Hefboomfondsen: Van Jones tot vandaag, met een focus op de Belgische markt



Dovnload 495.56 Kb.
Pagina13/15
Datum20.08.2016
Grootte495.56 Kb.
1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15

5.3Conclusie

Geïnspireerd door een boek ben ik dus op zoek gegaan naar de ware aard achter hefboomfondsen. Ik wilde niet enkel weten wat hun opzet was en hoe ze functioneerden, maar ook hoe het in België stond met die fondsen en hoe je er het best in kon beleggen… Een kluwen dat ik stelselmatig heb ontward.


Hoofdstuk één toont aan dat rendementen en gelopen risico’s onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Ook wordt aangehaald dat er, net als bij rendementen, meerdere soorten van risico’s zijn. Het systematische risico (bèta), het marktrisico zeg maar, kan een belegging zowel positief als negatief beïnvloeden.

Het opzet van hefboomfondsen is om, door toepassing van allerlei technieken, aan die marktrisico’s te ontsnappen en zo een stabieler rendement te genereren. Door die marktrisico’s te isoleren gaat men zich volledig richten op de return van de investering zelf, onafhankelijk van de marktbeweging.


De historiek van hefboomfondsen in hoofdstuk twee, laat ons kennismaken met Alfred W. Jones, die als eerste op het idee kwam om bovenstaand beschreven marktrisico’s tegen te gaan en zo het marktneutrale model ontwikkelde. Bedoeling was in elke markt een positief rendement te behalen, of het toch minstens beter, en stabieler, te doen dan de markt.

Dit resultaat werd glansrijk behaald en bracht volgende 3, nu al historische, kenmerken van hefboomfondsen voort: Long/Short equity, hefboomwerking en management fees.

Dat marktneutrale model van Jones bleef trouwens de rode draad doorheen deze thesis. Zo zijn de 4 behandelde fondsen uit hoofdstuk 4 allemaal afstammelingen van dit basismodel.

Ook het verdere verloop van Jones tot ongeveer begin de jaren ’90 kwam in dit deel aan bod.


Hoofdstuk 3 behandelde de hefboomfondsindustrie op zich. Vanaf de jaren ’90 is er een ongeziene, explosieve groei gekomen op de hefboomfondsmarkt. Het totale belegde kapitaal bedraagt nu om en bij $1 biljoen. Verwacht wordt dat de sector gaat blijven doorgroeien, tot die zo’n 10% van alle belegd kapitaal wereldwijd beslaat. Nu is dit ongeveer 1,5%.
Wat de doelgroep betreft zien we dat niet alleen de vermogende privé personen en de institutionele beleggers, maar ook steeds meer en meer de ‘kleine’ particuliere belegger tot die groep gaat behoren. Deze democratisering wordt mede veroorzaakt door de grote instellingen die hefboomfondsproducten gaan aanbieden tegen een veel lager instapbedrag.
De regelgeving in België zoals ze nu bestaat werkt verstikkend voor hefboomfondsen en betuttelend voor de belegger. Als er al hefboomfondsen aangeboden mogen worden, dan moeten het dakfondsen of indexfondsen zijn én moeten ze een kapitaalsgarantie aanbieden. Vooral dit laatste fnuikt de aard van een hefboomfonds volledig. Aan de andere kant zijn er toch levensverzekeringsproducten van het type TAK-23 verkrijgbaar in België die beleggen in hefboomfondsen en die geen restricties kennen. Het blijft sowieso moeilijk, zoniet onmogelijk, om in België een fonds op te richten. Vandaar dat de meeste fondsen naar het buitenland trekken om genoteerd te worden, de regelgeving is er immers losser.
Hierop werd de performance van hefboomfondsen onder de loep genomen. De belegger wil in dit geval niet alleen zien hoeveel % winst of verlies hij gemaakt heeft, maar ook hoe goed het fonds is omgesprongen met het gelopen risico.

Daarom werden de 3 risk-adjusted performance measures, de Sharpe ratio, de Treynor ratio en de Jensen Alpha behandeld. Elk van deze 3 ratio’s geeft op zijn manier weer hoe goed het fonds omgaat met een bepaald risico. Steeds geldt, dat hoe hoger de uitkomst van de ratio is, hoe beter het portfolio omgaat met elke eenheid risico.


Ook blijkt uit hoofdstuk 3 dat er een ongelooflijk gamma aan beleggingsstrategieën voor hefboomfondsen is, voor elk doeleinde, voor elke belegger wat wils… Punt is dat we aan de hand van de cijfers en bovenstaande ratio’s hebben kunnen aantonen dat hedge funds wel degelijk het marktrisico drastisch kunnen verminderen. Op die manier kunnen ze een stabielere return bieden in elke markt, stijgend of dalend.

Daarom horen ze ook thuis in iedere goed gediversifieerde portefeuille. In het deel rond optimaal investeren in hefboomfondsen bleek dat hefboomfondsen door hun aard de efficiëntie van een portefeuille positief kunnen beïnvloeden, het algemeen rendement gaat stijgen en de algemene volatiliteit dalen. Recente studies tonen aan dat men gerust 10% à 15% van zijn portefeuille in hedge funds mag beleggen.


De kritiek op hefboomfondsen als zouden ze een tijdbom zijn onder het financiële systeem, blijkt ongegrond. Natuurlijk zijn zeldzame uitzonderingen altijd mogelijk, maar het is aan de sector zelf om samen met de regelgevende instanties een gedragscode uit te werken, voor zover dat de fondsen zichzelf nog zo geen code opgelegd hebben. Een code die pleit voor maximale transparantie en een optimale klantentevredenheid. Door de explosieve groei is er nu immers keuze genoeg, de klant wordt koning!

Volgens het IMF werken hefboomfondsen door hun strategieën en transacties zelfs mee aan de efficiëntie op de financiële markten. Dat hedge funds een nieuwe bubbel vormen is onjuist gebleken. Ze zijn er al sinds de jaren ’40 en ze doen wat ze geacht worden te doen. Dit is geen modeverschijnsel, maar een investeringstak als een andere, met zijn eigen kenmerken, zijn eigen voor en nadelen.


In hoofdstuk 4 werd eerst en vooral gefocust op de dakfondsen of funds of hedge funds. Zo bleek dat diezelfde dakfondsen, die beleggen in andere fondsen, heel nuttige diversificatie tools zijn om met een beperkt bedrag toch een zo optimaal mogelijke spreiding kunnen te bereiken. Ze beleggen immers in verschillende strategieën, regio’s… Dit werd verder onderstreept door een case study over het Magnum Bull & Bear Fund, dat ook weer aantoonde dat deze fondsen wel degelijk nut en dus een bestaansreden hebben.

Als kroon op het werk werden dan ook 2 Belgische en 2 Amerikaanse hefboomfondsen van naderbij bestudeerd. Alle 4 toonden ze aan dat ze beter deden dan de markt en dat ze beter omsprongen met het gelopen risico. Zoals al vaak herhaald, ze zorgen voor een stabielere return. Zelfs de eigen strategie-indexen werden hier en daar geklopt.

Ook bleek dat de puberteit van de hefboomfondssector stilaan afgelopen is, voor deze 4 fondsen althans. Als je ziet dat naast de relatief lage hefboomwerking, de transparantie bij de 4 fondsen van een hoog niveau is en de liquiditeit ook hoger is dan voorheen, merk je dat het steeds beter gaat. Als investeerder ga je bij geen enkel van deze 4 fondsen het gevoel hebben dat je je geld in een zwart gat gooit, dat zich enkel een maal per jaar opent. Dat bedoelde ik hiervoor met die eigen gedragscode.

Ook zou ik hier graag nog een lans breken voor de kleinere fondsen, die in niets moeten onderdoen voor de grotere, integendeel! Zowel op gebied van transparantie, code of conduct in het algemeen en algemene prestaties kunnen ze een absolute voortrekkersrol vervullen.


In het laatste hoofdstuk over de toekomst van de sector, zien we dat er een blijvende innovatiedrang is die steeds opnieuw opportuniteiten ziet. En dit zowel in nieuwe markten als de Islamic Finance of China, maar ook in nieuwe producten, zoals indexfonden die hefboomfondsindexen gaan volgen. Ook is er momenteel in de sector een consolidatiebeweging begonnen die zeker nog gaat blijven voortduren.
Het trof me terwijl ik met deze thesis bezig was, dat hefboomfondsen bij velen in België nog onbekend terrein is. Iets wat door de strikte regelgeving niet bepaald in de hand wordt gewerkt! Opvoeding van de consument is dus noodzakelijk, zowel door de media, als door de financiële sector zelf. Vandaar dat ik hoop dat deze verhandeling mee kan helpen om licht te laten schijnen in de duisternis.



1   ...   7   8   9   10   11   12   13   14   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina