Hefboomfondsen: Van Jones tot vandaag, met een focus op de Belgische markt



Dovnload 495.56 Kb.
Pagina2/15
Datum20.08.2016
Grootte495.56 Kb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15

Inleiding

Mijn interesse voor hefboomfondsen, ook bekend als hedge funds, werd geprikkeld toen ik toevallig in een boekhandel een boek vond over hefboomfondsen, Hedge funds: The courtesans of capitalism, van Peter Temple. Wat een hefboomfonds juist was? Dat wist ik niet, maar ik had er wel al vaag van gehoord. Het boeide me, dus besloot ik het boek te lezen. Een nieuwe wereld ging open! Een wereld van rendementen en risico’s, van mensen die het beter deden dan de rest, of net slechter, van gigantische winsten of net gigantische verliezen…


Op dat moment was het allemaal wel leuk lezen, maar de essentie ontsnapte me, ik had immers geen financiële vooropleiding achter de rug. Toch besloot ik de uitdaging aan te gaan en deze verhandeling te schrijven. Vandaar dat het thema behandeld wordt van Jones, de grondlegger van de hefboomfondssector, tot vandaag. Ook wordt de Belgische markt onder de loep genomen. Wat zijn de mogelijkheden van hefboomfondsen hier bij ons?

Ik wilde een verhandeling schrijven die meer doet dan enkel het bovenste laagje verf afkrabben, maar die evengoed zeer toegankelijk blijft voor niet-ingewijden. Een werk dat niet enkel toespitst op droge theorie, maar ook op toepassingen, uit het leven van de fondsen gegrepen. Bedoeling was om een omvattend werk te maken dat evenzeer de leek als de professional kan dienen.


De ontdekkingstocht start in het eerste hoofdstuk bij de verschillende soorten rendementen en risico’s. Rendementen zijn immers een rechtstreeks gevolg van het gelopen risico. Vandaar een introductie tot de risico’s die een belegging kunnen teisteren. In dit deel gaan we ook op zoek naar de bestaansredenen van hefboomfondsen.
In het tweede hoofdstuk wordt getracht een solide basis te leggen over wat hefboomfondsen eigenlijk zijn en hoe ze functioneren in al hun facetten.

We starten bij Alfred W. Jones, zoals gezegd de grondlegger van wat nu een industrie geworden is. Wie was hij? Wat deed hij? Hoe kwam hij op het idee een hefboomfonds op te starten?

Jones heeft ons, naast de fundamenten van een heuse industrie, ook 3 historische kenmerken nagelaten, die ook nu nog bepalend kunnen zijn voor elk soort hefboomfonds. Vandaar dat we deze kenmerken uitvoerig gaan behandelen.

Daarna een beschrijving van het verloop van de industrie van Jones tot nu. Ook wordt speciale aandacht besteed aan de evolutie van de beleggingsstrategie die Jones toepaste.


Het derde hoofdstuk, Hefboomfondsen vandaag, richt zich op het volledige hedge fund spectrum zoals het zich nu manifesteert. Eerst door een bespreking van de industrie, waar we onder andere de explosieve groei van de laatste jaren, de doelgroep, de regelgeving (ook de Belgische) en de performance gaan bespreken. Die performance van hefboomfondsen gaan we trouwens linken aan de gelopen risico’s, besproken in het allereerste hoofdstuk.

Daarna wordt het volledige palet aan beleggingsstrategieën opgevoerd, dat een ongelooflijke diversiteit aan fondsen omvat. Natuurlijk komen ook de cijfers achter de strategieën ruim aan bod. Dit gaat dan zowel over het aandeel aan belegd kapitaal dat ze innemen als over de rendementen die ze genereren. Natuurlijk zoals steeds in verband gebracht met het gelopen risico.

In een derde deel, Optimaal investeren in hefboomfondsen, wordt besproken wat nu eigenlijk de voordelen van hefboomfondsen zijn en hoe men er het best in kan investeren.

Kritiek kan natuurlijk nooit ontbreken, vandaar het vierde deel. Hier wordt onderzocht of hefboomfondsen wel degelijk een marktontwrichtende werking kunnen hebben, zoals men beweerd. Ook wordt aandacht besteed aan het idee dat hefboomfondsen, na de dot.com rage gewoonweg de nieuwste bubbel zijn op de financiële markten.


Het vierde hoofdstuk focust op twee dingen, dakfondsen (funds of hedge funds) en een vergelijking tussen Belgische en Amerikaanse fondsen. Bedoeling is om een belangrijk aspect van de sector te belichten, met name de dakfondsen, en door middel van case studies de Belgische markt door te lichten. Een vergelijking met Amerikaanse fondsen kon dus eigenlijk niet uitblijven.
In het vijfde en laatste hoofdstuk wordt de toekomst van de hefboomfondssector belicht. Er zijn natuurlijk tal van trends en innovaties, maar degenen die mij het meest troffen worden hier besproken.
Tot slot een conclusie waarin ik zal trachten een beeld te formuleren van hefboomfondsen op zich en van de sector, ook hier in België. Een besluit dat zowel de mogelijkheden als de beperkingen weergeeft, in België en elders.
Hopelijk wordt dit voor velen een boeiend werk.

1Absolute versus relatieve rendementen, over α en β

Hefboomfondsen worden vaak in één adem genoemd met absolute rendementen, rendementen die natuurlijk gebonden zijn aan bepaalde risico’s.


Het verschil tussen absolute en relatieve rendementen en de daaraan verbonden soorten risico’s zijn van vitaal belang om de bestaansredenen van hefboomfondsen te doorgronden.
Eer we dus overstappen naar de sector op zich, is een kleine introductie van deze begrippen op zijn plaats.


1.1Rendementen

Volgens de Moderne Portfolio Theorie van Markowitz bestaat het rendement van elke investering die men zich ook maar enigszins kan inbeelden uit 2 delen. Namelijk het absolute deel (α) en het relatieve deel (β).1


Alvorens die Moderne Portfolio Theorie, vol alpha’s en bèta’s wordt uitgespit, toch eerst een kleine schets over wat dat absolute deel (α) en dat relatieve deel (β) van een investering juist inhoudt.


1.1.1Absolute rendementen: α

Blijven we nog even uit de wereld van de effecten en nemen we een verhuurd appartement als voorbeeld. Een dergelijk appartement heeft een maandelijks rendement, de huur, volledig eigen aan de aard van de investering.


Natuurlijk zijn er, zoals op elke markt, ook op de vastgoedmarkt veranderingen in vraag en aanbod. Veranderingen die het evenwichtspunt, waar vraag en aanbod elkaar ontmoeten, doen verschuiven. De markt kan immers evengoed in waarde stijgen als dalen, afhankelijk van de gebeurtenissen die plaatsvinden.

Passen we deze denkpiste toe op de aandelenmarkt, dan zien we weer die 2 verschillende soorten rendementen opduiken. Natuurlijk zal een aandeel op zich gaan fluctueren. Dit naar aanleiding van interne veranderingen, gerelateerd enkel en alleen aan het bedrijf zelf. Ook is het even vanzelfsprekend dat marktbewegingen invloed gaan hebben op de koers van dat aandeel.


Welnu, het rendement dat rechtstreeks voortvloeit uit een verhuurd appartement, een aandeel, een portefeuille, een fonds…, kortom elk soort investering, wordt het absolute rendement genoemd. Dit is het rendement van een investering indien de markt volkomen statisch is. Deze return staat ook bekend als α.

Voor een portefeuille van effecten of een (hefboom)fonds is α de toegevoegde waarde of het bijkomende rendement dat het management, door actief beheer, kan realiseren bovenop het algemene marktrendement.2


Het management van een fonds zal de portefeuille zo trachten samen te stellen, dat er, al naar gelang de vooruitzichten, beter dan de markt gepresteerd wordt, of toch alleszins minder slecht. Als men er bijvoorbeeld van uitgaat dat men zich uitsluitend op één enkele index richt, de Dow Jones Industrial Average, de index van de 30 grootste en meest invloedrijke industriële bedrijven in de Verenigde Staten, dan is natuurlijk het primaire objectief om een toegevoegde waarde te behalen bovenop het positieve, al dan niet negatieve, marktrendement.

Die toegevoegde waarde kan in ons voorbeeld bereikt worden door de ‘samenstelling’ van onze index, hier de DJIA, te veranderen. Waarden waarvan men verwacht dat ze goed gaan presteren, worden een groter gewicht toegekend in de portefeuille dan in de index. Het tegenovergestelde met waarden die verwacht worden minder te presteren, deze kan men zelfs helemaal weglaten.

Dit is een goed, hoewel vrij eenvoudig (in theorie), voorbeeld van actief beheer. Meer specifiek werd dit voorbeeld geïnspireerd door een praktijkvoorbeeld van Roland Van der Elst3, hoewel er geen hefboomfondsen aan te pas kwamen. Er zijn natuurlijk nog tal van andere strategieën, technieken… die men gebruikt wanneer men probeert de markt te verslaan.

Hoe men het ook draait of keert, toegevoegde waarde, α, daar gaat het om! Anders kan je evengoed investeren in een indexfonds of een tracker (effecten die een bepaalde index exact volgen).


Maar wat is dan β?

1.1.2Relatieve rendementen: β

U heeft het ondertussen al geraden, β is niets minder dan het effect dat de markt heeft op een investering. Met andere woorden, de gevoeligheid van de investering voor veranderingen in de markt. Dit is dus het relatieve rendement.4


De vastgoedmarkt bijvoorbeeld, heeft een historisch relatief rendement van zo’n 5%. Bovenop de maandelijkse huuropbrengst (α) geniet de verhuurder van hierboven vernoemd appartement dus ook nog van een relatief rendement (β) van 5% op zijn investering. En dit, dankzij de marktbeweging.5 Bij een aandeel, of (hefboom)fonds, gaat deze vlieger vanzelfsprekend ook op!
Als α = 3%, β = 1 en de markt stijgt 10%, dan is het totale rendement, in theorie, 13% (= 3% + 1(10%)). Moest de markt nu 10% dalen, dan verliest onze investeerder 7% (= 3% + 1(-10%)).6
Natuurlijk zijn de β’s bij alle aandelen verschillend. Zo gaan sommige beleggers in een stijgende markt op zoek naar aandelen met een hoge β-waarde. De marktstijging wordt dan immers nog eens extra uitvergroot door die hoge β-waarde, wat resulteert in potentieel hogere rendementen.7



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   15


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina