Hanzehogeschool



Dovnload 7.49 Kb.
Datum20.08.2016
Grootte7.49 Kb.
HANZEHOGESCHOOL

Hogeschool van Groningen

Faculteit Techniek

Studienchtmg: CHVA ICTV Studiejaar: 2 Vak: Polymeerchemie

TENTAMEN Stof: 6e periode Docent: J.Bouman

Datum: 19-06-2000 van 10.20 tot 11.50

Aantal pagina’s: 3

Tijd: 90 mm. Pagina no: 1

Toegestaan: 1 Formuteblad A4-formaat, in te leveren bij

het tentamenwerk

Zorg voor een nette uitwerking van de vraagstukken!

Geef een uitgebreide toelichting bij de theorie-onderdelen.

1. In onderstaande figuur is een schematische DSC-curve weergegeven van een thermoplastisch kristalliseerbaar polymeer.

Geef duidelijk aan wat de veranderingen 1 t/m 6 voorstellen.



2. Een mengsel van 1 gram van een monodispers polymeer A en 1,5 gram van een monodispers polymeer B heeft een massa-gemiddelde molmassa M = 100.000. Als gegeven is dat de molmassa van polymeer A, MA = 190.000 bedraagt, laat dan, met behuip van een berekening, zien dat de polydispersiegraad 1,71 voor het mengsel bedraagt.

3. Geef het complete reactieschema voor de radikalaire additie-polymerisatie van styreen (phenyl-etheen) met AIBN (azo-bisisobutyronitril) als initiator, terminatie door dis proportionering en ketenoverdracht uitsluitend naar monomeer.

4. De bulk polymerisatie van methyl methacrylaat met een radikaal initiator verloopt explosief na een monomeer conversie van 40 %. Wat is de reden van dit effect? Maak duidelijk hoe dit kan worden voorkomen door verdunning, effectieve ketenoverdracht en toevoegen van een retarder.

5. Geef een verklaring voor het feit dat een copolymeer van monomeren A en B geilsoleerde eenheden A verbonden door korte blokken B bevat wanneer r1 = 0 en r2 = 3.

6. Viscosimetrie van een aantal polymeeroplossingen leverden onderstaande resultaten

- bij30°C:

Doorstroomtijd: 100 s voor zuiver oplosmiddel

120 s voor een polymeerconcentratie van 0,2 g/dL

144 s voor een polymeerconcentratie van 0,4 gIdL

Bereken de viscositeitsgemiddelde molmassa van het polymeer, wanneer gegeven is dat de constanten uit de Mark-Houwink relatie 10 dL/g en 0,62 bedragen.

7. Plaats de onderstaande polymeren in een volgorde van toenemende glastemperatuur Tg en geef een verkiaring voor deze volgorde.



8. Gesmolten polymeren gedragen zich in het algemeen als niet-Newtonse vloeistoffen. Wat betekent dit, wat is de reden en is dit gunstig of ongunstig voor industriële verwerking van de smelt?

9. Schets schematisch het log (E) , T-diagram voor twee amorfe thermoplastische polymeren A en B , waarbij Tg (A) lager ligt dan Tg (B),

Geef in deze schets duidelijk het E,T-diagram aan voor:

a. een homogeen mengsel bestaande uit 40 mol % A en 60 mol % B

b. een willekeurig copolymeer bestaande uit 60 mol % A en 40 mol % B



c. een heterogeen mengsel bestaande uit 20 mol % A en 80 mol % B

d. een blokcopolymeer bestaande uit 60 mol % A en 40 mol % B



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina