Het Achterhuis Anne Frank Amsterdam 1947 Zondag, 14 Juni 1942



Dovnload 0.65 Mb.
Pagina16/18
Datum22.07.2016
Grootte0.65 Mb.
1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18

Dinsdag, 9 Mei 1944

Lieve Kitty,


Het verhaaltje van Ellen de fee is af. Ik heb het overgeschreven op mooi postpapier, met rode inkt versierd en in elkaar genaaid. Het geheel ziet er wel leuk uit, maar is het niet wat weinig voor vaders verjaardag? Ik weet het niet. Margot en moeder hebben elk een verjaardagsgedicht gemaakt.

Mijnheer Kraler kwam vanmiddag met het bericht boven, dat mevrouw B., die vroeger als demonstratrice in de zaak werkte, volgende week elke middag om twee uur hier op kantoor wil kof edrinken. Stel je voor! Niemand kan dan meer naar boven komen, de aardappels kunnen niet gebracht worden, Elli krijgt geen eten, we kunnen niet naar de W.C., we mogen ons niet verroeren, en zo voort en zo voort.

We kwamen met de meest uiteenlopende voorstellen voor de dag om haar af te wimpelen. Van Daan vond, dat een goed laxeermiddel in haar kof e misschien afdoende zou zijn. ‘Neen’, antwoordde mijnheer Koophuis, ‘alsjeblieft niet, dan komt ze helemaal niet meer van de doos!’ Daverend gelach. ‘Van de doos?’ vroeg mevrouw, ‘Wat betekent dat?’ Een uitleg volgde. ‘Kan ik dat altijd gebruiken?’ vroeg ze daarna heel onnozel. ‘Stel je voor’, gichelde Elli, ‘dat je in de Bijenkorf naar de doos vroeg, ze zouden je niet eens begrijpen!’

O Kit, het is zulk jn weer, kon ik maar naar buiten! Je Anne.



Woensdag, 10 Mei 1944

Lieve Kitty,


We zaten gistermiddag op zolder Frans te leren, toen ik opeens achter me gekletter van water hoorde. Ik vroeg Peter wat dat te betekenen had, maar deze antwoordde niet eens, rende naar de vliering waar de bron van het onheil was en duwde Mouschi, die wegens een te natte kattebak er naast had plaatsgenomen met een hardhandig gebaar op de juiste plek. Een luid spektakel volgde en de inmiddels uitgeplaste Mouschi rende naar beneden.

Mouschi was om nog een beetje kattebakachtig gemak te ondervinden op een beetje zaagsel gaan zitten. De plas liep dadelijk van de vliering door het plafond naar de zolder en ongelukkigerwijs precies in en naast de aardappelton.

Het plafond droop en daar de zoldergrond op zijn beurt ook niet vrij van gaatjes is, vielen er verscheidene gele druppels door het plafond van de kamer, tussen een stapel kousen en een paar boeken, die op tafel lagen. Ik lag dubbel van het lachen, het was ook een te gek gezicht, de ineengedoken Mouschi onder een stoel, Peter met water, bleekpoeder en dweil en Van Daan aan het sussen. Het onheil was al gauw hersteld, maar het is een bekend feit, dat katteplasjes verschrikkelijk stinken. Dat bewezen de aardappels gisteren maar al te duidelijk en bovendien ook het houtafval, dat vader in een emmer naar beneden haalde om te verbranden. Arme Mouschi! Kan jij weten, dat er geen turfmolm te krijgen is?

Je Anne.


P.S. Gisteren en vanavond sprak onze geliefde Koningin, ze neemt vacantie om gesterkt naar Nederland terug te kunnen keren. Ze sprak van ‘straks als ik terug ben, spoedige bevrijding, heldenmoed en zware lasten’.

Een speech van minister Gerbrandy volgde. Een dominee besloot de avond met een bede tot God om voor de Joden, de mensen in concentratiekampen, in gevangenissen en in Duitsland te zorgen.

Je Anne.

Donderdag, 11 Mei 1944

Lieve Kitty,


Ik heb het vreselijk druk op het ogenblik en hoe gek het ook klinkt, ik heb te weinig tijd om door mijn berg werk heen te komen. Zal ik je eens in het kort vertellen, wat ik alzo moet doen? Nu dan, tot morgen moet ik het eerste deel van de levensgeschiedenis van Galileo Galilei uitlezen, daar het naar de bibliotheek terug moet. Gisteren ben ik er mee begonnen, maar ik krijg het wel uit.

Volgende week moet ik Palestina op de tweesprong en het tweede deel van Galilei lezen. Verder heb ik gisteren het eerste deel van de biographie van Keizer Karel V uitgelezen en moet hoog nodig de vele aantekeningen en stambomen, die ik daaruit gehaald heb, uitwerken. Vervolgens heb ik drie bladzijden vreemde woorden, die allen opgezegd, opgeschreven en geleerd moeten worden, uit de verschillende boeken gehaald. No vier is, dat al mijn lmsterren in vreselijke wanorde door elkaar liggen en naar een opruiming snakken; daar echter zo'n opruiming verscheidene dagen in beslag zou nemen en professor Anne op het ogenblik, zoals gezegd, in het werk stikt, wordt de chaos toch nog maar chaos gelaten.

Dan wachten Theseus, Oedipus, Peleus, Orpheus, Jason en Hercules op een ordeningsbeurt, daar verschillende van hun daden als bonte draden in een jurk in mijn hoofd dooreenliggen, ook Myron en Phidias moeten hoognodig een behandeling ondergaan, willen ze niet helemaal uit hun samenhang raken. Evenzo gaat het bijvoorbeeld met de zeven- en negenjarige oorlog; ik haal op die manier alles door elkaar. Ja, wat moet je ook met zo'n geheugen beginnen! Stel je eens voor hoe vergeetachtig ik zal zijn als ik tachtig ben!

O nog wat, de Bijbel, hoe lang zal het nog duren of ik ontmoet het verhaal van de badende Suzanna? En wat bedoelen ze met de schuld van Sodom en Gomorrha? O er is nog zo ontzettend veel te vragen en te leren. En Liselotte von der Pfalz, die heb ik intussen helemaal in de steek gelaten.

Kitty, zie je wel, dat ik overloop?

Nu over iets anders: Je weet al lang dat mijn liefste wens is eenmaal journaliste en later een beroemd schrijfster te worden. Of ik deze grootheidsneigingen (of - waanzin?) ooit tot uitvoering zal kunnen brengen, zal nog moeten blijken, maar onderwerpen heb ik tot nu toe nog wel. Na de oorlog wil ik in ieder geval een boek getiteld ‘Het Achterhuis’ uitgeven. Of dat lukt blijft ook nog de vraag, maar mijn dagboek zal daarvoor kunnen dienen.

Behalve ‘Het Achterhuis’ heb ik nog meer onderwerpen op stapel staan. Daarover schrijf ik je nog wel eens uitvoerig, als ze vaste vorm hebben aangenomen.

Je Anne.


Zaterdag, 13 Mei 1944

Liefste Kitty,


Gisteren was vader jarig; vader en moeder waren 19 jaar getrouwd, het was geen werksterdag en de zon scheen, zoals ze in 1944 nog nooit geschenen had. Onze kastanjeboom staat van onder tot boven in volle bloei, hij is zwaar beladen met bladeren en veel mooier dan verleden jaar.

Vader heeft van Koophuis een biographie over het leven van Linnaeus gekregen, van Kraler een boek over de natuur, van DusselAmsterdam te water, van Van Daan een reuze doos opgemaakt als door de beste decorateur met drie eieren, een es bier, een es yoghurt en een groene das er in. Onze pot stroop stak wel wat af. Mijn rozen geuren heerlijk in tegenstelling tot Miep en Elli's anjers, die geurloos maar ook heel mooi zijn. Hij is wel verwend. Er zijn 50 taartjes gekomen, heerlijk! Vader tracteerde zelf op kruidkoek, voor de heren bier en voor de dames yoghurt. Alles viel in de smaak.

Je Anne.

Dinsdag, 16 Mei 1944

Liefste Kitty,


Ter afwisseling, omdat we het er zo lang niet meer over gehad hebben, wil ik je een kleine discussie oververtellen, die mijnheer en mevrouw gisteravond hadden. Mevrouw: ‘De Duitsers zullen de Atlantik-Wall wel erg sterk gemaakt hebben, ze zullen zeker alles doen wat in hun macht ligt om de Engelsen tegen te houden.

Het is toch enorm hoeveel kracht de Duitsers hebben!’ Mijnheer: ‘O ja, ontzettend’.

Mevrouw: ‘Ja-ah’.
Mijnheer: ‘Zeker zullen de Duitsers op het eind de oorlog nog winnen, zo sterk zijn ze!’

Mevrouw: ‘Dat kan best, ik ben van het tegendeel nog niet overtuigd’. 

Mijnheer: ‘Ik zal maar geen antwoord meer geven’.
Mevrouw: ‘Je antwoordt mij toch altijd weer, je laat je toch telkens weer meeslepen’.

Mijnheer: ‘Welneen, mijn antwoorden zijn heel miniem’.


Mevrouw: ‘Maar je antwoordt toch en je moet ook altijd gelijk hebben! Je voorspellingen komen lang niet altijd uit!’

Mijnheer: ‘Tot nu toe zijn mijn voorspellingen uitgekomen’.


Mevrouw: ‘Dat is niet waar. De invasie was er vorig jaar al, de Finnen hadden al vrede, Italië was in de winter afgelopen, de Russen hadden Lemberg al, o neen, om jouw voorspellingen geef ik niet veel’.

Mijnheer (opstaand): ‘En hou je nu eindelijk je grote bek, ik zal je nog eens bewijzen, dat ik gelijk heb, één keer zul je er toch genoeg van krijgen, ik kan dat gekanker niet meer horen, met je neus zal ik je in al je plagerijen duwen!’

Einde eerste bedrijf.

Ik moest eigenlijk ontzettend lachen, moeder ook en Peter zat zich eveneens te verbijten. O die domme volwassenen, laat ze zelf liever beginnen te leren, vóór ze zoveel op de kinderen hebben aan te merken!

Je Anne.

Vrijdag, 19 Mei 1944

Lieve Kitty,


Gisteren was ik al heel ellendig, overgegeven (en dat Anne!), buikpijn, alle narigheid die je je maar kunt indenken. Vandaag gaat het weer veel beter, ik heb erge honger, maar van die bruine bonen die we vandaag krijgen, zal ik liever afblijven.

Met Peter en mij gaat het best, de arme jongen heeft nog meer behoefte aan wat tederheid dan ik. Hij bloost nog elke avond bij zijn nachtkus en bedelt gewoon om nog een. Zou ik de betere vervanging van Mof zijn? Ik vind het niet erg, hij is al zo gelukkig, nu hij weet dat er iemand van hem houdt.

Ik sta na mijn moeizame verovering een beetje boven de situatie, maar je mag niet denken, dat mijn liefde ver auwd is. Hij is een schat, maar mijn innerlijk heb ik gauw weer dichtgesloten; als hij nu nog eens het slot wil verbreken moet het breekijzer wel harder zijn!

Je Anne.


Zaterdag, 20 Mei 1944

Lieve Kitty,


Gisteravond kwam ik van de zolder naar beneden, en zag dadelijk, toen ik de kamer binnenging, dat de mooie vaas met anjers op de grond lag, moeder op haar knieën aan het dweilen was, terwijl Margot mijn papieren van de grond viste.

‘Wat is hier gebeurd?’ vroeg ik met angstige voorgevoelens, en hun antwoord niet eens afwachtend bekeek ik van een afstand de schade. Mijn hele stambomen-map, schriften, boeken, alles dreef. Ik huilde haast en was zo opgewonden, dat ik me van mijn woorden niets meer herinneren kan, maar Margot zei, dat ik iets uitkraamde van ‘unübersehbare Schaden, verschrikkelijk, ontzettend, nooit meer goed te maken’ en nog meer. Vader schaterde, moeder en Margot vielen in, maar ik kon wel huilen om al dat verloren werk en de goed uitgewerkte aantekeningen.

Bij nader bekijken viel de ‘unübersehbare Schaden’ gelukkig mee, zorgvuldig zocht ik op de zolder de samengeplakte papiertjes bij elkaar en maakte ze los. Daarna hing ik ze naast elkaar aan de waslijnen te drogen. Het was een grappig gezicht en ik moest toen toch weer lachen: Maria de Medici naast Karel de V, Willem van Oranje en Marie Antoinette; dat is ‘Rassenschande’, grapte mijnheer Van Daan. Na Peter de verzorging van mijn papiertjes te hebben toevertrouwd, ging ik weer naar beneden.

‘Welke boeken zijn bedorven?’ vroeg ik aan Margot, die mijn boekenschat aan het controleren was. ‘Algebra’, zei Margot. Ik kwam gauw naderbij, maar jammer genoeg was ook het algebraboek nog niet bedorven. Ik wou dat dat in de vaas was gevallen: ik heb nog nooit aan één boek zo'n hekel gehad als aan dat algebraboek. Voorin staan minstens 20 namen van meisjes, die het al vóór mij in hun bezit hadden, het is oud, geel, volgekrabbeld en verbeterd. Als ik nog eens heel erg baldadig ben, scheur ik dat rotding aan stukken!

Je Anne.

Maandag, 22 Mei 1944

Lieve Kitty,


Vader heeft op 20 Mei vijf esjes yoghurt aan mevrouw Van Daan verloren met wedden. De invasie is werkelijk nog niet gekomen; ik mag gerust zeggen dat heel Amsterdam, heel Nederland, ja heel de Westkust van Europa tot Spanje toe, dag en nacht over de invasie spreekt en debatteert, er op wedt en ... hoopt.

De spanning stijgt ten top. Lang niet alle mensen die wij tot de ‘goede’ Nederlanders rekenen hebben hun vertrouwen in de Engelsen behouden, lang niet allen vinden de Engelse bluf een meesterlijk staaltje, o neen, de mensen willen nu eindelijk eens daden zien, grote en heldhaftige daden. Niemand denkt verder dan zijn neus lang is, niemand denkt er aan, dat de Engelsen voor zichzelf en hun land strijden, iedereen denkt dat ze verplicht zijn zo gauw en zo goed mogelijk Holland te redden.

Welke verplichtingen hebben de Engelsen dan aan ons? Waaraan hebben de Hollanders de edelmoedige hulp verdiend, die zij zo stellig verwachten? O neen, de Nederlanders zullen zich nog erg vergissen, de Engelsen hebben zich ondanks al hun bluf toch zeker niet meer geblameerd dan alle andere landen en landjes, die nu bezet zijn. De Engelsen zullen ons heus geen verontschuldigingen aanbieden, want, al zouden wij hun verwijten, dat zij hebben geslapen gedurende de jaren dat Duitsland zich bewapende, wij kunnen niet ontkennen, dat al de andere landen, vooral de landen die aan Duitsland grenzen, ook geslapen hebben. Met struisvogelpolitiek komen wij er niet, dat heeft Engeland en dat heeft de hele wereld ingezien en daarvoor moeten alle geallieerden nu stuk voor stuk en Engeland niet het minst zware offers brengen.

Geen land zal voor niets zijn mannen opofferen en vooral niet voor de belangen van een ander, ook Engeland zal dat niet doen. De invasie, de bevrijding en de Vrijheid zullen eenmaal komen, doch Engeland en Amerika zullen het tijdstip vaststellen en niet al de bezette gebieden samen.

Tot ons grote leedwezen en onze grote ontzetting hebben wij gehoord, dat de stemming tegenover ons Joden bij vele mensen omgeslagen is. We hebben gehoord, dat er anti-semitisme is gekomen in kringen, die daaraan vroeger niet dachten. Ons achten allemaal heeft dit feit diep, heel diep geraakt. De oorzaak van deze Jodenhaat is begrijpelijk, soms zelfs menselijk, maar niet goed. De Christenen verwijten de Joden, dat ze bij de Duitsers hun mond voorbij praten, dat ze hun helpers verraden, dat vele Christenen door toedoen van de Joden het vreselijke lot en de vreselijke straf van zovelen ondergaan.

Dit is alles waar, maar wij moeten als bij alle dingen ook de keerzijde van de medaille bekijken. Zouden de Christenen in onze plaats anders handelen? Kan een mens, onverschillig Jood of Christen, voor Duitse middelen blijven zwijgen? Iedereen weet, dat dit haast onmogelijk is, waarom eist men dan het onmogelijke van de Joden?

Er wordt in ondergrondse kringen over gemompeld, dat Duitse Joden, die naar Nederland geëmigreerd zijn en nu in Polen zitten, niet meer naar Nederland terug zullen mogen komen; ze hadden in Nederland asylrecht, maar zullen, als Hitler weg is, weer naar Duitsland terug moeten.

Als men dat hoort, vraagt men zich dan niet vanzelfsprekend af, waarom deze lange en moeilijke oorlog gevoerd wordt? Wij horen toch altijd, dat wij allen samen vechten voor vrijheid, waarheid en recht! En begint er nog tijdens dat gevecht al tweedracht te komen, is toch de Jood weer minder dan de ander? O het is treurig, heel erg treurig, dat weer voor de zoveelste maal de oude wijsheid bevestigd is: ‘Wat één Christen doet, moet hijzelf verantwoorden, wat één Jood doet, valt op alle Joden terug’.

Eerlijk gezegd kan ik niet begrijpen, dat Nederlanders, mensen van dit goede, eerlijke en rechtschapen volk zó oordelen over ons, zó oordelen over het meest verdrukte, het ongelukkigste en het meest meelijwekkende van alle volkeren van heel de wereld misschien.

Ik hoop maar één ding, namelijk dat deze Jodenhaat van voorbijgaande aard zal zijn, dat de Nederlanders toch zullen laten zien wie zij zijn, dat zij nu niet en nooit zullen wankelen in hun rechtsgevoel. Want anti-semitisme is onrechtvaardig!

En als dit vreselijke inderdaad waarheid zou worden, dan zal het armzalige restje Joden uit Nederland weggaan. Wij ook, wij zullen weer verder trekken met ons bundeltje, uit dit mooie land dat ons zo hartelijk onderdak heeft aangeboden en ons nu de rug toekeert.

Ik houd van Nederland, ik heb eenmaal gehoopt dat het mij, vaderlandsloze, als vaderland zal mogen dienen, ik hoop het nog!

Je Anne.

Donderdag, 25 Mei 1944

Lieve Kitty,


Iedere dag wat anders, vanochtend is onze groenteman gepakt, hij had twee Joden in huis. Het is een zware slag voor ons, niet alleen dat die arme Joden weer aan de rand van de afgrond staan, maar voor dien man is het vreselijk.

De wereld staat hier op zijn kop, de fatsoenlijke mensen worden weggestuurd naar concentratiekampen, gevangenissen en eenzame cellen en het uitschot regeert over jong en oud, rijk en arm. De één vliegt er in door de zwarte handel, de tweede door het helpen van Joden of andere onderduikers, niemand die niet bij de N.S.B. is, weet wat er morgen gebeurt.

Ook voor ons is deze man een zeer zwaar gemis. De meisjes kunnen en mogen die porties aardappelen niet aanslepen, het enige wat er op zit is minder te eten. Hoe we het zullen doen zal ik je nog wel meedelen, prettiger wordt het zeker niet. Moeder zegt, dat we 's ochtends helemaal geen ontbijt, 's middags pap en brood, 's avonds gebakken aardappels en eventueel één of twee keer per week groente of sla krijgen, meer niet. Dat zal hongeren worden, maar alle ontberingen zijn niet zo erg als ontdekt worden.

Je Anne.


Vrijdag, 26 Mei 1944

Lieve Kitty,


Eindelijk, eindelijk ben ik dan zover, dat ik rustig aan mijn tafeltje voor de spleet van het raam kan zitten en je alles, alles kan schrijven.

Ik voel me zo ellendig als in maanden niet het geval is geweest, zelfs niet na de inbraak was ik zo van binnen en buiten kapot. Aan de ene kant de groenteman, de Jodenkwestie, die in het hele huis uitvoerig besproken wordt, de uitblijvende invasie, het slechte eten, de spanning, de miserabele stemming, de teleurstelling om Peter en aan de andere kant, Elli's verloving, Pinksterreceptie, bloemen, Kralers verjaardag, taarten en verhalen van cabarets, lms en concerten. Dat verschil, dat grote verschil, dat is er altijd, de ene dag lachen we om het humoristische van onze onderduik-situatie, maar de andere dag en nog veel meer dagen zijn we bang en staan angst, spanning en wanhoop op ons gezicht te lezen.

Miep en Kraler ondervinden het meest de last van ons achten, Miep in haar werk, Kraler, die de kolossale verantwoording soms te machtig wordt en die bijna niet meer spreken kan van ingehouden zenuwen en opwinding. Koophuis en Elli zorgen ook goed voor ons, zeer goed zelfs, maar eenmaal is voor hen ook het Achterhuis vergeten, al is het dan maar voor een paar uurtjes, een dag, twee dagen misschien. Ze hebben hun eigen zorgen, Koophuis voor zijn gezondheid, Elli om haar verloving die er niet erg rooskleurig uitziet en naast die zorgen hebben ze ook hun uitstapjes, hun visites, hun hele leven van gewone mensen. Voor hen wijkt de spanning soms, al is het maar voor een korte tijd, voor ons wijkt ze nooit. Twee jaar lang duurt het nu al en hoe lang nog zullen wij aan deze haast ondraaglijke, steeds groeiende druk weerstand moeten blijven bieden?

De riolering is verstopt, er mag geen water a open of alleen druppelsgewijs, we mogen niet naar de W.C. of moeten een borstel meenemen, het vuile water bewaren we in een grote Keulse pot. Voor vandaag kunnen we ons helpen, maar wat te doen als de loodgieter het niet alleen af kan? De stadsreinigingsdienst komt niet vóór Dinsdag.

Miep stuurde ons een krentenmik met het opschrift ‘Vrolijke Pinksteren’. Het is haast alsof ze spot, onze stemming en onze angst zijn heus niet ‘vrolijk’. We zijn allemaal banger geworden na de aangelegenheid met den groenteman, je hoort weer van alle kanten ‘sst. sst.’, alles gebeurt zachter. De politie heeft daar de deur geforceerd, dus daar zijn wij ook niet veilig voor! Als ook wij eens ... neen, ik mag het niet neerschrijven, maar de vraag laat zich vandaag niet wegduwen, integendeel, al de eens doorgemaakte angst staat weer voor me in al zijn verschrikking.

Ik moest alleen naar beneden naar de W.C. om acht uur vanavond, niemand was beneden, allen zaten aan de radio, ik wou moedig zijn, maar het was moeilijk. Ik voel me hierboven nog altijd veiliger dan alleen beneden in dat grote, stille huis; alleen met de geheimzinnige, stommelachtige geluiden van boven en het getoeter van de claxons op straat. Ik tril als ik niet gauw voortmaak en even nadenk over de situatie.

Ik vraag me steeds weer af, of het niet beter voor ons allemaal was geweest als we niet waren gaan onderduiken, als we nu dood waren en deze ellende niet meemaakten, vooral, omdat dan onze beschermers geen gevaar meer zouden lopen. Maar ook voor die gedachte deinzen we allen terug, we houden nog van het leven, we zijn de stem van de natuur nog niet vergeten, we hopen nog, hopen op alles. Laat er nu gauw wat gebeuren, desnoods schieten, dat kan ons niet méér vermorzelen dan deze onrust doet. Laat het einde komen, al is het hard, dan weten we tenminste of we uiteindelijk zullen overwinnen of ten onder gaan.

Je Anne.


Woensdag, 31 Mei 1944

Lieve Kitty,


Zo'n mooie, warme, men kan gerust zeggen hete Pinksteren is het nog zelden geweest. Hitte is hier in het Achterhuis vreselijk; om je een indruk van de vele klachten te geven, zal ik je in het kort de warme dagen beschrijven:

Zaterdag: ‘Heerlijk, wat een weer’, zeiden we allen 's ochtends. ‘Was het maar wat minder warm’, 's middags toen de ramen dicht moesten.

Zondag: ‘Het is niet om uit te houden, die hitte. De boter smelt, er is geen koel plekje in huis, het brood wordt droog, de melk bederft, geen raam kan open, wij arme uitgestotenen zitten hier te stikken, terwijl de andere mensen Pinkstervacantie hebben’.

Maandag: ‘Mijn voeten doen me pijn. Ik heb geen dunne kleren. Ik kan in die warmte niet afwassen’, aldus mevrouw. Het was reuze naar.

Ik kan nog steeds niet tegen warmte en ben blij dat vandaag de wind behoorlijk blaast en het zonnetje toch schijnt.

Je Anne.


Maandag, 5 Juni 1944

Lieve Kitty,


Nieuwe Achterhuis-narigheden, ruzie tussen Dussel en Franks over iets heel onbelangrijks: de boterverdeling. Capitulatie van Dussel. Dikke vriendschap tussen mevrouw Van Daan en laatstgenoemde, irtpartijen, zoentjes en vriendelijke lachjes. Dussel begint vrouwen-verlangens te krijgen.

Inneming van Rome door het vijfde leger, de stad is noch verwoest noch gebombardeerd.

Weinig groente en aardappelen. Weer slecht. Aanhoudende zware bombardementen op Pas de Calais en Franse kust.

Je Anne.


Dinsdag, 6 Juni 1944

Liefste Kitty,


‘This is D.-day’, zei om 12 uur de Engelse radio en terecht, ‘This is the day’, de invasie is begonnen!

Vanochtend om acht uur berichtten de Engelsen: zwaar bombardement van Calais, Boulogne, Le Hâvre en Cherbourg, alsmede Pas de Calais (Zoals gewoonlijk). Verder een veiligheidsmaatregel voor de bezette gebieden, alle mensen die in de zône van 35 km van de kust wonen, moeten zich op bombardementen voorbereiden. Zo mogelijk zullen de Engelsen een uur van te voren pam etten uitwerpen.

Volgens Duitse berichten zijn er Engelse parachutetroepen aan de Franse kust geland. Engelse landingsboten in gevecht met Duitse mariniers, aldus de B.B.C.

Discussie in het Achterhuis om negen uur aan het ontbijt: Is dit een proe anding net als twee jaar geleden bij Dieppe?

Engelse uitzending in het Duits, Nederlands, Frans en andere talen om 10 uur: ‘The invasion has begun!’ Dus: de ‘echte’ invasie. Engelse uitzending in het Duits 11 uur: Speech van opperbevelhebber Generaal Dwight Eisenhower.

Engelse uitzending in het Engels 12 uur: ‘This is D.-day’. Generaal Eisenhower zei tegen het Franse volk: ‘Stiff ghting will come now, but after this the victory. The year 1944 is the year of complete victory, good luck!’

Engelse uitzending in het Engels één uur (vertaald):

11000 vliegtuigen staan gereed en vliegen onophoudelijk af en aan om troepen neer te laten en achter de linies te bombarderen. 4000 landingsvaartuigen plus kleine boten brengen tussen Cherbourg en Le Hâvre onophoudelijk troepen en materiaal aan wal. Engelse en Amerikaanse troepen zijn al in harde gevechten gewikkeld. Speeches van Gerbrandy, den eersten Minister van België, Koning Haakon van Noorwegen, de Gaulle voor Frankrijk, den Koning van Engeland en niet te vergeten Churchill.

Het Achterhuis in opschudding! Zou dan nu werkelijk de lang verbeide bevrijding naderen, de bevrijding waarover zo veel gesproken is, maar die toch tè mooi is, tè sprookjesachtig om ooit werkelijkheid te kunnen worden? Zou dit jaar, 1944, ons de overwinning schenken? We weten het ook nu nog niet, maar de hoop doet ons herleven, maakt ons weer moedig, maakt ons weer sterk. Want moedig moeten wij de vele angsten, de ontberingen en het lijden doorstaan, nu komt het er op aan om kalm en standvastig te blijven. Nu meer dan ooit is het zaak de nagels in het vlees te drukken en niet te schreeuwen. Schreeuwen van ellende kunnen Frankrijk, Rusland, Italië en ook Duitsland, maar wij hebben daar het recht nog niet toe!

O Kitty, het mooiste van die invasie is, dat ik het gevoel heb, dat er vrienden in aantocht zijn. Die vreselijke Duitsers hebben ons zo lang onderdrukt en het mes op de keel gezet, dat de gedachten aan vrienden en uitredding ons met vertrouwen bezielt!

Nu geldt het niet meer de Joden, nu geldt het Nederland en heel bezet Europa. Misschien, zegt Margot, kan ik met September of October toch nog naar school.

Je Anne.


P.S. Ik zal je van de nieuwste berichten op de hoogte houden!


1   ...   10   11   12   13   14   15   16   17   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina