Het bijbelse kernwoord eenvoud(ig) het oude testament



Dovnload 34.38 Kb.
Datum25.07.2016
Grootte34.38 Kb.

Het bijbelse kernwoord eenvoud(ig)



HET OUDE TESTAMENT

Onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915 en Abr. Trommius, Nederlandse Concordantie (6e herz.dr.). Zie onder I.A.a.






I.A.a. Betekenis van de tekstgegevens

Eenvoudig, onervaren, gemakkelijk te verleiden



  • Spr.1:4, 22, 32; 7:7; 8:5; 9:4, 6, 16; 14:15, 18; 19:25; 21:11; 22:3; 27:12; Ps. 19:7 (8); 119:130;

Die onwetend zondigt

  • Ez. 45:20

Die zichzelf niet beschermen kan

  • Ps. 116:6

NB: Het Hebr. pèti’/ bijvoeglijk naamwoord = eenvoudig komt heel vaak in Spreuken voor. Het Hebr. peeti’ is zelfstandig naamwoord = eenvoud.




  • De Statenvertaling (SV) gebruikt in de onder de eerste stip opgesomde teksten meestal het woord slecht(e). Dat is een verouderd Hollands woord voor: onverstandig/ onnozel. De Herz. S.V heeft dan terecht het woord onverstandig. Het woord slecht van de SV kan echter ook betekenen: eenvoudig, gering/ onaanzienlijk (Eng. simple); zo in Ps. 19:8, 49:3, 116:6 en 119:130 Ook in Job.5:2 heeft de S.V. de slechte/ HSV de onnozele

  • In 2 Sam.15:11 (zij gingen in hun onbevangenheid), 1 Kon. 22:34/ 2 Kron. 18:33 (een man schiet een pijl af in zijn eenvoudigheid) is sprake van: niet weten waarom of waartoe, niet gericht bezig zijn.

  • In Ezech.45:20 heeft de SV: de slechte en de HSV: die onwetend zondigt.

I.A.b Samenvatting + toepassing
1 De grondbetekenis van het Hebreeuwse woord voor eenvoudig (wortel pāthāh, wees open, van werkwoord patach) is: open zijn/ eenvoudig (als een kind):

a) soms in positieve (neutrale) zin: receptief, onbevangen, onbevooroordeeld, simpel. Het betekent ook wel open naar God en de naaste toe.


b) soms in slechte zin: ontbloot van inzicht/ onverstandig, dwaas; zo vaak in Spreuken = tegenovergesteld aan beleidvol/ verstandig.

2. Om een mens met een open hart voor God en de naaste te zijn (1.a), is ons nodig, dat wij wederom geboren worden. Van huis uit immers zitten we potdicht voor hogere indrukken en voor signalen van de kant van onze naasten. Alles zit op slot. We zijn als Narcissus van wie de Griekse mythologie ons het volgende verhaal vertelt. Narcissus was een beeldschone jongeling die helemaal opging in de jacht. Een ziener had aan zijn moeder voorspeld, dat hij nog eens om zou komen door grote liefde voor zichzelf. En wat gebeurde er? Op een dag kwam hij bij een vijver die heel helder was. Hij keek in het water, zag daarin de weerspiegeling van zichzelf. En zijn beeldschone gedaante imponeerde hem zo, dat hij zich voorover boog om het beeld in het water te omhelzen. Dat kostte hem zijn leven. Hij verdronk jammerlijk.

Als wij het woord narcisme gebruiken, moeten we denken aan dit verhaal. Ieder mens is in principe als de genoemde Narcissus: bezield met een ziekelijke eigenliefde waardoor hij zichzelf te gronde richt. Luther noemde dat ‘incurvatus in se’ – geheel op zichzelf gericht; autisme.
3. Zo dwaas zijn wij mensen van huis uit: onverstandig en ontbloot van inzicht, slecht/ onervaren in het goede en gemakkelijk tot dwaling te verleiden en op sleeptouw te nemen. Daarop worden wij gewezen in Spr. 7:7; 8:5 en 14:15 (een onverstandige gelooft elk woord), 18. Het ontbreekt ons aan het rechte inzicht, aan wijsheid (Hebr. chokma) om naar Gods wil te handelen en te wandelen. Maar niet alleen in deze tekstgegevens komt dit uiterst negatieve beeld van de mens zonder God aan de orde. Heel het boek Spreuken getuigt daar voortdurend van. Zie de teksten onder eenvoudig, onervaren, gemakkelijk te verleiden: Spr. 1:4, 22, 32; 9:4, 6, 16; 19:25; 21:11; 22:3; 27:12.

Het gaat er in onze wereld vaak aan toe als bij de bekende rattenvanger van Hameln. De man die met zijn toverfluitje door de staten van het Duitse stadje Hameln ging en alle ratten waardoor de bewoners geplaagd werden, achter zich aan kreeg en ze naar buiten de stad bracht. Maar diezelfde man ging even later, toen hij naar zijn idee onvoldoende beloond was voor die weldaad, weer door de stad heen, lokte vervolgens met zijn betoverende fluitspel alle kinderen mee en sloot hen op in een spelonk even buiten de stad.


4. Alleen als Gods Geest ons vernieuwt en transformeert naar het evenbeeld van Jezus Christus, gaat ons leven om een andere as draaien. In plaats van enkel egoïsme en zelfliefde komt dan onze naaste in beeld als degene die de Schepper op onze weg plaatst om hem/ haar te dienen in zelfverloochening en offerbereidheid. Zo worden wij mensen die in beginsel receptief zijn (open naar de Heere en de naaste toe), onbevangen en onbevooroordeeld. Over hen gaat het, als de Schrift spreekt over ‘de eenvoudigen’. Zie de boven opgesomde teksten onder 1.a: Ps. 19:7 (8); 49:3; 116:6; 119:130.
5. Enkele aanvullende opmerkingen:

a) Over Ps. 19:7 (8): Het getuigenis van de Heere geeft de eenvoudige (= onervarene) wijsheid. Hier gaat het over degene die open/ gevoelig is gemaakt door Gods Geest voor wat nodig is om in de vreze des Heeren (wijs in de dingen van dit en het eeuwige leven) te leven. Vgl. Ps.25:9. Gods Woord leert hen die een ontvankelijk hart hebben, wijze levenslessen. Een gelovige moet levenslang onderwezen worden. Anders wordt hij een twee drie op sleeptouw genomen en verleid door het kwaad dat in hem leeft en om hem heen.




  • In de commentaar van Keil-Delitz lezen we: lit., openness, the open (root פת to spread out, open, Indo-Germ. prat, πετ, pat, pad), i.e., easily led astray; to such an one it gives a solid basis and stability, σοφίζει αὐτὸν, 2Ti_3:15.

b) Ps. 49:3 (zowel slechten/ eenvoudigen als aanzienlijken moeten de wijsheid van de dichter horen). Vgl. Matth.13:35. Met de eenvoudigen zijn bedoeld: de geringen, die in de wereld niets voorstellen. Zij hebben het niet in hun mars en ze hebben het niet op zak. Ja, dat hoort ook bij een leven in eenvoud. Ze zijn aanhoudend op hulp van Boven aangewezen. In dit vers wordt dus niet direct het Hebreeuwse woord voor eenvoudigen gebruikt.




  • De commentaar van Keil-Delit zegt: The Psalmist wishes to have as hearers both בני אדם, children of the common people, who are men and have otherwise nothing distinctive about them, and בְּנַי־אִישׁ, children of men, i.e., of rank and distinction (vid., on Psa_4:3) - rich and poor, as he adds to make his meaning more clear.

c) Over Ps.116:6 (De Heere bewaart de eenvoudige = de onervarene, die zichzelf niet kan beschermen). De dichter weet zich een eenvoudige die door de Heere bewaard wordt; hij was uitgeteerd, maar de Heere heeft hem verlost.




  • De commentaar van Keil-Delitz legt dit als volgt uit: His love is turned especially toward the simple (lxx τὰνηπια, cf. Matth.11:25), who stand in need of His protection and give themselves over to it.

d. Zie ook Ps. 119:130 (Het woord van God geeft eenvoudigen inzicht). Hoe rijk is deze belofte. Juist zij die zo vaak voor hun besef de weg zijn kwijtgeraakt, wijst de Bijbel de weg. Niet maar aanwijzingen, hoe zij leven moeten, maar inzicht in wat de weg ten leven is, zien wat de Heere ermee bedoelt. Het maakt een mens scherpzinnig, schrander.




  • De commentaar van Keil-Delitz zegt; The opening, disclosure (פֵּתַח, apertio, with Tsere in distinction from פֶּתַח, porta) of God's word giveth light, inasmuch as it makes the simple (פְּתָיִים as in Pro_22:3) wise or sagacious; in connection with which it is assumed that it is God Himself who unfolds the mysteries of His word to those who are anxious to learn.

e) En dan is er tenslotte nog Ez. 45:20 (over het zondoffer ter verzoening van zonden voor iemand die bij dwaling of onwetend zondigt). Zie ook Lev. 4:2; 16:16; Num.15:28-31. Hier gaat het over zonden die iemand bij dwaling (Hebr. bisjgaga) bedrijft, dus zonder er zich bewust van te zijn te zondigen. Hij is op sleeptouw genomen door de zonde, zondigt bij dwaling, zoals een schaap dat onbedacht zijn herder verliest. Dat is een ander zondigen dan met opzet iets kwaads doen (met opgeheven hand; Hebr. bejad rama). Als wij iets doen dat Gods toorn oproept, maar ons verstand is verduisterd en we realiseren ons niet wat we doen, dan is daar bij God vergeving voor te verkrijgen. Daarom kon Jezus aan het kruis bidden voor Zijn vijanden: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen (Luk. 23:34a). Echter: voor iemand die willens en wetend zondigt, tegen beter weten in en daarmee aan de gang blijft tot het uur van zijn dood, is geen vergeving. Het is zondigen tot de dood. Jezus noemde het: de zonde tegen de heilige Geest. Vgl. Mark. 3:28vv; Luk. 12:10).


II. HET NIEUWE TESTAMENT
II.A. Het woord eenvoud(ig) in het NT ἁπλότης /ἁπλούς heeft de betekenis van: niet dubbel(zinnig/-hartig), enkelvoudig/ openhartig, zonder bijbedoelingen (zie ook Jak.1:5). Verder worden de aanverwante woorden ‘akokos’, (zie ook Hebr.7:26) ‘afelotès’ en ‘haplotès’ gebruikt. Zie ook 1a van OT (1.A.b). De grondnotie ‘open/receptief’ blijft ook in het NT steeds aanwezig

II. A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (volgens Trommius)





  • Indien dan uw oog eenvoudig is (Matth. 6:22; Luk. 11:34)

  • En verleiden de harten der eenvoudigen (Rom. 16:18)




  • Met verheuging en eenvoudigheid des harten (Hand.2:46)

  • Die uitdeelt in eenvoudigheid (Rom. 12:8)

  • Dat wij in alle eenvoudigheid…verkeerd hebben (2 Kor.1:12)

  • Om af te wijken van de eenvoudigheid (2 Kor.11:3)

  • In eenvoudigheid uws harten (Ef. 6:5)

  • Maar met eenvoudigheid des harten (Kol.3:22)



II.A.b Samenvatting + toepassing

1. In het NT wordt de eenvoud van een kind geroemd in tegenstelling tot de wijsheid en verstandigheid/ opgeblazenheid. Het welbehagen van de Vader is voor de laatsten verborgen, maar aan kinderen geopenbaard. Zie Matth.11:25vv. Zie boven onder Oude Testament: I.A.b, Samenvatting + toepassing, 5c.


2. Wij lopen nu de verschillende tekstgegevens door met hun nuanceringen:


  • Indien dan uw oog eenvoudig is (Matth. 6:22; Luk. 11:34). Als uw oog enkelvoudig (Gr. haplous) is; d.i. niet inhalig alle kanten opkijkend, maar openhartig gericht op het welzijn van uw naaste, zo bepaalt dat heel uw doen en laten, ook uw conversatie en maakt u tot een lichtend voorbeeld voor uw omgeving. Vgl. ook Spr. 23:6v; Matth. 20:15. Communiceren is een kunst. In menig gesprek wordt er niet echt receptief/ belangstellend geluisterd naar de gesprekspartner om mede daardoor een landingsbaan te vinden voor iets wat men die ander wil aanreiken. Sta open voor de ander. 1




  • En verleiden door schoonspreken en prijzen de harten der eenvoudigen (Rom.16:18b). De eenvoudigen zijn hier: de argelozen (Gr. ‘akakos’ = argeloos, onnozel, goedhartig). Juist zij zijn gemakkelijk te misleiden door mooie praat en loftuitingen.



  • Het mag ons wel opvallen, dat eenvoud van het hart in de eerste christengemeente hoog genoteerd staat. In Hand. 2:46 lezen we, dat de christenen met verheuging en eenvoudigheid des harten (Gr. afelotès) samen brood aten. Kenmerkend voor het oprechte christenleven is: zonder mopperen, blijmoedig en met open harten en handen (Gr. ‘afelotès’) hun tafel delen.




  • Die uitdeelt in eenvoudigheid, schrijft Paulus in Rom.12:8. Hij gebruikt dan het Gr.woord ‘haplotès’ = openhartigheid en zonder bijbedoelingen (mensen van één stuk). Vgl. Matth.6:1-3. Hier het speciale werk van de diakenen (vgl. Fil. 1:1).




  • De apostel Paulus schrijft ook over zichzelf en zijn bediening, dat hij in alle eenvoud (Gr. haplotès)) en oprechtheid in de gemeente verkeerd heeft (zie 2 Kor.1:12). Een schitterend zelfgetuigenis. Het is Paulus’ integriteit; hij was en is geen mens met twee gezichten, die het achterste van zijn tong nooit laat zien.2




  • Ook in de apostolische brieven van het NT komt het thema van de eenvoud van het hart telkens aan de orde.

Om af te wijken van de eenvoud(igheid) (Gr. haplotès) die in Christus is (2 Kor.11:3). Als een gemeente niet bij de voortduur 'gereformeerd' wordt, ligt de deformatie dich­ter­bij dan de Reformatie. De satan gaat nog steeds even listig te werk als in het paradijs: a) hij zet een vraagteken achter Gods Woord; is het ook, dat God gezegd heeft; b) hij werkt met leugen en bedrog: gij zult de dood niet sterven; c) hij leidt ons om de tuin met de gedachte, dat we als God kunnen worden… Zinsbegooche­ling. En wat bereikten zij ermee? Het pure Evangelie werd door hen verduisterd en de ge­meenteleden dreig­den wegge­trokken te worden van de een­voudig­heid die in Chris­tus is. Dat betekende, dat zij niet meer uitslui­tend op de éne Chris­tus zijn ge­richt. Inderdaad, dat is corruptie van elke orthodoxie en van elke orthopraxie: dub­belhartig­heid in de omgang met God en onop­recht­heid in het omgaan met elkaar.
In Ef.6:5 en Kol. 3:22 komt ook het Griekse woord haplotès terug. Paulus wekt hier de slaven op tot gehoorzaamheid aan hun heren, met vrees en beven, niet in ogendienst en behaagzucht, maar in eenvoudigheid van hun hart.
3. Tenslotte nog enkele specifieke teksten:

Onnozel in het kwade (Rom.16:19 S.V.; akeraios = ongemixt/ onbezoedeld met het kwade). De HSV heeft ten onrechte: oprecht wat het kwade betreft.



En geheel oprecht, in geen ding gebrekkig (Jak. 1:5) (holoklèros = een geheel door het lot toebedeeld; een gaaf offer zonder gebrek). 3
Naschrift:
Keizer Domitianus (eerste eeuw n.Chr.) had eens een ontmoeting met twee kleinzoons van Judas, de broer van Jezus. Hij had vernomen, dat zij familie van Jezus waren en vreesde, dat ze vroeg of laat wel eens tegen zijn gezag zouden kunnen opstaan. Toen zij hem echter hun vereelte handen lieten zien en vertelden, dat zij slechts een klein stuk land bezaten en dat zij een Koninkrijk uit de hemelen verwachtten, begreep hij, dat hij hier niet te maken had met revolutionairen. Daarna liet hij hen minachtend gaan.


1 Robertsaon’s Word Pictures (in Bible Works) bij Matth.6:22/ Luk. 11:34, s.v. single: …The eye is called "single" in a moral sense. The word means "without folds" like a piece of cloth unfolded, simplex in Latin. …The eye, besides being the organ of vision, is the seat of expression, revealing inward dispositions." …. If the eyes are diseased (bad, evil), they may even be cross-eyed or cock-eyed. We see double and confuse our vision. We keep one eye on the hoarded treasures of earth and roll the other proudly up to heaven. ‘

2 Eenvoud(igheid) is het tegenovergestelde van dubbelzinnigheid, dubbelhartigheid Vgl. vgl. 2 Kor. 8:2; 9:11, 13; 11:3). Het Griekse woord voor oprechtheid, reinheid is 'eilikrineia' (wellicht een samenstelling van 'heilè' - zonnelicht en 'krinein' - beproeven; dus: wat het daglicht kan verdragen). Zie ook 1 Kor.5:8; 2 Kor.2:17. Beide dingen zijn het tegenovergestelde van listigheid, bedrog en heimelijke raadslagen' (zo J.Calvijn).


3 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, s.v. pèti’/ peeti’ 2. Trommius’ concordantie, s.v. eenvoudig, slecht(e) en slechtigheid 3. Robertson’s Word Pictures in Bible Works en Easten Bible Dictionary in Bible Works; 4. Woordenboek (ISBE = Internat. Standard Bible Encyclopedie, s.v. simple / simplicity in E-sword.









De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2019
stuur bericht

    Hoofdpagina