Het Achterhuis Anne Frank Amsterdam 1947 Zondag, 14 Juni 1942



Dovnload 0.65 Mb.
Pagina7/18
Datum22.07.2016
Grootte0.65 Mb.
1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   18

Vrijdag, 16 Juli 1943

Lieve Kitty,


Alweer een inbraak, maar nu een echte!
Vanochtend ging Peter, als gewoonlijk, om zeven uur naar het magazijn en zag al dadelijk, dat zowel de magazijnals de straatdeur openstonden. Hij berichtte dit aan Pim, die in het privé-kantoor de radio op Duitsland en de deur op slot deed. Samen gingen ze toen naar boven.

Het gewone commando in dergelijke gevallen, geen kraan opendraaien, dus niet wassen, stil zijn, om acht uur kant en klaar zitten, en niet naar de W.C...., werd als gewoonlijk stipt opgevolgd. We waren alle acht blij, dat we 's nachts zo goed geslapen en niets gehoord hadden. Pas om half twaalf vertelde mijnheer Koophuis dat de inbrekers met een koevoet de buitendeur ingeduwd en de magazijndeur geforceerd hadden. Er viel in het magazijn echter niet veel te stelen en daarom beproefden de dieven hun geluk maar een étage hoger.

Ze hebben twee geldkistjes, inhoudende ƒ 40. -, blanco giro- en bankboekjes en dan het ergste, de hele suikertoewijzing in bons van totaal 150 kg gestolen.

Mijnheer Koophuis denkt, dat deze inbrekers tot hetzelfde gilde behoren als degene, die zes weken geleden hier was en aan alle drie deuren geprobeerd heeft binnen te komen. Toen was het niet gelukt.

Het geval heeft weer wat deining in ons gebouw veroorzaakt, maar zonder dit schijnt het Achterhuis het niet te kunnen stellen. We waren blij, dat de schrijfmachines en de kassa veilig in onze klerenkast zaten, want die halen ze elke avond naar boven.

Je Anne.


Maandag, 19 Juli 1943

Lieve Kitty,


Zondag is Amsterdam-Noord heel zwaar gebombardeerd. De verwoesting moet ontzettend zijn. Hele straten liggen in puin en het zal nog lang duren, voordat al de mensen opgedolven zijn. Tot nu toe zijn er 200 doden en ontelbare gewonden; de ziekenhuizen zijn propvol. Je hoort van kinderen die verloren in de smeulende ruïnes naar hun dode ouders zoeken.

Rillingen krijg ik als ik nog aan het doffe, dreunende gerommel in de verte denk, dat voor ons een teken van de naderende vernieling was.

Je Anne.

Vrijdag, 23 Juli 1943.

Lieve Kitty,


Voor de aardigheid zal ik je eens vertellen wat nu de eerste wens van ons achten is, als we weer eens naar buiten mogen. Margot en mijnheer Van Daan wensen zich het meest een heet bad tot boven aan toe en willen daar wel meer dan een half uur in blijven. Mevrouw Van Daan wil het liefst dadelijk taartjes gaan eten, Dussel kent niets dan Lotje, zijn vrouw, moeder haar kopje kof e, vader gaat eerst een bezoek aan mijnheer Vossen brengen, Peter naar de stad en in de bioscoop en ik zou van de zaligheid niet weten wat te beginnen.

Ik verlang het meest naar een eigen woning, vrije beweging en eindelijk weer hulp bij het werk, dus naar school.

Elli heeft ons fruit aangeboden. Kost een kleinigheid. Druiven ƒ 5. - per kg, kruisbessen ƒ 0.70 per pond. Een perzik ƒ 0.50, 1 kg meloen ƒ 1.50. En dan zetten ze iedere avond met koeienletters in de krant: ‘Prijsopdrijving is woeker!’

Je Anne.


Maandag, 26 Juli 1943

Lieve Kitty,


Gisteren was het een erg rumoerige dag en we zijn nog steeds opgewonden. Je kunt eigenlijk vragen, welke dag er zonder opwinding voorbijgaat.

's Ochtends bij het ontbijt kregen we de eerste keer voor-alarm, maar dat kan ons niets bommen, want het betekent, dat er vliegers aan de kust zijn. Na het ontbijt ben ik een uurtje gaan liggen, want ik had erge hoofdpijn en ging toen naar beneden. Het

was ongeveer twee uur. Om half drie was Margot met haar kantoorwerk klaar; ze had haar boeltje nog niet gepakt of de sirenes loeiden, dus trok ik weer met haar naar boven. Het werd tijd, want we waren nog geen vijf minuten boven, of ze begonnen hard te schieten, zodat we in de gang gingen staan. En ja hoor, daar dreunde het huis en vielen de bommen.

Ik klemde mijn vluchttas tegen me aan, meer om wat te hebben om vast te houden dan om te vluchten, want we kunnen toch niet weg. Wanneer we in het uiterste geval zouden vluchten, betekent de straat evenveel levensgevaar als een bombardement. Na een half uur werd het vliegen minder, maar de bedrijvigheid in huis nam toe. Peter kwam van zijn uitkijkpost op de voorzolder, Dussel was in het voorkantoor, mevrouw voelde zich in het privé-kantoor veilig, mijnheer Van Daan had vanaf de vliering toegekeken en wij in het portaaltje verspreidden ons ook en ik klom de trap op, om de rookzuilen boven het IJ te zien opstijgen waarvan mijnheer Van Daan verteld had. Weldra rook het overal naar brand en het leek buiten of er dikke mist hing.

Hoewel zo'n grote brand geen leuk gezicht is, was het voor ons gelukkig weer achter de rug en we begaven ons aan onze respectievelijke bezigheden. 's Avonds bij het eten: luchtalarm. We hadden lekker eten, maar de trek verdween bij mij al bij het geluid alleen. Er gebeurde echter niets en drie kwartier later was alles veilig. De afwas stond aan de kant: luchtalarm, schieten, vreselijk veel vliegers. ‘Oh jeminee, twee keer op een dag, dat is erg veel’, dachten we allen, maar dat hielp niets, weer regende het bommen, dit keer aan de andere kant, naar de Engelsen zeggen op Schiphol. De vliegers doken, stegen, het suisde in de lucht en het was erg griezelig. Elk ogenblik dacht ik: ‘Nu valt hij, daar ga je’.

Ik kan je wel verzekeren dat, toen ik om negen uur naar bed ging, ik mijn benen nog niet recht kon houden. Klokslag twaalf werd ik wakker: vliegers. Dussel was zich aan het uitkleden, ik stoorde me er niet aan, sprong toch bij het eerste schot klaarwakker uit bed. Twee uur weer bij vader en ze vlogen steeds en steeds nog. Toen werd er geen schot meer gelost en ik kon naar bed gaan. Om half drie sliep ik in.

Zeven uur. Met een schok zat ik overeind in bed. Van Daan was bij vader. Inbrekers, was mijn eerste gedachte. ‘Alles’, hoorde ik Van Daan zeggen, ik dacht dat alles gestolen was. Maar neen, nu was het een heerlijk bericht, zo jn als we in maanden, misschien in al de oorlogsjaren niet gehoord hadden. ‘Mussolini is afgetreden, de Keizerkoning van Italië heeft de regering overgenomen’. We juichten. Na al dat vreselijke van gisteren, eindelijk weer wat goeds en ... hoop. Hoop op het einde, hoop op de vrede.

Kraler is even langs gekomen en vertelde dat Fokker zwaar geteisterd is. Intussen hadden we vannacht weer luchtalarm met overvliegers en nog een voor-alarm. Ik stik zowat in de alarms, ben niet uitgeslapen en heb geen zin in werk. Maar nu houdt toch de spanning over Italië ons wakker en de hoop op het einde, misschien nog dit jaar ...

Je Anne.

Donderdag, 29 Juli 1943

Lieve Kitty,


Mevrouw Van Daan, Dussel en ik waren met de afwas bezig en wat haast nooit

voorkomt en hun zeker op zou vallen was, dat ik buitengewoon stil was.


Om vragen te voorkomen zocht ik dus gauw een tamelijk neutraal onderwerp en

dacht dat het boek Henri van den Overkant aan die eis wel zou voldoen. Maar ik had me misrekend. Krijg ik mevrouw niet op mijn dak, dan is het mijnheer Dussel. Het kwam hierop neer: mijnheer Dussel had ons dit boek bijzonder aanbevolen, als een uitstekend exemplaar. Margot en ik vonden het evenwel allesbehalve uitstekend. Het jongetje was wel goed getekend, maar de rest ... laat ik daarover liever zwijgen. Iets dergelijks bracht ik bij de afwas op het tapijt en dat bezorgde me een enorme lading.

‘Hoe kan jij de psyche van een man begrijpen! Van een kind is dat niet zo moeilijk (!). Je bent veel te jong voor een dergelijk boek, een man van twintig jaar zou dit niet eens kunnen bevatten’. (Waarom heeft hij speciaal Margot en mij dit boek zo aanbevolen?)

Nu vervolgden Dussel en mevrouw Van Daan tezamen:

‘Je weet veel te veel van dingen af, die niet voor je geschikt zijn, je bent totaal verkeerd opgevoed. Later, als je ouder bent, heb je nergens meer plezier in, dan zeg je: “Dat heb ik twintig jaar geleden al in boeken gelezen”. Je moet je maar haasten, wil je nog een man krijgen of verliefd worden, jou valt zeker alles tegen. Je bent in de theorie al helemaal volleerd, alleen de practijk, die mis je nog!’

Het is zeker hun opvatting van een goede opvoeding om me altijd zo tegen mijn ouders op te stoken, want dat is het wat ze vaak doen. En om een meisje van mijn leeftijd niets over ‘volwassen’ onderwerpen te vertellen, is al een even uitstekende methode. De resultaten van een dergelijke opvoeding treden vaak maar al te duidelijk aan het licht.

Ik kon die twee, die me daar belachelijk stonden te maken, in hun gezicht slaan op dat ogenblik. Ik was buiten mezelf van woede en zou werkelijk de dagen gaan tellen, dat ik van ‘die’ mensen af ben. Die mevrouw Van Daan is me ook een exemplaar! Daar moet men zijn voorbeelden vandaan halen, wel de voorbeelden ... maar dan de slechte.

Ze staat bekend als erg onbescheiden, egoïstisch, sluw, berekenend en met niets tevreden. IJdelheid en coquetterie komen er ook nog bij. Ze is, daar valt niet aan te tornen, een uitgesproken naar persoontje. Over madame zou ik boekdelen kunnen vullen en wie weet, kom ik daar nog eens toe. Een mooi vernisje aan de buitenkant kan iedereen zich opleggen. Mevrouw is vriendelijk voor vreemden en vooral voor mannen en daardoor vergist men zich, als men haar pas kent.

Moeder vindt haar te dom om een woord aan te verliezen, Margot te onbelangrijk, Pim te lelijk (letterlijk en guurlijk) en ik ben na een lange reis, want ik ben nooit van begin af aan vooringenomen, tot de slotsom gekomen, dat ze alle drie en nog veel meer is. Ze heeft zoveel slechte hoedanigheden, waarom zou ik dan met één er van beginnen?

Je Anne.


P.S. Wil de lezer even onder de ogen zien, dat toen dit verhaal geschreven werd, de schrijfster nog niet van haar woede bekoeld was!

Woensdag, 4 Augustus 1943

Lieve Kitty,


Je weet nu, nadat we ruim een jaar Achterhuizers zijn, wel wat van ons leven af,

maar volledig kan ik je toch niet inlichten. Het is alles zo uitgebreid, anders dan in gewone tijden en bij gewone mensen. Om je toch een beetje een nadere blik in ons leven te gunnen zal ik in het vervolg af en toe een stuk van een gewone dag beschrijven. Vandaag begin ik met de avond en de nacht:



's Avonds negen uur begint in het Achterhuis de drukte van het naar bed gaan en dat is werkelijk altijd een hele drukte.

Stoelen worden verschoven, bedden omvergehaald, dekens opgevouwen; niets blijft waar het overdag wezen moet. Ik slaap op de kleine divan, die nog geen 1.50 m lang is. Hier moeten dus stoelen als verlengstuk dienen. Een plumeau, lakens, kussens, dekens, alles wordt uit Dussels bed gehaald, waar het overdag verblijf houdt.

Binnen hoort men een vreselijk gekraak; het bed à la harmonica van Margot. Weer divandekens en kussens, alles om de houten latjes een beetje comfortabeler te maken. Boven lijkt het of het onweert, het is alleen maar het bed van mevrouw. Dit wordt namelijk bij het raam geschoven om hare Hoogheid, met het rose bedjasje, iets prikkelends in de kleine neusgaatjes te geven.

Negen uur: Na Peter treed ik de waskamer binnen, waar dan een grondige wasbehandeling volgt, en het gebeurt soms (alleen in de hete maanden of weken), dat er een kleine vlo mee in het waswater drijft. Dan tanden poetsen, haren krullen, nagels behandelen, waterstofwatjes hanteren (dient om zwarte snorharen te bleken) en dit alles in een klein half uur.

Half tien. Gauw badjas aan, zeep in de ene, po, haarspelden, broek, kruipennen en watten in de andere hand snel ik de badkamer uit, meestal nog eens teruggeroepen voor de verschillende haren, die in sierlijke, maar voor de volgende wasser niet al te aangename bogen de wastafel ontsieren.

Tien uur: Verduistering voor, goede nacht. In huis wel een kwartier lang een gekraak van bedden en een zuchten van kapotte veren, dan is alles stil, als tenminste de bovenburen geen bedruzie hebben.

Half twaalf: De badkamerdeur kraakt. Een dunne streep licht valt in de kamer. Gekraak van schoenen, een grote jas, nog groter dan de man er onder ... Dussel komt van zijn nachtwerk in het kantoor van Kraler terug. Tien minuten lang schuifelen over de grond, ritselen van papier (dat zijn de op te bergen etenswaren) en een bed wordt opgemaakt. Dan verdwijnt de gestalte weer en men hoort alleen van tijd tot tijd van de W.C. een verdacht geluid komen.

Drie uur: Ik moet opstaan voor een kleine boodschap in het metalen blikje onder mijn bed, waar voorzichtigheidshalve een gummi-matje onder gelegd is, voor het eventuele lekken. Als dit moet geschieden, houd ik altijd mijn adem in, want het klatert in het busje als een beekje van een berg. Dan gaat het blikje weer op zijn plaats en een gestalte in een witte nachtjapon, die iedere avond weer aan Margot de uitroep ontlokt: ‘O, die onzedelijke nachtjapon!’ stapt in bed.

Een klein kwartiertje ligt dan een zeker iemand te luisteren naar de nachtelijke geluiden. Allereerst of er misschien een dief beneden zou kunnen zijn, dan naar de diverse bedden, boven naast en in de kamer, waaruit men meestal kan opmaken hoe de verschillende huisgenoten slapen of half-wakker de nacht doorbrengen.

Dit laatste is zeker niet prettig, vooral als het een lid van de familie met name Dussel betreft. Eerst hoor ik een geluidje alsof een vis naar lucht hapt, dit herhaalt zich een stuk of tien keer, dan worden met veel omhaal de lippen bevochtigd, afgewisseld door kleine smakgeluidjes, gevolgd door een langdurig heen en weer draaien in bed en verschikken van kussens. Vijf minuten volkomen rust en dan herhaalt zich deze afwikkeling van gebeurtenissen nog wel drie keer, waarna de dr zich zeker weer voor een poosje in slaap gesust heeft.

Het kan ook gebeuren, dat er 's nachts variërend tussen een en vier uur geschoten wordt. Dit besef ik nooit helemaal vóór ik uit gewoonte naast mijn bed sta. Soms ben ik ook zo aan het dromen, dat ik denk aan Franse onregelmatige werkwoorden of een bovenruzietje. Als dit dan afgelopen is, merk ik pas dat er geschoten is en ik stil in de kamer gebleven ben. Maar meestal gebeurt, zoals boven gezegd. Vlug wordt een kussen plus zakdoek in de hand gestopt, badjas aan, pantoffels en dan op een holletje naar vader, net zoals Margot in een verjaardagsgedicht schreef:

‘'s Nachts bij het allereerst geschiet,
Daar kraakt een deur en ziet ...
Een zakdoek, een kussen en een kleine meid ...’

Eenmaal bij het grote bed aangeland, is de ergste schrik al heen, behalve als het schieten erg hard mocht zijn.



Kwart voor zeven: Trrrr ... het wekkertje, dat op elk uur van de dag (als men er naar vraagt of soms ook zonder dat) zijn stemmetje kan verheffen. Knak ... pang ... Mevrouw heeft het afgezet. Kraak ... mijnheer is opgestaan. Water opzetten en dan uks naar de badkamer.

Kwart over zeven: De deur kraakt weer. Dussel kan naar de badkamer gaan. Eenmaal alleen wordt ontduisterd ... en de nieuwe dag in het Achterhuis is begonnen.

Je Anne.


Donderdag, 5 Augustus 1943

Lieve Kitty,


Vandaag nemen we het schaftuurtje maar eens.
Het is half een: De hele rataplan ademt op. Nu zijn de magazijnknechten naar huis.

Boven hoort men het stompen van de stofzuiger over mevrouw haar mooie en enige kleed. Margot neemt een paar boeken onder haar arm en gaat naar het Nederlandse onderwijs ‘voor kinderen die niet verder komen’, want daarop lijkt Dussel wel. Pim gaat met zijn onafscheidelijke Dickens in een hoekje zitten, om toch maar ergens rust te vinden. Moeder spoedt zich een étage hoger om de nijv're huisvrouw te helpen en ik ga naar de badkamer om die een beetje op te knappen, tegelijk met mijzelf.



Kwart voor een: Het emmertje druppelt vol. Eerst mijnheer Van Santen, dan Koophuis of Kraler, Elli en soms ook even Miep.

Een uur: Gespannen zit alles te luisteren naar de B.B.C. Geschaard om het baby-radiotje zitten ze en dit zijn de enige minuten, waar de leden van het Achterhuis elkaar niet in de rede vallen, want hier spreekt iemand dien zelfs mijnheer Van Daan niet tegenspreken kan.

Kwart over een: De grote uitdeling. Ieder van beneden krijgt een kopje soep en als er eens een toetje mocht zijn, ook iets hiervan. Tevreden gaat mijnheer Van Santen op de divan zitten of tegen de schrijftafel leunen. De krant, het kopje en meestal de poes naast zich. Als één van deze drie mankeert zal hij niet nalaten te protesteren. Koophuis vertelt de laatste nieuwtjes uit de stad, hij is daarvoor inderdaad een uitstekende bron. Kraler komt holderdebolder de trap op, een korte en stevige tik op de deur en hij komt handenwrijvend binnen en, al naar gelang de stemming, goed gemutst en druk of slecht gehumeurd en stil.

Kwart voor twee: De eters verheffen zich en ieder gaat weer naar zijn eigen bezigheden. Margot en moeder de afwas, mijnheer en mevrouw op hun divan. Peter op zolder, vader op de divan beneden, Dussel op de zijne en Anne aan het werk. Nu volgt het rustigste uurtje, als allen slapen wordt niemand gestoord. Dussel droomt van lekker eten, daar ziet zijn gezicht echt naar uit en ik kijk niet lang, want de tijd snelt en om vier uur staat de pedante dr al met de klok in de hand, omdat ik een minuut over tijd het tafeltje voor hem afruim.

Je Anne.


Maandag, 9 Augustus 1943

Lieve Kitty,


Dit keer vervolg van de Achterhuis-dagindeling. Na het schaftuurtje is de middagtafel aan de beurt:

Mijnheer Van Daan opent de rij. Hij wordt het eerst bediend, neemt behoorlijk van alles, als het hem smaakt. Praat meestal mee, geeft altijd zijn opinie ten beste en als dat eenmaal het geval is, valt er niet meer aan te tornen. Want als iemand dàt durft, dan is hij lang niet mis. Och ... hij kan als een kat tegen je blazen ... ik heb het liever niet, hoor ... als je het éénmaal meegemaakt hebt, geen tweede keer.

Hij heeft de beste mening, hij weet het meest van alles af. Nu goed, hij heeft een knappe kop, maar ‘zel ngenomenheid’ heeft bij dat heer een hoge graad bereikt.



Madame: Eigenlijk kan ik beter zwijgen. Op sommige dagen, vooral als er een slechte bui op til is, is er in haar gezicht niet te kijken. Op de keper beschouwd, is zij de schuldige van al de discussies. Niet het onderwerp! Oh neen, daarvan houdt ieder zich liever afzijdig, maar men zou haar misschien de aanstichtster kunnen noemen. Stoken, dat is een leuk werk. Stoken tegen mevrouw Frank en Anne. Tegen Margot en vader gaat dat niet zo gemakkelijk.

Maar nu aan tafel. Mevrouw komt niet te kort, al denkt ze dat wel eens. De kleinste aardappels, het lekkerste hapje, het beste van alles; zoeken is madame's parool. De anderen krijgen wel hun beurt, als ik maar eerst het beste heb.

Dan praten. Of er iemand luistert, of het iemand interesseert of niet, dat komt er schijnbaar niet op aan, zij denkt zeker: ‘wat mevrouw Van Daan zegt, interesseert iedereen ...’

Coquet glimlachen, doen alsof men van alles wat afweet, ieder een beetje raad geven en bemoederen, dat moet toch een goede indruk wekken. Maar kijk je langer, dan is het goede er al lang van af.

Vlijtig één, vrolijk twee, coquet drie en soms een leuk snuitje. - Dit is Petronella van Daan.

De 3de tafelgenoot: Men hoort er niet veel van. De jongeheer Van Daan is meest stil en laat niet veel van zich merken. Wat eetlust betreft: een Danaïdenvat, het wordt nooit vol en bij de allerstevigste maaltijd beweert hij met een doodkalm gezicht dat hij nog wel het dubbele zou kunnen eten.

No 4 Margot: Eet als een muisje, praat helemaal niet. Het enige dat er ingaat is groente of fruit. ‘Verwend’ is Van Daans oordeel, ‘te weinig lucht en sport’ onze opinie.

Daarnaast mama: Stevige eetlust, drukke praatster. Niemand heeft als bij mevrouw Van Daan het idee: dat is de huisvrouw. Waar het verschil zit? Wel, mevrouw kookt en moeder wast af en poetst.

No 6 en 7: Over vader en mij zal ik maar niet veel zeggen. De eerste is de bescheidenste van heel de tafel. Hij kijkt eerst of de anderen ook hebben. Niets heeft hij nodig, de beste dingen zijn voor de kinderen. Daar zit het voorbeeld van het goede, er naast de zenuwpil van huize Achter.

Dr Dussel: Neemt, kijkt niet, eet, praat niet. En als men praten moet, dan in 's hemelsnaam maar over eten; daar komt geen ruzie van, alleen opsnijderij. Enorme porties gaan er in en ‘neen’ wordt nooit gezegd, niet bij het goede en ook niet vaak bij het slechte. - De broek zit aan de borst, het rode jasje, zwarte pantoffels en een hoornen bril. Zo kan men hem zien aan het tafeltje, eeuwig werkende, alleen afgewisseld door het middagdutje, eten en ... het liefste plekje ... de W.C. Drie, vier, vijf keer per dag staat ongeduldig iemand voor de W.C.-deur en knijpt, hipt van het ene op het andere been en is haast niet te houden. Stoort hij er zich aan? Niks hoor, van kwart over zeven tot half acht, van half een tot één uur, van twee uur tot kwart over twee, van vier uur tot kwart over vier, van zes uur tot kwart over zes en van half twaalf tot twaalf uur. Men kan het noteren, dit zijn de vaste ‘zittingstijden’. Er wordt niet van afgeweken en hij stoort zich niet aan de smekende stem buiten de deur, die waarschuwt voor een snel naderend onheil.

No 9: Is geen Achterhuis-familielid, maar wel een huis- en tafelgenote. Elli heeft een gezonde eetlust. Laat niets staan, is niet kieskeurig. Met alles kan men haar plezieren en dat juist doet ons plezier. Vrolijk en goed gehumeurd, gewillig en goedig, dat zijn haar kenmerken.

Je Anne.


Dinsdag, 10 Augustus 1943

Lieve Kitty,


Nieuw idee: ik praat aan tafel meer met mezelf dan met de anderen, dat is in twee

opzichten gunstig. Ten eerste zijn ze allemaal blij, als ik niet aan één stuk doorbabbel en ten tweede hoef ik me niet aan een andermans oordeel te ergeren. Mijn mening vind ik zelf niet stom en anderen wel; dus kan ik hem beter voor mezelf houden. Net zo doe ik, als ik iets moet eten, wat ik helemaal niet kan uitstaan. Ik neem het bord voor me, verbeeld me dat het iets heel lekkers is, kijk er zo weinig mogelijk naar en voordat ik het weet is het op. 's Ochtends bij het opstaan, ook zo iets dat zeer onaangenaam is, spring ik uit bed, denk bij mezelf ‘je gaat er dadelijk weer lekker in’, loop naar het raam, ontduister, snuffel zo lang aan de kier tot ik een beetje lucht voel en ben wakker.

Het bed wordt zo gauw mogelijk uitgelegd, dan is er geen verleiding meer. Weet je hoe moeder zoiets noemt? ‘Een levenskunstenaar!’ Vind je dat geen grappig woord? We zijn sinds een week allemaal een beetje met de tijd in de war, daar onze lieve en dierbare Westertorenklok blijkbaar weggehaald is voor oorlogsdoeleinden, en wij dag noch nacht precies weten hoe laat het is. Ik heb nog wel wat hoop, dat ze iets zullen uitvinden, dat de buurt een beetje aan de klok herinnert, bijvoorbeeld een tinnen, koperen of weet ik wat voor een ding.

Of ik boven, beneden of waar ook ben, iedereen kijkt me bewonderend op mijn voeten, waaraan een paar zeldzaam mooie schoenen (voor deze tijd) prijken. Miep heeft ze tweedehands op de kop getikt voor ƒ 27.50: wijnrood peau de suède met leer en een tamelijk hoge blokhak. Ik loop als op stelten en zie er nog veel groter uit dan ik al ben.

Dussel heeft ons indirect in levensgevaar gebracht. Hij liet warempel door Miep een verboden boek meebrengen, een scheldexemplaar op Mussolini en Hitler. Onderweg werd ze toevallig door een S.S.-motor aangereden. Ze verloor haar zelfbeheersing, schreeuwde ‘ellendelingen’ en reed door. Laat ik er niet aan denken wat er gebeurd zou zijn, als ze mee naar het bureau had moeten gaan.

Je Anne.


Woensdag, 18 Augustus 1943

Lieve Kitty,


Boven dit stukje de titel: De taak van de dag in de gemeenschap: aardappelschillen! De één haalt de kranten, de tweede de mesjes (houdt natuurlijk het beste voor zichzelf), de derde de aardappels, de vierde de pan met water.

Mijnheer Dussel begint, krabt niet altijd goed, maar krabt zonder ophouden, kijkt even links en rechts: doet iedereen het wel op dezelfde manier als hij? Neen: ‘Anne, kijk maal, ik neem het mesje zo in mijn hand, krab van boven toe onder! Nein, zo niet ... maar zo!’

‘Ik vind het anders zó gemakkelijker, mijnheer Dussel’, merk ik schuchter op.

‘Maar dit is toch de beste manier. Du kannst dies toch van mij aannemen. Het kan mij natuurlijk niets schelen, aber Du musst het zelf weten’.

We krabben weer verder. Ik kijk tersluiks eens naar mijn buurman. Die schudt in gedachten nog eens zijn hoofd (zeker over mij), maar zwijgt.

Ik krab weer door. Kijk dan weer even naar de andere kant nu, waar vader zit; voor vader is aardappels krabben geen karwei, maar een precies werkje. Als hij leest heeft-ie een diepe rimpel in zijn achterhoofd, maar als hij aardappels, bonen of andere groente helpt klaarmaken, dan schijnt het of niets tot hem doordringt. Dan heeft hij zijn aardappelgezicht en nooit zal-ie een minder goed gekrabde aardappel a everen; dat bestaat eenvoudig niet als hij zo'n gezicht trekt.

Ik werk weer door en dan kijk ik weer heel even op; nu weet ik al genoeg. Mevrouw probeert of ze Dussels aandacht niet kan trekken. Eerst kijkt ze even naar hem en Dussel doet of hij niets merkt. Dan knipoogt ze; Dussel werkt door. Dan lacht ze; Dussel kijkt niet op. Dan lacht moeder ook; Dussel trekt er zich niets van aan. Mevrouw heeft niets bereikt, nu moet ze wel weer wat anders verzinnen. Even stilte, dan: ‘Putti, doe toch een schort voor! Morgen moet ik weer de vlekken uit je pak halen!’

‘Ik maak me niet vuil!’


Weer even stilte.
‘Putti, waarom ga je niet zitten?’
‘Ik sta goed zo, ik sta liever!’ Pauze.
‘Putti, kijk Du spatst schon!’
‘Ja, mammi, ik pas wel op’. Mevrouw zoekt een ander onderwerp.

‘Zeg, Putti, waarom bombarderen de Engelsen nu niet?’


‘Omdat het weer te slecht is, Kerli’.
‘Maar gisteren was het weer toch mooi en hebben ze ook niet gevlogen’.
‘Laten we daar niet over praten’.
‘Waarom, daar kan men toch wel over praten of zijn mening over zeggen?’ ‘Neen’.
‘Waarom nu niet?’
‘Wees nu stil, mammi'chen’.
‘Mijnheer Frank geeft zijn vrouw toch ook altijd antwoord?’
Mijnheer worstelt, dit is zijn tere plek, daar kan hij niet tegen, en mevrouw begint

altijd weer:


‘De invasie komt toch nooit!’ Mijnheer wordt wit, als mevrouw dat merkt wordt

ze rood, maar ze gaat toch weer verder:


‘De Engelsen presteren niets!’ De bom barst.
‘En nu houd je je mond, donnerwetter-noch-einmal!’
Moeder kan haar lachen haast niet verbijten, ik kijk strak voor me.
Zoiets herhaalt zich haast elke dag, als ze tenminste niet pas een erge ruzie gehad

hebben, want dan houden zowel mijnheer als mevrouw hun mond.


Ik moet naar de zolder nog wat aardappels halen. Daar is Peter bezig de kat-te ontvlooien. Hij kijkt op, de kat merkt het, hup ... weg is ie door het open raam, de goot in. Peter vloekt, ik lach en verdwijn.

Je Anne.



1   2   3   4   5   6   7   8   9   10   ...   18


De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2017
stuur bericht

    Hoofdpagina