Hendrik bouman geboren te Kampen, gedoopt 10-1-1752, overleden in Alkmaar 26-8-1826



Dovnload 31.97 Kb.
Datum18.08.2016
Grootte31.97 Kb.




HENDRIK BOUMAN geboren te Kampen, gedoopt 10-1-1752, overleden in Alkmaar 26-8-1826.
Hendrik Bouman ontving op 10 januari 1752 in de Broederkerk te Kampen de heilige doop (1). Zijn vader heette Jan Hendrik Bouman, zijn moeder Jannegjen Snel.

Bron: Archief Kampen


In 1780 verhuiste Hendrik Bouman (meesterkuiper) naar Alkmaar, waar hij op 30 april 1780 in ondertrouw ging met Femmitje Klunder. Hendrik en Femmitje kregen vier kinderen: Jan Hendrik, Jannetje, Cornelis en Dirk.

Zijn eerste kind, een zoon genoemd naar de grootvader: Jan Hendrik, werd op 15 november 1781 gedoopt in de Grote Kerk van Alkmaar. Op 11 mei 1783 werd hun tweede kind Jannetje gedoopt, genoemd naar de moeder van Hendrik. De derde zoon heette Cornelis. Cornelis werd 13 december 1785 gedoopt. Op 3 april 1791 werd de derde zoon Dirk gedoopt. (2)

Hendrik Bouman was een welgestelde meesterkuiper en van Gereformeerde huize (later Hervormd genoemd). Hij bezat verschillende huizen: twee op de Achterdam, een pakhuis op de St Jacobsstraat, twee woonhuizen op de Koningsweg en op één op de Korte Nieuwsloot.

In januari 1802 stierf zijn vrouw Femmetje Klunder. Het jongste kind, Dirk was toen elf jaar.


De meesterkuiper en het Kuipersgilde

Hendrik Bouman was Meesterkuiper. Dat betekent dat hij zijn meesterproef heeft afgelegd bij het Gilde. Waar en wanneer is (nog) niet bekend.


Een kuiperij is een werkplaats waar houten kuipen ook wel vaten of tonnen gemaakt worden. Kuipen worden in het algemeen toegepast voor het bewaren en vervoeren van onder andere vloeistoffen, denk daarbij aan wijn en bier, ook in de historische scheepsbouw waren kuipen onmisbaar (5)
Gevelsteen Amsterdam, Kuipersteeg 3.
In mei 1803, woonde volgens het Historisch kadaster Hendrik op de Achterdam (kadaster B119,120, huidige nummers 8 en10) Op nummer 8 was de kuiperij. (3). In die tijd was de Achterdam een keurige straat met veel handwerkslieden. Zo waren er meerdere kuipers op de Achterdam. De Achterdam werd ook wel Kuipersteeg genoemd. Tot in 1953 was er op Achterdam de kuiperij: Stikvoort. Aan het eind van de Achterdam is de ‘Kuipersbrug’ De beeldhouwer Benardus Theodorus Stikvoort heeft op nummer 8 gewoond, nummer 10 was in de jaren 70/80 de Muselaer. Er werd gitaarles en fluitles gegeven.

Links de kuipersbrug;


Rechts: Achterdam 10, 8 uit 1953 met kuiperij Stikvoort (tonnen en uithangbord)
bron: Beeldbank Alkmaars archief.


Stemgerechtigd

Hendrik Bouman behoorde tot de stemgerechtigde inwoners van Alkmaar. Dit is te vinden in het Historisch Kadaster. Als je Hendrik Bouman intypt is een lijst met stemgerechtigden te vinden die wonen in een bepaald deel van de stad.

Deze stemgerechtigden moesten aan een bepaalde inkomenseis voldoen 5000-10.000 gulden in bezit of hun huis moest een verponding (soort belasting op bezit van huis of grond) van minimaal 20 gulden hebben. De (mannelijke) meer bemiddelden mochten in de Bataafsche Republiek hun stem uitbrengen. (4) Bij de leus “Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap ontbrak zusterschap. (3)
Opstand der Gilden in de Bataafsche Republiek
De Franse tijd heeft ook in het gildewezen in Alkmaar grote veranderingen gebracht. In 1798 begon men met een ontbinding van de gilden. Er werden ‘provisioneele commissarissen’ aangesteld. Hendrik Bouman was één van de ‘provisioneele commissarissen’ voor het Kuipersgilde. De commissarissen waren verantwoordelijk voor de verkoop van de bezittingen van het gilde.

In 1803 schreven 5 vertegenwoordigers van het gilde in Alkmaar een brief (request) “Aan den Raad der Stad Alkmaar” in prachtig schuinschrift. Deze vijf commissarissen van diverse gilden waren: Dirk Hogenes, Fokke Rolsma, Hendrik Bouman, Klaas Nierop Pz en Willem Snel. Zij verzochten de verkoop van huizen, goederen (gelden) finaal te staken voorts verzochten zij een teruggave “van de administratie en beheering van goederen, huizen, effecten, boeken en papieren”. (6) Op 27 november 1806 protesteerde de Raad bij het Landsbestuur tegen de afschaffing der gilden. (8).

In 1806 ontvingen de commissarissen van het voormalig Kuipersgilde te Alkmaar een getypte (??) brief afkomstig van het Kuipersgilde te Amsterdam. Dit was i.v.m. een protestactie van de Amsterdamse gilden. Bij een bijeenkomst van alle gilden in de stad Amsterdam is besloten een ‘Adres aan Zijne Majesteit, den Koning van Holland’ te sturen waarin zij ‘wenschen dat er geene moeite onbeproefd zal laten, om alles aan te wenden, wat tot instandhouding der gilden mogelijk zij’. In de brief vragen de Amsterdamse Gildes of Alkmaar mee wil doen met de protestactie. De acties van de gilden zijn niet gelukt. In het Regionaal Archief Alkmaar vinden we “een lijst der binnen de stad Alkmaar bestaan hebbende neringen en hun bezittingen” uit 1813 (6) Op deze lijst staat ook het kuipergilde met als commissarissen: Hendrik Bouman, Klaas Nierop Pz en Fokke Rolsma. De bezittingen van het Gilde bestond uit een Kuipersgildehuis op het Fnidsen. (zie hieronder de tekeningen uit het Historisch Kadaster van 1832 en 1885); twee stukken land ten zuiden van Alkmaar van resp 630 roeden (ongeveer 1 ha) en 135 roeden.

Na verkoop in 1813 van het Gildehuis op het Fnidsen en de stukken land van het gilde in de Kijfpolder, werd van de opbrengst inschrijvingen op het ‘Groothoek der Nationale Schuld’ aangeschaft de rest werd verdeeld onder de aanwezige leden van het Gilde.


De gilden regelden o.a.zaken als zieken-, wezen- en nabestaandenopvang en een fatsoenlijke levensstandaard voor hun leden. Al deze voorzieningen vielen weg toen de gilden werden opgeheven (6)


  • Kad.B324 = Vp1241

datering: 1813.04.23

bron: ONA Alkmaar 982, repertoire not.G.deHeer

ONA 959 / aktenr.101-102 Verkoop van o.a. twee kamers en erven annex Fnidsen NZ, weleer bekend als



PN: Het Kuipers Gildehuis

Wk.C350 en Wk.C351,



belend: (noord-) oost B. Bruin = Kad.B312 / zuid (= west?) Krijn van der Kaay = Kad.B325

, door Hendrik Bouman en Fokke Rolsma, kuipers in de Achterdam als hoofdlieden van de kuipersnering en -handtering, aan Krijn van der Kaay, koopman; prijs fr168 = f80



titel: 1722.01.02 bij transport van Jacob Regter x Trijntje Groenvelt

BLOK65-z


Het kuipersgildehuis, historisch kadaster 1832, Kad. B324, nu afgebroken.


^

Historisch kadaster, 1885, Nu Kad. 3049 (hierboven)




  • Kad.A26

datering: 1811.12.09

bron: ONA Alkmaar 981, repertoire not.G.deHeer

= ONA 955 / aktenr.118 Verkoop van huis en erf NZ Koningsweg, door Cornelis van Oostveen en Allard Pierson qq (boedel? Dirk Schouten) aan Hendrik Bouwman te Alkmaar; prijs f95 BLOK2-z


In 1811 kocht Hendrik Bouw(?)man, een huis op de Koningsweg B437, Kad A26 voor 95 gulden. Wat deed hij met dit huis?


  • .A26

datering: 1819.02.13

bron: ONA Alkmaar 925, repertoire not.M.J.deLange

aktenr.73 (= ONA 892) Verbaal van afslag bij veiling en finale toewijzing van huis en erf Koningsweg Wk.B437, door Hendrik Bouman, kuiper verkocht aan Hendrik Kooy te Alkmaar; prijs f150 BLOK2-z


Acht jaar later verkocht hij voor 150 gulden het huis aan Hendrik Kooij. Een aardige winst in 8 jaar.


De Gereformeerde (later Hervormd genoemd) kerk geen staatskerk meer in 1810
In de Franse tijd veranderde veel in de maatschappij van de 19e eeuw, ook in Alkmaar. Vóórdat de Bataafse Republiek ontstond was de ‘Gereformeerde kerk’ een staatskerk, dat wil zeggen dat in Alkmaar de Gemeente eigenaar was van de Grote Kerk en de Kapelkerk. Vanaf 1810 werd geprobeerd Kerk en Staat te scheiden. In Alkmaar kregen de Kerkrentmeesters van de Gereformeerde Kerk het beheer en het onderhoud van de twee genoemde kerken.
Eén van de manieren om geld te innen van de kerkgangers was ‘plaatsgeld’ te vragen. Zo betaalde mijn voorouder Hendrik Bouman, meesterkuiper van de ‘Agterdam’ in de jaren 10 en 20 van de 19e eeuw, een bedrag van f4,- per jaar voor zitplaatsen in de Kapelkerk voor zijn gezin. In het grote boek: “De Blaffer van Stoelen en Banken in de Kapelkerk” uit begin 19e eeuw staan alle zitplaatsen van de Kapelkerk vermeld en ook aan wie toestemming was verleend op deze plaatsen te gaan zitten. De dochter van Hendrik Bouman heeft stoel Noord-63. Dit is een gewone stoel een paar rijen voor de Burgemeestersbank.

De banken in de Kapelkerk waren gereserveerd voor belangrijke burgers van Alkmaar. Er was een Burgemeestersbank (recht tegenover de preekstoel), banken voor de rechterlijke macht, de Raad der Gemeente, de Commissaris van politie, de ambtenaren van de stad Alkmaar. De rest van de banken werd gehuurd en soms gekocht door ‘notabele’ burgers. Anderen mochten hier niet zitten. De koopman Blom vroeg in een keurige brief of zijn knecht naast hem mocht zitten in de bank om hem te ondersteunen bij het lopen,vooral tijdens de donkere middagdienst als er geen maan was. De Kerkrentmeesters uit 1824 vonden het echter zeer ongepast dat een ‘domestiken’ op een dichte bank ging zitten en stonden dit niet toe. De suppoosten van de Gereformeerde Kerk zagen erop toe dat alles volgens de regels verliep, dat elke kerkganger op de juiste plek ging zitten, behorend bij zijn functie of stand.

Overigens vond ik in het Archief van Alkmaar ook nog een briefwisseling uit 1810 tussen de Burgemeester van Alkmaar en de Kerkrentmeesters dat deze laatsten van de ambtenaren geen plaatsgeld mochten vragen: Kerk en staat waren nog niet geheel gescheiden.
Tot ver in de 20e eeuw bleef wat over van deze plaatsgelden.
En nu na ruim twee eeuwen gaat de Kapelkerk over in met de Gemeente Alkmaar gelieerde handen.
In 1822 woont Hendrik Bouman, meesterkuiper op de Achterdam (nu 10, de Muselaer) met een huishoudster, Hendrika Klinkert uit Zwartsluis (ingekomen 1793) en een dienstmeid. Aaltje Heere, 23 jaar. Zie hieronder Historisch Archief.


  • Kad.B120

datering: 1822

bron: Bev.reg

Wk.C576 Achterdam: Hendrik Bouman *,



beroep:kuiper

van Kampen 71j. (ingekomen 1780, +1826.08.27) en huishoudster Hendrika Klinkert, 72j. van Zwartsluis (ingekomen 1793) en dienstmeid Aaltje Heere, 23j. /



huish: 3

BLOK59-o


Testament van Hendrik Bouman

In april 1825 maakt Hendrik Bouman zijn testament, Hendrik overlijdt 26 augustus 1826.


In 1827, aktenr.64, 1 maart, boedelscheiding van wijlen Hendrik Bouman, erfgenamen: Jan Hendrik Bouman, Cornelis Bouman, beiden kuiper, Dirk Bouman, zeepziedersknecht, Cornelis kreeg twee huizen op de Achterdam, wijk C N 574; pakhuis Jacobsstraat, effecten contanten totaal f 4422,20. (7)
De volgende bijzondere zaken stonden in dit testament:

*Hendrik woonde op de Achterdam. Net als Cornelis Bouman (Mr kuiper)zijn tweede zoon. De begrafenis kostte f203,50;

*Cornelis Bouman kreeg f7,- weekloon;

*f3,- ging per jaar naar de kerkrentmeesters;

*f5,90 was voor de chirurgijn Pf Stiggels;

*f2,60 ging naar maatschappij voor weldadigheid;

f20,- voor de dienstmeid;

f4,- voor de doktersvisites (van Leeuwen);

*18,50 voor de wijn;

*f4,- voor een jaar stoelen in de Kapel.

*F400,- ging naar de mensen die testament en inboedel regelden;

*Alle 7 kleinkinderen kregen f1000,-



*Cornelis kreeg twee huizen met erf gelegen naast elkaar op de Achterdam westkant, wijk C N 574, kadasternummer 91, Huidig nummer: 8,10 waard: f1200,- Ook kreeg hij bij het testament een pakhuis in de Jacobstraat wijk C nr 209. Huidige nummer is 38.
Uit dit testament blijkt dat Hendrik Bouman een redelijk vermogend man was. Zijn zeven kleinkinderen kregen elk f 1000,-. In die tijd kon je een aardig huis kopen voor f500,-. Het valt me op dat het weekloon van Cornelis niet zo hoog is: f7,-.
Bronnen

  1. Stadsarchief Kampen/doop/

  2. Regionaal Archief Alkmaar/genealogie

  3. Regionaal Archief Alkmaar/genealogie/Historisch Archief.

  4. Register der Proclamatiën en Publicatiën in 1803 (Bataafsche Republiek)

  5. bron: Wikipedia

  6. Regionaal Archief Alkmaar/Archieven/inventaris van de archieven van het gilde.

  7. Regionaal Archief Alkmaar/genealogie/notariële actes

  8. Alkmaar en zijne geschiedenissen, kroniek van 1600-1813, Vereniging Oud Alkmaar, W.A.Fasel.




De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina