Handleiding eretekens Diensten van de Vlaamse overheid (versie 6 december 2012) Inleiding



Dovnload 0.5 Mb.
Pagina1/9
Datum14.08.2016
Grootte0.5 Mb.
  1   2   3   4   5   6   7   8   9



    Handleiding eretekens

    Diensten van de Vlaamse overheid

    (versie 6 december 2012)





    Inleiding

    Deze handleiding beoogt een praktische leidraad te zijn voor de personeelsdiensten van de diensten van de Vlaamse overheid met het oog op de toekenning van eretekens aan hun personeelsleden en aan buitenstaanders.

    Federale regelgeving ligt aan de basis voor de toekenning van onderscheidingen in de Nationale Orden en Burgerlijke Eretekens. Doordat er veel verschillende actoren aan te pas komen is het proces omslachtig en veroorzaakt het heel wat administratieve lasten.

    Deze leidraad beoogt het proces zo eenvoudig mogelijk te beschrijven. Ze bevat een overzicht van de te nemen stappen voor een personeelsdienst om personeelsleden of buitenstaanders voor te dragen voor een onderscheiding in de Nationale Orden of een Burgerlijk Ereteken.

    Een werkgroep samengesteld uit vertegenwoordigers van personeelsdiensten onder voorzitterschap van de afdeling Regelgeving van het departement Bestuurszaken stelde de leidraad op in 2008 en 2009. In 2012 kwam de werkgroep opnieuw samen onder een vernieuwde samenstelling met het oog op het uitwisselen van goede praktijken naar aanleiding van de inhaaloperatie die kan plaatsvinden sedert de publicatie in het Belgisch Staatsblad op 27 maart 2012 van de nieuwe gelijkstellingstabellen in de Nationale Orden. 1

    Inhoud

    Inleiding

    I Onderscheidingen in de Nationale Orden

    I.1 Rechtsgrond

    I.2 Structuur van de Nationale Orden

    I.3 Algemene regels voor de toekenning

    I.4 Specifieke regels voor de onderscheiding van ambtenaren

    I.5 Specifieke regels voor de onderscheiding van contractueel personeel

    I.6 Specifieke regels voor de onderscheiding van buitenstaanders

    I.6.1 Buitenstaanders onderworpen aan specifieke reglementering

    I.6.2 Buitenstaanders onderworpen aan contingentering

    I.7 Toekenningsprocedure

    I.7.1 Opmaken van de lijsten

    I.7.2 Nagaan of personeelsleden een ereteken willen

    I.7.3 Raadplegen van het nationale bestand

    I.7.4 Opmaken van de voordrachtstaten en Koninklijke Besluiten

    I.7.5 De oorkonden en de medailles

    I.7.6 De actoren van voordrachtstaat tot uitreiking ereteken

    II Burgerlijke Eretekens

    II.1 Rechtsgrond

    II.2 Regels voor de toekenning

    II.3 Toekenningsprocedure

    II.3.1 Opmaken van de lijsten

    II.3.2 Nagaan of personeelsleden een ereteken willen

    II.3.3 Koninklijke Besluiten

    II.3.4 Diploma’s

    Bijlagen



  1. Samenstelling werkgroep eretekens

  2. Oude tabellen (=tabellen die gehecht zijn aan de omzendbrieven PEBE/DVR/2001/1 en PEBE/DVR/2001/1 van 26 januari 2001)

  3. Gelijkstelling voor de diensten van de Vlaamse overheid (KB van 12 maart 2012)

  4. Specifieke reglementen

  5. Verdeling van het contingent

  6. Verdeling van het contingent over de beleidsdomeinen binnen de Vlaamse overheid

  7. Formulier voor buitenstaanders

  8. Onderscheiding aftredende kabinetsleden op basis van het contingent

  9. Concrete werkwijze MOD CJSM

  10. Richtlijn i.v.m. het weigeren van eretekens

  11. Voordrachtstaat

  12. Voorpagina voordrachtstaat niet-gecontingenteerde eretekens

  13. Voorpagina voordrachtstaat gecontingenteerde eretekens

  14. Modelbrief voor de functioneel bevoegde Vlaamse minister

  15. Modelbrief voor de minister-president

  16. Modelbrief voor de Eerste Minister

  17. Model van KB Nationale Orden

  18. Model van KB Burgerlijk Ereteken

  19. Model van oorkonde burgerlijk ereteken

  20. Nuttige adressen



  1. Onderscheidingen in de Nationale Orden


1Rechtsgrond




  • Art. 114 van de Grondwet: “De Koning verleent de militaire orden, met inachtneming van wat de wet daaromtrent voorschrijft.”

  • Wet van 1 mei 2006 betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden (BS 24/10/2006), hierna afgekort als “de Wet”.

  • KB van 13 oktober 2006 tot vaststelling van de regels en de procedure tot toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden (BS 24/10/2006).

  • KB van 27 januari 2008 tot goedkeuring van verscheidene reglementen en gelijkstellingen betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan ambtenaren en bedienden van de federale openbare besturen (BS 22/2/2008).

  • KB van 5 juni 2008 tot vaststelling, bij ontstentenis van reglement, van de minimale voorwaarden voor de toekenning van jaarlijks gecontingenteerde eervolle onderscheidingen (BS 30/6/2008).

  • KB van 12 maart 2012 tot goedkeuring van de gelijkstellingen betreffende de toekenning van eervolle onderscheidingen in de Nationale Orden aan de personeelsleden en aan mandaathouders van het top- en middenkader bij de diensten van de Vlaamse overheid (BS 27/3/2012)

  • Richtlijn DVO/DBZ/PRG/2006/1 van 20 november 2006 inzake de voorafgaandelijke bevraging van het personeel bij toekenning ereteken.

    In 2006 vond een herstructurering plaats van de diensten van de Vlaamse overheid (DVO) naar aanleiding van Beter Bestuurlijk Beleid (BBB). Een herziening van de toekenningstabellen voor de onderscheidingen in de Nationale Orden was noodzakelijk. Vóór BBB ontvingen de ambtenaren van de Vlaamse Openbare Instellingen immers een onderscheiding van een graad lager dan de ambtenaren van de ministeries. De federale overheid beschouwde ze als besturen ondergeschikt aan de ministeries. Sinds BBB kan men alle ambtenaren ressorterend onder het Vlaams personeelsstatuut van 13/1/2006 op dezelfde wijze vereremerken.

    Bijgevolg moet men de tabellen die gehecht zijn aan de omzendbrieven PEBE/DVR/2001/1 en PEBE/DVR/2001/1 van 26 januari 2001 (zie bijlage 2) opheffen voor de periode vanaf de herstructurering. Deze tabellen zijn wel nog van toepassing voor de ambtenaren die voldeden aan alle onderscheidingsvoorwaarden vóór 8 april 2006. Indien men na 8 april 2006 nog personeelsleden voordraagt die aan de voorwaarden van vóór 8 april 2006 voldoen, dan moet men ze volgens de oude tabellen vereremerken met ranginneming van vóór 8 april 2006. Voor de mandaathouders (N-functies en N-1 functies) geldt vanaf 1 april 2006 een apart reglement dat rekening houdt met het aantal jaren mandaathouderschap.





  1   2   3   4   5   6   7   8   9


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina