Heffing ter bestrijding van leeg­stand en verkrot­ting van gebouwen en/of woningen



Dovnload 132.5 Kb.
Datum17.08.2016
Grootte132.5 Kb.
HEFFING TER BESTRIJDING VAN LEEG­STAND EN VERKROT­TING VAN GEBOUWEN EN/OF WONINGEN

(voor de uitvoering van deze afdeling: zie B.V.R. 2 april 1996, B.S., 1 mei 1996)

 

Art. 24. Voor de toepassing van deze afde­ling en de besluiten ter uitvoering ervan, worden de hierna vol­gende begrippen ge­bruikt:

[administratie: de administratieve eenheid binnen het Ministerie van de Vlaamse Ge­meenschap, de ge­meen­te­lijke admini­stratieve eenheid en/of de inter­gemeentelij­ke administratieve eenheid die door de Vlaamse reger­ing belast wordt met het beheer van de inventaris, bedoeld in artikel 28; (verv. decr. 18 mei 1999, art. 9, I: 8 juli 1999)]

2° gebouw: elk bebouwd onroerend goed, dat zowel het hoofd­gebouw als de bijge­bouwen omvat, met uit­zondering van de bebouwde onroerende goe­deren die vallen onder de toepas­sing van het decreet van 19 april 1995 houdende maatrege­len ter be­strijding en voor­koming van leegstand en ver­waarlozing van bedrijfs­ruimten;

3° gewestelijk ambtenaar: de ambtenaar die door de Vlaamse regering wordt aangewezen om binnen zijn ambtsgebied toe te zien op de naleving van de vereis­ten inzake kwaliteit en bewoonbaarheid, bedoeld in artikel 31;

[(geschr. decr. 23 december 2005, art. 70, I : 5 augustus 2004)]

[sociale woonorganisaties: de Vlaamse Huisves­tings­maat­schappij, de door de VHM erkende lokale sociale huisvestingsmaat­schappijen en het Vlaams Woning­fonds van de Grote Gezinnen; (verv. decr. 8 juli 1997, art. 1, I: 1 januari 1996)]

[woning: elk onroerend goed of deel ervan dat hoofdzakelijk bestemd is voor de huisvesting van een gezin of alleenstaande; (verv. decr. 7 juli 1998, art. 5, I: datum van inwerkingtreding van Titel III van het decr. 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode)]

[7° inventarisatiedatum: datum waarop het gebouw en/of de woning voor de eerste maal in de inventaris wordt opgenomen of, zolang het gebouw en/of de woning niet uit de inventaris is geschrapt, het ogen­blik van het verstrijken van elke nieuwe periode van twaalf maanden vanaf de datum van de eerste in­schrijving; (ing. decr. 8 juli 1997, art. 1, I: 1 januari 1996)]

[8° aanvaardbare marktvoorwaarden: de voorwaarden die gelden in dezelfde en de aangrenzende wijken voor een onroerend goed met een zelfde kadastraal inkomen, vastgesteld overeenkomstig artikel 255 en artikel 256 van het Wetboek van de inkomstenbelas­tingen 1992, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse Gewest, krachtens artikel 60 van het de­creet van 21 december 1990 houdende begrotingstechni­sche bepalingen als­mede de bepalingen tot begelei­ding van de begroting 1991, en geïndexeerd overeen­komstig artikel 518 van hetzelfde wetboek, en ver­kerend in een verge­lijkbare staat. Om tot een objec­tieve inschat­ting van de markt­voorwaarden te komen, kunnen partijen daartoe een deskundige aanwijzen of kan een vordering tot schat­ting worden ingesteld. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 2, I: 5 augustus 2004)]

 

ONDERAFDELING 1



GRONDSLAG VAN DE HEFFING

 

Art. 25. Het Vlaams Gewest legt een hef­fing op met betrekking tot leegstaande en/of verwaarloosde ge­bouwen en leegstaande, verwaarloosde, ongeschikte en/of onbe­woonbare woningen die opgenomen zijn in de inventaris, bedoeld in onderafdeling 3 van deze afdeling.

 

[Gemeenten die voldoen aan drie van de criteria ge­noemd in artikel 193, § 1, eerste lid, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruim­telijke ordening, kunnen op aanvraag onder wel­bepaalde voorwaarden, vastgelegd door de Vlaamse regering, vrijgesteld worden van de gewes­telijke heffing en een eigen heffingsstelsel hanteren. Dit hef­fingsstelsel neemt minimaal de regeling van dit de­creet over en kan die verder aanvullen. De gemeente voert tevens een huis­vestingsbeleid en een grond  en pandenbeleid, waarin het voorgestelde heffingsstelsel kadert. Om aan de voorwaarden te voldoen, mogen de gemeenten inter­gemeentelijke sa­menwerkingsver­banden aangaan. De Vlaamse rege­ring kan, na onder­tekening van een over­eenkomst waarin nadere regelen worden vastgelegd, machtiging verlenen aan de ge­meenten. Het Vlaamse Gewest kan een opstartsub­sidie toekennen.

 

Voor de ongeschikt  en onbewoonbaarverklaring blijft hoofdstuk III van het decreet van 15 juli 1997 hou­den­de de Vlaamse Woon­code onverkort van toepas­sing. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 3, I: 5 augustus 2004)]



 

 

Art. 26. [De heffing is verschuldigd indien het ge­bouw en/of de woning gedurende 12 opeenvolgende maan­den is opgenomen in de inventaris bedoeld in de arti­kelen 28 tot 35. De aanslag kan worden gevestigd vanaf het ogenblik van het verstrijken van de periode van 12 maanden tot uiterlijk de laatste dag van het hierop volgend kwartaal.

 

Zolang het gebouw en/of woning niet is geschrapt uit de inventaris, blijft de heffing verschuldigd, overeen­komstig artikel 36, op het ogenblik van het verstrij­ken van elke nieuwe periode van 12 maanden vanaf de datum van de eerste verjaardag. De aanslag kan worden gevestigd vanaf dit ogenblik tot uiterlijk de laatste dag van het kwartaal volgend op het verstrij­ken van de nieuwe periode van 12 maanden. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 4, I: 5 augustus 2004)]



 

[Wanneer er in een heffingsjaar meerdere verjaardagen zijn ten gevolge van opnames van het gebouw en/of de woning op

meerdere inventarislijsten, kan de aanslag worden gevestigd vanaf de datum van de laatste verjaardag tot uiterlijk de laatste dag van het hierop volgend kwartaal. (ing. decr. 23 december 2005, art. 71, I : 5 augustus 2004)]

 

[... (geschr. decr. 24 december 2004, art. 31, I: 5 augustus 2004)]

 

ONDERAFDELING 2



BELASTINGPLICHTIGE

 

Art. 27. § 1. Als belastingplichtige van de eerste heffing wordt beschouwd de houder van een van de hierna vermelde zakelijke rechten met betrekking tot een gebouw en/of woning op het ogenblik van [het ver­strijken van de eerste periode van 12 maanden na opname (verv. decr. 7 mei 2004, art. 5, I: 5 augustus 2004)] in de in­ven­ta­ris, be­doeld in on­der­af­de­ling 3 van deze afde­ling:

- de volle eigendom;

- het recht van opstal of van erfpacht;

- het vruchtgebruik.

 

Zolang het gebouw en/of de woning niet is geschrapt uit de inventaris, wordt de houder van een zakelijk recht, bedoeld in het vorige lid, op het ogenblik dat een nieuwe termijn van 12 maanden verstrijkt als belas­tingplich­tige van de nieuwe hef­fing beschouwd.



 

§ 2. Behoort één van die zakelijke rechten in onver­deeldheid toe aan meer dan één persoon dan geldt de onverdeeld­heid als belastingplichtige. De leden van de onver­deeldheid zijn hoofdelijk gehouden tot beta­ling van de verschuldig­de heffing. [Elke houder van een zakelijk recht (ing. decr. 7 mei 2004, art. 5, I: 5 augustus 2004)] [zoals bekend bij de Administratie van de BTW, Regis­tratie en Domeinen (ing. decr. 24 december 2004, art. 32, I: 5 augustus 2004)] [wordt op de hoog­te ge­bracht van de op­name van de woning en/of het ge­bouw in de inven­taris, bedoeld in de arti­kelen 28 tot 35, en wordt ge­nfor­meerd over de pro­cedure van leegstand en ver­krot­ting, waartoe de hier bedoelde opname aan­leiding geeft. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 5, I: 5 augustus 2004)]

 

§ 3. [De instrumenterende ambtenaar gelast met de overdracht van het zakelijk recht, bedoeld in § 1, moet de verkrijger van het zakelijk recht uiterlijk op het ogenblik van de overdracht van het zakelijk recht in kennis stellen van de kennisgeving van de vaststelling tot leegstand, ongeschiktheid of verwaarlozing ervan of van de opname van het gebouw en/of de woning in de inventaris, bedoeld in de artikelen 28 tot 35. Een door beide partijen ingevuld en ondertekend formulier wordt door de notaris of een partij uiterlijk zeven dagen na de overdracht van het zakelijk recht aan de administratie en aan de in artikel 38, eerste lid, bedoelde ambtenaren gezonden. Bij ontstentenis van deze kennisgeving aan de administratie en aan de in artikel 38, eerste lid, bedoelde ambtenaren, wordt de overdrager van het zakelijk recht, in afwijking van § 1, als belastingplichtige beschouwd voor de eerstvolgende heffing die na de overdracht van het zakelijk recht ontstaat. (verv. decr. 23 december 2005, art. 72, I : 5 augustus 2004)]

 

[... (opgeh. decr. 7 mei 2004, art. 5, I: 5 augustus 2004)]

 

Wanneer de ontstentenis van deze medede­ling aan­lei­ding geeft tot de toepassing van artikel 39, § 1, tweede lid, zijn de daaruit voortvloeiende interesten ten laste van de overdrager van het zakelijk recht.



 

ONDERAFDELING 3

INVENTARIS

 

Art. 28. § 1. Overeenkomstig de bepalin­gen die door de Vlaamse regering worden vastgesteld, maakt de administratie een inven­taris met afzonderlijke lijsten van:

- leegstaande gebouwen en/of woningen;

- ongeschikte en/of onbewoonbare wonin­gen;

- verwaarloosde gebouwen en/of woningen.

 

[De ambtenaren van de administratie die door de Vlaamse Regering worden belast met het beheer van de inventaris, zijn bevoegd om de verwaarlozing, de leeg­stand van een gebouw en/of woning op te sporen en in een administra­tieve akte vast te stellen. (verv. decr. 24 december 2004, art. 34, I: 5 augustus 2004)]

 

[De woningen, zoals bepaald in artikel 31, §§ 1 en 2, worden ongeschikt en/of onbewoonbaar verklaard overeen­komstig artikel15 van het decreet van 15 juli 1997 en artikel 34 van dit decreet. (ing. decr. 24 december 2004, art. 35, I: 5 augustus 2004)]

 

Onverminderd de toepassing van artikel 89bis van het wetboek van strafvordering, hebben de genoemde ambtenaren toegang tot de gebouwen en/of woningen om alle voor de heffing noodzake­lijke opsporingen en vaststellingen te verrichten wanneer het vermoeden bestaat dat een gebouw en/of woning verwaarloosd is of leegstaat of wan­neer het vermoeden bestaat dat een woning niet voldoet aan de vereisten van artikel 31.



 

§ 2. Elke gemeente ontvangt een uittreksel van de in de inven­taris geregistreerde ge­bouwen en/of wonin­gen die zich op haar grondgebied bevinden, met vermel­ding van de gebouwen en/of woningen waarop een heffing werd geïnd.

 

De gemeente moet aan elkeen die erom verzoekt inza­ge verlenen in de lijst met de [in de inventaris geregis­treerde (verv. decr. 7 mei 2004, art. 6, I: 5 augustus 2004)] ge­bou­wen en/of wo­nin­gen en de gege­vens van de ka­dastrale legger die op deze ge­bou­wen en/of wo­ningen betrek­king hebben.



 

 

Art. 29. Een gebouw, ongeacht of het dienst doet als woning, wordt beschouwd als verwaarloosd, wanneer het ernstige zicht­bare en storende gebreken of teke­nen van verval vertoont aan buitenmuren, voegwerk, schoorstenen, dakbedekking, dakgebinte, buiten­schrijn­werk, kroonlijst of dakgoten.

 

De Vlaamse regering bepaalt de criteria voor de beoor­deling van de gebreken en de tekenen van ver­val.



 

 

Art. 30. § 1. [Een gebouw wordt be­schouwd als leeg­stand als meer dan 50 pro­cent van de totale vloerop­pervlakte niet effectief wordt gebruikt gedu­rende min­stens 12 opeenvolgende maanden. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de woningen die deel uitma­ken van het gebouw. (verv. decr. 8 juli 1997, art. 2, I: 1 juli 1997)]

 

Een gebouw, dat in hoofdzaak gediend heeft voor een economi­sche activiteit, zoals be­doeld in artikel 2 van het decreet van 19 april 1995 houdende maatre­gelen ter be­strijding en voorkoming van leegstand en ver­waarlo­zing van bedrijfsruimten, wordt niet be­schouwd als leegstaand zolang de oorspronkelijke beoefenaar van deze activi­teit een gedeelte van het gebouw be­woont [en dat gedeelte niet afsplitsbaar is. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 7, I: 5 augustus 2004)]



 

§ 2. Een woning wordt beschouwd als leeg­staand wanneer ze gedurende ten minste 12 opeenvolgende maanden niet effectief wordt gebruikt in overeen­stem­ming met de woon­functie.

 

[Bij wijze van uitzondering wordt met de woonfunc­tie gelijkgesteld, voorzover de belastingplichtige met alle mogelijke middelen het bewijs van die functie levert, elke andere functie die effectief en niet-occa­sioneel gebruik van de woning met zich meebrengt. De Vlaam­se regering wordt ermee belast de modali­teiten terzake nader te bepalen. (ing. decr. 18 mei 1999, art. 2, I: 9 juli 1999)]

 

[§ 3. Een nieuw gebouw en/of woning wordt be­schouwd als leegstaand wanneer dat gebouw en/of woning 7 jaar na afgifte van de stedenbouwkundige vergunning nog steeds niet effectief wordt gebruikt. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 7, I: 5 augustus 2004)] [... (geschr. decr. 24 december 2004, art. 36, I: 5 augustus 2004)]

 

[§ 4. De Vlaamse regering bepaalt de criteria voor het beoordelen van de tekenen van leegstand en legt die vast in een model van technisch verslag. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 7, I: 5 augustus 2004)]

 

 

Art. 31. § 1. Een woning die niet beant­woordt aan de vereisten van stabiliteit, bouwfysica, veiligheid of mi­nimaal comfort is ongeschikt.



 

De volgende zichtbare en verborgen gebre­ken zijn strijdig met de vereisten van stabi­liteit, bouwfysica en veiligheid:

- afwezigheid van of gebreken aan de fun­deringen;

- concave of convexe welvingen van binnen- en/of buitenmuren die de stabiliteit en de draagstructuur van de woning aantas­ten;

- gebreken die het draagvermogen van draagvloeren aantasten;

- alle andere tekenen van bouwvalligheid;

- doorsijpeling van vocht ten gevolge van onvoldoen­de water­dichtheid van dakbedek­king en/of muren;

- optrekken van vochtigheid in vloeren en muren.

 

Als vereisten van minimaal comfort worden be­schouwd:



- de aanwezigheid van de als noodzakelijk beschouw­de minimale sanitaire voorzienin­gen;

- de aanwezigheid van de gebruikelijke nutsvoorzie­ningen: water, electriciteit en verwarming.

 

De Vlaamse regering kan deze vereisten verfijnen en stelt de nadere regels vast voor het conformiteitson­derzoek.



 

Bij bepaling van de vereisten en normen vermeld in deze para­graaf houdt de Vlaamse regering rekening met specifieke woon­vor­men en met de situatie van speci­fieke be­wonersgroepen.

 

§ 2. Een ongeschikte woning die gebreken vertoont, die onmis­kenbaar een veiligheids- en gezondheidsri­sico inhouden is onbewoon­baar.

 

 



Art. 32. [Elke gemeente deelt, volgens de bepalin­gen die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld, aan de admini­stratie mee welke gebouwen en/of woningen op haar grondgebied ver­waarloosd zijn.

 

De administratie stelt de verwaarlozing vast in een gemotiveerde administratieve akte, zoals bedoeld in artikel 28, en geeft de houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, bij aange­tekend schrijven ken­nis van deze vaststelling alsook van de gevolgen van op­name in de inventaris en de voorwaarden tot schrap­ping, schorsing en vrij­stel­ling.



 

De houder van het zakelijk recht kan de vaststel­ling binnen vier maanden na de betekening van de admini­stratieve akte betwis­ten via aangetekend schrijven aan de administratie en met alle bewijs­midde­len van gemeen recht,met uitzondering van de eed, het bewijs leveren dat het gebouw en/of de woning geen ernstige zicht­bare en storende ge­breken en tekenen van verval­ver­toont. In dit aangetekend schrijven geeft hij behal­ve de bewijzen ookaan of hij gehoord wil worden. De inven­tarisbe­heerder heeft drie maanden detijd om dit be­zwaar te behandelen. Wanneer er geen uitspraak is binnen dezetermijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewil­ligd.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waar­on­der de houder van hetzakelijk recht in die periode moet gehoord worden.



 

Wanneer de vaststelling niet werd betwist of het be­zwaar niet ingewilligdwerd, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op in deinventaris.

 

Het gebouw en/of de woning wordt ingeschreven, op datum van de eerste dagna het verlopen van de ter­mijn van vier maanden na de administratieve akte, bedoeld in artikel 28, § 1, tweede lid. (verv. decr. 24 december 2004, art. 37, I: 5 augustus 2004)]



 

 

Art. 33. [Elke gemeente deelt, volgens bepalingen die door de Vlaamse Regering worden vastgesteld, aan de administratie mee welke gebouwen en/of woningen op haar grondgebied leeg staan.

 

De administratie stelt de leegstand vast in een gemo­ti­veerde administratieve akte, zoals bedoeld in artikel 28, en geeft de houder van het zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, bij aangetekend schrijven kennis van deze vaststelling alsook van de gevolgen van op­name in de inventaris en de voorwaarden tot schrapping, schorsing en vrijstel­ling.



 

De houder van het zakelijk recht kan de vaststelling binnen vier maanden na de betekening van de admini­stratieve akte betwisten via aangetekend schrijven aan de administratie en met alle bewijsmidde­len van gemeen recht, met uitzondering van de eed, het be­wijs leveren dat het gebouw en/of de woning effectief gebruikt wordt. In dit aangetekend schrijven geeft hij behalve de bewijzen ook aan of hij gehoord wil wor­den. De inven­tarisbeheerder heeft drie maanden de tijd om dit be­zwaar te behandelen. Wanneer er geen uitspraak is binnen deze termijn, wordt het bezwaar geacht te zijn ingewilligd.

 

De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden waar­on­der de houder van het zakelijk recht in die periode moet gehoord worden.



 

Wanneer de vaststelling niet werd betwist of het be­zwaar niet ingewilligd werd, neemt de administratie het gebouw en/of de woning op in deinventaris, be­doeld in artikel 28. Het gebouw en/of de woning wordt inge­schreven, op datum van de eerste dag na het ver­lopen van de termijn van vier maanden na de administratieve akte, bedoeld in artikel 28, § 1, tweede lid.

 

De bepalingen van dit artikel zijn eveneens van toe­pas­sing op gebouwen en/of woningen die op de da­tum van inwerkingtreding van dit hoofdstuk minstens twaalf opeenvolgende maanden leegstaan. (verv. decr. 24 december 2004, art.38, I:5 augustus 2004)]



 

 

Art. 34. [§ 1. Onverminderd de toepassing van arti­kel 135 van de Nieuwe Gemeentewet, kan de bur­gemees­ter, op eigen initiatief of op verzoek, een woning die niet beantwoordt aan de vereisten, be­doeld in artikel 31, bij besluit ongeschikt of onbe­woonbaar verklaren op voor­waarde dat de geweste­lijke ambtenaar de on­geschikt- of onbewoon­baarver­klaring heeft geadvi­seerd en na de eigenaar en de bewoner te hebben gehoord. De bur­gemeester beveelt in dat geval alle maatregelen die hij noodzakelijk acht ter uitvoering van het besluit.

 

Het verzoek om een woning ongeschikt of onbewoon­baar te verklaren, kan worden ingediend door het ge­meentebestuur, de voorzitter van de raad voor maat­schappelijk welzijn, de gewestlijke ambtenaar, de sociale woonorganisaties, de gezondheidsinspec­teur van het ambtsgebied waarin de woning gelegen is of elkeen die blijk geeft van een belang.



 

De burgemeester neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek vermeld in het tweede lid.

 

Tegen de beslissing of het stilzitten van de burge­mees­ter kan beroep worden aangetekend bij de Vlaamse regering binnen dertig dagen volgend op de betekening van de beslissing, respectievelijk het ver­strijken van de termijn, vermeld in het vorige lid.



 

De Vlaamse regering neemt een beslissing binnen drie maanden na ontvangst van het beroepschrift. Bij ont­stentenis van een beslissing binnen deze termijn, wordt het beroep geacht te zijn ingewilligd.

 

De Vlaamse regering kan in beroep het besluit nemen om het gebouw ongeschikt of onbewoonbaar te ver­klaren en de nodige maatregelen bevelen. Ze kan onder meer de burgemeester gelasten het gebouw te doen ontruimen en de toegang ertoe te verbieden. Ze bepaalt eventueel de termijn die in acht moet worden genomen voordat die maatregel wordt uitgevoerd.



 

Als de burgemeester de maatregelen, uitgevaardigd krachtens vorig lid, niet uitvoert, dan zijn de bepalin­gen van artikel 34 van het decreet van 28 april 1993 hou­dende regeling, voor het Vlaamse Gewest, van het administratief toezicht op de gemeenten of van artikel 266 van de Nieuwe Gemeentewet, van toepas­sing. De kosten van het optreden van de commissa­rissen ko­men ten laste van de burgemeester en de kosten voor de uitvoering van de maatregelen ten laste van de gemeen­te.

 

De burgemeester deelt, volgens de bepalingen die door de Vlaamse regering worden vastgesteld, aan de admi­nistratie mee welke woningen op het grondge­bied van zijn gemeente ongeschikt of onbewoonbaar werden verklaard. (verv. decr. 15 juli 1997, art. 111, I: 1 novem­ber 1998 - zie B.V.R. 6 oktober 1998)]



 

§ 2. De woningen die onbewoonbaar of ongeschikt werden ver­klaard overeenkomstig § 1, worden ge­nven­tariseerd op de lijst, bedoeld in artikel 28. [Ze worden ingeschreven op de datum van het besluit van de bur­gemeester of, in voorkomend geval, op de datum van het besluit van de Vlaamse Regering waarbij de woning ongeschikt en/of onbewoonbaar wordt verklaard. (verv. decr. 24 december 2004, art. 39, I: 5 augustus 2004)]

 

 



[Art. 34bis. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 10)] [§ 1. Door een registratieattest wordt de opname in de inventaris door de administratie betekend aan de hou­ders van het zakelijk recht, zoals bekend bij de Administratie van de BTW, Registratie en Domeinen van het geïn­ventariseerde goed. De Vlaamse Regering bepaalt hiervoor de voorwaarden.

 

§ 2. Voor leegstand en verwaarlozing kan de houder van het zakelijk recht binnen de 30 kalenderdagen na betekening van het registratieattest, zoals bedoeld in § 1, van het geregistreerde pand met een aangetekende brief beroep aantekenen bij de inventarisbeheerder tegen deze registratie.

 

De inventarisbeheerder doet uitspraak over het beroep en betekent haar gemotiveerde beslissing aan de indie­ner van het beroep met een aangetekende brief binnen 60 kalenderdagen na betekening van het be­roep. Zo lang de inventarisbeheerder geen uitspraak gedaan heeft over dit beroep kan er geen aanslagbiljet worden ver­stuurd. Wanneer er geen uit­spraak over het beroep is binnen de gestelde termijn, wordt het be­roep geacht te zijn ingewilligd.



 

De uitspraak van het beroep vermeldt de wijze waar­op tegen deze beslissing in rechte kan getreden wor­den.

 

§ 3. Voor de ongeschikt  en/of onbewoonbaarheden, zoals bedoeld in artikel 15 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode en artikel 34 van dit decreet, wordt het registratieattest samen met het besluit tot ongeschikt  en/of onbewoonbaarverkla­ring van de burgemeester opgestuurd. Tegen dit be­sluit tot ongeschikt  en/ of onbewoonbaar­verklaring van de burgemeester en het registratieattest samen, kan beroep worden ingediend bij de Vlaamse Rege­ring, zoals be­doeld in artikel 15, § 3, van het decreet van 15 juli 1997. houdende de Vlaamse Wooncode. (verv. decr. 24 december 2004, art. 40, I: 5 augustus 2004)]

 

 



Art. 35. § 1. [Onverminderd de bepalingen van arti­kel 39, § 2, schrapt de administratie een gebouw uit de inventaris [op aangetekend verzoek van de houder en (ing. decr. 7 mei 2004, art. 11, I: 5 augustus 2004)] zodra de hou­der van het zake­lijk recht, be­doeld in artikel 27, of zijn rechts­opvol­ger kan bewij­zen dat:

- meer dan 50 procent van de totale vloer­opper­vlakte van het gebouw, zoals be­doeld in artikel 30, § 1, na de periode van leeg­stand, meer dan 6 opeenvolgende maanden effectief wordt gebruikt [overeenkomstig haar bestemming; (ing. decr. 7 mei 2004, art. 11, I: 5 augus­tus 2004)]

- de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd. (verv. decr. 8 juli 1997, art. 5, I: 1 januari 1996)]

 

§ 2. Onverminderd de bepalingen van arti­kel 39, § 2, schrapt de administratie een woning uit de inventaris zodra de houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, of zijn rechts­opvolger [... (geschr. decr. 8 juli 1997, art. 5, I: 1 januari 1996)] kan be­wijzen dat:

- de woning, na de periode van leegstand, meer dan 6 opeenvol­gende maanden effec­tief wordt gebruikt;

- de woning weer voldoet aan de vereisten van kwa­liteit en bewoonbaarheid, bedoeld in artikel 31;

- de zichtbare en storende gebreken en de tekenen van verval, bedoeld in artikel 29, werden hersteld en/of verwijderd.

 

§ 3. [De administratie geeft de houder van het zake­lijk recht, bedoeld in artikel 27, of desgevallend zijn rechts­opvolger binnen 3 maanden na het verzoek tot schrap­ping kennis van haar beslissing daar­omtrent. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 11, I: 5 augustus 2004)]

 

[Wanneer de in het eerste lid bedoelde kennisgeving niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt het verzoek tot schrapping geacht te zijn ingewilligd. (verv. decr. 24 december 2004, art. 41, I: 5 augustus 2004)]

 

[§ 4. De administratie vermeldt als datum van schrap­ping het volgende:

 

In de gevallen zoals bedoeld in § 1, de eerste dag van het effectief gebruik en/of van herstel en/of verwijde­ring van de zichtbare en storende gebreken en/of de tekenen van verval, bedoeld in artikel 29.



 

In de gevallen zoals bedoeld in § 2 de eerste dag van bewoning, de eerste dag waarop de woning weer vol­doet aan de vereisten van kwaliteit en bewoonbaar­heid, bedoeld in artikel 31 of van herstel en/of ver­wijdering van de zichtbare en storende gebreken en/of de teke­nen van verval, bedoeld in artikel 29.

 

Wanneer de kennisgeving zoals bedoeld in § 3 niet is gebeurd binnen de voorziene termijn, wordt de datum van bewoning, effectief gebruik of herstel die de hou­der van het zakelijk recht in het verzoek tot schrap­ping aangeeft, als datum van schrapping vermeld. (ing. decr. 24 december 2004, art. 41, I: 5 augustus 2004)]



 

ONDERAFDELING 4

BEREKENING VAN DE BELASTING

 

Art. 36. [§ 1. (verv. decr. 24 december 2004, art. 42)] [Het bedrag van de hef­fing is gelijk aan het resultaat van de volgen­de for­mule voor onge­schikte en/of onbe­woon­bare wonin­gen als voor ver­waarloos­de gebou­wen en/of woningen: (KI + M) x (P + 1);

het bedrag van de heffing is gelijk aan het resultaat van de volgende formule voor leegstaande gebouwen en/of woningen: (KI + M) x (P 2), waarbij de hef­fing nooit negatief mag zijn;

waarbij:

  KI staat voor het kadastraal inkomen van het ge­bouw en/of de woning vastgesteld, overeenkomstig artikel 255 en 256 van het Wetboek van de inkom­stenbelastin­gen 1992, zoals die van toepassing zijn op het Vlaamse Gewest ingevolge artikel 60 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotings­technische bepalin­gen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de be­groting 1991, en geïndexeerd overeenkomstig artikel 518 van hetzelfde wetboek. Als zich meerdere gebou­wen en/of woningen bevin­den op een kadastraal per­ceel staat KI voor het ka­dastraal inkomen van de grond en de opstanden van het gehele perceel, berekend overeen­komstig de vo­rige bepaling, vermenigvuldigd met een breuk waarin de teller gelijk is aan de opper­vlakte van het geïnven­tariseerde gebouw en/of woning en de noe­mer gelijk is aan de totale oppervlakte van de ge­bouwen en/of woningen die zich op het kadastraal perceel bevinden;

  M staat voor het bedrag waarmee het KI in voorko­mend geval moet worden verhoogd om het bedrag van 990 euro te bereiken;

  P staat voor het aantal periodes van 12 maanden dat het gebouw en/of de woning zonder onderbreking is opgenomen (verv. decr. 7 mei 2004, art. 12, I: 5 augustus 2004)] [op de desbetreffende lijst (ing. decr. 23 december 2005, art. 73, I : 5 augustus 2004)] [in de in­ventaris, bedoeld in artikel 28, zonder echter meer te bedragen dan 4. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 12, I: 5 augustus 2004)]

 

[§ 2. Wanneer een pand op meerdere lijsten van de inventaris voorkomt kan voor ieder heffingsjaar slechts één heffing worden opgelegd, evenwel betrek­king heb­bend op de opname of verjaardag van de opname op die lijst waardoor de hoogste heffing gevestigd wordt. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 42, I: 5 augustus 2004)]

 

 

Art. 37. Een gemeente die besluit om op­centiemen te heffen op de heffing van het Vlaamse Gewest, be­zorgt hiertoe aan de administratie bij aangetekend schrijven een afschrift van dit besluit binnen de maand die volgt op de inwerkingtreding van dit be­sluit.



 

De administratie int de gemeentelijke opcen­tiemen op de hef­fing gelijktijdig met de heffing van het Vlaam­se Gewest.

 

ONDERAFDELING 5



INNING EN INVORDERING

 

Art. 38. De Vlaamse regering wijst de ambtenaren aan die belast zijn met de uit­voerbaarverklaring, met de inning en met de invordering van de heffing, met in­begrip van de gemeente­lijke opcentiemen, alsook van de administratie­ve geldboetes, de nala­tigheidsin­teresten, de innings- en vervol­gingskosten, met de uitvoerbaar­verklaring van een even­tueel dwangbevel en met de controle op de naleving van alle verplich­tingen inzake de heffing.

 

[... (opgeh. decr. 24 december 2004, art. 43, I: 5 augustus 2004)]

 

De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels met betrekking tot de bevoegdheden van de in het eerste [... (geschr. decr. 24 december 2004, art. 43, I: 5 augustus 2004)] bedoel­de amb­te­na­ren, [... (geschr. decr. 24 december 2004, art. 43, I: 5 augustus 2004)] evenals de regels met be­trek­king tot de inning en de invorde­ring van de in het eerste lid be­doelde bedragen.



 

 

Art. 39. § 1. [Het bedrag van de heffing en de op­cen­tiemen, verschuldigd overeenkomstig de bepalin­gen van deze afdeling, zijn te betalen uiterlijk op het einde van de tweede maand die volgt op de datum van de toezen­ding van het aanslagbiljet, ongeacht of beroep werd ingesteld over­eenkomstig § 2 bij de Vlaamse regering.

 

Behoudens in geval van overmacht, brengen de ver­schuldigde sommen bij wanbetaling vanaf het einde van de tweede maand die volgt op de datum van toezen­ding van het aanslagbiljet, voor de duur van het verwijl een intrest op die is vastgesteld op 0,5 percent per kalender­maand. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augus­tus 2004)]



 

De Vlaamse regering kan, wanneer zulks ingevolge de op de geldmarkt toegepaste rentevoeten verant­woord is, dit tarief aan­passen.

 

[Titel VII, hoofdstuk VIII, afdeling IVbis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 199, zoals ingevoegd bij artikel 332 van de Programmawet van 27 december 04, is niet van toepassing op de inge­volgde deze afdeling verschuldigde sommen, interes­ten, administratieve geldboeten en kosten. (ing. decr. 24 juni 2005, art. 36, I: 3 september 2005)]

 

Het aanslagbiljet dat de belastingplichtige ontvangt, vermeldt op straffe van nietigheid het aanslagjaar, de grondslag van de hef­fing, het te betalen bedrag, de berekenings­wijze, het tijdstip van betaling en de forma­liteiten die daarbij moeten worden nage­leefd.



 

§ 2. De belastingplichtige kan binnen [drie maanden na de datum van (verv. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)] de verzending van de aanslag met een gemo­tiveerd ver­zoekschrift in beroep gaan bij de Vlaamse regering [tegen de fiscale heffing. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)] Dit ver­zoek­schrift moet op straffe van verval, [binnen de drie maanden (verv. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)] na de da­tum van ver­zen­ding van de aan­slag, bij aange­te­kende brief wor­den inge­diend. De belasting­plichtige voegt bij het ver­zoek­schrift de nodige bewijs­krachtige stukken om zijn be­zwaren te staven. Aan de belasting­plichtige wordt on­verwijld bij aangete­kend schrijven een ont­vangstmelding van het beroep be­zorgd. De Vlaamse regering kan bij de belas­tingplich­tige alle onderzoe­kin­gen ver­richten en hem verzoeken alle stukken voor te leggen of te ver­strekken die nuttig kunnen zijn om over het beroep te beslissen.

 

De beslissing over het beroep wordt [binnen (ing. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)] [6 (verv. decr. 24 december 2004, art. 44, I: 5 augustus 2004)] [maan­den vol­gend op het ver­zoek­schrift (ing. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)] per aan­ge­te­kend schrij­ven aan de belas­ting­plich­ti­ge ter kennis gebracht en zij ver­meldt de wijze waarop tegen deze beslissing in rechte kan getre­den worden.



 

[Wordt het beroep ingewilligd, dan beslist de Vlaam­se regering of de heffing niet, geheel of gedeeltelijk moet betaald worden. De beslissing kan gesteund zijn op bewezen overmacht.

 

Betreft het beroep de heffingsgrondslag en wordt het beroep ingewilligd waarbij de beslissing niet gesteund is op bewezen over­macht, dan beslist de Vlaamse regering of de heffing geheel of gedeeltelijk moet betaald wor­den, dan wel of het gebouw en/of de woning wordt ge­schrapt van de lijst. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 13, I: 5 augustus 2004)]



 

Bij de terugbetaling van ten onrechte geïnde gelden wordt een moratoriumintrest toegekend tegen een rentevoet van 0,5 percent per kalendermaand vanaf de eerste dag van de maand die volgt op de datum van betaling en tot de laatste dag van de maand die voor­af­gaat aan de datum van terugbetaling. De Vlaamse regering kan, wanneer zulks ingevolge de op de geld­markt toegepaste rentevoeten verantwoord is, dit tarief aanpassen. (verv. decr. 30 juni 2000, art. 18, I: 1 januari 2000)]

 

 

Art. 40. § 1. Bij ontduiking van de heffing wordt door de Vlaamse regering of de door haar gemachtig­de ambtenaar een admini­stratieve geldboete opgelegd die gelijk is aan het dubbele van de ontdoken heffing.



 

§ 2. Als de betaling van de heffing, interes­ten en ad­ministra­tieve geldboete niet ge­beurt, vaardigt de amb­tenaar die belast is met de invordering een dwang­bevel uit, waarvan na uitvoer­baarverklaring kennis wordt gegeven via een aangetekende brief of bij deurwaarders­exploot. Op het dwangbevel zijn de bepa­lingen van het vijfde deel van het Gerechtelijk Wetboek van toepas­sing.

 

Binnen dertig dagen na de betekening van het dwang­bevel kan de belastingplichtige bij deurwaardersex­ploot een met redenen om­kleed verzet aantekenen, houdende dagvaar­ding van het Vlaam­se Gewest bij de recht­bank van eerste aanleg van de plaats waar het onroerend goed gelegen is. Het verzet schorst de ten­uit­voerlegging van het dwang­bevel.



 

De ambtenaren die met de invordering zijn belast, kunnen vóór de definitieve beslech­ting van het ge­schil, bedoeld in het vorige lid, een procedure in kortgeding inleiden bij de voor­zitter van de rechtbank waar dit geschil in eerste aanleg aanhangig wordt gemaakt, ten­einde de belastingplichtige te doen ver­oordelen tot betaling van een pro­visie op het bij het dwangbevel gevorderde bedrag.

 

§ 3. [Tot zekerheid van de voldoening van de heffing, intresten, administratieve geldboete en de kosten heeft het Vlaamse Gewest een algemeen voorrecht op alle roerende goederen van de belastingplichtige en kan het een wettelijke hypotheek vestigen op al diens goederen die daarvoor vatbaar zijn en in het Vlaamse Gewest gelegen of geregistreerd zijn.

 

Het voorrecht neemt rang in onmiddellijk na de voor­rechten die vermeld zijn in de artikelen 19 en 20 van de Hypotheekwet.



 

De rang van de wettelijke hypotheek wordt bepaald door de dagtekening van de inschrijving die genomen wordt.

 

De hypotheek wordt ingeschreven op verzoek van de ambtenaren, bedoeld in artikel 40, § 2.



 

Artikel 19 van de Faillissementswet is niet van toe­pas­sing op de wettelijke hypotheek inzake de ver­schuldigde heffing waarvoor de inschrijving is ge­nomen voor en waarvan betekening aan de heffings­schuldige is gedaan voor het vonnis van faillietver­klaring. (verv. decr. 24 december 2004, art. 45, I: 5 augustus 2004)]

 

§ 4. Wanneer een woning en/of gebouw gedurende meer dan 4 periodes van twaalf maanden opgenomen blijft op de inventaris, bedoeld in artikel 28, [... (geschr. decr. 7 mei 2004, art. 14, I: 5 augustus 2004)] kan de Vlaamse rege­ring mach­ti­ging verle­nen tot ont­eige­ning ten alge­menen nutte ten be­hoeve van het Vlaamse Gewest, een sociale woon­or­ganisatie, het openbaar centrum voor maat­schappelijk welzijn en de gemeen­te.

 

§ 5. De Vlaamse regering kan de heffingen die niet invorder­baar zijn, doorhalen.

 

§ 6. [De ambtenaren die belast zijn met de uitvoer­baar­verklaring van de heffing verlenen ambtshalve onthef­fing overeenkomstig de bepalingen van artikel 376, § 1, van het Wetboek van de Inkomstenbe­lastin­gen 1992, zoals deze van toepassing zijn in het Vlaamse Gewest. (verv. decr. 24 december 2004, art. 46, I: 5 augustus 2004)]

 

ONDERAFDELING 6



[VRIJSTELLINGEN EN TERUGBETALINGEN

(verv. decr. 7 mei 2004, art. 15)]

 

Art. 41. De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, wordt niet beschouwd als belasting­plichti­ge indien hij het gebouw en/of de woning volledig en uitsluitend gebruikt als zijn hoofdverblijf­plaats en hij over geen andere woning be­schikt.

 

[Wordt evenmin als belastingplichtige beschouwd, de houder van het zakelijk recht zoals bedoeld in het vorige lid, van een woning die verblijft in een erken­de ouderenvoorziening of die voor een langdurig verblijf werd opgenomen in een psychiatrische instel­ling of die zich in elke andere situatie bevindt waarbij overmacht kan worden bewezen. (ing. decr. 18 mei 1999, art. 3, I: 9 juni 1999)]

 

 



Art. 42. [§ 1. De verkrijger van een zake­lijk recht, bedoeld in artikel 27 (verv. decr. 8 juli 1997, art. 7, I: 1 januari 1996)], [verkrijgt opschorting van heffing (verv. decr. 24 december 2004, art. 47, I: 5 augustus 2004)] [gedu­ren­de een peri­ode van (verv. decr. 8 juli 1997, art. 7, I: 1 januari 1996)] [twee jaar (verv. decr. 7 juli 1998, art. 7, I: 1 januari 1998)] [vol­gend op de vol­le­dige over­dracht van het gebouw en/of de woning, op voor­waar­de dat in de loop van voormel­de peri­ode geen nieuwe over­dracht plaats­vindt, en:

- ofwel het gebouw en/of de woning in de loop van voormelde periode geschrapt wordt uit de inven­taris; (verv. decr. 8 juli 1997, art. 7, I: 1 januari 1996)]

- [ofwel bij het verstrijken van voormelde periode een periode van vrijstelling op grond van artikel 41 of artikel 42, § 2, loopt, of een periode van schor­sing loopt op grond van artikel 43 en deze schorsing ach­teraf niet ongedaan wordt gemaakt. (verv. decr. 7 juli 1998, art. 7, I: 1 januari 1998)]

 

[Deze (verv. decr. 7 mei 2004, art. 16, I: 5 augustus 2004)] [schor­sing (verv. decr. 24 december 2004, art. 47, I: 5 augustus 2004)] [geldt niet voor over­drach­ten:

  aan vennootschappen die door de overdrager recht­streeks of onrechtstreeks in rechten of in feiten ge­con­troleerd worden;

  indien de overdracht het gevolg is van een fusie, splitsing of een andere overgang ten algemene titel;

  aan bloed  en aanverwanten tot en met de derde graad, tenzij in geval van overdracht bij erfopvolging of testament. (verv. decr. 7 mei 2004, art. 16, I: 5 augustus 2004)]

 

§ 2. De houder van het zakelijk recht, be­doeld in arti­kel 27, op een van de volgende gebouwen en/of wo­ningen wordt vrijgesteld van de heffing:

1° de gebouwen en/of woningen die liggen binnen de grenzen van een door de bevoeg­de overheid goedge­keurd onteigeningsplan of waarvoor geen bouwver­gunning meer wordt afgeleverd omdat een onteige­nings­plan wordt voorbereid;

2° de gebouwen en/of woningen die krach­tens het decreet van 3 maart 1976 tot be­scherming van mo­numenten en stads- en dorpsgezichten zijn beschermd als monu­ment en waarvoor a) ofwel bij de bevoegde overheid een ontvankelijk verklaard restau­ratiepre­mie­dossier is ingediend, gedurende de termijn van behan­deling; b) ofwel de bevoegde overheid attesteert dat het be­schermde gebouw en/of woning in de be­staande toestand mag bewaard blijven. Dit attest vermeldt voor elke termijn en voor welke lijsten, waarop de gebouwen en/of woningen zijn geïnventa­riseerd, vrijstelling wordt verleend;

3° de gebouwen en/of woningen die getrof­fen zijn door een ramp, zoals bepaald door de Vlaams rege­ring, die zich heeft voorge­daan onafhankelijk van de wil van de belas­tingplichtige, gedurende een periode van 2 jaar volgend op de datum van de ramp;

4° de gebouwen en/of woningen die na de beëindi­ging van de renovatiewekzaamheden binnen de maximale schorsingsperiode, zoals bedoeld in artikel 43, enkel nog voorkomen op de lijst van leegstaande gebouwen en/of woningen, gedurende een periode van 2 jaar volgend op het einde van de periode van schorsing. (verv. decr. 8 juli 1997, art. 7, I: 1 januari 1996)] [Deze periode kan verlengd worden indien de leeg­stand aanhoudt buiten de wil om van de houder van het zakelijk recht, zoals vermeld in 6° van deze pa­ragraaf; (ing. decr. 7 mei 2004, art. 16, I: 5 augustus 2004)]



[5° de gebouwen en/of woningen waarvan het effec­tief gebruik onmogelijk is omwille van een verze­geling in het kader van een straf­rech­te­lijk on­der­zoek of om­wille van (ing. decr. 7 juli 1998, art. 7, I: 1 januari 1998)] [... (geschr. decr. 18 mei 1999, art. 4, I: 9 juli 1999)] [een ge­rech­telijke pro­cedu­re, vanaf het begin van de on­mo­ge­lijk­heid tot effec­tief gebruik tot twee jaar na het einde van de onmo­gelijk­heid; (ing. decr. 7 juli 1998, art. 7, I: 1 januari 1998)]

[De gebouwen en/of woningen, voorzover ze niet voorkomen op de lijst ongeschikt onbewoonbaar of op de lijst verwaar­loosd van de inventaris, die tegen aan­vaardbare marktvoorwaarden te huur of te koop aan­geboden worden, en die, wat de woningen betreft, voldoen aan een on­derzoek waaruit blijkt dat ze con­form zijn aan de normen van artikel 5 van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, en waar deson­danks de leegstand aanhoudt;

7° de gebouwen en/of woningen waarvoor het sociaal beheersrecht overeenkomstig artikel 90, §§ 2 en 3, van het de­creet van 15 juli 1997 houdende de Vlaam­se Wooncode, ingesteld is; (verv. decr. 24 december 2004, art. 48, I: 5 augustus 2004)]

[8° de woningen waarvoor een renovatiecontract zoals bedoeld in artikel 18, § 2, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode, afgesloten is. (ing. decr. 24 december 2004, art. 48, I: 5 augustus 2004)]

 

[§ 3. De Vlaamse regering richt een commissie op die verzoeken tot vrijstelling behandelt, die omwille van andere redenen dan deze genoemd in § 1 en § 2, en buiten de wil van de houder van het zakelijk recht, de leegstand laat aanhouden.

 

De Vlaamse regering bepaalt de samenstelling van deze commissie.  (ing. decr. 7 mei 2004, art. 16, I: 5 augustus 2004)]



 

 

[Art. 42bis. (ing. decr. 7 mei 2004, art.17)] § 1. [De houder van een zakelijk recht, bedoeld in artikel 27, krijgt 80 procent terugbetaald van het bedrag van het gewestelijk aandeel in de gewestelijke heffing, die het laatst bij deze houder geïnd werd, voor :

1° de gebouwen en/of woningen die binnen een periode van maximaal één jaar na de beëindiging van de renovatiewerkzaamheden geschrapt zijn uit de inventaris;

2° de gebouwen en/of woningen waarvoor een renovatiecontract afgesloten is, zoals bepaald in artikel 18, § 2, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode.

 

De toepassing van het eerste lid kan in geen geval aanleiding geven tot terugbetaling van heffingen die verschuldigd waren.vóór 5 augustus 2004.



 

Deze terugbetaling kan in geen geval aanleiding geven tot betaling van moratoriumintresten. (verv. decr. 23 december 2005, art. 74, I : 5 augustus 2004)]

 

[§ 2. Op straffe van verval dient de aanvraag tot terug­betaling te vermelden voor welk kohierartikel de terug­betaling gevraagd wordt, en per aangetekende brief gericht te worden tot de ambtenaar bedoeld in artikel 38 binnen het jaar vanaf de [datum van de schrapping uit de inventaris of vanafde datum waarop het renova­tiecontract is afgesloten, en dient ze tevens een door de inventarisbeheerder afgeleverd attest te bevat­ten met de datum van de schrapping uit de inventaris of de datum waarop het renovatiecontract is afgesloten. (verv. decr. 24 december 2004, art. 49, I: 5 augustus 2004)]

 

ONDERAFDELING 7



SCHORSING VAN DE HEFFING

 

Art. 43. De heffing wordt opgeschorst van zodra de belastingplichtige [een stedenbouwkundige vergun­ning, een schriftelijke bevestiging van de volledig bevonden aanvraag voor een stedenbouwkundige vergunning opgemaakt door de gemeentelijke steden­bouwkundige ambtenaar of een gedetailleerd renova­tieschema (verv. decr. 7 mei 2004, art. 18, I: 5 augustus 2004)] voor­legt waar­uit blijkt dat hij de no­dige reno­va­tie­wer­ken gaat uit­voeren. Als de belas­ting­plichti­ge tijdens de termijn van [vier maan­den (verv. decr. 24 december 2004, art. 50, I: 5 augustus 2004)] na ken­nis­ge­ving van de admi­ni­stra­tieve akte, be­doeld in de arti­kelen 32 en 33, [een ste­den­bouwkun­dige vergun­ning, een schrif­te­lijke beves­ti­ging van de volledig be­vonden aanvraag voor een steden­bouwkun­dige ver­gun­ning opgemaakt door de gemeen­telijke steden­bouw­kun­dige ambtenaar of een gedetail­leerd renovatieschema (verv. decr. 7 mei 2004, art. 18, I: 5 augustus 2004)] voorlegt die da­teert van voor de ad­mini­stratieve akte, op basis waar­van de [... (geschr. decr. 24 december 2004, art. 50, I: 5 augustus 2004)] in­ven­ta­risatie van het ge­bouw en/of de wo­ning ge­beurt, dan gaat de schor­sing in op de [da­tum van de inven­ta­risatie (verv. decr. 24 december 2004, art. 50, I: 5 augustus 2004)] in plaats van op de da­tum waar­op [de ste­den­bouw­kun­dige ver­gun­ning, de schrif­telijke beves­tiging van de volledig bevon­den aan­vraag voor een steden­bouw­kun­dige ver­gunning opge­maakt door de gemeen­telijke stedenbouw­kundige amb­tenaar of het gedetail­leerde renovatie­schema (verv. decr. 7 mei 2004, art. 18, I: 5 augus­tus 2004)] voor­ge­legd wordt.

 

[Het gedetailleerde renovatieschema dient de volgen­de stukken te bevatten:

  een tekening of schets van het gebouw en/of de woning met aanduiding van de geplande werken;

  een volledige opsomming en korte beschrijving van alle geplande werken;

  een raming van de kosten van de werken middels:

hetzij een offerte voor de levering en plaatsing van materialen door een aannemer; hetzij een offerte voor de levering van ma­terialen, indien de werken in eigen beheer worden uitgevoerd; hetzij een combinatie van beide offertes;

  een fotoreportage van de gebouwdelen die gereno­veerd gaan worden. (verv. decr. 24 december 2004, art. 50, I:5 augustus 2004)]

 

[Voor de toepassing van dit decreet wordt sloop gevolgd door vervangingsbouw, gelijkgesteld met renovati-werkzaamheden.

 

De schorsing geldt voor de heffingen die verschuldigd worden op de inventarisatiedata die vallen in de periode van schorsing. (verv. decr. 23 december 2005, art. 75, I : 5 augustus 2004)]



 

[De periode van schorsing eindigt op het moment dat de renovatiewerkzaamheden beëindigd zijn. Zij kan niet langer duren dan 4 jaar, tenzij de renovatiewerkzaamheden betrekking hebben op 3 of meer gebouwen en/of woningen, of dermate omvangrijk zijn dat ze niet kunnen worden voltooid in 4 jaar, in welke gevallen de maximale periode 5 jaar bedraagt (verv. decr.  7 mei 2004,  art.18, I : 5 augustus 2004)]

 

De schorsing wordt ongedaan gemaakt als de in [de stedenbouwkundige vergunning of het gedetailleerde renovatieschema (verv. decr. 7 mei 2004, art. 18, I: 5 augustus 2004)] aan­ge­dui­de reno­vatie­wer­ken op het einde van de peri­ode van schorsing niet beëin­digd zijn, (verv. decr. 8 juli 1997, art. 8, I: 1 juli 1997)] [tenzij op dat ogen­blik een peri­ode van vrij­stel­ling loopt op grond van arti­kel 41 of artikel 42, § 2. (ing. decr. 7 juli 1998, art. 8, I: 1 januari 1998)] [De schor­sing wordt eveneens ongedaan ge­maakt als de aanvraag tot een stedenbouwkundige vergunning geweigerd wordt. De opgeschorte heffin­gen zijn alsnog verschul­digd. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 18, I: 5 augustus 2004)] [... (geschr. decr.24 december 2004, art. 51, I: 5 augustus 2004)]



 

 

[Als de renovatiewerkzaamheden worden uitgevoerd door een sociale woonorganisa­tie, de gemeente of het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn, dan kan de termijn van (verv. decr. 8 juli 1997, art. 8, I: 1 juli 1997)]  [4 of 5 (verv. decr. 24 december 2004, art. 52, I: 5 augus­tus 2004)] [jaar door de Vlaam­se rege­ring wor­den ver­lengd op grond van een verslag over de voorbe­rei­ding of de vorde­ring van de werk­zaamhe­den. (verv. decr. 8 juli 1997, art. 8, I: 1 juli 1997)]

 

 

[Art. 43bis. (ing. decr. 24 december 2004, art. 51)] [Voor de toepassing van artikelen 42, § 1, en 43 dient, ons geldig te zijn, het aanslagbiljet te worden verstuurd als volgt:



- wanneer de einddatum van de periode van opschorting valt vóór of op 31 december van het kalenderjaar na het jaar waarin de heffing gevestigd werd, moet het aanslagbiljet verstuurd worden tegen het einde van het kwartaal dat volgt op de einddatum van de periode van opschorting;

- wanneer de einddatum van de periode van opschorting valt na 31 december van het kalenderjaar na het jaar waarin de heffing gevestigd werd, moet het aanslagbiljet verstuurd worden tegen het einde van het kwartaal dat volgt op de einddatum van de periode van opschorting.

 

Deze bepaling geldt voor de aanslagbiljetten die vanaf 5 augustus 2004 verstuurd worden. (verv. decr. 23 december 2005, art. 76, I : 5 augustus 2004)]



 

ONDERAFDELING 8

VERGOEDING VOOR ADMINISTRA­TIEKOS­TEN

 

Art. 44. De Vlaamse regering bepaalt welk percen­tage van de elk jaar geïnde heffingen, met uitzonde­ring van de gemeente­lijke op­centiemen, de intresten en de ad­ministratieve geldboe­tes, aan de gemeenten wordt door­gestort als vergoeding voor de admini­stra­tiekosten die ze in uitvoering van deze afde­ling moe­ten maken.

 

[ONDERAFDELING 9

OVERGANGSBEPALINGEN



(ing. decr. 7 mei 2004, art. 19)]

 

[Art. 44bis. (ing. decr. 7 mei 2004, art.19)] [§ 1. (verv. decr. 24 december 2004, art. 53)] Aan­sla­gen geves­tigd op basis van de arti­kelen 24 tot en met 44 van het decreet van 22 decem­ber 1995 houden­de bepa­lingen tot bege­leiding van de be­groting 1996 die betrek­king heb­ben op de opnames in de inventaris vanaf 1 januari 2002 tot en met (ing. decr. 7 mei 2004, art. 19, I: 5 augus­tus 2004)] [4 augus­tus 2004 (verv. decr. 24 december 2004, art. 53, I: 5 augustus 2004)] [wor­den als niet be­staan­de be­schouwd.

 

De aanslagen gevestigd op basis van de artikelen 24 tot en met 44 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996 die betrekking hebben op verjaardagen van eer­dere opnames in de inventaris vanaf 1 januari 2002 tot en met (ing. decr. 7 mei 2004, art. 19, I: 5 augus­tus 2004)] [4 augus­tus 2004 (verv. decr. 24 december 2004, art. 53, I: 5 augus­tus 2004)], [worden als niet be­staande beschouwd. (ing. decr. 7 mei 2004, art. 19, I: 5 augus­tus 2004)]



(Artikel 44bis, § 1 is vernietigd bij arrest AH nr. 180/2005 van 7 december 2005 voor zover het de tekst betreft die is ingevoegd bij decreet van 7 mei 2004)

 

[§ 2. De registratieattesten voor de besluiten van de burgemeester tot ongeschikt  en/of onbewoonbaarver­klaring, genomen voor de inwerkingtreding van dit decreet, moeten naargelang van het geval ver­stuurd zijn als volgt:

1° in geval geen beroep bij de Vlaamse Regering is ingediend overeenkomstig artikel 15, § 3, van het de­creet van 15 juli 1997 houden­de de Vlaamse Woon­co­de, wordt het registratieattest ten vroegste dertig dagen en ten laatste zestig dagen na de betekening van het besluit van de burgemeester, zoals bedoeld in artikel 15, § 1, van het decreet van 15 juli 1997 houdende de Vlaamse Wooncode of artikel 34 van dit decreet, ver­stuurd;

2° in geval beroep bij de Vlaamse Regering is inge­diend overeenkomstig artikel 15, § 3, van het decreet van 15 juli 1997 houden­de de Vlaamse Wooncode, wordt het registratieattest ten laatste dertig dagen verstuurd na de betekening van de beslissing in be­roep.

 

Binnen de dertig dagen na betekening van het regis­tra­tieattest, bedoeld in het eerste lid, kan de houder van het zakelijk recht een verzoekschrift tot beroep indie­nen bij de inventarisbeheerder.



 

De inventarisbeheerder behandelt het beroepsverzoek­schrift binnen de zestig dagen, zoniet wordt het be­roepsverzoek­schrift geacht te zijn ingewilligd.

 

Het verzoekschrift tot beroep wordt beperkt tot de identificatiegegevens en de formele gronden van het registratieat­test in het geval van het eerste lid, 2°.



 

§ 3. In geval de ongeschikt of onbewoonbaar ver­klaar­de woning is geïnventariseerd voor de inwer­kingtreding van het decreet van 7 mei 2004 houdende het decreet houdende wijziging van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begelei­ding van de be­groting 1996 en van het decreet van 15 juli 1997 hou­dende de Vlaamse Woon­code, wat be­treft de bestrijding van de leegstand en verkrotting en onbe­woonbaarheid van gebouwen en/of woningen, wordt het beroep tegen de registratieattesten die ver­stuurd zijn na de inwerking­treding van dit decreet, ingesteld bij de Vlaamse Rege­ring binnen de dertig dagen na de bete­kening van het registratieattest. De behandeling van het beroepsver­zoekschrift verloopt overeenkomstig de bepalingen van artikel 15, § 3, tweede lid, van het decreet van 15 juli 1997 houden­de de Vlaamse Woon­code.

 

In afwijking van het eerste lid wordt het beroep tegen het registratieattest dat verstuurd is voor de inwer­king­tre­ding van dit decreet, behandeld door de inven­taris­beheerder over­eenkomstig de bepalingen van artikel 34 bis, § 2. (ing. decr. 24 december 2004, art. 53, I: 1 januari 2005)]



 

 




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina