Het Achterhuis Anne Frank Amsterdam 1947 Zondag, 14 Juni 1942



Dovnload 0.65 Mb.
Pagina4/18
Datum22.07.2016
Grootte0.65 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18

Zaterdag, 7 November 1942

Lieve Kitty,


Moeder is verschrikkelijk zenuwachtig en dat is voor mij altijd erg gevaarlijk. Zou

het toeval zijn dat vader en moeder nooit Margot een standje geven en dat alles altijd op mij neerkomt? Gisteravond bijvoorbeeld: Margot las een boek, waarin prachtige tekeningen stonden; zij stond op, ging naar boven en legde het boek opzij om het straks verder te lezen. Ik had net niets te doen, pakte het en bekeek de platen. Margot kwam terug, zag ‘haar’ boek in mijn hand, trok een rimpel in haar voorhoofd en vroeg het boek terug. Ik wilde nog eventjes verder kijken, Margot werd steeds kwader, moeder mengde zich er in met de woorden: ‘Dat boek leest Margot, geef het dus aan haar’. Vader kwam de kamer binnen, wist niet eens waar het over ging, zag dat Margot iets misdaan werd en viel tegen mij uit: ‘Ik zou jou eens willen zien als Margot in jouw boek zou bladeren!’

Ik gaf dadelijk toe, legde het boek neer, en ging volgens hen beledigd de kamer uit. Ik was noch beledigd, noch kwaad, maar wel verdrietig.

Het was niet goed van vader te oordelen zonder de strijdvraag te weten. Ik had het boek vanzelf aan Margot gegeven en ik zou het nog veel gauwer gedaan hebben als vader en moeder er zich niet in hadden gemengd en, alsof het het grootste onrecht betrof, dadelijk Margot in bescherming hadden genomen.

Dat moeder voor Margot opkomt spreekt vanzelf; zij en Margot komen altijd voor elkaar op. Ik ben daar zo aan gewend dat ik totaal onverschillig voor moeders standjes en voor Margots prikkelbuien geworden ben.

Ik houd van hen alleen, omdat ze nu eenmaal moeder en Margot zijn. Bij vader is dat een ander geval. Als hij Margot voortrekt, Margots daden goedkeurt, Margot prijst en Margot liefkoost, dan knaagt het binnen in me, want op vader ben ik dol. Hij is mijn grote voorbeeld, van niemand anders in de hele wereld dan van vader houd ik.

Hij is het zich niet bewust, dat hij met Margot anders omgaat dan met mij. Margot is nu eenmaal de knapste, de liefste, de mooiste en de beste. Maar een beetje recht op ernst heb ik toch ook. Ik was altijd de clown en de deugniet van de familie, moest altijd voor alle daden dubbel boeten, één keer met standjes en één keer met de wanhopigheid binnen in mezelf. Nu bevredigt me dat oppervlakkige geliefkoos niet meer, evenmin de zogenaamd ernstige gesprekken. Ik verlang iets van vader dat hij niet in staat is me te geven.

Ik ben niet jaloers op Margot, was het nooit, ik begeer haar knap- en mooiheid niet, ik zou alleen zo graag vaders echte liefde, niet alleen als zijn kind maar als Anne-op-zichzelf voelen.

Ik klamp me aan vader vast, omdat hij de enige is die mijn laatste restje familiegevoel ophoudt. Vader begrijpt niet, dat ik over moeder mijn hart eens moet luchten, hij wil niet praten, vermijdt alles wat op moeders fouten betrekking heeft. En toch ligt moeder met al haar gebreken me het zwaarst op mijn hart. Ik weet niet hoe me te houden, kan haar haar slordigheid, sarcasme en hardheid niet onder de neus duwen, kan echter ook niet altijd de schuld bij mijzelf vinden.

Ik ben in alles precies andersom als zij en dat botst vanzelfsprekend. Ik oordeel niet over moeders karakter, want daar kan ik niet over oordelen, ik bekijk haar alleen als moeder. Voor mij is moeder niet ‘de’ moeder; ik zelf moet mijn moeder zijn. Ik heb me afgescheiden van hen, ik schipper alleen en zal later wel zien waar ik beland. Het komt allemaal vooral, doordat ik in mijn geest een heel groot voorbeeld zie, hoe een moeder en vrouw moet zijn en niets daarvan terugvind in haar, die ik de naam van moeder moet geven.

Ik neem me altijd voor niet meer naar moeders verkeerde voorbeeld te kijken, ik wil alleen haar goede kanten zien en wat ik bij haar niet vind, bij mezelf zoeken. Maar het lukt niet en dan is nog het ergste, dat noch vader noch moeder beseffen, dat ze in mijn leven tekort schieten en dat ik hen daarvoor veroordeel. Zou ooit iemand zijn kinderen wel helemaal tevreden kunnen stellen?

Soms geloof ik, dat God me op de proef wil stellen, nu en ook later; ik moet alleen goed worden zonder voorbeelden en zonder praten. Dan zal ik later het sterkst zijn.

Wie anders dan ikzelf zal later deze brieven lezen?
Wie anders dan ikzelf zal me troosten? Want vaak heb ik troost nodig, ik ben zo

dikwijls niet sterk genoeg en schiet meer te kort dan ik voldoe. Ik weet het en probeer altijd weer, elke dag opnieuw, me te verbeteren.

Ik word onevenwichtig behandeld. De ene dag is Anne zo verstandig en mag alles weten en de volgende dag hoor ik weer, dat Anne nog maar een klein dom schaap is dat van niets afweet en denkt wonder wat uit boeken geleerd te hebben. Ik ben niet meer de baby en het troetelkind, dat bovendien bij al haar daden uitgelachen mag worden. Ik heb mijn eigen idealen, ideeën en plannen, maar kan ze nog niet onder woorden brengen. Ach, er komt zoveel rijzen als ik 's avonds alleen ben, eveneens overdag als ik de mensen moet verdragen die me de keel uithangen of die mijn bedoelingen altijd verkeerd opvatten. Ik kom daarom tenslotte altijd weer tot mijn dagboek terug, dat is mijn begin- en mijn eindpunt, want Kitty is altijd geduldig, ik zal haar beloven, dat ik ondanks alles vol zal houden, mijn eigen weg zal banen en mijn tranen slikken. Ik zou alleen zo graag alvast de resultaten zien, of één keer aangemoedigd worden, door iemand die me liefheeft.

Veroordeel me niet, maar beschouw me als iemand die zich ook eens te vol kan voelen.

Je Anne.

Maandag, 9 November 1942

Lieve Kitty,


Gisteren was Peter jarig, hij is 16 geworden. De cadeau's waren wel leuk. Hij heeft

o.a. een beursspel, een scheerapparaat en een sigarettenaansteker gekregen. Niet dat hij zoveel rookt, helemaal niet, het is maar voor de elegance.

De grootste verrassing bracht mijnheer Van Daan, toen hij ons om een uur berichtte, dat de Engelsen in Tunis, Algiers, Casa Blanca en Oran geland waren. ‘Dat is het begin van het einde’, zeiden ze allemaal, maar Churchill, de Engelse premier-minister, die waarschijnlijk in Engeland dezelfde uitroepen gehoord had, zei: ‘Deze landing is een heel groot feit, toch mag men niet denken, dat dit het begin van het einde is. Ik zeg veeleer dat het het einde van het begin beduidt’. Merk je het verschil? Reden tot optimisme is er toch wel. Stalingrad, de Russische stad, die ze nu al drie maanden verdedigen is nog steeds niet aan de Duitsers prijsgegeven.

Om in de geest van het Achterhuis te spreken, moet ik toch ook eens iets van onze levensmiddelenvoorziening schrijven. Je moet weten, dat het op de bovenafdeling echte smulpapen zijn. Ons brood levert een aardige bakker, een kennis van Koophuis. We krijgen natuurlijk niet zoveel als we thuis kregen, maar het is toereikend. Levensmiddelenkaarten worden eveneens clandestien gekocht. De prijs er van stijgt voortdurend, van ƒ 27. - is het nu al ƒ 33. - geworden. En dat alleen voor een blaadje bedrukt papier!

Om wat houdbaars in huis te hebben, buiten onze 150 blikken groenten, hebben we 270 pond peulvruchten gekocht. Dat is niet alles voor ons alleen, ook met kantoor is rekening gehouden. De peulvruchten hingen in zakken in ons gangetje (binnen de schuildeur), aan haken. Door het zware gewicht zijn een paar naden van de zakken opengesprongen. We besloten dus onze wintervoorraad maar liever op zolder te zetten en vertrouwden Peter het hijswerkje toe.

Vijf van de zes zakken waren al heelhuids boven beland, en Peter was net bezig no zes op te trekken, toen de benedennaad van de zak brak en een regen, neen, een hagel van bruine bonen door de lucht en de trap af sloeg. In de zak zat ongeveer 50 pond, het was dan ook een lawaai als een oordeel; beneden dachten ze niet anders of ze kregen het oude huis met inhoud op hun kop. (Goddank was er geen vreemde in huis.) Peter schrok even, maar moest verschrikkelijk lachen toen hij mij beneden aan de trap zag staan, als een eilandje tussen de bonengolven, zo was ik omringd door het bruine goedje dat me tot aan de enkels reikte. Gauw gingen we aan het rapen, maar bonen zijn zo glad en klein, dat ze in alle mogelijke en onmogelijke hoekjes en gaatjes rollen. Elke keer dat nu iemand de trap a oopt, bukt hij zich om een handvol boontjes aan mevrouw af te leveren.

Haast zou ik vergeten te vermelden, dat vaders ziekte weer helemaal over is. Je Anne.

P.S. Net komt het bericht door de radio, dat Algiers gevallen is. Marokko, Casa Blanca en Oran zijn al een paar dagen in Engelse handen. Het wachten is nu op Tunis.



Dinsdag, 10 November 1942

Lieve Kitty,


Geweldig nieuws, we willen een achtsten onderduiker opnemen! Ja heus, we zijn

altijd van mening geweest, dat hier nog best plaats en eten voor een achtste persoon is. We waren alleen maar te bang om Koophuis en Kraler nog meer te belasten. Toen nu de gruwelberichten van buiten aangaande de Joden steeds erger werden, heeft vader eens de twee beslissende personen gepolst en deze vonden het plan uitstekend. ‘Het gevaar is voor zeven even groot als voor acht’, zeiden ze zeer terecht.

Toen dit in orde was, zijn we in gedachten onze kennissenkring langs gegaan om een alleenstaand mens te vinden, die goed in onze duikfamilie zou passen. Het was niet moeilijk zo iemand op te scharrelen. Nadat vader alle familieleden van Van Daan van de hand gewezen had, viel onze keuze op een tandarts genaamd Albert Dussel, wiens vrouw gelukkig in het buitenland verblijft. Hij staat bekend als een rustig mens en, zo naar de oppervlakkige kennismaking te oordelen, leek hij zowel Van Daan als ons sympathiek. Ook Miep is met hem bekend, zodat door haar het onderduikplan geregeld kan worden. Als hij komt, moet Dussel in mijn kamer slapen in plaats van Margot, die het harmonicabed tot legerstede krijgt.

Je Anne.


Donderdag, 12 November 1942

Lieve Kitty,


Dussel was reusachtig blij toen Miep hem vertelde, dat ze een schuilplaats voor

hem had. Ze drukte hem op zijn hart zo gauw mogelijk te komen. Liefst Zaterdag al. Dat leek hem enigszins bedenkelijk, hij moest zijn kartotheek nog in orde brengen, twee patiënten helpen en de kas opmaken. Met dit bericht kwam Miep vanochtend bij ons. Wij vonden het niet goed dat hij langer wachtte. Al die voorbereidingen eisen weer uitleggingen aan tal van mensen, die we er liever buiten zouden houden. Miep zal vragen of het niet toch zo geregeld kon worden, dat Dussel Zaterdag arriveert.

Dussel zei van neen, hij komt nu Maandag. Ik vind het wel gek, dat hij niet dadelijk op elk voorstel ingaat. Als hij op straat meegenomen wordt, kan hij noch de kartotheek in orde brengen, noch de kas opmaken, noch de mensen helpen. Waarom dan dat uitstel? Ik voor mij vind het stom dat vader toegegeven heeft.

Anders niets nieuws. Je Anne.



Dinsdag, 17 November 1942

Lieve Kitty,


Dussel is aangekomen. Het is hem allemaal meegelopen. Om elf uur, had Miep

tegen hem gezegd, moest hij vóór het postkantoor op een bepaalde plaats zijn, daar zou een heer hem meenemen. Dussel stond op de afgesproken plaats precies op tijd, mijnheer Koophuis, dien Dussel eveneens kende, ging naar hem toe, berichtte dat de genoemde heer nog niet komen kon en of hij even op het kantoor bij Miep wilde komen. Koophuis stapte in de tram, reed terug naar kantoor en Dussel liep dezelfde weg op. Om tien minuten voor half 12 tikte Dussel aan de kantoordeur. Miep liet hem zijn jas uitdoen, zodat de ster onzichtbaar was en bracht hem naar het privé-kantoor, waar Koophuis hem bezig hield, tot de werkster weg was. Het voorwendsel gebruikend, dat het privé-kantoor niet langer vrij was, ging Miep vervolgens met Dussel naar boven, opende de draaikast en stapte voor de ogen van den stomverbaasden man naar binnen.

Wij zaten bij de Van Daans rondom de tafel met cognac en kof e den mede-duiker op te wachten. Eerst leidde Miep hem in onze huiskamer; hij herkende dadelijk de meubels van ons, maar dacht er nog in de verste verte niet aan, dat wij ons boven zijn hoofd bevonden. Toen Miep hem dat vertelde, viel hij haast auw van verbazing. Maar gelukkig liet Miep hem niet te lang de tijd en nam hem mee naar boven.

Dussel plofte op een stoel neer en keek ons allemaal een poosje sprakeloos aan, alsof hij eerst even goed de waarheid van onze gezichten wilde lezen. Daarna stotterde hij: ‘Maar ... aber, sind u dan niet in België? Ist der Militär nicht gekomen, das Auto, die vlucht is sie nicht gelukt?’ We legden hem het hele geval uit, dat we dat verhaaltje van de militair en de auto expres rondgestrooid hadden om de mensen en de Duitsers, die eventueel naar ons zouden zoeken, op een dwaalspoor te leiden. Dussel was weer sprakeloos over zoveel vernuftigheid en kon verder niets anders doen dan verbaasd rondkijken, toen hij ons hyper-practische en jne Achterhuisje nader nasnuffelde.

Wij aten samen, hij sliep een beetje en dronk dan thee met ons, ordende zijn beetje boel, dat Miep van te voren meegebracht had en voelde zich al tamelijk thuis. Vooral toen hij de volgende getikte Achterhuis-onderduikregels (Maaksel Van Daan) in handen kreeg:

Prospectus en leidraad van het Achterhuis.
Speciale instelling voor het tijdelijk verblijf van Joden en dergelijke.
Gedurende het gehele jaar geopend.
Mooie, rustige, bosvrije omgeving in het hartje van Amsterdam. Geen privé-buren.

Te bereiken met de tramlijnen 13 en 17, verder ook met auto of ets. In bepaalde gevallen, waar de Duitsers het gebruik van deze vervoermiddelen niet toelaten, ook lopende.



Woonprijs: gratis.
Dieetkeuken vetvrij.
Stromend water in badkamer (helaas geen bad) en aan diverse binnen- en buitenmuren.

Ruime opslagplaatsen voor goederen, van welke aard ook.
Eigen radiocentrale, met directe verbinding van London, New York, Tel Aviv en vele andere stations. Dit toestel staat vanaf zes uur 's avonds alleen inwonenden ter beschikking, waarbij geen verboden zenders bestaan met dien verstande, dat alleen bij uitzondering naar Duitse stations mag worden geluisterd, b.v. naar klassieke muziek en dergelijke.

Rusturen: 10 uur 's avonds tot half 8 's morgens. 's Zondags tot kwart over 10. In verband met omstandigheden worden ook rusturen overdag gehouden, volgens aanwijzingen van de directie. Rusturen moeten stipt gehouden worden, in verband met de algemene veiligheid!!!

Vacantie: Tot nader order vervallen voor zover het betreft het verblijf buitenshuis.

Gebruik van taal: Vereist is te allen tijde zacht te spreken, toegestaan zijn alle cultuurtalen, dus geen Duits.

Gymnastiekoefeningen: dagelijks.

Lessen: In stenographie elke week één schriftelijke les, in Engels, Frans, Wiskunde en Geschiedenis te allen tijde.

Speciale afdeling voor kleine huisdieren met goede verzorging (uitgezonderd ongedierte, waarvoor speciale vergunning moet worden overgelegd.).

Het gebruik van maaltijden: ontbijt, alle dagen met uitzondering van Zon- en Feestdagen, 's morgens om 9 uur. Zon- en Feestdagen ca. half 12.

Diner: gedeeltelijk uitgebreid, 's middags kwart over 1 tot kwart voor 2. Avondeten: koud en/of warm, in verband met de berichtendienst geen vaste tijd. Verplichtingen tegenover de ravitailleringscolonne: Altijd bereid te zijn om met

kantoorwerk te helpen.
Baden: 's Zondags vanaf 9 uur staat de teil voor alle huisgenoten beschikbaar.

Men kan baden in W.C., keuken, privé-kantoor, voorkantoor naar keuze. Sterke dranken: alleen op doktersattest.


Einde.
Je Anne.

Donderdag, 19 November 1942

Lieve Kitty,


Zoals we allemaal wel veronderstelden is Dussel een erg aardig mens. Hij vond

het natuurlijk goed om het kamertje met me te delen, ik ben er eerlijk gezegd niet zo erg mee ingenomen, dat een vreemde mijn dingen in gebruik gaat nemen, maar je moet wat voor het goede doel over hebben en ik breng dit kleine offer dan ook graag. ‘Als we maar iemand kunnen redden, is al het andere bijzaak’, zei vader en daar heeft hij volkomen gelijk in.

Dussel heeft me de eerste dag dat hij hier was, dadelijk naar allerlei dingen gevraagd; bijvoorbeeld wanneer de werkster komt, hoe de badkamertijden zijn, wanneer men naar het toilet mag gaan. Je zult lachen, maar dat alles is in een schuilplaats niet zo gemakkelijk. Wij mogen overdag niet zo'n drukte maken, dat ze ons beneden horen en als een extra persoon, zoals bijvoorbeeld de werkster, er is, moeten wij ons allen ook extra in acht nemen. Ik legde Dussel dit alles mooi uit, maar één ding verbaasde me daarbij en wel, dat hij zo erg traag van begrip is, alles vraagt hij dubbel en onthoudt het dan nog niet. Misschien gaat dat wel over, en is hij enkel door de verrassing zo in de war.

Overigens gaat het best. Dussel heeft ons veel van de buitenwereld verteld, die wij nu al zo lang missen. Het is droevig wat hij allemaal wist. Talloze vrienden en kennissen zijn weg met een vreselijke bestemming. Avond aan avond tuffen de groene of grijze militaire auto's langs, de Duitsers bellen aan elke deur en vragen of er ook Joden wonen. Zo ja, dan moet de hele familie dadelijk mee, zo niet, dan gaan ze weer verder. Niemand kan zich aan zijn lot onttrekken als hij niet onderduikt. Zij gaan ook dikwijls rond met lijsten en bellen alleen daar, waar ze weten, dat ze een rijke buit zullen binnenhalen. Losgeld wordt er vaak betaald, per hoofd zoveel. Het lijkt wel op de slavenjacht, zoals ze die vroeger hielden. Maar het is heus geen mop, daarvoor is het veel te dramatisch. Ik zie vaak 's avonds in het donker rijen goede, onschuldige mensen lopen met huilende kinderen, steeds maar lopen, gecommandeerd door zo'n paar kerels, geslagen en gepijnigd, tot ze haast neervallen. Niemand wordt ontzien, ouden van dagen, baby's, zwangere vrouwen, zieken, alles, alles gaat mee in de tocht naar de dood.

Hoe goed hebben we het hier, hoe goed en rustig.

We hoefden ons van al deze ellende niets aan te trekken, als we ons maar niet zo bang maakten om allen, die ons zo dierbaar waren en die we niet meer kunnen helpen.

Slecht voel ik me, dat ik in een warm bed lig, terwijl mijn liefste vriendinnen ergens buiten neergegooid of neergevallen zijn. Ik word zelf bang als ik aan allen denk met wie ik me altijd zo innig verbonden voelde en die nu overgeleverd zijn aan de handen van de wreedste beulen die er bestaan.

En dat alles, omdat ze Joden zijn! Je Anne.



Vrijdag, 20 November 1942

Lieve Kitty,


We weten geen van allen goed wat voor een houding we moeten aannemen. Tot

nu toe is er van de berichten over de Joden nooit veel tot ons doorgedrongen en we hebben het het beste gevonden zoveel mogelijk opgewekt te blijven. Toen Miep af en toe iets losliet over het verschrikkelijke lot van een kennis, begonnen moeder en mevrouw Van Daan elke keer te huilen, zodat Miep het beter vond, helemaal niets meer te vertellen. Maar Dussel werd dadelijk bestormd met vragen en de verhalen, die hij vertelde waren zo gruwelijk en barbaars dat het niet ‘het ene oor in en het andere weer uit gaat’.

Toch zullen we, als de berichten een beetje gezakt zijn, wel weer grappen maken en plagen. Het helpt ons en die daarbuiten niet als we zo somber blijven, als we allemaal op het ogenblik zijn. En wat heeft het voor zin van het Achterhuis een melancholiek Achterhuis te maken?

Bij alles wat ik doe moet ik aan de anderen denken, die weg zijn. En als ik om iets moet lachen, houd ik verschrikt weer op en denk bij mezelf, dat het een schande is dat ik zo vrolijk ben. Maar moet ik dan de hele dag huilen? Neen, dat kan ik niet en ze zal ook wel weer overgaan, deze somberheid.

Bij deze narigheid is nog een andere gekomen, maar die is van heel persoonlijke aard en zinkt in het niet bij de ellende, waarvan ik je zojuist heb verteld. Toch kan ik niet nalaten je te vertellen, dat ik me de laatste tijd zo verlaten ga voelen.

Er is een te grote leegte om mij heen. Vroeger dacht ik daar nooit zo over na en mijn pretjes en vriendinnen vulden mijn gehele denken. Nu denk ik óf aan ongelukkige dingen óf over mezelf. En ten langen leste ben ik tot de ontdekking gekomen dat vader, hoe lief hij ook is, toch niet mijn gehele vroegere wereldje kan vervangen. Maar waarom je met zulke malle dingen lastig vallen, ik ben ontzettend ondankbaar, Kitty, ik weet het wel, maar het draait me ook vaak als ik te veel op mijn kop krijg en dan nog aan al die andere narigheid moet denken!

Je Anne.

Zaterdag, 28 November 1942

Lieve Kitty,


We hebben veel te veel licht gebruikt en nu ons electriciteitsrantsoen overschreden.

Gevolg: uiterste zuinigheid en in het vooruitzicht gestelde afsnijding, 14 dagen geen licht, prettig hè! Maar wie weet, loopt het nog mee! Vanaf vier uur of half vijf is het te donker om te lezen. We korten onze tijd met allerhande gekke dingen. Raadsels opgeven, gym doen in het donker, Engels of Frans spreken, boeken becritiseren - het verveelt allemaal op den duur. Sinds gisteravond heb ik iets nieuws uitgevonden en wel met een sterke verrekijker in de verlichte kamers van de achterburen gluren. Overdag mogen onze gordijnen nooit een centimeter opzij, maar als het donker is, kan dat geen kwaad.

Ik wist vroeger nooit, dat buren zulke interessante mensen kunnen zijn, althans de onze. Een paar heb ik bij de maaltijd aangetroffen, een familie was net aan het lmen en de tandarts van hierover had een oude, angstige dame in behandeling.

Mijnheer Dussel, de man van wien altijd gezegd was, dat hij uitstekend met kinderen kan opschieten en ook van alle kinderen houdt, ontpopt zich als de meest ouderwetse opvoeder en preker van ellenlange manierenreeksen.

Daar ik het zeldzame geluk heb (!) met den HoogEdel-welopgevoeden heer mijn, helaas zeer nauwe, kamer te mogen delen en daar ik algemeen voor de slechtst opgevoede van de drie jeugdigen gehouden word, heb ik nogal wat te stellen om de oude, vaak herhaalde standjes en vermaningen te ontlopen en me een Oostindische doofheid aan te meten.

Dit alles zou nog tot daar aan toe zijn, als mijnheer maar niet zo'n grote klikspaan was en zich niet ook nog moeder als overbrengadres uitgezocht had.

Als ik van hem net de wind van voren heb gekregen, doet moeder het nog eens dunnetjes over, en krijg ik dus de wind van achteren. En als ik dan heel erg bof, roept mevrouw me vijf minuten later ter verantwoording en komt de wind van bovenaf geblazen.

Heus, je moet niet denken dat het gemakkelijk is het onopgevoede middelpunt van een bedillerige onderduikersfamilie te zijn. 's Avonds in bed, als ik over mijn vele zonden en toegedichte gebreken nadenk, kom ik zo in de war door de grote massa van beschuldigingen, dat ik óf ga lachen, óf huilen, al naar mijn innerlijke stemming.

Dan slaap ik in met het gekke gevoel van anders te willen dan ik ben of anders te zijn dan ik wil, misschien ook anders te doen dan ik wil of dan ik ben. O hemeltje, nu maak ik jou ook nog in de war, excuseer me, maar doorstrepen daar hou ik niet van en papier weggooien is in tijden van grote papierschaarste verboden. Dus kan ik je alleen maar aanraden, de vorige zin niet nog eens door te lezen en je er vooral niet in te verdiepen, want je komt er toch niet uit!

Je Anne.


Maandag, 7 December 1942

Lieve Kitty,


Chanuka en St Nicolaas vielen dit jaar haast samen, het verschil was maar één dag. Voor Chanuka hebben we niet veel omhaal gemaakt, wat leuke dingetjes over en weer en dan de kaarsjes. Daar er gebrek aan kaarsen is, worden ze maar tien minuten aangestoken, maar als het lied er niet bij ontbreekt is dat ook wel goed. Mijnheer Van Daan heeft een luchter uit hout vervaardigd, zodat ook dit voor elkaar is.

St Nicolaasavond, Zaterdag, was veel leuker. Elli en Miep hadden ons erg nieuwsgierig gemaakt door de hele tijd met vader te uisteren, zodat we wel vermoedden, dat er iets in voorbereiding was.

En werkelijk, om acht uur gingen we allen de houten trap af, door de stikdonkere gang (ik griezelde en wenste me alweer veilig boven) naar het kabinetje. Daar konden we licht aansteken, omdat dit vertrekje geen ramen heeft. Toen dat gebeurd was, deed vader de grote kast open. ‘Oh, wat leuk’, riepen we allemaal. In de hoek stond een grote mand met Sint Nicolaaspapier versierd en bovenop was een Pietmombakkes bevestigd.

Gauw namen we de mand mee naar boven. Er zat voor elk een leuk cadeautje in met een toepasselijk vers.

Ik kreeg een mikpoppetje, vader boekensteunen, enz. enz. Het was in ieder geval allemaal leuk bedacht en daar we alle acht nog nooit in ons leven Sinterklaas gevierd hebben, was deze première goed op zijn plaats.

Je Anne.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina