Het bijbelse kernwoord boom des levens



Dovnload 43.34 Kb.
Datum22.08.2016
Grootte43.34 Kb.

Het bijbelse kernwoord boom des levens




I. HET OUDE TESTAMENT



Onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915 en Abr. Trommius, Nederlandse Concordantie. Zie onder I.A.a. חיּים עץ, (ēc ḥayyı̄m)



I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens


A. Boom

1. groeiende bomen (collectief en afzonderlijk) 2. bomen en struiken van het veld 3. fruitbomen 4. vruchtbomen 5. prachtige boomvruchten 5. loofbomen 6 bomen aan het water 7. een groene boom 8. een dorre boom.


B. De boom des levens

  • En de Heere God had alle geboomte uit het aardrijk doen spruiten, begeerlijk voor het gezicht, en goed tot spijze; en de boom des levens in het midden van de hof, en de boom der kennis des goeds en des kwaads (Gen. 2:9)

  • Toen zeide de Heere God: Ziet, de mens is geworden als Onzer een, kennende het goed en het kwaad! Nu dan, dat hij zijn hand niet uitsteke, en neme ook van de boom des levens en ete, en leve in eeuwigheid….En Hij dreef de mens uit; en stelde cherubim tegen het Oosten van de hof van Eden, en een vlammend lemmer van een zwaard, dat zich omkeerde, om te bewaren de weg van de boom des levens (Gen. 3:22, 24). 1

  • Zij is een boom des levens voor degenen die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig (Spr. 3:18)

  • De vrucht van de rechtvaardigen is een boom des levens, en wie zielen vangt, is wijs (Spr. 11:30)

  • De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens (Spr. 13:12)

  • De medicijn der tong is een boom des levens; maar de verkeerdheid in dezelve is een breuk in de geest (Spr. 15:4).

Naast de betekenis van boom komt hetzelfde Hebreeuwse woord ook voor in de betekenis van: hout en van (meervoud) ettelijke soorten bomen.



I.A.b Samenvatting + toepassing

O.a. uit e-Sword, ISBE, sub Tree of Life



1. De boom des levens in de hof van Eden

Deze boom des levens was in het midden van de hof en zijn vrucht was van die aard, dat zij fysische onsterfelijkheid voortbracht (Gen. 2:9;3:22). Als Adam en Eva gehoorzaam aan God waren gebleven, zouden zij van die vrucht hebben mogen eten en daarin een onderpand van hun onsterfelijkheid hebben ontvangen.

Nadat het eerste mensenpaar zich evenwel schuldig had gemaakt aan het eten van de boom der kennis des goeds en des kwaads, waren zij ongehoorzame mensen geworden en daarmee aan de sterfelijkheid en de dood onderworpen. De neiging en tendens om te zondigen was daarmee hun natuur binnengeslopen. Daarom verdreef God hen uit de hof, opdat zij niet zouden eten van de boom des levens en eeuwig leven (Gen. 3:22).

Dat laatste (onsterfelijkheid in hun zondige bestaan) zou immers een ramp hebben betekend voor hen en hun nageslacht. Voor verdorven wezens eeuwig leven op aarde zou ondenkbaar rampzalig zijn geweest. Er zou ook geen sprake zijn geweest van een mogelijke verlossing in die conditie…. De aarde zou weldra een hel zijn geworden met de zonde die zichzelf voor eeuwig zou propageren.

Om zulk een mogelijkheid te voorkomen werden zij weggejaagd; cherubim werden geplaatst bij de ingang van de hof, een vlammend zwaard dat zich omkeerde, bewaakte elke weg naar de boom des levens. En dit verhinderde de mogelijkheid van de mensen om een fysieke onsterfelijkheid te bezitten. Dit houdt ook in, dat zij nog niet eerder gebruik hadden gemaakt van deze boom. Die mogelijkheid was nu voor altijd voorbij. Onsterfelijkheid kan er door een zondig mens alleen verkregen worden in de weg van verlossing die van Gods kant komt.

De boom der kennis des goeds en des kwaads was een waarschuwend symbool voor de mens: ongehoorzaam zijn aan Gods ge(ver)bod loopt uit op de dood. De boom des levens daarentegen was een ‘sacrament’, een teken en zegel van het eeuwig leven voor de mens die gehoorzaam blijft aan de Schepper van het leven. Helaas, de mens heeft de band met God zijn Schepper doorgesneden en kwam in een staat terecht van ‘niet meer kunnen niet zondigen’. En zo is het dan de mensen gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel (Hebr. 9:27).

De toegang tot het paradijs en de boom des levens is gebarricadeerd. Maar daarmee is toch – wonder van genade – het laatste woord niet gezegd. De boom des levens is blijven staan waar ze stond. Als een teken, dat de Heere in de hemel het eeuwige leven, inclusief onsterfelijkheid 2 bereid was te geven aan Adam en zijn nageslacht. Maar dan wel langs een andere weg dan die van het verloren paradijs. Nl. in de weg van de verlossing door het ‘vrouwenzaad’ dat de kop van de slang zou vermorzelen, Jezus Christus. Heel het NT getuigt ervan, dat het rustpunt van Zijn volbrachte werk het is, waardoor er in plaats van eeuwige verdoemenis, leven, eeuwig leven is in een verzoende betrekking met God voor hen die zich intijds uitleveren aan Hem.

2. De wijsheid als boom des levens (Spreuken)

In het OT wordt hierop op allerlei wijzen gepreludeerd. Ook in het Spreukenboek komt het tot uitdrukking, dat de weg naar de boom des levens heropend is. In dit Bijbelboek immers wordt ons de Opperste wijsheid aangewezen en aangeprezen als de toegang tot de boom des levens. Het is deze Opperste wijsheid (van Spr. 8:1vv.) die van boven komt, van God Die alles in wijsheid maakte en die de mens ook wijs kan maken tot zaligheid.


Deze wijsheid is de voorafschaduwing van dat wat in de eerste verzen van het Evangelie naar Johannes het Woord wordt genoemd en van Wie (evenals in Spr. 8) wordt gezegd, dat het bij God was en ook God was. Deze, Jezus Christus ‘is ons geworden wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.’ (1 Kor.1:30b). Hij is de bron van het eeuwige leven. ‘Die in de Zoon gelooft, die heeft het eeuwige leven…’(Joh.3:36a). Hij is voor altijd de Boom des levens voor gevallen schepselen. En het is ons dankzij Gods genade toegestaan van die Boom te eten om eeuwig leven te hebben. Door van die boom te eten, krijgt die a.h.w. in ons wortels en worden wij ook zelf een boom des levens. Vgl. Ef.1:17; Kol. 1:9; 3:16; 4:5; Jak.brief.

Wij gaan nu de teksten uit het Spreukenboek na die boven zijn genoemd en proberen de betekenis aan te geven van de hier gegeven relatie tussen wijsheid en eeuwig leven.



  • Spr.3:18, 21v: Zij (nl. wijsheid/ vs. 13) is een boom des levens voor degenen die ze aangrijpen, en elkeen, die ze vasthoudt, wordt gelukzalig (vs. 18). De bestendige wijsheid en bedachtzaamheid zullen het leven voor uw ziel zijn, en een aangenaamheid voor uw hals (vs. 21).

Wijsheid gaat uit boven rijkdom/ armoede, leeftijd of eer. Hoe gelukkig is de mens die deze wijsheid verkrijgt. Ze is kostbaarder dan robijnen (Spr. 3:15).3 Waarom is die wijsheid zo hoog geroemd? Niet omdat die wetenschappelijk of intellectueel hoog timmert. Wijsheid in bijbelse zin (Hebr. chokma) houdt in, dat de mens in geloofsverbondenheid met de levende God en de Geest van Jezus Christus in beginsel de weg van gehoorzaamheid leert gaan.



Daarmee verkrijgt hij praktische levenservaring (doorzicht en behoedzaamheid) en weet hij in het concrete leven van alledag, hoe te handelen en juiste beslissingen te nemen.4
Op dat laatste ligt in het Spreukenboek een sterk accent. Wijsheid is niet los van de Opperste Wijsheid verkrijgbaar. Maar omgekeerd is ook die Opperste Wijsheid niet los van het concrete leven in gehoorzaamheid aan God verkrijgbaar.
Wie deze wijsheid aangrijpt/omhelst, verkrijgt zinvol en lang, ja eeuwig leven (het leven voor uw ziel), zoals het eerste mensenpaar die zou hebben verkregen, als het in de ‘staat der rechtheid’ staande was gebleven.
Daarom heet deze wijsheid een boom des levens. De afval van de levende God barricadeerde de weg naar de levensboom en naar onsterfelijkheid. Maar in de weg van Gods verlossend handelen in Christus en in de weg van het geloof wordt a.h.w. de slagboom naar het eeuwige leven opgeheven en komt de weg vrij naar de eeuwige heerlijkheid. Vgl. Spr.10:11. Gelukzalig ben ik, als ik dagelijks eten mag van deze boom des levens en daardoor uitzicht hebben mag op een leven dat nooit meer eindigt.

  • In Spr.11:30 wordt ook verwezen naar een boom des levens.met de woorden: De vrucht van de rechtvaardige is een boom des levens en wie zielen vangt, is wijs. Het gaat hier niet om de vrucht van wie rechtvaardig is (Hebr.tzaddik) met het oog op de rechtvaardige zelf (Jes.31:10; Jer. 32:19), maar om zijn activiteit die voortkomt uit een innerlijke impuls, waardoor zijn woorden en daden de uitwerking hebben naar buiten toe (op anderen) van een verkwikkende, verfrissende, gelukkige invloed op hen. Zo is de vrucht van de rechtvaardige een levensboom voor anderen die hen gelukkig maakt. Vgl. Spr.1:7 (over de samenhang van rechtvaardigheid en wijsheid). Zo wordt dan ook de rechtvaardige een ‘winner van zielen’ (Spr. 6:25) of visser van mensen (Matth. 4:19). Aldus kort samengevat wat Keil-Delitzsch in hun commentaar op Spr.11:30 zeggen.5

Over missionaire bewogenheid gesproken. Een levensboom die in zijn vrucht waar en blijvend leven voor anderen inhoudt. Laat ons daarnaar staan.
Ooit vroeg iemand aan zijn predikant om enige literatuur die hij aan zijn ongelovige buurman zou kunnen geven. De pastor opende zijn Bijbel en las hem voor wat Paulus schrijft in 2 Kor.3:2:' Gijlieden zijt onze brief, geschreven in onze harten, bekend en gelezen van alle mensen.' De beste litera­tuur in de wereld is geen vervanging voor uw eigen leven. Een godzalige levenswandel is onze brief aan de wereld.

  • Spr. 13:12 zegt: De uitgestelde hoop krenkt het hart; maar de begeerte, die komt, is een boom des levens. 6 Als iemand wat hoopt en het komt maar niet; daar wordt een mens ziek/ moedeloos van. Maar als het begeerde vervuld wordt, is dat een boom des levens. Vgl. Spr. 3:18; 11:30. Het gaat hier uiteraard niet over de boom des levens in het paradijs. Bedoeld is een boom des levens als symbool van vernieuwde levenskracht. De commentaar van Keil-Delitzsch verklaart dit aldus: ’Een boom des levens is van een verkwikkende en bekrachtigende invloed, zoals de paradijsboom die was bestemd om het leven van de mens te vernieuwen en te verlengen.’ M.a.w.: als de begeerte in vervulling gaat, knapt de mens ervan op. Dit is een algemene waarheid. Hoeveel te meer echter geldt het, dat u en ik ervan opknappen, als het onze begeerte is geworden om met God verzoend te worden en wij in het geloof in Jezus Christus het rustpunt van ons bestreden hart mogen vinden.



  • Spr.15:4a zegt: Het medicijn van de tong is een boom des levens…Met medicijn van de tong zal bedoeld zijn: zachte, kalmerende, weldadig aandoende woorden; deze veraangenamen en verrijken en verkwikken de persoon, tot wie zij gericht worden (aldus dr. W. H. Gispen 7) ‘Deze zachtzinnigheid is een boom des levens, waarvan de vruchten het leven verduurzamen, zieken genezen en de neergebogenen oprichten.’ Zo Keil-Delitzsch. Wij mogen ons in onze omgang met onze medemensen wel steeds afvragen, of onze tong zo’n weldadige vrucht is van de levensboom voor zieken en neergebogenen.

II. HET NIEUWE TESTAMENT
II.A. Het Griekse woord dat in het NT wordt gebruikt voor boom des levens is: ξύλον τῆς ζωῆς, xúlon tḗs zōḗs):

II. A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (volgens Trommius)




  • Die overwint, Ik zal hem geven te eten van de boom des levens, die in het midden van het paradijs Gods is (Openb. 2:7b).

  • En in het midden van haar straat en op de ene en de andere zijde der rivier was de boom des levens, voortbrengende 12 vruchten, van maand tot maand gevende zijn vrucht; en de bladeren van de boom waren tot genezing der heidenen (Openb. 22:2 (2x)).

  • Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan de boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad (Openb. 22:14).



I.A.b Samenvatting + toepassing

1. 8 In Ezechiëls profetieën is er een rivier die stroomt vanuit het heiligdom: een leven schenkende rivier met vruchtbomen aan de oevers aan beide zijden, die elke maand nieuwe vrucht dragen. De bladeren van deze boom verwelken niet en zijn vrucht ontbreekt nimmer, omdat dat wat vochtigheid geeft aan zijn wortels vloeit uit het heiligdom. Deze vrucht dient tot voedsel en de bladeren tot genezing (Ez.47:12).

Wat Johannes in Openbaring (2:7b) vertelt over de boom des levens lijkt hier sprekend op. Dit betekent, dat al de mogelijkheden van een kompleet en glorieus leven openliggen voor hem die overwint en door te overwinnen is voorbereid om onsterfelijk te worden in een veel hoger zin dan mogelijk was voor het eerste mensenpaar. En dat in het paradijs van God. 9

‘Het paradijs komt in volle, zalige werkelijkheid terug, oneindig schoner, voller en rijker dan Adam en Eva het ooit hebben gezien, door Hem, die zelf het leven en de boom des levens is (Joh.6:54; 15:1-6). Een paradijs met louter overwinnaars, met louter zaligen, met louter onsterfelijken, en de boom des levens in het midden, welks vruchten en welks bladeren alle leed vergeten doen en elk behoefte vervullen.. Welk een vergoeding voor de verloren Hof van Eden.’ (Dr. J. H. Gunning J.Hz. 10)

2. In het nieuwe Jeruzalem staat aan de rivier van het water des levens de boom van het leven aan beide zijden (Openb.22:2). Deze stroom vloeit voort uit de troon van God en van het Lam in het hemels heiligdom. Aan weerszijden een statige rij bomen versierd, altemaal ‘bomen des levens’. De bladeren verwelken nimmer en hun maandelijkse vrucht ontbreekt nooit. Voedsel en medicijnen zijn er voor de wereld, vrij verleend aan allen die zich mogen verheugen in de hoogste mogelijkheden van activiteit en gelukzaligheid, die het deel kan worden van hen die in een rechte verhouding tot God en Jezus Christus staan.

‘Nu klinkt het: ‘Van alle bomen van deze hof zult gij vrij eten’. Geen proefgebod is meer nodig, waar de les der gehoorzaamheid volledig geleerd is, en zo wondervol is hier de bloei, dat twaalf malen per jaar deze bomen met vruchten beladen zijn (Gal.5:22; Ef.5:9; Fil.1:11) Ja, zelfs de bladeren zijn vol zegenrijke krachten.’ (Gunning)

3. In Openb.22:14 lezen we, voor wie de toegang tot het nieuwe Jeruzalem en het zalig leven in gemeenschap met God en met elkaar is ontsloten. Johannes spreekt een zaligspreking uit over hen die hun kleding wassen (zie Openb. 7:14), die het reine en zuivere christelijk leven leiden. Want zij hebben het recht en het privilege om binnen te gaan door de poorten van de stad en deel te hebben aan de boom des levens. Dit betekent niet alleen een onsterfelijk bestaan, maar ook zulke relaties met Jezus Christus en de kerk, dat ieder onbeperkte toegang heeft tot alles wat goed is in het universum van God.

Deze overwinnaars ‘dragen niet meer het bezoedelde kleed der eigen gerechtigheid, maar der gerechtigheid van hun Borg en Zaligmaker, gewassen zijnde in Zijn dierbaar bloed en met verlangen zijn toekomst verbeidende’ (Gunning).



Zalig zijn zij, die Zijn geboden doen, opdat hun macht zij aan den boom des levens, en zij door de poorten mogen ingaan in de stad. Maar buiten zullen zijn de honden, en de tovenaars, en de hoereerders, en de doodslagers, en de afgodendienaars, en een iegelijk, die de leugen liefheeft, en doet. 11
G.F. Händel, wie kent hem niet van zijn ‘Messiah’, het bijbelse oratorium dat hij op zijn 57e jaar in drie weken tijds voltooide. Wat minder bekend is het slotakkoord van zijn leven, zijn ‘zwanenzang’, die nooit van noten is voorzien. Het slotakkoord van een blind geworden man: zijn laatste woorden, uitgesproken op zijn sterfbed in 1759 te Londen. Een trouw dienaar die niet van zijn sterfbed week, verzekerde Händel, dat hij weldra als schrijver van zulke heerlijke muziek, wel een ereplaats onder de hemelse zangers zou krijgen. Händel glimlachte en zei: ‘Och, als de Heere mij slechts in Zijn hemel wil toelaten en mij daar een hoekje aanwijst, waar ik naar de hemelkoren mag luisteren, zou ik zeer tevreden zijn. Ik wens mij volstrekt niet te scharen in de eerste rij der apostelen en heiligen, als ik maar de genade ontvangen mag, die de Heiland de moordenaar aan het kruis schonk…Als dat ene woordje ’genade’ werd uitgewist, dan was alle hoop verloren. Maar nu klem ik mij met beide handen daaraan vast, want op U alleen, Heere Jezus, is al mijn hoop gevestigd.’ 12



1 Na het eten van de vrucht van de boom der kennis des goeds en des kwaads worden Adam en Eva verdreven uit het paradijs. Een engel met een vlammend zwaard bewaakt de toegang tot de hof.

2 Het gaat hierin dus niet alleen om onsterfelijkheid. Ook de oude Grieken kenden het ‘heimwee’ naar onsterfelijkheid. In de Bijbel echter is eeuwig leven: leven in geloofsverbondenheid met de God van Israël en met Zijn Zoon door de Heilige Geest. Als dit hier en nu in ons gestalte kreeg, gaat dat nooit meer weg. De dood kan het niet te niet doen.

3 Men vergelijke Jezus’ gelijkenissen over de schat in de akker en de parel van grote waarde. (Matth.13).

4 ‘Karakteristiek voor de Israëlietische wijsheid is desniettemin, dat op ‘de vreze des Heeren’ als het beginsel daarvan (nl. van het ethische), de nadruk wordt gelegd.’ Aldus Prof. Dr. L. H. K. Bleeker, Hermeneutiek van het Oude Testament (Theologia een bibliotheek van leerboeken); Haarlem 1948; blz. 153.

5 Zo ook Dr. W. H.Gispen, Spreuken, eerste deel (hoofdstuk 1:1-15:33) In de serie Korte Verklaring ; Kampen, derde druk; blz. 203.

6 De King James vertaling heeft: Hope deferred maketh the heart sick: but when the desire cometh, it is a tree of life..

7 Zo dr. W. H. Gispen in Spreuken (Korte Verklaring); eerste deel (hoofdstuk 1:1-15:33); Kampen derde druk; blz. 262.

8 Zie e-Sword, ISBE, sub Tree of Life.

9 Zie over ‘paradijs’ de rubriek ‘bijbelse kernwoorden’ in onze website.

10 Dr. J. H. Gunning J.Hz., Het boek der toekomst (De Openbaring van Johannes), voor de gemeente des Heeren toegelicht;Utrecht 1900.

11 De afbeelding is gekozen uit de Christenreis van John Bunyan: Hoop houdt Christen het hoofd boven water in de doodsrivier.

12 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwör-terbuch; 16e Aufl. 1915, s.v.חיּים עץּ ; 2. Trommius’ concordantie, s.v. boom des levens; 3. e-Sword, ISBE, sub Tree of Life; 4. Prof. Dr. L. H. K. Bleeker, Hermeneutiek van het Oude Testament (Theologia een bibliotheek van leerboeken); Haarlem 1948; 5. Keil-Delitzsch en M.Henri in e-Sword, ad teksten OT; 6. Dr. W. H.Gispen, Spreuken, eerste deel (hoofdstuk 1:1-15:33) In de serie Korte Verklaring ; Kampen, derde druk; 7. Dr. J. H. Gunning J.Hz., Het boek der toekomst (De Openbaring van Johannes), voor de gemeente des Heeren toegelicht;Utrecht 1900.








De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina