Het bijbelse kernwoord kameel I. Het oude testament



Dovnload 43.74 Kb.
Datum26.08.2016
Grootte43.74 Kb.

Het bijbelse kernwoord kameel




I. HET OUDE TESTAMENT



Nevenstaande en onderstaande gegevens zijn verzameld uit Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, en Abr. Trommius,Nederlandse Concordantie (6eherz. dr.); s.v גּמל - kameel/kemel 1



I.A. Betekenis van de tekstgegevens


  • Kameel/ onrein dier: Lev. 11:4; Deut.14:7

  • Kemelin: Gen.32:15; Jer.2:23; 1 Kon.4:28

  • In bezit v.d. patriarchen: Gen. 12:16,enz..; van Job: Job 1:3, 17; van David: 1 Kron. 27:30; van de Israëlieten; 1 Kron.12:40; v.d. terugkerenden uit de ballingschap: Ezra 2:67; v.d. Egyptena-ren: Ex. 9:3; v.d. Amalekieten: 1 Sam.15:3; 27:9; 30:17; v.d.Midianieten: Richt. 6:5; 7:12; 8:21, 26; v.d. andere Arab.stammen: Gen.37:25; Jes. 60:6; Jer. 49:29, 32; 1 Kron. 5:21; v.d. koningin van Scheba: 1 Kon.10:2; 2 Kron.9:1; v.d. Kuschieten: 2 Kron.14:14 (vgl. Zach.14:15); Ez. 25:5

  • Kamel-zadeltuig: Gen.31:34

  • Kameelruiter: Jes.21:7

  • Kameelbulten: Jes.30:6

  • 40 kamelen: 2 Kon.8:9

  • Lichte, snelle kemelen: Esther 8:10, 14



I.A.b Samenvatting + toepassing

1. Er zijn twee soorten kamelen: de Arabische of dromedaris (Camelus dromedarius) met één bult en de Bactriaanse (Camelus bactrianus) met twee bulten. De laatste komt voor in de meer getemperde en koude delen van Centraal Asia en is vermoedelijk onbekend aan de bijbelschrijvers. De Arabische kameel (met één bult) komt voor in zuid-west Asia en Noord Afrika. Hij verdeelt de klauw (Lev. 11:4; Deut.14:7); is volgens de wet van God onrein en mag niet gegeten worden. Zijn maag heeft drie compartimenten. Hij kan een relatief lange tijd gaan zonder te drinken. Hij drinkt meer dan honderd liter water in tien minuten. Hij is het transportmiddel in een dorre woestijn.2

Kamelen zijn blijkbaar niet vaak gebruikt door de Israëlieten na de tijd van de patriarchen. Zij zijn als oorlogsbuit meegenomen van de Amalekieten en andere stammen. Maar nagenoeg de enige verwijzing naar hun gebruik door de latere Israëlieten was toen David koning werd gemaakt over heel Israël te Hebron; dan worden kamelen vermeld onder de dieren die aangewend worden om voedsel te brengen voor het feest. Zie 1 Kron.12:40. David had een kudde van kamelen, maar de herder daarover was Obil, een Ismaëliet (1 Kron. 27:30)

Bijna al de andere bijbelse verwijzingen naar kamelen zijn die in bezit zijn van Abraham, Isaak en Jakob, Ismaëlieten, Amaleketen, Midianieten, Hagarieten en de kinderen van het Oosten. (samenvattende opmerkingen uit ISBE/ E-Sword, sub camel).

2. Veelbetekenend is de opmerking over ‘kamelen’ in Gen.24:63. We lezen daar in de Herz. Statenvertaling: En Izak ging tegen het vallen van de avond naar buiten om te bidden in het veld. Hij sloeg zijn ogen op, en zag, en zie, er kwamen kamelen aan. Hier is sprake van kamelen als vervoersmiddel van een heel bijzondere last, nl. een bruid voor de aartsvader Izak.

Het is nu al geruime tijd geleden, dat de knecht van vader Abraham Eliëser is weggegaan met een missie naar Mesopotamië om een vrouw voor Izak te zoeken. Izak miste zijn overleden moeder en vader Abraham had het goed begrepen, dat zijn zoon van armoe wel eens naar een vrouw uit de Kanaänieten zou kunnen omzien. Daarom had hij Eliëzer erop uitgestuurd om een toekomstige vrouw voor Izak te zoeken in het verre Mesopotamië, het land van zijn familie.


Na enige tijd gaat Izak nog weer eens zijn tent uit om uit te zien naar Abrahams knecht. Er is een leegte in zijn hart die roept tot God. Dan knielt hij neer. Hij mediteert. 3 Zo moeten we het waarschijnlijk lezen in het 63e vers van Gen. 24. Mediteren – bidden. 4 Dat ligt soms zo dicht bij elkaar. Als ons hart zich vult met gedachten en als we bijna niemand hebben, aan wie we die gedachten kwijt kunnen. Zou God het dan niet willen horen?
Ons hart leeg bidden voor God. Voor Hem Die beter troosten kan dan een moeder dat kan. Voor Hem Die hier in de buurt eens een aanstaande moeder had gehoord, Hagar, toen zij wegvluchtte van Abram en Sara. Lachai roï. Toen had God omgezien naar een ellendige en haar de weg gewezen. Hij was voor haar geworden: De God van het omzien naar haar. Het is historische grond dus waarop Izak zich bevindt. 5
En zie, er kwamen kamelen. Izak is nog niet opgestaan van het gebed, of de verhoring van het gebed is in aantocht: kamelen met Eliëzer, met Rebekka, de vrouw, die God hem had aangewezen en van wie deze oude man daarom zeker wist, dat het Izaks vrouw zou zijn. God had zijn weg voorspoedig gemaakt.
Terwijl de eerste sterren aan de hemel verschijnen, is daar de ontmoeting tussen Izak en Rebekka. Een ontmoeting die vrijwel meteen een verloving wordt en weldra een huwelijk. En wat lezen we dan van Izak? Hij had Rebekka lief en werd getroost over de dood van zijn moeder.

II. HET NIEUWE TESTAMENT



II.A Het Griekse woord voor kameel in het NT is: καμηλος
II.A.a Tekstgegevens/ korte omschrijvingen (o.a.volgens Trommius)


  • En Johannes (de Doper) was gekleed met kemelshaar… (Mark.1:6a)

  • Gij blinde leidslieden, die de mug uitzijgt, en de kemel doorzwelgt (Matth. 23:24)

  • Het is lichter, dat een kameel gaat door het oog van een naald dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk der hemelen (Mark. 10:25; Luk.18:25)

1. Vermoedelijk was de mantel van Joh.de Doper gemaakt van de huid van een kameel.Vgl. Mark. 1:6a.. Hij had ook een leren gordel om zijn lenden. Zie Matth.3:4. Het is ook nu nog gebruikelijk onder de armen in sommige delen van Syrië, als een kameel of ander dier sterft, om zijn huid te verwijderen en die na behandeling van de binnenkant tegen bederf, op te maken voor verschillend gebruik.

Het harig kleed van Elia, de Thisbiet was waarschijnlijk eveneens van kemelshaar; hij had ook een leren gordel om zijn lenden. Vgl. 2 Kon.1:8; Zach 13:4; Hebr.11:37. In deze klederdracht was de Doper derhalve een directe herinnering aan de voorloper van de Messias Elia.6 Hun uiterlijk was het symbool van een boeteprofeet bij wie alle luxe taboe is.

In de Bijbel vinden we niet direct voorschiften inzake de kleding voor alle tijden. Wel worden wij opgewekt tot eerbaarheid en matigheid in ons gewaad (vgl.1 Tim.2:8vv). En ook zijn er zeker situaties waarin het ons past het boetekleed aan te trekken.

2. Blinde leidslieden die de mug uitzijgen en de kemel doorzwelgen (Matth. 23:24). Dat is het verwijt van Jezus aan het adres van de leidslieden van Israël (Schriftgeleerden en Farizeën); in één woord: geveinsdheid. Hij zegt, dat zij ‘de mug uitziften, maar de kameel doorslikken’ (Herz. Stat.Vert.) 7 Dat houdt in, dat zij een (onreine) mug dat in een drank terecht is gekomen uitzeven, totdat ze het diertje eruit hebben gehaald, maar een kameel, het grote en onreine dier gewoon doorslikken. Hier is natuurlijk sprake van een hyperbool, een overdreven spreekwoord.

‘Inderdaad was het gebruikelijk om wijn die men dronk door een doek te filteren; men wilde zich daardoor tegen onbewuste overtreding van de wet beschermen: er moest geen enkel onrein dier ingeslikt worden. Maar wie muggen zeeft, slikt (intussen) wel kamelen in. De kleinigheden worden precies genomen, het grote, volkomen onbereikbare, wordt bewust vergeten.8

Zij denken tot in de finesses heilig te zijn, maar slikken intussen de grootste onreinheid. Om het te zeggen met een onder ons bekende uitdrukking: zij maken van een mug een olifant. Vgl. Matth.23:16.

Deze kwaal is ook in onze dagen nog steeds aan de orde bij ons, als wij ons angstvallig vanuit een wettische geest willen vrijwaren van het zondige in de kleinste pietluttige dingen, maar inmiddels in de dingen waarop het aankomt in het leven noch Gods eer noch het welzijn van de naaste op het oog hebben.


3. Op nog een andere manier komt het kameel aan de orde in het onderwijs van Jezus. Als Hij zegt, dat een kameel nog eerder gaat door het oog van een naald dan dat een rijke ingaat in het Koninkrijk der hemelen (Matth. 19:24; Mark. 10:25; Luk.18:25).
Hoezeer kunnen wij, ook als er inmiddels wel een zeker verlangen naar het eeuwige leven bij ons is, zoals bij de rijke jongeling, verstrikt geraken in de zorgvuldigheden van het leven en ingepakt zitten in geld en goed. Men heeft wel aangenomen, dat met een kameel in genoemde tekst bedoeld zou zijn: een dik kabeltouw of ook een klein deurtje in een poort. Maar ten onrechte. Er is geen enkel bezwaar tegen om het letterlijk te nemen. Nog eerder gaat een kameel door het oog van een naald dan dat iemand die opgaat in aards goed het Koninkrijk van God binnengaat. 9 Zalig worden is te allen tijd van ons uit een onmogelijke zaak. Jezus’ discipelen vragen, zich, hiervan bewust af: Wie kan dan zalig worden? Waarop Jezus antwoordt: bij de mensen is dat onmogelijk, maar niet bij God; want alle dingen zijn mogelijk bij God. Hoe nodig, dat wij er met al ons kunnen en kennen tussenuit vallen en het in het ons onmogelijke van de Heere alleen verwachten.10

1 Het woord kameel is afgeleid van de wortel gml/ schoonheid en betekent zoveel als sierlijik beest. Zo Wikipedia (Internet)..



2 Op de tweede afbeelding: kamelen in de Sinaiwoestijn.

3 De King James vertaling heeft: And Isaac went out to meditate in the field at the eventide: and he lifted up his eyes, and saw, and, behold, the camels were coming.

De LXX leest: καὶ ἐξῆλθεν Ισαακ ἀδολεσχῆσαι εἰς τὸ πεδίον τὸ πρὸς δείλης καὶ ἀναβλέψας τοῖς ὀφθαλμοῖς εἶδεν καμήλους ἐρχομένας.



De Hebreeuwse tekst luidt: ויצא יצחק לשׂוח בשׂדה לפנות ערב וישׂא עיניו וירא והנה גמלים באים׃

4 ‘In het mediteren is iets van hetgeen de psalmist vraagt, als hij zegt: ‘Verenig mijn hart en voeg het saâm’…’De morgenuren van de dag zijn hiertoe bijzonder geschikt; ook de stille avondtijd’. ‘Wat is het toch een wonderlijke zaak, dat God twee mensen, die van weerszijden niet hebben geweten van elkanders bestaan…zo tot elkander brengt, dat zij elkander toebehoren en dichter bij elkander komen te staan dan bij enig ander, en dat zij meer voor elkander zijn, dan voor iemand ter wereld.’ Aldus Dr. Ph. J. Hoedemaker, Lessen uit de heilige Schrift (Abraham en zijn geslacht; eerste reeks Gen.XI-XXV:10; Amsterdam 1903; blz. 218vv).

5 In de verklaring van Keil-Delitz lezen we: ‘The object of his going to the field to meditate, was undoubtedly to lay the question of his marriage before God in solitude. שׂוּחַ, meditari, is rendered “to pray” in the Chaldee, and by Luther and others, with substantial correctness. The caravan arrived at the time; and Rebekah, as soon as she saw the man in the field coming to meet them, sprang (נָפַל signifying a hasty descent, 2Ki_5:21) from the camel to receive him, according to Oriental custom, in the most respectful manner. She then inquired the name of the man; and as soon as she heard that it was Isaac, she enveloped herself in her veil, as became a bride when meeting the bridegroom…. The servant then related to Isaac the result of his journey; and Isaac conducted the maiden, who had been brought to him by God, into the tent of Sarah his mother, and she became his wife, and he loved her, and was consoled after his mother, i.e., for his mother's death….’

6 N.a.v. 2 Kon. 1:8 lezen we in het commentaar van Keil-Delitzsch: ‘The servants described the prophet (Elia) according to his outward appearance, which in a man of character is a reflection of his inner man, as שֵׂעָר בַּעַל אִישׁ, vir pilosus, hirsutus. This does not mean a man with a luxuriant growth of hair, but refers to the hairy dress, i.e., the garment made of sheep-skin or goat-skin or coarse camel-hair, which was wrapped round his body; the אַדֶּרֶת (2Ki_2:8; 1Ki_19:13), or שֵׂעָר אַדֶּרֶת (Zec_13:4, cf. Mat_3:4; Heb_11:37), which was worn by the prophets, not as mere ascetics, but as preachers of repentance, the rough garment denoting the severity of the divine judgments upon the effeminate nation, which revelled in luxuriance and worldly lust. And this was also in keeping with “the leather girdle,” עֹור אֵזֹור, ζωνη δερματίνη (Mat_3:4), whereas the ordinary girdle was of cotton or linen, and often very costly.

7 Bible Works/Robertson’s Word Pictures ad Matth.23:24 schrijft: ‘Gulping or drinking down the camel. An oriental hyperbole like that in 19:24. See also 5:29,30; 17:20; 21:21. Both insects and camels were ceremonially unclean (Lev. 11:4,20,23,42). "He that kills a flea on the Sabbath is as guilty as if he killed a camel" (Jer. Shabb. 107).’

8 Zo Julius Schniewind in Das Evangelium nach Matthäus (Das Neue Testament Deutsch; teilband 2); 12 e druk; Göttingen 1968; blz. 232.

9 Bible Works/ Robertson’s Word Pictures schrijft bij Luk.18:25: ‘Here only in the N.T. Mr 10:25; Mt 19:24 have rafidos for needle. This is probably a current proverb for the impossible. The Jews in the Babylonian Talmud did have a proverb that a man even in his dreams did not see an elephant pass through the eye of a needle (Vincent).’

10 In deze voordracht is gebruik gemaakt van 1. Gesenius’ Hebr. und Aram. Handwörterbuch; 16e Aufl. 1915, s.v. גּמל ; 2. Trommius’ concordantie, s.v. kameel /καμηλος 3. ISBE/ E-sword, s.v. camel; 4. E-sword (comm. M.Henri/ Keil-Delitzsch); 5. Dr. Ph. J. Hoedemaker, Lessen uit de heilige Schrift (Abraham en zijn geslacht; eerste reeks Gen.XI-XXV:10; Amsterdam 1903; 6. Julius Schniewind in Das Evangelium nach Matthäus (Das Neue Testament Deutsch; teilband 2); 12 e druk; Göttingen 1968; 7. Robertson’s Word Pictures in Bible Works ad teksten NT.





De database wordt beschermd door het auteursrecht ©opleid.info 2016
stuur bericht

    Hoofdpagina