Handleiding niveau b vooraf



Dovnload 23.59 Kb.
Datum24.08.2016
Grootte23.59 Kb.

www.nieuwsbegrip.nl, © CED-Groep, week 22, 29 mei 2006, handleiding niveau B

Handleiding niveau B
Vooraf

Afgelopen zaterdag is het Indonesische eiland Java opgeschrikt door een grote aardbeving. Verschillende scholen hebben aangegeven hierover een tekst te willen. Daarom besteedt Nieuwsbegrip er deze week aandacht aan.



  • De strategie die deze week centraal staat, is samenvatten.

  • Het sleutelschema dat in opdracht 3 ingevuld wordt, is een tabel. De denkactiviteit die hiermee gestimuleerd wordt, is het sorteren/ordenen van informatie.

  • De intelligenties die in opdracht 4 aangesproken worden, zijn de verbaal-linguïstische intelligentie (woordknap), de visueel-ruimtelijke intelligentie (beeldknap) en de interpersoonlijke intelligentie (mensknap).


Materiaal

Voor elke leerling een exemplaar van de tekst Aardbeving op Java (niveau B) met bijbehorende opdrachten voor niveau B, het stappenplan met woordhulp (te downloaden bij Basismateriaal op de website). Eventueel rolkaarten voor de leerlingen (zie ook Basismateriaal).

Kopieer de woordenlijst achteraan deze handleiding zoveel keer als u nodig denkt te hebben voor uw leerlingen.

Neem de Algemene handleiding een keer door (te downloaden bij Basismateriaal op de website).

Witte A4-vellen en A4-vellen in verschillende kleuren voor opdracht 4. Knutselspullen voor opdracht 4, zoals stofjes, karton, lijm, scharen, verf enzovoorts.
Opdracht 1 (klas): Tekst lezen


  1. Doe de opdracht klassikaal. Laat de leerlingen de tekst en het stappenplan voor zich nemen. Geef de leerlingen naar behoefte een kopie van de woordenlijst. Lees de tekst voor volgens de stappen van het stappenplan. ‘Model’ (een deel van) de tekst. Geef hardop aan wat u denkt en doet terwijl u de tekst leest met het stappenplan (zie ook Algemene handleiding).

  2. Laat de leerlingen voor zichzelf maximaal twee andere moeilijke woorden uit de tekst noteren. De leerlingen kunnen de betekenissen met behulp van de woordhulp op het stappenplan achterhalen. Bespreek de woorden en de gevonden betekenissen kort.


Opdracht 2 (klas en alleen): Samenvatten

  1. Bespreek met de leerlingen de uitleg in het kader. Als de leerlingen al vaker geoefend hebben met het maken van een samenvatting, verwijst u hiernaar. Bespreek vervolgens de tip en laat de leerlingen kort aan de hand van enkele kopjes uit de tekst voorspellen wat de belangrijkste informatie zal zijn.

  2. Bespreek vervolgens vraag 2 klassikaal. Laat de leerlingen verwoorden waarom zij voor een bepaald antwoord gekozen hebben.

  3. De leerlingen maken individueel de vragen 3 en 4. Ze bepalen bij twee stukjes tekst wat de belangrijkste informatie is. Bespreek deze twee vragen klassikaal na en stel gezamenlijk bij vraag 5 een samenvatting op. Gebruik deze samenvatting als controlemiddel.

  4. Vervolgens maken de leerlingen vraag 6 en 7 individueel. Bespreek de antwoorden klassikaal na. Ga hierbij vooral in op de manier waarop de leerlingen tot hun antwoord gekomen zijn.


Antwoorden

2. B; 3. C; 4. C.

Suggesties bij opdracht 6:

Onder het kopje 'Overlevenden': De overlevenden hebben behoefte aan tenten, medicijnen, eten en drinken.

Onder het kopje 'Wegen en luchthavens': Er zijn weinig wegen beschadigd en het vliegveld is weer open.

Onder het kopje 'Vulkaan': De mensen op Java waren niet voorbereid op een aardbeving.


Opdracht 3 (alleen): Hulp van organisaties en andere landen

  1. Bespreek de opdracht met de leerlingen. Ze moeten de ontbrekende informatie in de tabel invullen. De informatie zoeken ze op in de tekst of leiden ze af uit de tekst.

  2. Bespreek de opdracht klassikaal na.


Antwoorden

Het ingevulde schema ziet er als volgt uit:



Welke hulp/ spullen nodig?

Krijgen ze deze al?

Van wie?

Elektriciteit

Nee

-

Hulp bij het zoeken naar mensen

Ja

Indonesië

Tenten

Ja

Het Rode Kruis, De Verenigde Naties

Medicijnen

Ja

China, Japan, Maleisië, Rusland, Frankrijk, Groot-Brittannië

Artsen

Ja

Noorwegen, de Verenigde Staten, Australië

Geld

Ja

De Europese Unie, Nederland

Eten

Nee

-

Drinken

Ja

De Verenigde Naties


Opdracht 4 (samen): Gedicht schrijven

  1. Verdeel de klas in groepjes van vier leerlingen en nummer de leerlingen in elk groepje van 1 tot en met 4.

  2. Laat de leerlingen samen een gedicht schrijven. Ze schrijven hiervoor om de beurt steeds een regel van het gedicht op een blad. Er worden in totaal twee coupletten van vier regels gemaakt.

  3. De leerlingen kiezen een passend gekleurd vel papier uit waarop het gedicht wordt overgeschreven en versieren het gedicht.

  4. Laat van elk groepje één leerling het gedicht voorlezen en uitleg geven over kleur papier en versieringen die zijn gekozen.

………………………………………………………………………………………………………………………………


Woordenlijst


Woordenlijst B
de noodtoestand = een situatie van groot gevaar of grote moeilijkheden. Als de noodtoestand in een gebied wordt uitgeroepen, dan wordt door de regering gezegd dat de situatie voor de bevolking daar heel erg slecht is.

de naschok = een kleine aardbeving die volgt op een grote aardbeving. Na een grote aardbeving kunnen meerdere naschokken komen.

actief = een vulkaan die actief is, is in werking. Een actieve vulkaan kan na een tijd uitbarsten.

………………………………………………………………………………………………………………………………




Woordenlijst B
de noodtoestand = een situatie van groot gevaar of grote moeilijkheden. Als de noodtoestand in een gebied wordt uitgeroepen, dan wordt door de regering gezegd dat de situatie voor de bevolking daar heel erg slecht is.

de naschok = een kleine aardbeving die volgt op een grote aardbeving. Na een grote aardbeving kunnen meerdere naschokken komen.

actief = een vulkaan die actief is, is in werking. Een actieve vulkaan kan na een tijd uitbarsten.

………………………………………………………………………………………………………………………………




Woordenlijst B
de noodtoestand = een situatie van groot gevaar of grote moeilijkheden. Als de noodtoestand in een gebied wordt uitgeroepen, dan wordt door de regering gezegd dat de situatie voor de bevolking daar heel erg slecht is.

de naschok = een kleine aardbeving die volgt op een grote aardbeving. Na een grote aardbeving kunnen meerdere naschokken komen.

actief = een vulkaan die actief is, is in werking. Een actieve vulkaan kan na een tijd uitbarsten.











De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina