Havo-4 Wiskunde A1+A2



Dovnload 26.6 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte26.6 Kb.
Praktische opdracht “Waar komt die auto vandaan?”

Havo-4 Wiskunde A1+A2







Soort opdracht: groepsopdracht voor groepjes van 3 of 4 personen


Benodigde spullen: de normale spullen voor de wiskundeles, dus (grafische) rekenmachine, papier, schrijfgerei, geodriehoek, computer met internetverbinding en tekstverwerker.


Inleiding:

Elke auto hoort een kentekenplaat te hebben.

Omdat elk land zijn eigen model heeft, kun je aan de kentekenplaat meteen zien of de auto uit het buitenland komt.

In sommige landen kun je bovendien aan de cijfer- of lettercombinatie zien uit welke regio de auto komt. In Nederland was dat tot halverwege de twintigste eeuw ook zo. Kentekens die begonnen met een A kwamen uit Groningen, kentekens die begonnen met een B uit Friesland, enzovoorts. In Frankrijk kun je het nog steeds zien, want de laatste twee cijfers geven aan uit welk gebied de auto komt. Een auto met een Frans kenteken dat op 14 eindigt komt bijvoorbeeld uit Parijs.


Tegenwoordig hebben we in Nederland een systeem met zes symbolen op de kentekenplaat, steeds in groepjes van twee letters of cijfers. Je kunt aan de kentekenplaat wel zien dat de auto uit Nederland komt, maar niet uit welke streek.

In de kentekens met vier letters die sinds 2000 zijn uitgegeven, worden de klinkers (A, E, I, O, U, Y) niet meer gebruikt om allerlei ongewenste woorden te vermijden.

(Want zeg nou zelf, zou jij LU – LL– 00 achter op je Ferrari willen?!)
Misschien zal er ooit in de Europese Unie één systeem komen voor kentekenplaten.

Je moet dan van te voren nagaan hoeveel van die kentekenplaten daar voor nodig zijn. Dat hangt weer af van het aantal inwoners van de landen in Europa, nu en in de toekomst. Aangezien de Europese Unie voor deze opdracht uit teveel landen bestaat, bekijken wij alleen de volgende 10 landen: Nederland, Duitsland, Belgie, Frankrijk, Spanje, Italie, Oostenrijk, Polen, Denemarken en Portugal.



Daarover gaat deze Praktische Opdracht.

Z.O.Z.

De opdrachten:

1. a Bereken hoeveel kentekens je kunt maken met de letters B, C, F, G en de

cijfers 0, 1 of 2. Je mag maximaal 2 (0, 1 of 2) tussenstreepjes gebruiken.

Er geldt dat de streepjes niet aan het begin of aan het eind mogen staan. Ook mogen de streepjes niet naast elkaar staan.

De volgende kentekens mogen wel:


  • ‘CB – 12 – FF’ of

  • ‘1 – G – BCF2’ of

  • ‘2 – GG1FC’ of

  • ‘00GBCF’.

De volgende kentekens mogen niet:

  • ‘- 1BCG2F’ (streepje staat aan het begin) en

  • ‘B - - 12CFG’ (twee streepjes staan naast elkaar).



b Bereken hoeveel kentekens je met het huidige Nederlandse systeem kunt maken.
c Geef een schatting van het aantal jaren dat Nederland met het huidige systeem nog toe kan. Leg goed uit hoe jullie tot die schatting zijn gekomen.
2. Zoek uit hoeveel inwoners de volgende10 landen hebben, en hoeveel personenauto’s er in ieder land zijn: Nederland, Duitsland, Belgie, Frankrijk, Spanje, Italie, Oostenrijk, Polen, Denemarken en Portugal.

Schat aan de hand van die gegevens hoeveel auto’s er de komende jaren in ieder land bijkomen. Leg goed uit hoe jullie tot deze schattingen gekomen zijn.


3. a Bedenk een systeem voor de kentekenplaten van alle 10 landen tegelijk.

Het kenteken moet aan de volgende eisen voldoen:



  • Op de borden mag je, net als in Nederland, op zijn hoogst zes symbolen plaatsen, onderbroken door maximaal twee streepjes.

  • Voor de symbolen hoef je niet noodzakelijk gebruik te maken van letters en cijfers. Je moet het systeem zó maken dat je aan het kenteken kunt zien uit welk land de auto afkomstig is.

  • Verder moet het een makkelijk afleesbare kentekenplaat zijn, zodat een agent het kenteken in één oogopslag kan lezen en noteren.

  • De combinaties van de maximaal zes symbolen moeten wel uniek zijn, wat wil zeggen dat elke combinatie maar één keer in de gehele EU voor mag komen.

  • De achtergrondkleur van de kentekenplaten moet wit zijn en de symbolen zwart en alle kentekenplaten zijn even groot. Verder mag er niets op de kentekenplaten staan.

Teken een paar voorbeelden om duidelijk te maken hoe jullie systeem werkt.

Laat duidelijk zien dat jullie systeem voldoende kentekenplaten geeft voor alle EU-landen.

b Reken het door jullie bedachte systeem ook door of jullie voldoende kentekenplaten kunnen maken voor de komende tien jaar voor het te verwachten aantal auto’s binnen de 10 genoemde landen.

Informatiebronnen Internet:
IDB Population Pyramids http://www.census.gov/ipc/www/idbpyr.html

NIDI Bevolkingsgroei EU http://www.nidi.nl/public/demos/dm01062.html

NIDI WWW of Demograghy http://www.nidi.nl/links/nidi6400.html

Bovag-Rai Wagenpark EU http://www.bovagrai.nl/ie/nl/cars/11_3.html

Licence Plates Mania http://www.ping.be/~eva123/code/

Licence Plates of the World http://www.worldlicenseplates.com/

Plates http://www.plates.tk/

RDW http://www.rdw.nl/ned/02_diensten/index_kenteken.htm


Bovenstaande links staan “aanklikbaar” op de wiskunde-site.

Ga daarvoor naar www.groenewoud.nl en ga via Leerlingen  Vakken  WI  Havo 4 naar je eigen profiel.

Bij het maken van deze praktische opdracht kan het zijn dat bepaalde sites niet (meer) beschikbaar zijn.
Verder kun je natuurlijk ook de database Statline van het CBS online raadplegen.

Zie ook de bijlage .


Beoordeling: Zie beoordelingsformulier.
Wat moet je op ………………… om uiterlijk …… uur inleveren?


  • De uitwerkingen van de opdrachten 1, 2 en 3 verwerkt in een goed leesbaar verslag.







  • Iemand die zonder enige voorkennis dit verslag doorneemt moet alles kunnen volgen en kunnen begrijpen.




  • Als totaal moet het dus een goed samenhangend verhaal zijn.




  • Een inleiding en een slotwoord mogen dus eigenlijk niet ontbreken.




  • Ook een inhoudopgave en paginanummering is voor een overzichtelijk geheel nodig.




  • Je moet dus niet alleen antwoorden inleveren, maar ook een duidelijke uitleg hoe jullie de opdrachten hebben aangepakt.



  • Een nauwkeurige bronvermelding per opdracht.
    Dat betekent een lijstje met de boeken die jullie hebben geraadpleegd, de internet-sites die jullie hebben bezocht, de geraadpleegde krantenartikelen, enzovoorts.




  • Het beoordelingformulier met de namen van de groepsleden.

Heel veel succes en plezier met deze praktische opdracht.

Paul Schuffelers, Ad Floren en Martin Winkel.
BIJLAGE
Gegevens zoeken in Statline, de database van het CBS

Ga op Internet naar http://statline.cbs.nl/

Je komt dan in het zoekscherm van Statline.

Hiernaast zie je wat er gebeurt als je in de zoekregel als trefwoord 'personenauto' invult, en op de knop 'Zoeken' klikt.

Je kunt nu natuurlijk kijken of de tabellen over personenauto interessante informatie bevatten.
Maar je kunt beter op 'Kies zelf de variabelen voor de te bouwen tabel' onder de eerste tabel klikken.

Er verschijnt dan een extra venster dat je hieronder ziet.

Dit extra venster heet de Statline Webselector.

Klik nu op de tabbladen 'Onderwerpen', en 'Jaren' in de rechter helft van dit venster.

Je kunt dan een aantal onderwerpen, en jaren selecteren, en de gewenste gegevens in een tabel laten zetten.

Soms kun je door Statline zelfs een grafiek bij deze tabel laten maken.



Ook kun je de tabel desgewenst downloaden, daarna in Excel opvragen en er eventueel door Excel een grafiek bij laten maken.
Ook over andere onderwerpen kun je op deze manier gegevens opvragen in Statline.



De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina