van CoachTaal commando’s), of als grafisch model. Simulatie van één modelparameter en hypothesetoetsing (vergelijking model met meetgegevens) zijn mogelijk. Het aantal berekende punten is instelbaar ( 9999).
Extra's

De opties onder Extra’s zijn voor een deel overgenomen door de instellingen van Windows. Gebruik de knop "Installeer hardware" (zie § 2.2) voor het wijzigen/detecte­ren van de installatie van de interface. Met behulp van Bewerk onder kunnen diagrammen worden overgebracht naar een tekstverwerker en kolommen van tabellen naar een spreadsheet. Importeren en exporteren van tabellen zit onder van het tabelvenster. Ook met knippen en plakken is het im–/exporteren van gegevens mogelijk.

Zie § 5.2 voor het importeren van Coach 4 bestanden.



Proefmaker/
Macromaker


De rol van Proefmaker is overgenomen door de organisatie van toepassingen in projecten en activiteiten. Hulpmiddelen daarbij zijn Profielbeheer en de Activiteitopties in een activiteit. Daarnaast kunnen activiteiten worden “aangekleed” met tekst, plaatjes en filmpjes. Ook links naar interessante websites kunnen nu in de soft-ware worden klaargezet (onder de Internetknop). Het maken van macro's is niet meer mogelijk (wel zijn er veel sneltoetsen beschikbaar – zie de Leerlinghelp).



5.2 Importeren van Coach 4 bestanden

In Coach 5 kunnen zowel resultaten (*.DT0-bestanden), ijkbestanden (*.CAL) en modelbestanden en stuurprogramma’s (*.ASC) van Coach 4 worden opgehaald.


Er zijn twee mogelijkheden om meetgegevens uit Coach 4 over te zetten naar een tabel in Coach 5:


  • Toevoegen van extra kolommen aan een bestaande tabel.
    Gebruik de optie ‘Importeer data’ onder de hamerknop bij een bestaande tabel. Deze tabel kan dan worden uitgebreid met extra kolommen die geïmporteerde gegevens van Coach 4 bevatten. Het is daarbij mogelijk een selectie te maken uit de rijen en kolommen van het invoerbestand. Met de optie “Toon als diagram” kunnen de gecombineerde gegevens grafisch worden afgebeeld.

  • Maken van een nieuwe tabel met meetgegevens uit Coach 4
    Gebruik de gele knop “Kies tabel” en vervolgens de optie “Importeer” om een nieuwe tabel voor gegevens uit Coach 4 aan te maken. Ook nu is het weer mogelijk een selectie te maken uit beschikbare rijen en kolommen.

Programma’s die gemaakt zijn met ‘Controlomgeving’ van Coach 4 kunnen onder de optie “Haal programma op” geïmporteerd worden door rechts te klikken in het programmavenster. Ditzelfde geldt ook voor modellen.


5.3 Coach 5 en Coach Junior

Coach 5 bevat alle functies van Coach Junior (Docentversie). Bij installatie van Coach 5 wordt een leerlingversie van Coach 5 Junior met bijbehorende projecten meegeïnstalleerd. Deze projecten kunnen in de docentversie van Coach 5 worden opgehaald en gewijzigd. In profielbeheer is het vervolgens mogelijk projecten en activiteiten met instellingen voor de gewenste doelgroep klaarte zetten.



5.4 Wat is nieuw in Coach 5 v2.0?

Voor gebruikers van oudere versies van Coach Junior en het basispakket
Coach 5 volgt hierna een beknopte samenvatting van de belangrijkste verbeteringen in de huidige update.

Wat is nieuw in Coach 5 Junior?

  • Ondersteuning voor plaatjesformaten JPG en GIF (naast BMP)

  • Ondersteuning voor videoformaten MPG en MOV (naast AVI)

  • Internetknop toegevoegd


  • Uigebreidere mogelijkheden voor het wijzigen/maken van diagrammen
  • Knop ‘Automatisch herschalen’ in Diagramvenster

  • Nieuwe mogelijkheden van Leerlingmodi:

  • Gesloten modus: Alternatieve panelen worden nu ondersteund
  • Open modus: Diagram– en tabelknop altijd beschikbaar
  • Eigen Lab modus: Niet-lineaire ijking toegestaan; Instellen van meetfrequentie toegestaan
  • Sorteren van een tabelkolom is in alle Leerlingmodi beschikbaar

  • Uitlezen werkt precies omgekeerd: bij gewoon klikken kleeft de cursor aan de grafiek, bij Ctrl+klikken kan ook buiten de grafiek geklikt worden.

  • Handmatig meten: het is nu mogelijk om een nieuwe meetserie te beginnen, of de vorige meetserie te vervolgen

  • In de sensortabel is een voltmetertje toegevoegd dat de binnenkomende spanningswaarde weergeeft.

Wat is nieuw in het basispakket Coach 5?

  • Coach Junior is nu een geïntegreerd onderdeel van Coach 5

    • Mogelijkheid om als Docent activiteiten snel te beoordelen als ‘Student’ en als ‘Leerling’
    • Optie ‘Programmeerknop aanwezig’ geldt ook voor de Modelknop.
    • Nieuw gebruikerstype in profielbeheer: ‘ Student’ (elke activiteit opent met maximale mogelijkheden voor bovenbouwleerlingen)
  • Coach ondersteunt nu tot 16380 datapunten voor (model)berekeningen, stuurprogramma’s (en met CoachLab II en de UIA/UIB interfaces is het nu ook mogelijk tot 16000 meetpunten te meten!)

  • Handmatig meten

    • Bij handmatig meten wordt nu standaard de gemeten waarden uitgezet tegen de rij-index.
    • Handmatig meten met tellers mogelijk: d.w.z. er kunnen nu intervaltellingen gedaan worden
  • Tabellen, diagrammen, waarden en meters

    • Importeren van ASCII; Coach 5/Coach Junior; IPC4; DIF formaten
  • Exporteren ASCII en DIF formaten

    • In een Diagramvenster is het kader met coördinaten bij uitlezen versleepbaar.
Klembordkopie vanuit Tabelvenster verbeterd
    • Er is een nieuwe verbinding: de rij-index die de rangorde van een meetpunt aangeeft.
    • De waarde van de klok wordt nauwkeuriger weergegeven
    • De klok blijft na een meting de laatste tijd tonen (kan nu als eenvoudige stopwatch gebruikt worden).
    • Achtergrondgrafieken importeren, ook om meetgegevens te vergelijken met (model)­berekende gegevens
  • Sensoren en Actuatoren, Bibliotheek

    • In de Docentmodus kan een sensor gedefinieerd in de activiteit worden bewaard op project– of bibliotheekniveau.
    • In de sensortabel is een voltmeter die de actuele spanningswaarde weergeeft (indien opgeroepen via een sensor vanaf paneel)
    • Bibliotheek opent veel sneller
    • IJkingen van een aantal sensoren verbeterd
    • Waarschuwingen tegen verwijderen van zelfgedefinieerde sensoren en actuatoren
    • Nieuwe sensoren toegevoegd
    • Namen van sommige sensoren herkenbaarder gemaakt
    • Alle Nederlandse sensoren hebben nu het artikelnummer in de Tooltip staan

  • Profielbeheer

    • ‘Kopieer profiel’-knop
    • Waarschuwingen tegen verwijderen profiel
    • Nieuw gebruikerstype in profielbeheer: ‘ Student’ (elke activiteit opent met maximale mogelijkheden voor bovenbouwleerlingen)
  • Projectbeheer

    • gerestyled, functionaliteit niet veranderd.
    • Mappen waaruit of naar gekopieerd is worden onthouden.
  • Hardware

    • CoachLab II driver ondersteunt 16380 meetpunten
    • UIX driver (UIA/UIB) ondersteunt 16380 meetpunten
    • Ondersteuning van RCX (nog beperkt)
    • Ondersteuning CBL direct
    • Ondersteuning van CBL2 (nog beperkt)
    • Ondersteuning zwarte TI Graph-Link kabel voor CBL/CBR


Bijlage 1: Installatie van Coach 5 op een netwerk

Inleiding en achtergronden

Coach 5 is - afhankelijk van het type interface - bruikbaar in bijvoorbeeld een Novell-netwerk of een Windows-netwerk. De bestanden moeten zich op de server bevinden in een map die met cliënt-machines kan worden gedeeld.



De instellingen kunnen echter van cliënt tot cliënt verschillen.

Te denken valt aan het gebruik van verschillende seriële of parallelle poorten, een andere letter voor de CD-drive of het gebruik van verschillende interfaces.
De volgende bestanden bepalen de Coach 5 instellingen:

  • COACH.INI (hardwareinstellingen)

  • PROFILES.C5 (permissies voor de leerling).


Bij de start van Coach 5 wordt het COACH.INI bestand gelezen uit de directory waarin Coach 5 is geïnstalleerd. Door middel van een /I switch is een ander INI-bestand aan te wijzen.
Voorbeeld: COACH.EXE /I:C:\COACH5\COACH.INI
Twee installatieprogramma's in de Coach 5 directory op de server maken het mogelijk om een lokale configuratie op een cliënt te maken. Afhankelijk van de configuratie die u gaat maken kiest u:

  • NETINST.EXE voor toepassingen zonder CBL/CBR (wijzigt de registry niet)

  • NETINST_WITH_CBL.EXE8 voor toepassingen met de CBL/CBR (de registry wordt aangepast).

Deze programma's vereisen Windows 95, 98 of NT op de cliënt en administrator-rechten in Windows NT.


Waarschuwing


Coach 5 start niet zodra het bestand PROFILES.C5 is verwijderd of beschadigd. In dat geval moet het bestand van de CD naar de Coach 5 directory worden gekopieerd. Helaas gaan de zelfgedefinieerde profielen daar bij verloren. Het is raadzaam om altijd een reservekopie van het PROFILES.C5 bestand achter de hand te hebben..

Installatie van Coach 5 op een cliënt machine (Windows 95/98 en NT)



Maak een standaard installatie van Coach 5 op de server. Start, via het netwerk, het programma NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE) in de Coach 5 directory op de server. Met het programma maakt u een lokale configuratie op de cliënt.
Opmerkingen:

  • De netwerkdrive moet op de cliënt beschikbaar zijn door middel van een driveletter.

  • Als de instellingen voor alle cliënts hetzelfde zijn en u wilt deze instellingen direct op de server maken, zorg er tijdens de installatie dan voor dat de paden worden aangegeven, GEZIEN VANAF de cliënt.

  • Beveilig de bestanden op de server.


Voor de installatie op een cliënt biedt het installatieprogram NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE) drie mogelijkheden:


  1. De installatie op de cliënt is identiek aan die op de server.
    -
    Selecteer in NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE)2: "Gebruik de instelling op de server".
    - Klik Volgende en dan Installatie.

Het installatieprogramma maakt een Coach 5 groep aan met iconen op de cliënt.


  1. De cliënt moet gebruikmaken van een aangepaste installatie. Het gebruikers profiel is hetzelfde als op de server.

- Selecteer in NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE): "Maak nieuwe instelling".

- Kies een directory op de client om het COACH.INI bestand in te plaatsen.

- Kies als "Gebruikersprofiel": PROFILES.C5.

- Klik Volgende en daarna Installatie.

- Voer de installatie uit voor de cliënt.

Het installatieprogramma maakt een Coach 5 groep met iconen aan op de cliënt en plaatst het COACH.INI bestand in de cliëntdirectory. Wijzig de instellingen door NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE) weer te starten.




  1. De cliënt maakt gebruik van een aangepaste installatie met een lokaal profiel.

- Kies in NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE): "Maak nieuwe instelling".

- Selecteer een directory op de cliënt voor de installatiebestanden.

- Kies als" Gebruikersprofiel": "Lokaal profiel".

- Klik Volgende en daarna Installatie.

- Voer de installatie uit voor de cliënt.

Het installatieprogramma maakt op de cliënt een Coach 5 groep aan met iconen en plaatst de COACH.INI en de PROFILES.C5 in de client directory. Wijzig de instellingen door NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE) weer te starten. De PROFILES.C5 wordt aangepast in de "Profieleditor" van Coach.




  1. De projecten staan op de client in een lokale directory.

- Kies in NETINST.EXE (of NETINST_WITH_CBL.EXE): "Maak nieuwe instellingen".

- Selecteer een directory op de cliënt voor de installatiebestanden.

- Type het pad voor de projectsdirectory of selecteer het met Bladeren.

- Klik Volgende en daarna Installatie.

- Voer de installatie uit voor de cliënt.


Installatie van Coach 5 op een cliënt machine (Windows 3.1)



Start voor een netwerkinstallatie onder Windows 3.1 het programma NETCONF.EXE en volg de handelingen zoals hierboven beschreven voor NETINST.EXE.

Kopieer daarna van de CD de inhoud uit de directory "HelpDlls" naar de systeemdirectory (in het algemeen C:\Windows\Systeem).




Netwerkinstallatie op de client verwijderen



Ga naar het Configuratiescherm > Software en verwijder daar

"Coach 5 Network Client" om de installatie ongedaan te maken.



1 Als u Coach 5 gebruikt met een CBL of CBR heeft u tenminste een Pentiummachine nodig.

2 Onder NT 4.0 zijn voor de installatie van Coach 5, Coach Junior Docentversie en Coach 5 Junior voor de CBL/CBR administrator rechten nodig. Overleg met uw systeembeheerder.

3 Leerlingen kunnen hier bijvoorbeeld gebruik van maken bij een technische ontwerpopdracht in het kader van een profielwerkstuk.

4 Het paneel is de afbeelding van de interface in Coach 5.

5 Sommige interfaces worden echter niet op alle Windows-platforms ondersteund. Zie de tabel op pagina 4.

6 Het maximum is 16.380 meetpunten voor de UIA/UIB en voor CoachLabII .

7 IP-Coach 4.5 is gratis te downloaden: http://www.cma.science.uva.nl/ (rubriek ‘Ondersteuning’).

8 NETINST.EXE voor toepassingen zonder CBL/CBR (wijzigt de registry niet).

NETINST_WITH_CBL.EXE voor toepassingen met de CBL/CBR (de registry wordt aangepast).
Deze programma's vereisen Windows 95, 98 of NT op de cliënt en administratorrechten in Windows NT



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina