Handleiding Coach 5



Dovnload 219.79 Kb.
Pagina2/10
Datum20.08.2016
Grootte219.79 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

2.2 De installatie starten vanaf de Coach 5 CD


  • Sluit alle actieve programma’s op uw computer. (bijvoorbeeld: tekstverwerkers of webrowsers).

  • Plaats de Coach 5 CD in uw CD-ROM station.

  • In Windows 95/98/NT is de CD zelfstartend. Mocht dat niet werken, volg dan onderstaande aanwijzingen:
    - klik op het Startmenu in Windows en selecteer Uitvoeren.
    -
    Typ D:\C5Start {waarin D uw CD-ROM station is}.
    - klik op OK.

  • In Windows 3.x is de CD niet zelfstartend! U moet starten met Start3_1.exe:
    -
    klik in in het menu Bestand op Uitvoeren.
    -
    Typ D:\Start3_1.exe en klik op OK { waarin D uw CD-ROM station is }.

  • Klik op Nederlands.

  • Klik op Voortgezet Onderwijs.

  • Klik op Coach 5.

  • Kies het programma dat u vanaf de Coach 5 CD wilt installeren.



  • Hierna start het installatieprogramma2. Volg de instructies op het scherm.

  • De bestanden worden geïnstalleerd en er wordt een programma groep met iconen aangemaakt. Vervolgens wordt om uw licentiecode gevraagd.


2.3 Invoeren van de licentiecode.


  • Vul de Instituutsnaam en de Licentiecode (hoofdletters of kleine letters maakt niet uit!) in, die u bij de aanschaf van de software hebt ontvangen.





  • Volg de aanwijzingen van het installatieprogramma tot er gevraagd wordt hardwaredrivers te installeren.

2.4 Algemene hardware-installatie


Onderstaande tabel geeft een overzicht van alle interfaces met bijbehorende drivers.



Interface
Driver

UIA or UIB

LEGO DACTA Interface B

LEGO DACTA RCX

CoachLab
CoachLab II

Seriële Meet Interface (SMI)

CMA Kruispunt

CBL Data Logger

CBL 2 Data Logger

CBR Data Logger

EcoLog

UIX.DLL


LABDRV.DLL

RCX.DLL


COACHLAB.DLL

COACHLB2.DLL

SMI.DLL

PCROSS.DLL



CBL.DLL

CBL2.DLL


CBRLOG.DLL

ECOLOG.DLL





Selecteer in de kolom Beschikbaar op schijf de gewenste hardware drivers (zie tabel) en klik op Bij .




  • Selecteer de driver vervolgens in de kolom Geïnstalleerd en klik (indien beschikbaar) op de knop Detecteer in het veld Instelling. Als de hardware op uw computer is aangesloten zal Coach 5 automatisch de juiste parameters voor de the driver instellen.

Bij een groot aantal interfaces moet u de gewenste instellingen met de hand ingeven (zie paragraaf 6. “Specifieke installaties”). Het toevoegen van hardware en het wijzigen van parameters kan altijd nog na installatie van de software worden uitgevoerd.

Gebruik hiervoor het icoon Installeer Hardware in het hoofdmenu van het betreffende Coachprogramma.





  • Herhaal bovenstaande stappen voor alle drivers die u wilt installeren.





2.5 Specifieke hardware-installaties


De procedure voor het instellen van parameters in het veld Instelling verschilt per interface. Bij sommige interfaces kan dat geautomatiseerd gebeuren door gebruik te maken van de knop Detecteer in het veld Instelling (bijvoorbeeld bij de UIA/UIB, zie hierboven).
We beschrijven hierna de procedure voor het handmatig instellen van parameters. We onderscheiden daarbij interfaces die worden aangesloten op de seriële poort en interfaces die op de parallelle poort worden aangesloten.

Interfaces op de seriële poort


De LEGO Dacta Interface B, de LEGO Dacta RCX, CoachLab II, de CBL, de CBL2, de CBR en de Ecolog worden aangesloten op de seriële poort.
Na selectie van de driver in de kolom Geïnstalleerd verschijnt in het veld Instelling een rolmenu. Selecteer hierin de COM-poort, waar de interface op is aangesloten.

Let op: u kunt de juiste werking met de hardware alleen controleren door na installatie een activiteit in Coach te starten.


Voor CoachLab II , de CBL en de CBR moeten daarnaast nog andere parameters worden ingevuld.
Bij CoachLab II is het mogelijk de baudrate voor de seriële communicatie in te stellen.

Advies:


Installeer op de laagste baudrate en test de interface pas op hogere baudrates na de installatie.


Gebruik hiervoor het icoon Installeer Hardware in het hoofdmenu van het betreffende Coachprogramma.






Voor de CBL en de CBR moet nog worden ingegeven of de grijze (oude type) of de zwarte (nieuwe type) Graph Link kabel gebruikt wordt voor verbinding van de Datalogger met de PC.

Ook deze instelling kan na installatie in de software nog gewijzigd worden.


Interfaces op de parallelle poort

CoachLab en het Kruispunt worden met een speciale kabel aangesloten op de printerpoort van de computer. Raadpleeg de bijbehorende handleiding voor aansluit-instructies.

Na selectie van de driver in de kolom Geïnstalleerd verschijnt in het veld Instelling het rolmenu hiernaast. Selecteer hierin de printerpoort, waar de interface op is aangesloten (meestal is dat poort 1).


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina