Het Achterhuis Anne Frank Amsterdam 1947 Zondag, 14 Juni 1942



Dovnload 0.65 Mb.
Pagina15/18
Datum22.07.2016
Grootte0.65 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Maandag, 17 April 1944

Lieve Kitty,


Geloof jij, dat vader en moeder het zouden goedkeuren, dat ik op een divan een jongen zit te zoenen, een jongen van 171⁄2 en een meisje van haast 15? Ik geloof eigenlijk van niet, maar ik moet me in deze maar op mezelf verlaten. Het is zo rustig en veilig in zijn armen te liggen en te dromen, het is zo opwindend zijn wang tegen de mijne te voelen, het is zo heerlijk te weten, dat er iemand op me wacht. Maar, er is inderdaad een maar, want zal Peter het hierbij willen laten? Ik ben zijn belofte heus nog niet vergeten, maar ... hij is een jongen!

Ik weet zelf wel, dat ik er erg vroeg bij ben; nog geen 15 en al zo zelfstandig, dat is voor andere mensen wel een beetje onbegrijpelijk. Ik weet haast zeker dat Margot nooit een jongen een kus zou geven, zonder dat er ook sprake is van verloven of trouwen, maar zulke plannen hebben Peter noch ik. Ook moeder heeft vóór vader zeker geen man aangeraakt. Wat zouden mijn vriendinnen er van zeggen, als ze wisten dat ik in Peters armen lag met mijn hart op zijn borst, met mijn hoofd op zijn schouder, met zijn hoofd tegen het mijne!

O Anne, wat schandelijk; maar heus, ik vind het niet schandelijk, wij zitten hier afgesloten, afgesloten van de wereld, in angst en zorg de laatste tijd in het bijzonder, waarom zouden wij, die van elkaar houden, dan los van elkander blijven? Waarom zouden wij wachten, totdat wij de gepaste leeftijd hebben? Waarom zouden wij veel vragen?

Ik heb op me genomen om op mezelf te passen, hij zou me nooit verdriet of pijn willen doen, waarom zou ik dan niet doen wat mijn hart me ingeeft en ons beiden gelukkig maken? Toch geloof ik wel, Kitty, dat je een beetje van mijn twijfel merkt, ik denk dat het mijn eerlijkheid is, die tegen stiekemheid in opstand komt. Vind jij, dat het mijn plicht is vader te vertellen wat ik doe? Vind jij, dat ons geheim een derde ter ore moet komen? Veel van het jne zou er afgaan, maar zou mijn binnenste daardoor rustig worden? Ik zal er met ‘hem’ over spreken.

O ja, ik wil met hem nog over zoveel spreken, want alleen elkaar te liefkozen, daar zie ik geen nut in. Om onze gedachten aan elkaar te vertellen, daar hoort veel vertrouwen toe, we zullen beiden zeker sterker worden in het besef van dit vertrouwen!

Je Anne.


Dinsdag, 18 April 1944

Lieve Kitty,


Hier is alles goed. Vader zei net, dat hij stellig verwacht, dat er voor 20 Mei nog heel grootscheepse operaties plaats zullen vinden, zowel in Rusland en Italië alsook in het Westen; ik kan me een bevrijding uit onze toestand hoe langer hoe minder voorstellen.

Gisteren zijn Peter en ik dan eindelijk aan ons gesprek toegekomen, dat minstens al tien dagen uitgesteld was. Ik heb hem alles van de meisjes uitgelegd en niet geschroomd de meest intieme dingen te bespreken. De avond eindigde met een wederzijdse zoen, zo'n beetje naast mijn mond, het is werkelijk een jn gevoel.

Misschien neem ik mijn mooie-zinnen-boek eens mee naar boven om eindelijk eens wat dieper op de dingen in te gaan. Ik vind er geen bevrediging in om dag aan dag in elkaars armen te liggen en zou me van hem zo graag hetzelfde voorstellen.

We hebben na ons kwakkel-wintertje weer een prachtig voorjaar; April is inderdaad schitterend, niet te warm en niet te koud met zo nu en dan een regenbuitje. Onze kastanje is al tamelijk groen en hier en daar zie je zelfs al kleine kaarsjes.

Elli heeft ons Zaterdag met vier bosjes bloemen verwend, drie bosjes narcissen en een bosje blauwedruifjes, het laatste was voor mij.

Ik moet Algebra doen, Kitty, tot ziens. Je Anne.



Woensdag, 19 April 1944

Lieve Schat,


Wat is er mooier in de wereld dan voor een open raam in de natuur te kijken, de vogeltjes te horen uiten, de zon op je wangen te voelen en een lieven jongen in je armen te hebben? Het is zo rustig en veilig zijn arm om mij heen te voelen, om hem dichtbij te weten en toch te zwijgen; het kan niet slecht zijn, want deze rust is goed. O, om nooit meer gestoord te worden, zelfs niet door Mouschi.

Je Anne.


Donderdag, 27 April 1944

Lieve Kitty,


Vanochtend had mevrouw een slecht humeur; niets dan klagen! Eerst over de verkoudheid, dat zij geen dropjes krijgt, dat veel neussnuiten niet om uit te houden is. Dan, dat de zon niet schijnt, dat de invasie niet komt, dat we niet uit het raam kunnen kijken, enzovoort enzovoort. Wij moesten vreselijk om haar lachen en het was nog niet zo erg of ze lachte mee.

Op het ogenblik lees ik: Keizer Karel V, door een hoogleraar van de Universiteit te Göttingen geschreven; deze man heeft 40 jaar aan dit boek gewerkt. In vijf dagen las ik 50 bladzijden, meer is niet mogelijk. Het boek bevat 598 bladzijden, nu kun je uitrekenen hoe lang ik hierover zal doen en dan nog het tweede deel! Maar ... zeer interessant!

Waar een schoolmeisje in één dag al niet van hoort, neem mij nu eens. Eerst vertaalde ik van het Hollands in het Engels een stuk van Nelsons laatste slag. Daarna nam ik het vervolg van de Noorse oorlog door (1700-1721), van Peter de Grote, Karel XII, Augustus de Sterke, Stanislaus Lescinsky, Mazeppa, van Görz, Brandenburg, Voor-Pommeren, Achter-Pommeren en Denemarken plus de gebruikelijke jaartallen.

Vervolgens belandde ik in Brazilië, las van de Bahia-tabak, de overvloedige kof e, de anderhalf millioen inwoners van Rio de Janeiro, van Pernambuco en Sao-Paulo, de Amazone-rivier niet te vergeten. Van negers, mulatten, mestiezen, blanken, meer dan 50% analphabeten en de malaria. Daar er nog wat tijd overschoot, nam ik nog gauw een stamboom door. Jan de Oude, Willem Lodewijk, Ernst Casimir I, Hendrik Casimir I tot de kleine Margriet Franciska toe (geboren 1943 in Ottawa).

Twaalf uur: Op zolder vervolgde ik mijn programma met kerkgeschiedenis ... Pf! tot één uur.

Na twee uur zat het arme kind (hm, hm., alweer te werken, smalen breedneusapen waren aan de beurt. Kitty, zeg gauw hoeveel tenen een nijlpaard heeft!!

Dan volgt de Bijbel, Ark van Noach, Sem, Cham en Japheth. Daarna Karel V. Bij Peter: ‘De kolonel’ in het Engels door Thackeray. Franse woordjes overhoren en dan de Missisippi met de Missouri vergelijken.

Ik ben nog steeds verkouden en heb zowel Margot als vader en moeder aangestoken. Als Peter het maar niet krijgt, hij moest een zoen hebben en noemde mij zijn ‘Eldorado’. Kan niet eens, gekke jongen! Maar lief is hij toch!

Genoeg voor vandaag, adieu! Je Anne.

Vrijdag, 28 April 1944

Lieve Kitty,


Mijn droom van Peter Wessel heb ik nooit vergeten (zie begin Januari). Ik voel als ik er aan denk, vandaag nog zijn wang tegen de mijne met dat heerlijke gevoel, dat alles goed maakt.

Met Peter hier had ik dat gevoel ook wel eens, maar nooit in zo sterke mate, totdat ... we gisteravond samenzaten, als gewoonlijk op de divan, in elkanders armen. Toen gleed de gewone Anne opeens weg en kwam daarvoor de tweede Anne in de plaats, de tweede Anne, die niet overmoedig en grappig is, maar die alleen lief wil hebben en zacht wil zijn.

Ik zat tegen hem aangedrukt en voelde de ontroering in me stijgen, de tranen sprongen in mijn ogen, de linker viel op zijn overall, de rechter druppelde langs mijn neus door de lucht, ook op zijn overall. Zou hij het gemerkt hebben? Geen beweging verried het. Zou hij net zo voelen als ik? Hij sprak ook haast geen woord. Zou hij weten, dat hij twee Anne's voor zich heeft? Het zijn alles onbeantwoorde vragen.

Om half negen stond ik op, liep naar het raam, daar nemen we altijd afscheid. Ik trilde nog, ik was nog Anne no twee, hij kwam naar me toe, ik sloeg mijn armen om zijn hals en drukte een zoen op zijn linkerwang, net wou ik naar de rechter, toen mijn mond de zijne ontmoette en we daar op drukten. Duizelend drukten we ons tegen elkaar aan, nog eens en nog eens, om nooit meer op te houden, o!

Peter heeft behoefte aan tederheid, hij heeft voor het eerst in zijn leven een meisje ontdekt, heeft voor het eerst gezien, dat de meest plagerige meisjes ook een innerlijk en een hart hebben en veranderen, zodra ze met je alleen zijn. Hij heeft voor het eerst in zijn leven zijn vriendschap en zichzelf gegeven, hij heeft nog nooit ende nimmer eerder een vriend of vriendin gehad. Nu hebben we elkaar gevonden: ik kende hem ook niet, had ook nooit een vertrouwde en op dit is het uitgelopen ...

Weer die vraag die me niet loslaat: ‘Is het goed? Is het goed, dat ik zo gauw toegeef, dat ik zo heftig ben, net zo heftig en verlangend als Peter zelf? Mag ik, een meisje, me zo laten gaan?’ Er is maar één antwoord op: ‘Ik verlang zo ... al zo lang, ik ben zo eenzaam en heb nu een troost gevonden!’

's Morgens zijn we gewoon, 's middags ook nog tamelijk, behalve een enkele keer, maar 's avonds komt het verlangen van de hele dag, het geluk en de zaligheid van al de vorige keren weer boven en denken we alleen aan elkaar. Iedere avond, na de laatste kus, zou ik wel weg willen rennen, hem niet meer in de ogen kijken, weg, weg, in het donker en alleen!

En wat krijg ik, als ik de 14 treden af ben gegaan? Het volle licht, vr gen hier en lachen daar, ik moet handelen en mag niets laten merken. Mijn hart is nog te week om zo'n schok als gisteravond direct weg te duwen. De zachte Anne komt te weinig en laat zich daarom ook niet dadelijk weer de deur uitjagen. Peter heeft me geraakt, dieper dan ik ooit in mijn leven geraakt was, behalve in mijn droom! Peter heeft me aangepakt, mijn binnenste naar buiten gekeerd, is het dan niet voor ieder mens vanzelfsprekend, dat hij daarna rust moet hebben om zijn binnenste weer te herstellen?

O Peter, wat heb je met me gedaan? Wat wil je van me? Waar moet dit naar toe?

O, nu begrijp ik Elli, nu, nu ik dit meemaak, nu begrijp ik haar twijfel; als ik ouder was en hij zou met me willen trouwen, wat zou ik dan antwoorden? Anne, wees eerlijk! Je zou niet met hem kunnen trouwen, maar loslaten is ook zo moeilijk. Peter heeft nog te weinig karakter, te weinig wilskracht, te weinig moed en sterkte. Hij is nog een kind, niet ouder dan ik in zijn binnenste; hij wil alleen rust en geluk vinden.

Ben ik werkelijk pas 14? Ben ik werkelijk nog een dom schoolmeisje? Ben ik werkelijk nog zo onervaren in alles? Ik heb meer ervaring dan de anderen, ik heb iets meegemaakt, dat haast niemand op mijn leeftijd kent. Ik ben bang voor mezelf, ik ben bang, dat ik in mijn verlangen me te gauw weggeef, hoe kan dat later met andere jongens dan goed gaan? O, het is zo moeilijk, altijd is er weer het hart en het verstand, alles moet op zijn tijd spreken, maar weet ik wel zeker, dat ik de tijd goed gekozen heb?

Je Anne.


Dinsdag, 2 Mei 1944

Lieve Kitty,


Zaterdagavond heb ik Peter gevraagd of hij vindt, dat ik vader iets van ons moet vertellen, hij vond na een beetje heen en weer van wel. Ik was blij, het getuigt van zuiver voelen bij hem. Dadelijk toen ik beneden kwam, ging ik met vader mee water halen, op de trap zei ik al: ‘Vader, je begrijpt zeker wel, dat als Peter en ik samen zijn, we geen meter van elkaar afzitten, vind je dat erg?’ Vader antwoordde niet dadelijk, dan zei hij: ‘Neen, erg vind ik het niet, maar Anne, hier in die beperkte ruimte moet je voorzichtig zijn’. Hij zei nog iets in die geest, toen gingen we naar boven. Zondagochtend riep hij me bij zich en zei: ‘Anne, ik heb er nog eens over nagedacht’ - ik werd al bang -. Het is hier in het Achterhuis eigenlijk niet zo goed, ik dacht, dat jullie kameraden waren. Is Peter verliefd?’

‘Geen kwestie van’, antwoordde ik.

‘Ja, je weet dat ik jullie best begrijp, maar je moet terughoudend zijn, ga niet meer zo vaak naar boven, wakker hem niet meer aan dan nodig is. De man is in zulke dingen altijd de actieve, de vrouw kan tegenhouden. Het is buiten als je vrij bent heel iets anders, je ziet andere jongens en meisjes, je kan eens weggaan, sport doen en van alles, maar hier, als je hier te veel samen zit en je wilt weg, kun je niet, je ziet elkaar elk uur, altijd eigenlijk. Wees voorzichtig, Anne, en vat het niet te ernstig op!’

‘Dat doe ik niet, vader, maar Peter is fatsoenlijk, hij is een lieve jongen!’

‘Ja, maar hij heeft geen sterk karakter, hij is licht naar de goede, maar ook licht naar de slechte kant te beïnvloeden, ik hoop voor hem dat hij goed blijft, want in zijn aard is hij goed!’

We praatten nog wat door en spraken af, dat vader ook met hem zou praten.

Zondagmiddag op de voorzolder vroeg hij: ‘En heb je met je vader gesproken, Anne?’

‘Ja’, antwoordde ik, ‘ik zal het je wel vertellen. Vader vindt het niet erg, maar hij zegt dat er hier, waar we zo dicht op elkaar zitten, licht botsingen kunnen komen’.

‘We hebben toch afgesproken, dat we geen ruzie zouden maken; ik ben van plan me daaraan te houden!’

‘Ik ook, Peter, maar vader dacht het niet van ons, hij dacht dat we kameraden waren, vind jij dat dat nu niet kan?’

‘Ik wel en jij?’

‘Ik ook. Ik heb ook tegen vader gezegd, dat ik je vertrouw. Ik vertrouw op je, Peter, net zo volkomen als ik het op vader doe en ik geloof, dat je dat waard bent, is het niet?’

‘Ik hoop het’. (Hij was erg verlegen en roodachtig.) ‘Ik geloof in je, Peter’, vervolgde ik, ‘ik geloof, dat je een goed karakter hebt en dat je vooruit zult komen in de wereld’.

We spraken daarna over andere dingen, later zei ik nog: ‘Als we hieruit komen, weet ik wel, dat je je om mij niet meer zult bekommeren!’

Hij raakte in vuur: ‘Dat is niet waar, Anne, o neen, dat mag je niet van me denken!’ Toen werd ik geroepen.

Vader sprak met hem, hij vertelde het mij vandaag. ‘Je vader dacht, dat die kameraadschap wel eens op verliefdheid kon uitlopen’, zei hij. Maar ik antwoordde, dat we elkaar wel in bedwang zullen houden.

Vader wil nu, dat ik 's avonds minder naar boven ga, maar dat wil ik niet. Niet alleen dat ik graag bij Peter ben, ik heb gezegd, dat ik op hem vertrouw. Ik vertrouw ook op hem en ik wil hem dat vertrouwen ook bewijzen en dat kan ik nooit doen, als ik uit wantrouwen beneden blijf.

Neen, ik ga!



Woensdag, 3 Mei 1944

Lieve Kitty,


Eerst even de nieuwtjes van de week. De politiek heeft vacantie; er is niets, maar dan ook niets mee te delen. Zo langzamerhand ben ik ook gaan geloven dat de invasie komt, ze kunnen de Russen toch niet alles alleen laten opknappen; trouwens die doen ook niets op het ogenblik.

Heb ik je verteld dat onze Mof weg is? Sinds verleden week Donderdag spoorloos verdwenen. Ze zal zeker al lang in de kattenhemel zijn, terwijl de een of andere dierenvriend van haar een lekker boutje maakt. Misschien krijgt een meisje een muts van haar vel. Peter is over dit feit erg bedroefd.

Sinds Zaterdag lunchen we om half 12 's middags, 's ochtends moeten wij het dus met een kopje pap volhouden; dit dient om een maaltijd te sparen. Groente is nog steeds zeer moeilijk te krijgen: rotte stoofsla hadden we vanmiddag. Gewone sla, spinazie en stoofsla, anders is er niet. Daarbij nog rotte aardappels, dus een heerlijke combinatie!

Zoals je je zeker wel kunt indenken wordt hier vaak in vertwijfeling gezegd: ‘Waarvoor, o waarvoor dient nu de oorlog? Waarom kunnen de mensen niet vreedzaam met elkaar leven? Waarom moet alles verwoest worden?’

Deze vraag is begrijpelijk, maar een afdoend antwoord heeft tot nu toe nog niemand gevonden. Ja, waarom bouwen ze in Engeland steeds grotere vliegtuigen, construeren ze steeds zwaardere bommen en daarnaast eenheidshuizen voor de wederopbouw? Waarom worden er elke dag millioenen voor de oorlog besteed en is er geen cent voor de geneeskunde, voor de kunstenaars, voor de arme mensen beschikbaar?

Waarom moeten de mensen hongerlijden, als in andere delen van de wereld het overvloedige voedsel wegrot? O, waarom zijn de mensen zo gek?

Ik geloof nooit dat de oorlog de schuld is alleen van de grote mannen, van de regeerders en kapitalisten. O neen, de kleine man doet het net zo goed graag, anders zouden de volkeren er toch al lang tegen in opstand zijn gekomen! Er is nu eenmaal in de mensen een drang tot vernieling, een drang tot doodslaan, tot vermoorden en razen en zolang de gehele mensheid, zonder uitzondering, geen grote metamorphose heeft ondergaan, zal de oorlog woeden, zal alles wat opgebouwd, aangekweekt en gegroeid is, weer geschonden en vernietigd worden, waarna de mensheid opnieuw moet beginnen.

Ik ben vaak neerslachtig geweest, maar nooit wanhopig, ik beschouw dit onderduiken als een gevaarlijk avontuur, dat romantisch en interessant is. Ik beschouw elke ontbering als een amusement in mijn dagboek. Ik heb me nu eenmaal voorgenomen, dat ik een ander leven zal leiden dan andere meisjes en later een ander leven dan gewone huisvrouwen. Dit is het goede begin van het interessante en daarom, daarom alleen moet ik in de meest gevaarlijke ogenblikken lachen om het humoristische van de situatie.

Ik ben jong en bezit nog veel opgesloten eigenschappen, ik ben jong en sterk en beleef dit grote avontuur, ik zit er nog midden in en kan niet de hele dag klagen. Ik heb veel meegekregen, een gelukkige natuur, veel vrolijkheid en sterkte. Elke dag voel ik hoe mijn innerlijk groeit, hoe de bevrijding nadert, hoe mooi de natuur is, hoe goed de mensen in mijn omgeving zijn, hoe interessant dit avontuur is! Waarom zou ik dan wanhopig zijn?

Je Anne.


Vrijdag, 5 Mei 1944

Lieve Kitty,


Vader is ontevreden over mij; hij dacht, dat ik na ons gesprek van Zondag vanzelf niet meer elke avond naar boven zou gaan. Hij wil die ‘Knutscherei’ niet hebben. Dat woord kon ik niet horen, het was al naar genoeg om er over te spreken, waarom moet hij mij nu ook nog zo naar maken? Ik zal vandaag met hem spreken. Margot heeft me goede raad gegeven, zie hier wat ik zo ongeveer wil zeggen:

‘Ik geloof, vader, dat je een verklaring van mij verwacht, ik zal je die geven. Je bent teleurgesteld in mij, je had meer terughouding van mij verwacht, je wilt zeker, dat ik net zo ben als een 14-jarige behoort te zijn. Daar vergis je je in!

Sinds we hier zijn, vanaf Juli 1942 tot een paar weken geleden had ik het heus niet makkelijk. Als je eens wist, wat ik 's avonds al niet afgehuild heb, hoe ongelukkig ik was, hoe eenzaam ik me voelde, dan zou je wel kunnen begrijpen, dat ik naar boven wil!

Ik heb het niet van de ene op de andere dag klaar gespeeld, dat ik zóver gekomen ben, dat ik helemaal zonder moeder en zonder steun van wie dan ook kan leven; het heeft me veel, veel strijd en tranen gekost om zo zelfstandig te worden, als ik nu ben. Je kunt lachen en me niet geloven, het kan me niets schelen, ik weet, dat ik een mens alleen ben en ik voel me niet voor een cent verantwoordelijk tegenover jullie. Ik heb je dit alleen verteld, omdat ik dacht, dat je me anders te stiekem vond, maar voor mijn daden heb ik alleen verantwoording tegenover mezelf af te leggen.

Toen ik moeilijkheden had, hebben jullie en ook jij je ogen dicht gedaan en je oren dicht gestopt, je hebt me niet geholpen, integendeel, niets dan waarschuwingen heb ik gekregen, dat ik niet zo luidruchtig moest zijn. Ik was luidruchtig, alleen om niet aldoor verdrietig te zijn, ik was overmoedig om niet steeds die stem van binnen te horen. Ik heb komedie gespeeld anderhalf jaar lang, dag in dag uit, ik heb niet geklaagd, ben niet uit mijn rol gevallen, niets van dat alles, en nu, nu ben ik uitgestreden. Ik heb overwonnen! Ik ben zelfstandig naar lichaam en geest, ik heb geen moeder meer nodig, ik ben door al die strijd sterk geworden.

En nu, nu ik er bovenop ben, nu ik weet, dat ik uitgevochten heb, nu wil ik ook zelf mijn weg verder gaan, de weg die ik goed vind. Je kunt en mag me niet als 14 beschouwen, ik ben door alle narigheid ouder geworden; ik zal geen spijt van mijn daden hebben, ik zal handelen zo als ik denk dat ik dat kan doen.

Je kunt me niet zachtzinnig van boven weghouden, óf je verbiedt me alles, óf je vertrouwt me door dik en dun, laat me dan ook met rust!’

Je Anne.


Zaterdag, 6 Mei 1944.

Lieve Kitty,


Gisteren vóór het eten heb ik een brief in vaders zak gestopt, waarin ik dat schreef, wat ik je gisteren uitgelegd heb. Na het lezen was hij, volgens Margot, de hele avond van streek. (Ik was boven aan de afwas.) Arme Pim, ik kon wel weten welke uitslag dit epistel zou opleveren. Hij is zo gevoelig! Dadelijk heb ik tegen Peter gezegd, dat hij niets meer vragen of zeggen moest. Pim heeft tegen mij niets meer over het geval gezegd, zou het nog komen?

Hier gaat alles weer zo'n beetje. Wat ze ons van de prijzen en mensen buiten vertellen is haast niet te geloven; een half pond thee kost ƒ 350, een pond kof e ƒ 80. -, boter ƒ 35. - per pond, een ei ƒ 1.45; voor Bulgaarse tabak wordt ƒ 14. - per ons betaald! Iedereen handelt zwart, elke loopjongen biedt wat aan. Onze bakkers jongen heeft stopzijde bezorgd, ƒ 0.90 een dun strengetje, de melkboer komt aan clandestiene levensmiddelenkaarten, een begrafenisonderneming bezorgt kaas. Ingebroken, vermoord en gestolen wordt er elke dag, politieagenten en nachtwakers doen net zo hard mee als beroepsdieven, ied reen wil wat in zijn maag hebben en daar salarisverhoging verboden is, moeten de mensen wel zwendelen. De kinderpolitie blijft aan de gang met opsporingswerk, meisjes van 15, 16, 17 en ouder worden elke dag vermist.

Je Anne.

Zondagmorgen, 7 Mei 1944

Lieve Kitty,


Vader en ik hebben gistermiddag een lang gesprek gehad; ik moest vreselijk huilen en hij deed mee. Weet je wat hij tegen me zei, Kitty?

‘Ik heb al veel brieven in mijn leven gekregen, maar dit is wel de lelijkste! Jij,

Anne, die zoveel liefde van je ouders ondervonden hebt, die ouders hebt, die altijd voor je klaar staan, die je altijd verdedigd hebben wat er ook was, jij spreekt van geen verantwoording voelen? Jij voelt je verongelijkt en alleen gelaten, neen Anne, dat was een groot onrecht wat je ons hebt aangedaan!

Misschien heb je het niet zo bedoeld, maar het was zo neergeschreven, neen Anne, zo'n verwijt hebben wij niet verdiend!’

O, ik heb vreselijk gefaald, dit is wel de ergste daad die ik in mijn leven gedaan heb. Ik wou niets dan opscheppen met mijn huilen en mijn tranen, niets dan me groot voordoen om hem respect voor me te laten hebben. Zeker, ik heb veel verdriet gehad, maar om dien goeden Pim zo te beschuldigen, hij die alles voor me gedaan heeft en nog alles voor me doet, neen, dat was meer dan gemeen.

Het is heel goed, dat ik eens uit mijn onbereikbare hoogte neergehaald ben, dat mijn trots eens een beetje geknakt is, want ik was weer veel te ingenomen met mezelf. Wat mejuffrouw Anne doet is nog lang niet altijd goed! Iemand die een ander, waarvan hij zegt te houden, zo'n verdriet aandoet en dat nog wel opzettelijk, is laag, heel laag!

En het meest schaam ik me nog over de manier, waarop vader me vergeven heeft; hij zal de brief in de kachel gooien en is nu zo lief tegen me alsof hij iets misdaan heeft. Neen Anne, je moet toch nog ontzettend veel leren, begin daar maar eerst weer eens mee, in plaats van zo op anderen neer te kijken en anderen te beschuldigen!

Ik heb veel verdriet gehad, maar heeft niet iedereen op mijn leeftijd dat? Ik heb veel komedie gespeeld, maar ik was het mij nog niet eens bewust, ik voelde me eenzaam, maar was haast nooit wanhopig! Ik moet me diep schamen en ik schaam me diep.

Gedane zaken nemen geen keer, maar wel kan men verder voorkomen. Ik wil weer van voren af aan beginnen en het kan niet moeilijk zijn, daar ik Peter nu heb. Met hem als steun kan ik het!

Ik ben niet meer alleen, hij houdt van me, ik houd van hem, ik heb mijn boeken, mijn schrijfboek en mijn dagboek, ik ben niet zo erg lelijk, niet zo heel erg dom, heb een vrolijke natuur en wil een goed karakter krijgen!

Ja Anne, je hebt heel goed gevoeld dat je brief te hard en onwaar was, maar je was er nog trots op! Laat ik vader als voorbeeld weer opnemen, en ik zal me beteren.

Je Anne.


Maandag, 8 Mei 1944

Lieve Kitty,


Heb ik je eigenlijk al wel eens wat van onze familie verteld?
Ik geloof van niet en daarom zal ik er maar dadelijk mee beginnen. Mijn vader had zeer rijke ouders. Zijn vader had zich helemaal opgewerkt en zijn moeder was van voorname en rijke familie. Zo had vader in zijn jeugd een echt rijke-zoontjesleven, elke week partijtjes, bals, feesten, mooie meisjes, diners, vele kamers enz. enz.

Al dat geld ging na opa's dood door de wereldoorlog en in atie verloren. Vader is dus prima opgevoed en moest gisteren verschrikkelijk lachen, omdat het de eerste keer in zijn 55 jarig leven was, dat hij aan tafel de koekepan uitkrabde.

Ook moeder is van rijke ouders en vaak luisteren wij met open mond naar verhalen van verlovingen met 250 mensen, particuliere bals en diners. Nu kan men ons in geen geval meer rijk noemen, maar al mijn hoop is op na de oorlog gevestigd.

Ik verzeker je, dat ik helemaal niet op zo'n bekrompen leventje gesteld ben als moeder en Margot. Ik zou graag een jaar naar Parijs en een jaar naar Londen gaan om de taal te leren en kunstgeschiedenis te studeren. Vergelijk dat maar met Margot, die kraamverzorgster in Palestina wil worden! Ik stel me nog altijd veel van mooie jurken en interessante mensen voor. Ik wil wat zien en beleven in de wereld, dat heb ik je al meer verteld. En een beetje geld kan daarbij geen kwaad.

Miep vertelde vanmorgen van een verloving waar ze naar toe was. Zowel de bruid als de bruidegom zijn van rijke ouders en het was dus ook bijzonder jn. Miep maakte ons even lekker met het eten, dat ze kregen: groentesoep met balletjes gehakt, kaas, broodjes, hors d'oeuvre met eieren en roastbeef, moscovisch gebak, wijn en sigaretten, van alles zoveel als je maar wilt (clandestien).

Miep heeft 10 borrels gedronken, is dat de anti-alcoholische vrouw? Als Miep al zoveel op had, hoeveel zou haar ega er dan wel naar binnen geslagen hebben? Ze waren op dat feest natuurlijk allemaal wat aangeschoten. Er waren twee agenten van de knokploeg van de politie, die foto's van het paar genomen hebben. Het blijkt, dat Miep haar onderduikers geen minuut uit haar gedachten kan zetten, want ze heeft direct naam en adres van deze mannen genoteerd, voor het geval dat er eens iets mocht gebeuren en men goede Nederlanders nodig heeft.

Ze heeft ons zo lekker gemaakt, wij die voor ons ontbijt niets anders kregen dan twee lepels pap en die rammelden van de honger, wij die dag in dag uit niets anders dan half rauwe spinazie (voor de vitaminen) en rotte aardappels krijgen, wij die in onze holle maag niets dan sla, stoofsla, spinazie en nog eens spinazie slaan. Misschien worden we nog eens zo sterk als Popeye, hoewel ik er nog niet veel van zie!

Als Miep ons naar de verloving had meegenomen, dan was er van de broodjes niets meer voor de andere gasten overgebleven. Ik kan je zeggen, dat we de woorden uit Mieps mond trokken, dat we om haar heen stonden, alsof we nog nooit in ons leven van lekker eten of sjieke mensen hadden gehoord!

En dat zijn nu de kleindochters van een millionnair. Het loopt toch wel gek in de wereld!

Je Anne.



1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina