Hefboomfondsen: Van Jones tot vandaag, met een focus op de Belgische markt



Dovnload 495.56 Kb.
Pagina11/15
Datum20.08.2016
Grootte495.56 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

4.2Belgische en Amerikaanse hefboomfondsen

Eerst en vooral een kijkje achter de schermen van het fondsenlandschap in België. Daarin wordt het onderscheid gemaakt tussen fondsen aangeboden aan de Belgische consument en fondsen die van oorsprong Belgisch zijn. Daarna schakelen we over naar de USA, waar praktijkvoorbeelden belicht worden van actuele fondsen. Tot slot een kleine vergelijking om de eigenschappen van de verschillende behandelde fondsen op een rijtje te zetten.

Rode lijn doorheen dit hele verhaal is de marktneutrale benadering van Jones, die hier in verschillende vormen verder toegepast worden.


4.2.1Belgische hefboomfondsen

Zoals reeds besproken in het hoofdstuk betreffende de Belgische regelgeving aangaande hefboomfondsen is het geen sinecure hefboomfondsen op de Belgische markt aan te bieden. Vooral de opgelegde voorwaarden/beperkingen doen het aanbod van hefboomfondsen in se op de Belgische markt geen goed. Toch bleek er een alternatief te zijn, namelijk het verpakken van hefboomfondsen in TAK-23 producten, beleggingsverzekeringen dus.

En het is net dit wat KBC en Deutsche Bank deden toen ze in de zomer van 2001 als eersten op de Belgische markt kwamen met zulke ‘TAK-23 hefboomfondsen’.126 In het geval van Deutsche Bank handelde het om het DB HedgeSelect fonds, een dakfonds dat DB in het buitenland reeds verdeelde en nu ook in de Belgische markt zette. Heel goed heeft dit fonds nog niet gepresteerd met een bruto (!) rendement van 2,65% op 3 jaar, dus sinds de oprichting.

Deutsche Bank bracht, net zoals de meeste banken in België, nog meer fondsen op de markt in een TAK-23 omhulsel zoals bijvoorbeeld het DB HedgeProtection fonds.

KBC kwam in 2001 op de markt met het KBC Life Alternative Investments Convertible Arbitrage fonds. Een fonds, overgenomen van een derde partij, omdat KBC bij de eersten op de markt wilde zijn en de nodige kennis van zaken nog niet intern aanwezig was. Ondertussen heeft KBC ook nog andere, eigen, fondsen in de markt gezet, zoals het KBC Life Alternative Selector fonds en het KBC Life Long Short Quant Global fonds. Op dit laatste fonds gaan we hier dieper in.


4.2.1.1KBC Life Long Short Quant Global

Naast de nodige info zoals de fondsmodaliteiten, de fondsbrochure… 127128is dit deel over het KBC Life LSQG fonds eveneens gebaseerd op een interview met Christiaen Philipsen. Philipsen is Quantitative Researcher bij KBC en heeft het achterliggende kwantitatieve model, waarop het fonds geschoeid is, bedacht.


Zoals u al weet is het LSQG fonds een TAK-23 product dat belegt in een bepaalde hefboom-fondsstrategie, namelijk de marktneutrale (Long/Short). Men gaat dus het fonds proberen te beschermen tegen extreme marktbewegingen. Verder kunnen we uit de naam ook afleiden dat het product gebaseerd is op het eigen “Quant Global” model, wat wil zeggen dat men door gebruik te maken van een kwantitatief model de meest geschikte aandelenselectie gaat maken uit de Morgan Stanley Capital Index World, een index van meer dan 1700 aandelen uit alle mogelijke sectoren, landen… Dit model wordt bijvoorbeeld ook gebruikt voor een Quant Global long only fonds van KBC.
Zonder er te veel over uit te wijden, toch even een woordje over de werking van dat model, omdat het een mooi beeld geeft van de werking van een dergelijke “black box” achter bepaalde fondsen. Quant Global selecteert maandelijks aan de hand van 7 variabele parameters aandelen uit de MSCI World, waarvan men verwacht dat ze de volgende maand gaan outperformen, beter doen dan de rest. Dit zijn parameters zoals het momentum, de Koers/Boekwaarde, indexveranderingen in de lokale markten… Om een volledige diversificatie te garanderen worden deze outperformers zorgvuldig gekozen uit de verschillende industry groups van de MSCI én uit de regio van herkomst die verdeeld wordt in 4 groepen (Noord Amerika, de Europese Monetaire Unie, de rest van Europa en de rest van de wereld). Op die manier wil men komen tot een volledig neutraal portfolio dat de toegevoegde waarde van het model, de stockpicking skills eigenlijk, maximaal tot zijn recht doet komen. De bedoeling is ook om het model maandelijks te laten draaien waarna automatisch de beslissingen van dat model geïmplementeerd worden. Er is dus geen enkele menselijke inbreng meer.
Daar waar het long portfolio elke maand compleet vernieuwd wordt (indien het model dit verlangt) blijft de short positie constant. Eén van de kenmerken van het LSQG fonds is immers dat men constant de MSCI World short. Men short hier dus een index en geen individuele aandelen! Een werkwijze die tot hetzelfde resultaat, een hedge, leidt omdat men een volledige doorsnee van de markt (enkel de outperformers) long heeft, terwijl men de index zelf short.

Voor de lancering van dit fonds werd er een back test uitgevoerd die aangaf dat als men vanaf 1997 tot 2004 belegt had via deze strategie, men een gemiddelde jaarlijkse return haalde van 10% met een standaarddeviatie (volatiliteit) van 10. Door deze toegestane standaarddeviatie van 10 gaat men ook géén leverage toepassen, omdat anders het risico uitvergroot zou worden.

Het LSQG fonds maakte sinds zijn intrede alle verwachtingen meer dan waar. In de 12 maanden dat het effectief op de markt is haalde het een gemiddeld rendement van 11,5% met een volatiliteit van 6. Het fonds doet het dus beter dan verwacht, zelfs met een lagere volatiliteit.
De lock-in periode bedraagt één maand. Het minimale instapbedrag is €2.500.
Ondanks deze goede resultaten blijft dit fonds met €15 miljoen in portefeuille voor KBC eerder klein, hoewel men de noodzaak inziet ook op deze markt actief te zijn. Veel hangt af van de consument, die nog niet vertrouwd is met begrippen als hefboomfondsen, shorten… De marketingjongens van KBC willen hier echter zo snel mogelijk iets aan veranderen door de klant met deze termen vertrouwd te maken. Zo kunnen hefboomfondsen in de toekomst een prominentere rol gaan spelen in de klantenportfolio’s.


4.2.1.2Erasmus Capital

Aan de andere kant van het financiële spectrum, ver weg van TAK-23 toestanden en grootbanken, vinden we Erasmus Capital terug. Dit van oorsprong Belgische hedge fund, opgericht door Jan De Spiegeleer, voormalig managing director van KBC Financial Products, werd in april 2005 gelanceerd. Interessant hieraan is dat we op de voet kunnen volgen hoe zo’n fonds nu eigenlijk opgestart wordt en wat daar allemaal bij komt kijken. Daar komt dan nog bij dat er vanuit België maar een handjevol onafhankelijke hedge funds bestiert worden, dus was dit zeker een buitenkans voor een interview!


Erasmus Capital is een Equity Market Neutral fonds (arbitrage dus) dat gebruik maakt van een model geschoeid op puur econometrische principes. Zoals reeds besproken in het hoofdstuk over de verschillende strategieën is Equity Market Neutral een strategie die ernaar streeft een market exposure van 0 te hebben. Puur door stockpicking, mét model, wordt een portefeuille samengesteld met short posities die de long posities volledig afdekken.

Met dit model werden er ook weer back tests uitgevoerd die een gemiddelde jaarlijkse return, na kosten, aangaven van 8,9% in 2004. Een percentage dat zeker en vast mag gezien worden als je weet dat de algemene marktneutrale tendens in 2004 6,48% bedroeg. En dat met een hefboom die bij Erasumus Capital tot 100%.gaat Het belegd kapitaal wordt dus maximaal verdubbeld door leverage. Opmerkelijk is ook de bijzonder lage volatiliteit, 2,8%, die Erasmus haalde in 2004.


Toch is het niet dat je een functionerend model hebt, dat je ook onmiddellijk van start kunt. Je hebt 2 dingen nodig, een structuur en beleggers die willen investeren. Het eerste om wettelijk in orde te zijn, het tweede om het enigszins leefbaar te houden.
Zoals we in het hoofdstuk rond de Belgische regelgeving al aangehaald hebben, is het in ons land heel moeilijk om hier een beetje hefboomfonds uit de grond te stampen. Vandaar dat Erasmus Capital gezeteld is in Ierland, waar het fonds ook noteert.

Eer dat het zover was moest er nog een wettelijk kader komen, waarbinnen het fonds kan werken. Zoiets wordt opgebouwd in samenwerking met een legal advisory. En liefst een van naam binnen de sector, dit om je credibiliteit niet te grabbel te gooien. Eens dat wettelijk kader op poten staat, stapt men naar een listing agent om het fonds te laten noteren, in dit geval in Ierland. Daarna is het uitkijken naar een administrator. Deze onafhankelijke instantie doet op regelmatige tijdstippen waardeschattingen van het fonds, om alles zo objectief en transparant mogelijk te houden. Als men zo ver geraakt is, gaat men op zoek naar een prime broker, een tussenpersoon waarlangs je je effecten verhandelt. Met het zwaarste gedeelte achter de rug, kan men zich nu rustig abonneren op Bloomberg, om dagelijks in real time alle mogelijke informatie door te krijgen, om daarna nog beheerssoftware aan te schaffen en je model te implementeren.

Verwondert het dat Jan De Spiegeleer 2 jaar met bovenstaand proces bezig is geweest eer het op punt stond? En dan is er zelfs nog geen sprake van het model op zich…
Vanzelfsprekend moet er nu nog geld binnenkomen om het fonds te doen draaien én leefbaar te houden! Doelgroep voor Erasmus Capital zijn zowel qualified investors, dakfondsen en andere institutionelen. Het instapbedrag voor dit fonds bedraagt €250.000.

Ten tijde van het interview had Erasmus Capital €12 miljoen in portefeuille. En daar men €20 miljoen nodig heeft om break even te draaien, sluit men binnen maximaal anderhalf jaar de boeken indien die €20 miljoen niet gehaald wordt. Toch zijn de vooruitzichten rooskleurig met op termijn een realistisch haalbaar portfolio tussen de €50 miljoen en de €100 miljoen. De management fee bedraagt trouwens 2%, terwijl de performance fee 20% bedraagt.


Speciale nadruk op de lock-in periode die bij Erasmus Capital slecht één week bedraagt, wat de liquiditeit natuurlijk ten goede komt! Ook op het gebied van transparantie is het fonds een echte uitblinker. Wekelijks worden immers alle relevante gegevens meegedeeld.


4.2.2Amerikaanse hefboomfondsen

Na een overzicht van 2 extremen binnen de Belgische markt, een overstap naar een meer mature Amerikaanse markt. Ook hier gaan we weer 2 verschillende fondsen belichten. Het Permal Long Short Global Equity Holdings, een fonds binnen één van de oudste dakfondsbeheerders, Permal en een kleiner fonds, het Aptus Capital Offshore Fund.




4.2.2.1Aptus Capital Offshore Fund

Deze casestudy is volledig gebaseerd op gegevens van de Magnum Group129.


Gelanceerd op 5 november 2004 is het Aptus Capital Offshore Fund, net als Erasmus Capital en KBC Life LSQG, piepjong. Maar daar houdt enige gelijkenis op, hoewel ze beiden ook marktneutrale strategieën toepassen en offshore zijn, in dit geval op Curaçao.
Aptus zit, hoewel onafhankelijk gemanaged, onder de vleugels van een grotere groep, Magnum Global Investment limited (U ziet, dit is een vennootschap in de vorm van een limited company!). Aptus is dus door die groep gesponsord en op weg gezet, eind 2004.
Bedoeling van dit hefboomfonds is om long te gaan in aandelen:


  • Met een marktkapitalisatie kleiner dan $2 biljoen,

  • Uit een groeisector met een sterk potentieel,

  • Die inefficiënt geprijsd zijn doordat ze nog niet gemerkt zijn door de grote jongens.

Short gaat men in alles wat er op de Amerikaanse markt maar te shorten is, zonder restricties qua kapitalisatie, sector… Dit omdat het veel moeilijker is een goede short te vinden dan een goede long. Zelfs Jones had dit probleem al. Toch tracht men een evenwicht te bewaren tussen long en short binnen het portfolio. Voor beide posities, long en short, worden zowel fundamentele als technische analyse toegepast.


John M. Romero, de fondsmanager, heeft al meer dan 10 jaar ervaring in de sector als portfolio manager bij een andere fonds gespecialiseerd in de Long/Short strategie en gaat nu dus zelf van start. Vermeldenswaard is dat 95% van het vermogen van Romero in Aptus zit. Als dat geen reden is om te presteren!

En presteren doen ze blijkbaar. Backtest wijzen uit dat Aptus sinds 2002 een gemiddelde jaarlijkse return zou gehaald hebben van 34,82%. Het wachten is nu op de eerste echte resultaten.


De lock-in periode zit bij Aptus op één maand. De fees zijn normaal met een management fee van 1,5% en een performance fee van 20%. Het minimum instapbedrag voor het Aptus Capital Offshore Fund bedraagt $250.000. De gebruikte hefboom gaat tot 150%, het belegd kapitaal wordt dus maximaal anderhalf keer uitvergroot.


4.2.2.2Permal Long Short Equity Global Holdings

Deze casestudy is volledig gebaseerd op gegevens van Permal zelf130131.


Na een tweede kleiner fonds, nu weer terug naar een meer gevestigde waarde binnen het hedge fund universum, namelijk Permal. Met hun 30 jaar aan ervaring is Permal één van de oudste aanbieders van dakfondsen ter wereld. In de relatief jonge wereld van de hedge funds is Permal dus niets meer of minder dan een instituut. In 2004 waren ze de 3e grootste aanbieder wereldwijd, met een belegd kapitaal van $16,7 biljoen in portefeuille. Vermeldenswaard is ook dat Permal één van de weinige hedge fund entiteiten is, die behoort tot een beursgenoteerde moeder, Worms & Cie. Worms & Cie, genoteerd op de Premier Marché in Parijs, is een industriële en services groep die naast tal van uiteenlopende activiteiten dus ook Permal voor 100% in portefeuille heeft.
De specialiteit van Permal bestaat erin, onder andere, fondsen aan te bieden met een multi-manager aanpak en dit zowel voor fondsen met één strategie als voor fondsen met diverse strategieën. Dit zorgt voor een betere diversificatie over verschillende managers/fondsen en een lagere correlatie. De grote voordelen zijn weer de verhoogde liquiditeit, de lagere instapdrempel en toegang tot fondsen die normaliter gesloten zijn voor nieuwe beleggers.

Nog een voordeel, volgens mezelf, is dat een dergelijk fonds veel meer kapitaal aankan dan één enkel fonds of één enkele manager. Al dat kapitaal wordt immers verdeeld over verschillende managers/fondsen die elk hun weg gaan. Bij één fonds/manager zou men met al dat kapitaal enorme posities moeten gaan innemen, wat te veel de aandacht zou kunnen trekken van de rest van de markt. Iets wat dan weer de winstkansen zou doen afnemen, de aandacht wordt immers gevestigd op bepaalde waarden waarna er snel anderen posities zouden kunnen innemen. Nu, als men long gaat in een aandeel is dat nog zo erg niet. Maar bedenk eens wat heel veel aandacht zou kunnen betekenen voor arbitrage strategieën die zich richten op minieme marktimperfecties. Andere spelers zouden toetreden tot die markt en de markt versneld weer efficiënt maken. Vandaar het belang een fonds niet te groot laten te worden en mijn pleidooi hier voor multi-manager fondsen of dakfondsen die hun kapitaal veel gespreider kunnen alloceren.

Om terug te komen op onze marktneutrale rode lijn, het Permal Long Short Global Equity Holdings fonds is zo’n multi-manager fonds met één enkele strategie. Het fonds, met 55 verschillende managers heeft een belegd kapitaal van $485 miljoen. Meer dan 3 keer zo groot dus dan ons KBC Life LSQG fonds. Daar waar het kwantitatief model bij het KBC fonds de wereldwijde allocatie uitmaakt, doet het Permal fonds het dus met zijn multi-manager strategie.
Sinds lancering in 2001 heeft dit Permal fonds jaarlijks gemiddeld 6,6% rendement gehaald, met een standaard deviatie van 4,1%. Het gaat hier dus wel degelijk om een zeer stabiel fonds dat boven alles als doel heeft de marktbewegingen zo goed mogelijk op te vangen. Getuige de lage volatiliteit (standaard deviatie).
Wat betreft hefboomwerking is het Permal LSGEH dakfonds zeer beperkt. Tot begin dit jaar had het fonds een gebruikte hefboom van 25%. Het kapitaal in portefeuille werd dus ‘amper’ voor een kwart uitvergroot.

4.2.3Een vergelijking

Wat eerst en vooral opvalt, is dat er aan datzelfde marktneutrale thema zoveel verschillende invullingen gegeven kunnen worden. Alles is variabel, buiten de gebruikte marktneutrale strategie zelf. Qua grootte, hefboomwerking… verschillen ze allemaal van elkaar. Enkel de management fees zijn van eenzelfde aard. Hoewel er toch nog wel enkele gelijkenissen te bespeuren zijn.


Ook is het opvallend dat de gebruikelijke lock-in periode, die vroeger één jaar bedroeg, hier voor het merendeel herleid wordt tot één maand en Erasmus Capital zelfs een lock-in van één week heeft. Dit is een positieve tendens omdat de liquiditeit van hefboomfondsen vroeger dikwijls in vraag gesteld wordt (1 jaar).
Ook wat betreft transparantie, toch een belangrijke factor, speelt Erasmus Capital een voortrekkersrol. Daar waar de andere 3 fondsen maandelijks hun cijfers publiceren doet Erasmus dit wekelijks.
We hebben hier 2 kleinere, Aptus en Erasmus, en 2 ‘grotere’ fondsen, KBC L LSQG en Permal LSGEH. Zoals gezegd zijn die 2 groepen qua structuur heel verschillende fondsen. Aptus en Erasmus zijn single manager onafhankelijke funds terwijl KBC L LSQG en Permal LSGEH een ‘instituut’ achter zich hebben.
Wat onze Belgische fondsen betreft, zien we duidelijk dat een fonds geregistreerd in België nog steeds niet voor vandaag is. Iets wat te verklaren valt door onze erg strikte Belgische wetgeving. Beiden zijn ze genoteerd in Ierland. Ook Aptus zit Offshore in Curaçao.
Als we het hebben over de minimale investering zien we ook hier weer een verscheidene mogelijkheden. Van $250.000 bij Aptus en Erasmus tot €2.500 bij KBC, voor elk wat wils.
In onderstaande tabel staan de cijfers voor 2004 van onze 4 fondsen, vergeleken met de markt enerzijds, en 2 van hun respectievelijke indexen. Aptus is immers een long short equity fund, daar waar de andere 3 marktneutrale arbitrage fondsen zijn. Ook de gebruikte hefboom wordt mee belicht. De volledige data vindt u in bijlage.
Tabel 9: Een vergelijking van de Belgische en de Amerikaanse fondsen

2004

Netto Return

Std deviatie

Sharpe

Hefboom

S&P 500

8,99%

19,44%

0,17

-

MSCI World

15,25%

14,2%

0,31

-

HEDG Equity Market Neutral

6,48%

3%

1,71

-

HEDG Long/Short Equity

11,56%

10,54%

0,97

-

KBC Life LSQG

11,5%

6%

1,70

0

Erasmus Capital

8,9%

2,8%

2,70

100%

Aptus Capital Offshore Fund

24,57%

13,25%

1,75

150%

Permal LSGEH

8,9%

4,1%

1,85

25%

Bron: http://www.hedgeindex.com
2004 Was voor de markten een positief, hoewel volatiel jaar, met standaard deviaties van 19,44% en 14,2% voor respectievelijk de S&P 500 en MSCI World. Iets wat ook blijkt uit de Sharpe ratio’s. Denk eraan, dit is een indicatie van hoe de return van een portfolio omgaat met zijn volatiliteit. Hoe hoger de Sharpe Ratio, hoe beter. De 4 fondsen slagen er in een stabieler rendement neer te zetten dan de markt, kijkt u maar naar diezelfde Sharpe ratio’s.
Puur gekeken op performance zien we dat Aptus het hoogst scoort. Zelfs beter dan de HEDG Long/Short Equity index. Toch stellen we ook vast dat de volatiliteit vrij hoog ligt, hoger dan de diezelfde index en hoger dan bij de andere 3 fondsen. Het KBC fonds scoort ongeveer even goed op de Sharpe Ratio, hoewel het rendement amper de helft bedraagt dan Aptus. Dit omdat het KBC L LSQG fonds zijn volatiliteit in 2004 wist te beperken tot 6%, waar Aptus aan een volatiliteit van 13,25% zat. Zo blijkt maar weer dat rendement altijd afhankelijk is aan het gelopen risico. Let ook op de hefboom, die met 150% bij Aptus het hoogst is vergeleken met de 3 andere fondsen.
Het KBC L LSQG fonds doet het veel beter dan de HEDG Equity Market Neutral index. Met een gelijkaardige Sharpe ratio haalt het KBC fonds een rendement van 11,5% vergeleken met 6,48% voor de index.

Interessant is ook dit fonds te vergelijken met de MSCI World. Deze index is immers de onderliggende waarde waarin het fonds investeert (in de individuele aandelen) en waar het mee short (de index zelf). Onze theorie dat een hefboomfonds een stabielere return biedt dan de markt, komt hier volledig tot zijn recht. Met een Sharpe ratio van 1,70 veegt het KBC fonds de MSCI World index met een cijfer van 0,31 gewoonweg van tafel. Merk ook dat hefboomfondsen nooit volledig van een bull market kunnen profiteren door het verlies dat ze boeken op hun shorts. Diezelfde shorts zijn natuurlijk hun bescherming tegen bear markets.

Eigenlijk is de vergelijking van het KBC L LSQG fonds en de onderliggende index dé referentie voor de sterkte en het nut van hefboomfondsen, dit zelfs zonder hefboomwerking! Ook is dit fonds een perfect voorbeeld van de democratisering die de sector doormaakt. Voor een relatief beperkte inleg vanaf €2.500 krijg je als kleine, particuliere belegger de kans te beleggen in een hefboomfonds dat net hetzelfde doet als fondsen met ‘high net worth’ instapdrempels.
Ook het Permal LSGEH fonds doet het ver van slecht. Met een Sharpe ratio van 1,86 verslaat het moeiteloos de markt en de HEDG Equity Market Neutral index wat betreft risk-adjusted performance. Een teken aan de wand dat men nooit alleen naar het rendement moet kijken, maar dat rendement altijd in verband moet brengen met het gelopen risico!

Erasmus Capital tenslotte, laat iedereen ver achter zich als het aankomt op de Sharpe ratio. Met een bijzonder lage volatiliteit van 2,8% en een rendement van 8,9% scoort dit fonds uitstekend met een Sharpe ratio van 2,7. Erasmus gaat dus met de prijs lopen van het best te scoren per eenheid risico.

Let wel dat de gegevens aangaande Erasmus Capital gebaseerd zijn op een back test van 2004, het fonds is immers pas in april 2005 gelanceerd.
De gebruikte hefbomen blijven voor alle 4 de fondsen bescheiden, variërend van helemaal geen (KBC) tot 150% van het belegde kapitaal (Aptus). Zeker vergeleken met een fonds zoals LTCM, al zo vaak aangehaald in deze thesis, dat op een gegeven moment meer dan 20 maal zijn belegd kapitaal in portefeuille had!

Weer een teken dat de puberteit van de hefboomfondssector stilaan afgelopen is, voor onze 4 fondsen toch. Zeker als je ziet dat naast die hefboomwerking de transparantie bij de 4 fondsen van een hoog niveau is en de liquiditeit ook hoger is dan voorheen. Als investeerder ga je bij geen enkel van deze 4 fondsen het gevoel hebben dat je je geld in een zwart gat gooit, dat zich enkel een maal per jaar opent.

Ook zou ik hier graag nog een lans breken voor de kleinere fondsen, die in niets moeten onderdoen voor de grotere, integendeel! Erasmus Capital is volgens mij zelfs een voorbeeld voor de toekomst wat betreft transparantie en liquiditeit. Ook de bijzonder lage standaard deviatie is een troef als men die door de jaren heen nog zo laag houdt.
Treffend is ook dat hefboomfondsen bij velen in België nog onbekend terrein is. Iets wat door de strikte regelgeving niet bepaald in de hand wordt gewerkt door de Belgische overheden! Opvoeding van de consument is dus nodig, zowel door de media, als door de financiële sector zelf.
Merk op dat ik hier in geen enkel geval een oordeel wil vellen over wie nu beter of slechter is. Bedoeling was om hier een beeld te schetsen van de werking van individuele hefboomfondsen. Dit om het standpunt te ondersteunen dat hefboomfondsen absoluut een plaats verdienen in elke portefeuille. Ook was het de bedoeling een doorsnee te geven van de sector in België, zoals die vandaag bestaat.



1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina