Handleiding Coach 5



Dovnload 219.79 Kb.
Pagina5/10
Datum20.08.2016
Grootte219.79 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10

3.3 Modelleren



Deze paragraaf beschrijft de mogelijkheden van Coach 5 voor het maken en uitvoeren van dynamische modellen. Lees deze paragraaf om een beeld van de mogelijkheden te krijgen. Start dan ‘Coach 5 Modelleren’ en probeer de voorbeelden in het Coach 5 project “Introductie modelleren.”

Let op: De Modelleerfuncties zijn alleen beschikbaar indien u een licentie voor Coach 5 inclusief de aanvulling ‘Modelleren’ heeft aangeschaft.


  • Een modelactiviteit voorbereiden

In de activiteit-opties kan de software alleen op modelleren worden ingesteld indien er ‘Geen paneel’ is gekozen. Klik op de blauwe M-knop om een model te openen (of te sluiten) in een modelleeractiviteit. Er zijn twee verschillende modes voor het ontwikkelen van modellen: Een tekstmodus en een grafische modus. Bij opstarten is standaard de tekstmodus geselecteerd.


  • Tekstmodus

Een model bestaat uit een reeks formules, differentievergelijkingen en startwaarden. Een eenvoudige tekst-editor en een uitgebreide programmeertaal (Coachtaal) staan u ter beschikking om een model en de bijbehorende startwaarden in te voeren.

Tekstmodellen kunnen niet omgezet worden naar grafische modellen.




  • Grafische modus

Een grafisch model bestaat uit symbolen, die een visuele representatie van de variabelen en hun interacties. Deze modus is bedoeld voor eenvoudige, dynamische modellen.

De gebruiker ontwikkelt een ‘concept-map’ van het model. Een grafisch model wordt gemaakt door een structuur te bouwen, die het verband tussen alle grootheden (=variabelen) en constanten toont. Er zijn drie typen modelparameters:



  • Constanten – parameters die een constante waarde hebben

  • Variabelen – parameters waarvan de waarde afhangt van andere grootheden

  • Stapvariabelen – de onafhankelijke variabele(n).
    Een voorbeeld hiervan is de variabele ‘tijd’. In een dynamisch model wordt de stapvariabele verhoogd met een vast bedrag elke iteratie, onafhankelijk van de andere variabelen in het model.

In de modelstructuur worden de relaties tussen alle modelparameters aangegeven door lijnen. ‘Tijd’ en ‘dtijd’ zijn standaard aanwezig, omdat tijd de meest­gebruikte stapvariabele is bij modelleren. Het is mogelijk om dit te wijzigen.

De grafische modelstructuur wordt door Coach 5 vertaald naar modelvergelijkingen door op de T-knop (tekstmodel) te drukken. De omgekeerde weg (vertalen van een tekst– naar een grafisch model) is echter niet mogelijk.


  • Modelinstellingen

Met de knop ‘Modelinstelling’ in het Modelvenster, kan in een modelleer-activiteit het aantal berekende punten (aantal iteraties) worden ingesteld (0-9999). De standaardwaarde is 2000.


  • Model via de Monitor uitvoeren of snel uitvoeren

De modelregels worden één voor één van boven naar beneden uitgevoerd. Elke cyclus resulteert in een nieuwe verzameling waarden. Om de eerste iteratie uit te kunnen voeren, is een verzameling startwaarden nodig. Alhoewel ze los van elkaar in het Modelvenster staan, zijn de startwaarden en de modelregels heel nauw met elkaar verbonden. Wanneer het model wordt bewaard, worden ook de startwaarden bewaard.

Coach 5 itereert het model zo vaak als onder de Modelinstellingen is ingesteld.

De modelberekening wordt standaard in de ‘Monitor’gestart (groene Startknop) als tijdens de start het modelvenster geopend was. In de Monitor wordt het model dan regel voor regel wordt uitgevoerd en kan de gebruiker het verloop van alle berekende waarden precies volgen. De snelheid waarmee dit gebeurt kan d.m.v. een horizontale schuifbalk worden ingesteld. Bij een start met gesloten Modelvenster wordt het model op maximale snelheid uitgevoerd.


  • Diagrammen/Tabellen klaarzetten

Voordat het model wordt uitgevoerd moet Coach weten welke variabelen in diagram– of tabelvorm moeten worden weergeven. Een diagram of tabel kan worden gedefinieerd middels de gele knoppen. Kies voor ‘Nieuw diagram’ of ‘Nieuwe tabel’. Klik vervolgens een van de kolommen (C1 tot C8) aan en vul stel een verbinding naar een modelvariabele in.
Simulatie van één modelparameter
De optie ‘Simuleer’ maakt het mogelijk om het het effect van één bepaalde modelparameter te kunnen beoordelen. In het diagramvenster worden de grafieken behorend bij elke waarde van de parameter in verschillende kleuren weergegeven. De eerste waarde is de startwaarde van de betreffende parameter.

Simulatie afkoelsnelheid koffie
Hypothese-toetsing
Modelleren kan ook worden gebruikt voor het toetsen van theoretische hypothesen. Experimentele resultaten (als ‘achtergrondgrafiek’, zie onder) kunnen worden vergeleken met waarden berekend uit het model en grafisch direct met elkaar vergeleken worden. Door te simuleren (zie boven) is het mogelijk om te testen of de modelvoorspellingen overeenkomen met de meetgegevens, of om de waarde De achtergrondgrafiek kan worden verschoven om de modelgrafiek zo goed mogelijk te benaderen.
Achtergrondgrafiek
Ter ondersteuning van hypothesetoetsing kan een meetgrafiek in de achtergrond van een modelgrafiek worden geplaatst. Om een achtergrondgrafiek te laden moet de optie ‘Importeer achtergrondgrafiek’ worden gebruikt. Er verschijnt dan een invulvenster, waarin u dient op te geven te welke gemeten grootheden langs de X-as en de Y-as van de modelgrafiek moeten worden geplaatst.

Desgewenst kan de achtergrondgrafiek met de optie ‘Verschuif achtergrondgrafiek’ na ophalen nog in horizontale richting worden verschoven om een mogelijke correspondentie beter te kunnen onderzoeken.


Modellen opslaan en importeren


1   2   3   4   5   6   7   8   9   10


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina